Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.
Ik doe de voordeur open en een vette vleeslucht slaat in mijn gezicht. Wat is hier aan de hand? Drie langharige, jonge gasten van een jaar of achttien staan achter ons aanrecht in twee pannen een berg worsten te bakken, ze gebruiken zo te zien een pakje boter per pan. De stank is zo penetrant dat ik het idee krijg dat het vet al van de muren druipt. Bijna begin ik een onbeheerste scheldpartij, maar net op tijd bedenk ik me dat Grote Vladimir, Igor en Kleine Vladimir onze gasten zijn, ze komen uit Sint Petersburg en blijven een week.
In de beschrijving van onze Bee-en-Bee online staat niet dat gasten geen gebruik mogen maken van onze keuken. Ons beleid is: het mag wel maar we stimuleren het niet. Negen van de tien bezoekers vullen er s’ochtends hooguit hun flesje water en verdwijnen dan in de stad. Heel soms vragen mensen besmuikt of ze misschien in onze keuken mogen koken, meestal meteen gevolgd door de vraag of we mee willen eten. Maar deze keer is het anders.
De volgende dag rond een uur of zeven is het opnieuw zover. Als echte studenten staat er bij de mannen maar een gerecht op het menu. De drie heren voelen zich duidelijk thuis want ze hebben hun territorium inmiddels verlegd naar de keukentafel.
Met halve liters huismerk bier van de goedkope Duitse supermarkt spoelen de Russen hun vlees weg. Ze spreken geen Engels en dus probeer ik mijn Russisch uit. “Nasdarovje?” “Nasdarovje!” Maar ze kijken niet echt terug. Hun blikken zijn geconcentreerd op een laptop die tussen de blikken bier op tafel staat. Vanavond speelt hun club FC Zenit uit Sint Petersburg tegen een Moskouse aartsvijand en dat moet ook in Amsterdam gevolgd worden. Ze schreeuwen en gebaren naar hun laptop, volgens mij gaat het niet echt goed met hun cluppie.
Even later zitten Sophie en ik beteuterd met een boek op de bank in het woonkamerdeel van de eerste verdieping, verjaagd van onze eigen lievelingsplek in huis: de keukentafel. We doen alsof we lezen. Maar kunnen beiden onze aandacht niet bij het boek houden. Teveel Russische herrie. Als Igor tijdens de rust van de wedstrijd het vuur weer aansteekt en een volgende lading dood beest de pan in laat glijden, ben ik het zat. Hardop mopperend en zuchtend zet ik alle ramen en balkondeuren van ons huis open. Ik kijk Sophie aan en zeg: “Kom we gaan naar buiten, bier drinken in Studio K.”
We slepen onszelf, zoonlief en buggy naar beneden. Eenmaal in het cafe bestel ik voor Sophie en mij een duur Belgisch biertje, ik pak mijn telefoon en verhoog online de prijzen per nacht. Nooit meer zal onze Bee-en-Bee goedkoper zijn dan de jeugdherberg om de hoek.










Recent Comments