Author Archive for Sophie van Leeuwen

Gaspard zoekt een vrouw

Opeens staat hij voor me op straat. “Hey sister!” Ik zoek Rwandese popmuziek. Hij weet waar ik die kan vinden. Ik volg Gaspard naar een piepkleine fotostudio op een binnenplaats achter de winkelstraat.

Terwijl een vriend zijn computer leegtrekt, kijken wij videoclips met zwoele jongens en mooie, verlegen meisjes. Gladde R&B, swingende afrobeat afgewisseld met gospel, ook heel populair in Rwanda. “Wow”, zegt Gaspard als er weer een prachtige vrouw voorbij danst.

Een klant komt binnen voor een pasfoto. De man in lichtblauw pak gaat op een stoel zitten en strijkt over zijn haar. Wij drukken onszelf in de hoek van de fotostudio die écht niet groter is dan twee bij twee meter. Flits!!
“De liefde”, zegt Gaspard - nu we toch zo tegen elkaar staan - “is het allerbelangrijkste in het leven.” Ik, nieuwsgierig: “Ben je verliefd?” Gaspard lacht ontwijkend. Hij schudt zijn hoofd en zucht. “Rwandese vrouwen zijn moeilijk. Heel moeilijk…” O, waarom dan? “Vrouwen in Rwanda kijken niet in hun hart. Ze kijken alleen naar bezit.”

Gaspard wil dus rijk worden. Hij studeert economie en management. Geweldig! roep ik. Maar hij verwacht geen baan te vinden. Heel veel jongeren in Rwanda studeren. De staat geeft ook studiebeurzen aan weeskinderen van de genocide. Maar er zijn geen banen, zegt Gaspard. Een eigen zaak openen? Daar heb je kapitaal voor nodig. Ook dat heeft hij niet.

Het ziet er somber uit. Gaspard kijkt me diep in de ogen. “Ik houd niet van Rwandese vrouwen. Ik houd van blanke vrouwen.” Ik protesteer hard. Ik ben tien jaar ouder! En ik heb een vriend!
Gaspard begint te zingen, hij wijst naar een gospel-videoclip. “Hij zingt: Jezus heeft een wonder verricht in Rwanda.” Oja, vraag ik. Wat voor wonder dan? Dat weet Gaspard ook niet. Mijn gebrande cd’s zijn af. Ik krijg er een verleidelijke pasfoto bij van Gaspard.

We worden vrienden. Op Facebook.

Roadtrip Rwanda

“Homoseksualiteit is een ziekte.” “De Westerse homobeweging geeft geld aan Afrikanen om te doen alsof ze homo zijn.” “Afrikaanse homo’s zijn hetero mannen en vrouwen die in Europa willen wonen.” “Hoe kun je eerst getrouwd zijn, kinderen hebben en dan homo worden? Geloof ik niets van!”

Soms hoor ik in Rwanda - in mijn ogen - zeer verrassende teksten. Ik sta met vlotte twintigers in een café in Kigali en mijn mond valt open. “Mijn vriend heeft twee ex-vriendinnen, die zijn nu lesbisch”, probeer ik. Even word ik vol ongeloof aangestaard. “Dan word jij ook lesbisch!!!” Luid gejoel in de bar. “Dat zou kunnen”, knik ik.

Ik doe er een schepje bovenop. Wisten jullie dat sommige Nederlandse politici jaarlijks staan te hossen op de Gay Pride, ons nationale homofeest? Hoofdschuddend vragen mijn nieuwe vrienden zich af: In wat voor idioot land woon jij?

Kayonga

Dorpen, plantages, fietsers, mensen die gewoon een beetje voor zich uitkijken, zoeven voorbij. Kinderen zwaaien. De taxichauffeur en ik wisselen wetenswaardigheden uit over onze levens. We zijn even oud, 32 jaar. Kayonga is getrouwd, katholiek en heeft dochters van 5 en 3. En ik? Ongetrouwd, geen kinderen. Misschien sluiten mijn vriend en ik een samenlevingscontract als ik thuiskom uit Rwanda.

Kayonga schatert het uit. “Een samenlevingscontract! Een contract! Is dat voor het leven?” “Eh… ik denk het wel”, zeg ik aarzelend. “Tenzij je het contract verscheurt natuurlijk. Maar ik hoop van niet.” Waarom ga je dan niet trouwen?”, roept Kayonga. Ik krab mijzelf nog eens achter de oren. “In Nederland zijn we niet zo bezig met tradities…” Kayonga zwijgt en richt zijn blik op de weg.

Het is goed dat je katholiek bent, zegt hij. Ik knik. Durf niet te zeggen dat ik de Roomse kerk vorig jaar vaarwel heb gezegd. Met drie officiële brieven naar katholieke instanties, een heel gedoe. Ik geloof niet meer in god. Laat maar.

“Wil jij even rijden?” vraagt Kayonga plotseling met schitterende ogen. “Ik? Hier? Nu?“ Hij zet zijn witte Toyota stil langs de kant van de weg, kijkt me vragend aan. Een halve minuut later zit ik achter het stuur - dat rechts zit - en scheur ik door de groene heuvels van Rwanda, over kronkelende wegen van rode aarde. Kayonga kijkt tevreden. “Jij bent een goede chauffeur. Maar rijd niet te hard!”

Vuurdoop in Kigali

Ik haal diep adem. Snuif nog eens. En nóg eens. Mijn rechtervoet verplaats ik van de onderste trede van de vliegtuigtrap naar de Afrikaanse bodem. Welkom in de voormalige Belgische kolonie Rwanda! Voor de eerste keer in mijn leven stap ik dit continent binnen.

Duizend lichtjes branden over de heuvels van Kigali. Een stad vol met billboards die schreeuwen: “Grow your dreams” en “Knowledge is power”. Overal zie ik jonge mannen die sjouwen en timmeren in betonnen kantoorgebouwen.

Een breed glimlachende parkeerwacht, gekleed in een groen hesje, wil het gevoel graag met me delen. “Ik ben trots op mijn land”, zegt hij. “Natuurlijk niet altijd. Niet op wat in 1994 is gebeurd. Maar nu hebben we weer hoop. Het gaat beter met ons.”

De PR-machine van de Rwandese president Paul Kagame - zijn strenge portret hangt overal - draait hier overuren. Rwanda is een van de armste landen ter wereld, heeft nauwelijks grondstoffen en leunt zwaar op de landbouwsector. Maar volgens de officials hier is Rwanda zéér kansrijk.

Het regenseizoen is net begonnen, op straat is het een drukte van jewelste. Kleine handelaren laden en lossen producten als koffie en thee. Bij mij in Nederland – waar ik vandaan kom - zie ik nooit zoveel mensen op straat. Tenzij ons nationale elftal een belangrijke voetbalwedstrijd wint.

Een vrouw met een baby staat voor me, ze kijkt me indringend aan. Wijst op haar buik. Honger? Ik denk aan het continental breakfast van Hotel Milles Collines - vers in mijn maag - en krijg acute buikpijn. Graai in mijn broekzak en duw een briefje van 1000 Rwandese francs in haar hand.

Naast mij begint een andere vrouw te protesteren. Zij wil ook. Ik kijk om me heen en zie dat veel mensen staan te kijken. Het schaamrood staat me op de kaken. Ik begin in versnelde pas te lopen, glij uit over een natte steen en val op mijn knieën. Overal gelach.

Ik forceer een grijns op mijn gezicht en sta rustig op. “Ca va! ça va!” Door de stromende regen, broek en schoenen onder de modder, zet ik mijn tocht voort. “Ik moet nog even wennen aan Afrika”, besluit ik. Morgen gaat het beter.

Pleidooi van een eenzame fietser

Bollen op de Heizel

Brussel is een vieze stad. Het stikt hier van de uitlaatgassen. En dat terwijl onze strenge milieuregels toch echt uit Brussel komen. Vreemd… Wij, zo ongeveer de enige fietsers in Brussel, ergeren ons mateloos en overwegen een mondkapje aan te schaffen. Luister naar deze reportage voor KRO Goedemorgen Nederland.

 
icon for podpress  Standard Podcast: Play Now | Play in Popup | Download

Het is hier zo heet

De Tijd

Dikke stapels kranten en overwerkte journalisten troffen wij vorige week aan op de redactie van De Tijd - het Belgische Financieele Dagblad. Twee journalistieke meesterbreinen die maandenlang de Fortis-top aan de schandpaal nagelden, bleken onverwacht twee lieve, bijna bedeese mannen. Schijn bedriegt. Hun boek ‘Bankroet’ ligt nu in de winkel. Smeuige materie, zo lazen wij al stiekum onder embargo. We maakten een paar filmpjes op de redactievloer voor onze Nederlandse collega’s van RTL Z:

Verhofstadt: Marijnissen moet op geschiedenisles

Guy Verhofstadt windt zich op

Guy Verhofstadt presenteerde dinsdag zijn nieuwe boek ‘De uitweg uit de crisis’ in het Europees Parlement. Erop af dus. Ik vroeg hem te reageren op recente kritiek van SP-er Jan Marijnissen. Die maakt Verhofstadt op zijn blog uit voor Godfather. Marijnissen vindt het onbegrijpelijk dat de ex-premier Europa wil veroveren terwijl hij in Belgie een zooitje achterlaat. Verhofstadt reageerde een beetje boos. Luister hier naar het fragment uit de persconferentie:

 
icon for podpress  Standard Podcast: Play Now | Play in Popup | Download

Politie in de regen


De Brusselse politie vierde dinsdag een feestje in het Warandepark. Veteranen mochten wat toeteren en blazen. Een beetje treurig stonden ze eenzaam in de regen, toen ik ’s middags voorbij fietse.

Brussels poetry

Een stad om voor te sterven
Waar ik me als een kamikaze
Stort in het verkeer
Dat me vergast
De heuvel af
Naar Koekelberg

Of erger

Ik trap als de ziekte
Richting het Berlaymont
Op zijn minst besmettelijk.
Vast een hele nare
Neelie waar ben je?
Tijd om te gaan werken

Enjoy Poverty - Renzo Martens krijgt zijn zin

Onbegrip en woede dit weekend in de Brusselse KVS-BOX. Daar draaide Enjoy Poverty, de inmiddels beroemde documentaire van Nederlander Renzo Martens. Hij vertrok twee jaar naar Congo – de voormalige Belgische kolonie. En hij concludeerde: Afrikanen, geniet van uw armoede. Uw situatie is uitzichtloos. Martens komt na afloop over zijn film vertellen. Terwijl de kunstenaar met zijn hand door zijn haar strijkt, staat de Congolese theatermaker en choreograaf Faustin Linyekula op in de zaal. Hij schreeuwt: ‘U bent een racist! U bent een profiteur! U geniet van deze aandacht, maar naar de Congolezen in de film kraait geen haan!’ Ook een oudere Afrikaanse man zwaait met zijn vinger: ‘U minacht ons. U zet mijn volk voor gek. U doet alsof we dom en naief zijn…’ Renzo kijkt de heren doodrustig aan en knikt, een droevige blik in zijn ogen. Gespeeld droevig zo lijkt het. ‘Je hebt gelijk. Je hebt helemaal gelijk. Ik profiteer van jullie. Ik verkoop jullie armoede. Maar juist dat wil ik laten zien.’ Linyekula is razend en wil de zaal uitlopen. De medewerkster van de KVS vindt het welletjes en breekt de discussie af.  Woelige middag. Ook als er ruzie ontstaat over tweetaligheid. Het debat is deels in het Frans en in het Nederlands. Maar er is geen vertaling. Veel mensen kunnen de helft niet verstaan. Waarom is er geen tolk in de zaal? Waarom praten jullie geen Engels? Renzo sust de zaal. Een woordvoerder van de KVS betreurt de ongelukkige gang van zaken.

Martens werkt trouwens alweer aan zijn derde film, Episode II, over de liefde. Iets met dieren…