Fatou Bensouda, puppet or hero?

Eindelijk Fatou Bensouda geïnterviewd, de procureur van het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC). Eerste vraag in een serie van 6: Bent u een marionet van het Westen?

Deze video is onderdeel van Regards sur Gbagbo van de Wereldomroep nieuwe stijl. Het is een platform voor jonge Ivorianen over de zaak van hun oud-president Laurent Gbagbo bij het ICC. Klik op de banner boven voor de hele (Franstalige) website:

YouTube voorvertoningsafbeelding

Ja, u ziet het goed!

Ja, u ziet het goed. Dit is onze eigen Sophie die haar debuut maakt op de Franse televisie bij France 24. Sophie maakt de laatste maanden stormachtig carrière in de Franstalige media met dank aan Bea en WA. De filmpjes zijn helaas niet meer online te zien, u moet het doen met de foto!

Het wonder van Lille

Hoe Franse brilnerds en hipsters miljoenen euro’s verdienen? Na het wonder van Eindhoven, nu ook het wonder van Lille! Deze reportage maakte ik in een oude textielfabriek in Noord-Frankrijk voor VPRO Bureau Buitenland:

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Of klink hier als je geen flash hebt.

Au revoir Beatrix, au revoir…

En toen maakte Koningin Beatrix bekend dat zij de troon overdraagt aan Willem-Alexander. Het houdt onze zuiderburen ook bezig en dus ging Sophie in Amsterdam de straat op voor de RTBF. Luister hieronder vanaf 2 minuut 23 naar Sophie’s allereerste bijdrage voor de Waalse radio!

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Geen Flash? download de audio

De Berlusconi-streken van Kabila

Bovenop de hoogste heuvel van de Congolese hoofdstad Kinshasa, tussen de verlaten en gekraakte villa’s van de vrienden van oud-president Mobutu, reiken imposante zendmasten naar de hemel. Dag en nacht bewaken militairen de antennes. De soldaten volgen iedere passant met hun ogen. Niet kijken, zeggen die. Tot de mannen op het heetste uur van de dag in de schaduw in slaap dommelen.

Hier controleert Joseph Kabila, president van een land in oorlog, de Congolese media. Vorige maand werd het plotseling stil bij Radio Okapi, de zender van de Verenigde Naties in Congo, na een interview met een chef van de M23-rebellen in het rampzalige oosten van het land.

“Deze antenne doet het niet meer”, zegt Kudura Kasongo leunend op de voet van een 60 meter hoge zendmast. Hij is oud-woordvoerder van de Congolese president maar keerde zich tegen hem. Kasongo richtte CMC TV op, een oppositiezender gelieerd aan politicus Vital Kamerhe.

“Het signaal werd vorig jaar verstoord tijdens een verkiezingsuitzending”, vervolgt Kasongo. “Even later, vlak voor de presidentsverkiezingen in november 2011, vonden we de zendmast op de grond. Een mysterie.” Na deze omstreden verkiezingsrace werd Kabila opnieuw president en ging het plunderen van coltan, goud en diamanten in Oost-Congo door.

Kasongo: “Zie je die grote antennes daar? Ze staan op het terrein van Teleconsult, de technische beheerder van staatsomroep RTNC en van het merendeel van de Congolese media. Het Italiaanse bedrijf heeft een monopolie op materiaal en technologie. Eén telefoontje van de Congolese inlichtingendienst en de stekker gaat eruit.”

Op de zanderige weg even verderop zit een blanke man op een plastic stoel met een grote fles Congolees bier. Hij blijkt een Italiaanse medewerker van Teleconsult. Maar de man wil niet praten. Hij excuseert zich en rent naar zijn vele antennes. Even later aan de telefoon ontkent een woordvoerder verantwoordelijk te zijn voor de staatscensuur in Congo.

Na ruim een jaar geen uitzending raakt Kaduro’s geld op. Hij stopt als journalist. En hij is niet de enige.

Johnson Sirleaf: I’ll not fire my sons

Ellen Johnson Sirleaf, the president of Liberia, is a beloved leader around the globe. She received the Nobel Peace Prize 2011. Yet, in her own country she’s been accused of nepotism. I was on hand for an exclusive interview.

Three of your sons have been appointed to high government positions. How do you explain this?

“We have a country that has a very low capacity. Some of our institutions – the ones that have to carry out the important reforms for the transformation of our country – simply do not have the capabilities. They also sometimes lack the sufficient integrity to be able to do what is right.”

“We have to place certain people close to us in positions to carry out our mandate of reform at the level of competence and honesty that is needed.”

“Nepotism is putting somebody who is a relative in a position for which they don’t have the qualifications, integrity or competence. There are times when you have to hire relatives, even when it’s a temporary measure, to achieve your objectives.”

You’ve accused former Liberian president William Tolbert of nepotism because he put his relatives in powerful positions. Do you think they were competent?

“Oh absolutely they were competent. Look, I’ve been criticized now too. But meeting your objectives at the end of the day is what counts most.”

So you will not fire your sons? To show that you are a hero of anti-corruption?

“No, I will not. There is a mandate and there’s a job to be done. When that job and mandate is done, perhaps they’ll move on to other things.”

Government officials in Liberia sometimes earn up to 10,000 dollars a month. Is there anything you can do about that?

“We have to recruit Liberians of certain professional skills and experience to certain strategic posts. If we do not pay them well, we will not be able to recruit them. We actually pay foreigners on our technical assistance programme much more than that.”

“If a Liberian is qualified and competitive and if we want to get them, we’ve got to do that. Those Liberians getting positions and getting high salaries are strong, experienced managers, recruited from corporations abroad. Their skills are desperately needed to build our country. Liberians should not criticise those who come home with the right skills to rebuild their country. We need them at home.”

How will you gain trust in Liberia?

“I have trust in Liberia. I’m not talking about the noisy minority – that’s just all part of transformation. I’m talking about a
satisfied majority who I meet in rural areas and who are pleased that their lives have changed, their incomes have increased and they’re getting better services.

“We accept the criticism and the comments. We also accept the adulation and the praise. That’s part of moving ahead in a democratic society where all rights are respected and protected. Liberia is making progress and the majority of the Liberians and the international community is quite aware and recognizes that.”

Ellen Johnson Sirleaf visited the Netherlands to receive an Honorary Doctorate Degree at Tilburg University on 9 November.

Russische worstenbakkers

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

Ik doe de voordeur open en een vette vleeslucht slaat in mijn gezicht. Wat is hier aan de hand? Drie langharige, jonge gasten van een jaar of achttien staan achter ons aanrecht in twee pannen een berg worsten te bakken, ze gebruiken zo te zien een pakje boter per pan. De stank is zo penetrant dat ik het idee krijg dat het vet al van de muren druipt. Bijna begin ik een onbeheerste scheldpartij, maar net op tijd bedenk ik me dat Grote Vladimir, Igor en Kleine Vladimir onze gasten zijn, ze komen uit Sint Petersburg en blijven een week.

In de beschrijving van onze Bee-en-Bee online staat niet dat gasten geen gebruik mogen maken van onze keuken. Ons beleid is: het mag wel maar we stimuleren het niet. Negen van de tien bezoekers vullen er s’ochtends hooguit hun flesje water en verdwijnen dan in de stad. Heel soms vragen mensen besmuikt of ze misschien in onze keuken mogen koken, meestal meteen gevolgd door de vraag of we mee willen eten. Maar deze keer is het anders.

De volgende dag rond een uur of zeven is het opnieuw zover. Als echte studenten staat er bij de mannen maar een gerecht op het menu. De drie heren voelen zich duidelijk thuis want ze hebben hun territorium inmiddels verlegd naar de keukentafel.

Met halve liters huismerk bier van de goedkope Duitse supermarkt spoelen de Russen hun vlees weg. Ze spreken geen Engels en dus probeer ik mijn Russisch uit. “Nasdarovje?” “Nasdarovje!” Maar ze kijken niet echt terug. Hun blikken zijn geconcentreerd op een laptop die tussen de blikken bier op tafel staat. Vanavond speelt hun club FC Zenit uit Sint Petersburg tegen een Moskouse aartsvijand en dat moet ook in Amsterdam gevolgd worden. Ze schreeuwen en gebaren naar hun laptop, volgens mij gaat het niet echt goed met hun cluppie.

Even later zitten Sophie en ik beteuterd met een boek op de bank in het woonkamerdeel van de eerste verdieping, verjaagd van onze eigen lievelingsplek in huis: de keukentafel. We doen alsof we lezen. Maar kunnen beiden onze aandacht niet bij het boek houden. Teveel Russische herrie. Als Igor tijdens de rust van de wedstrijd het vuur weer aansteekt en een volgende lading dood beest de pan in laat glijden, ben ik het zat. Hardop mopperend en zuchtend zet ik alle ramen en balkondeuren van ons huis open. Ik kijk Sophie aan en zeg: “Kom we gaan naar buiten, bier drinken in Studio K.”

We slepen onszelf, zoonlief en buggy naar beneden. Eenmaal in het cafe bestel ik voor Sophie en mij een duur Belgisch biertje, ik pak mijn telefoon en verhoog online de prijzen per nacht. Nooit meer zal onze Bee-en-Bee goedkoper zijn dan de jeugdherberg om de hoek.

Ode aan het zuur

Wat was je lelijk en wat was je klein. Met bobbelige grauwe muren en je cafe als een voetbalkantine. En dan was je nog gehandicapt ook, jij popzaal zonder kleedkamer met je krakende versterkers en je beperkte licht. Maar ik was verblind door liefde, tomeloze liefde voor jou, mijn naar Rock en Roll en grote stad riekende hok aan de Zwartbroekstraat.

Het sodom en gomorra van Roermond, zo werd er over je gesproken. Jij was de slet die het, onder invloed van wiet of wat dan ook, met iedereen deed: de te laat geboren hippie, de eenzame kraker of de tresjer met kettingen aan zijn broek.

Je deed het zelfs met mij, wiens smaak je misschien een tikkeltje glad vond. Ik had niet zoveel met grindbak herrie en drie akkoorden punk, daar was ik te funkie voor. Jij oordeelde niet. Op straat was ik een ‘vieze voele interne oet huilandj, manne.’ Jij vond dat prima. Binnen de muren van de kostschool heerste wederzijs onbegrip in vrede. Maar jij had net als ik niets met dure auto’s, villa’s en de zakenwereld.

Alleen bij een select groepje vrienden en bij jou vond ik wat ik zocht. Jij Azijn waar we met bezweette lichamen tegen elkaar aangedrukt van Bettie Serveert en Gotcha! genoten maar ook de plek waar ik met vijf andere vrijwilligers en drie betalende bezoekers Daryll-Ann zag. Ik haalde trots lege glazen en boende midden in de nacht je vloer alsof het heilige grond was.

De mogelijkheden waren eindeloos. Ik schreef, stijf van spelfouten, je eerste programmaboekje aan elkaar. Ik experimenteerde met avondjes waar ik theater en muziek samenbracht. Ik waagde het zelfs om met het ‘Dellen en Machobal’ een alternatieve vasteloavendj te organiseren. Maar dat was niets voor jou zo bleek.

In de ‘Aek’ kon veel, maar het mooiste was met ons rammelige bandje op jouw podium staan. Met warme lampen vlak boven je hoofd en onze puberige vriendinnetjes als groupies voor het podium, was het net echt. Na afloop werden we zwevend dronken: dit was slechts het begin, wisten we. Pinkpop zou later vanzelf volgen.

Azijn, ik heb toen echt gedacht je eeuwig trouw te blijven. Maar ik moest verder, verliet Roermond en kreeg een nieuwe vriendin. Maar soms op een onbewaakt ogenblik in de Grand dame van popmuziek Paradiso, voelt het nog alsof ik vreemd ga. Ja, vergeleken met jou, Azijn, is Paradiso een waanzinnig mooie en volwassen prinses maar jij, lieve Azijn jij was mijn eerste cluppie. En eerste liefdes vergeet je niet. Ook niet als ze er niet meer zijn.

Foto: FaceMePLS

Les talents de Londres

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van bijna negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

“Nous parlons couramment le français!” hebben we op ons profiel staan. “Wij spreken Frans!” Wij menen namelijk te weten dat er geen andere Bee-en-Bee eigenaar in Amsterdam is die deze taal nog beheerst. Aangezien Fransen nog altijd moeite hebben met elke taal buiten de grens, zullen ze vast in grote getale naar ons stulpje komen, redeneren wij. En wij kunnen wel een ‘Unique sellingpoint’ gebruiken want we hebben iets te compenseren; vanuit ons huis diep in Amsterdam-oost ben je minstens twintig minuten bezig voor je in het centrum bent.

Sophie is er helemaal klaar voor. Met haar tweede paspoort in de hand wil ze niets liever dan die andere landgenoten bij ons thuis ontvangen. En ook ik ben voor want die Franse nationaliteit van mijn vriendin kost tot nu toe alleen maar tijd. Elke keer als we door de stad lopen en Sophie hoort een paar toeristen in haar tweede taal brabbelen, springt ze er op af en gaat ze eindeloos college geven over wat je in Amsterdam wel en niet moet doen. Opschieten! probeer ik dan maar zonder resultaat: Fransen zijn briljant in kletsen en kunnen, eenmaal in gesprek, nauwelijks afscheid nemen. Partir c’est mourir un peu.

“He, waarom komt er nu nooit eens een Franstalig iemand langs?,” verzucht Sophie steeds als zich weer een Amerikaan of Duitser meldt voor een logeerpartij. Het is inderdaad opvallend rustig als het om de Fransen gaat. Kunnen ze nog steeds geen Engels? Gaan ze nog altijd liever in eigen land op vakantie? Of boekten ze tot deze zomer overnachtingen nog altijd met minitel, hun dertig jaar geleden ultrahippe internet?

En dan eindelijk, na driekwart jaar gasten uit meer dan twaalf landen komt er een aanvraag van een Fransman. Ik bel Sophie die meteen al haar werk uit handen laat vallen en een antwoord schrijft. Tien minuten later zie ik dat ze een epistel van drie alinea’s heeft geschreven. “Het zijn cartoonisten,” vertelt Sophie mij s’avonds starend naar haar laptop. “En niet onbekend zo te zien.”

Eindelijk een goed gesprek zie ik Sophie denken en ze begint als een bezetene het huis te poetsen. Er worden Franse jam en afbak croissants in geslagen. Normaal bieden we toch helemaal geen ontbijt aan? probeer ik haar af te remmen. “Nou ja soms kunnen we toch el een uitzondering maken…”

Het huis is strakker dan ooit en Sophie is er helemaal klaar voor. Vol verwachting zit ze aan de keukentafel te wachten als de bel gaat. “Hello how are you?” zeggen onze gasten bij binnenkomst. Engels? “Ja, wij wonen al jaren in Londen want in Parijs kunnen we niet meer overleven, te weinig werk.” Ze moeten snel naar boven, geen tijd voor ellenlange gesprekken. Aan het werk. Morgen moet in Amsterdam een idee voor een nieuw filmpje gepitched worden.

Esoterische Britten

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van bijna negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.
Met grote kijkers en een grijze paardenstaart zit ze bij ons aan de keukentafel in een zelf gebreide trui en een wijde paarse broek met stiksels erop. Naast haar Kate, een verveeld kijkende puber van een jaar of vijftien. “Zo. Wat zijn de plannen voor de komende dagen?” Het is de saaie openingszin die we eigenlijk alleen gebruiken als onze gasten echt geen tekst hebben.
Na een haast ongemakkelijk lange stilte mompelt de vrouw bij ons aan tafel: “Nou eigenlijk niks. Geen idee.” Het pubermeisje zucht en laat haar ogen een rondje draaien. Moeder vervolgt: “Ik heb thuis zes kinderen en ben door mijn man voor het eerst sinds vijftien jaar op vakantie gestuurd.”
Het is alles behalve wat we hadden verwacht toen we besloten toch een keer Britten in onze Bee-en-Bee toe te laten. Het schrikbeeld: zuipende en blowende brulapen op bachelortrip waarvan je je steeds afvraagt hoe ze toch ooit die huwelijkspartner hebben kunnen vinden.
“Mama? Waarom hebben deze mensen geen TV?” vraagt puber Kate met een lang gezicht aan haar moeder terwijl ik toch echt tegenover haar zit. Moeder negeert dochter vakkundig terwijl ze haar zakje zelf meegebrachte biothee in een kopje laat zakkken.
We vragen naar haar verleden. “Niet bijzonders”, laat de dame ons weten. “Ik ben in India geboren en belandde als zestienjarige in een dorp onder Manchester. Daar ben ik jong getrouwd met een fabrieksarbeider. Maar Kate’s vader en ik zaten op andere energiebanen. Daar kwam ik achter toen ik Robbie leerde kennen. Robbie’s woongroep en zijn geneeskrachtige handen hebben mij gered. Hij schonk mij nog vijf kinderen.”
Ineens begint het mij te dagen. Deze dame is esoterisch volkomen doorgeslagen en laat ik van dat soort mensen nou net afschuwelijke uitslag krijgen. Ik begin onrustig op mijn stoel te schuiven en de vrouw indringend aan te kijken. Vlak voordat ik een zin dreig uit te kramen met daarin de woorden “sekte” en “kwakzalverij” grijpt Sophie in. Ze heeft haar gitaar gepakt en speelt het intro van Bob Marleys Redemption Song. Onze gast blijkt het liedje te kennen. Ze sluit haar ogen en zingt mee, haar handen langzaam zwaaiend in de lucht.
Sophie, meester in het iedereen naar de zin maken. Ik ken het en wil alleen maar tegen haar zeggen: “Nee schat, doe het niet! Deze dame is een verschrikkelijke zweefteef.” Maar ik zie dat het geen zin heeft. De dames zingen inmiddels Janis Joplin en als onze gast een bloemlezing begint van de Indiase periode van de Beatles, doet Sophie het licht uit en steekt kaarsen aan.
Als het niveau wegens gebrek aan repertoire bij Hotel California belandt, zitten we echt aan een kampvuur zonder vlammen. Ik kijk naar Sophie en dan naar het plafond. Tegenover mij, boven Kate, zie ik grote donderwolken. “Mahaaaam, mag ik chips?” vraagt ze. Ik sta op, ruk een keukenla open en haal er een gillend commerciele zak gefrituurde aardappels uit.