Categorie archief: Column

Een Chinese Tomboy

20140726_chinesetomboyPieter-Bas van Wiechen runt samen met zijn vriendin Sophie, Dima (2,5) en Ramses (0) een Bee-zonder-Bee in Amsterdam-Oost. In de PS, de Zaterdagbijlage van Het Parool, doet hij deze zomer verslag van de avonturen in en om hun huis.

Kort haar, een hip-hop broek met kruis op haar knieën en baseballlpetje op haar hoofd. Als When Hui ons huis binnenstapt begint mijn “Gay-dar” als een gek te loeien. “Als dit geen lesbo is, ben ik Sinterklaas en krijg ik ter plekke een lange grijze baard,” denkt mijn rechter hersenhelft. “Stop toch eens met die vooroordelen!” corrigeert mijn linker brein. “Misschien is dit meisje louter een tom-boy en valt ze verder op jongens, weet jij veel.” Juist. Ik besluit het er niet over te hebben, al helemaal omdat de Chinese When samen met haar moeder Xin reist, een dame met een keurige boblijn, klassieke kleding en elke dag een andere broche op haar borst.

Moeder en dochter komen uit Shanghai en zijn hier om wat van Europa te zien en om uit te rusten. “Thuis zijn we altijd aan het werk,” zegt moederlief s’avonds bij het opwarmen van een bakje mie. “Ik werk in de hotelbranche terwijl When net als haar vader in de financiële dienstverlening werkt.” Xin slurpt wat eten naar binnen. “Mij man wilde niet mee, hij kan echt alleen maar werken.” Waar is When eigenlijk? Vraag ik na een tijdje. “Die is uit met een vriendin die ze heeft leren kennen via internet.”

O jee. Zou het dan toch? En waarom laat When haar moeder dan zo alleen? Ik begin te malen. Zou ze ooit aan ouders vertellen dat ze op meisjes valt? En hoe reageren die dan? Kan dat in China? Lesbisch zijn en als enig kind je ouders misschien wel nooit een kleinkind schenken. De volgende avond zie ik door het raam hoe When opnieuw de stad in fietst. Als een volleert fietser trekt ze op, voorwiel in lucht. Het meisje straalt de laatste dagen helemaal. Sophie en ik gunnen het haar van harte maar ondertussen zit haar moeder elke avond alleen bij ons thuis. Uit medelijden serveren Xin eindeloos kopjes thee, vertellen we spannende verhalen en zetten we Ramses regelmatig op haar schoot. We proberen Xin ook s’avonds vakantie te laten hebben, de dame zelf blijkt al die aandacht te kunnen waarderen. Gelukkig.

Dan is het maandag en na een bezoek van vijf dagen aan Amsterdam is het tijd voor vertrek. Xin verschijn s’ochtends vroeg al met haar koffers beneden en neemt afscheid. “Waar is When? Gaat zij niet mee?” vraag ik. “Nee,” antwoord Xin met een ondeugende glimlach. “Die reist nog door naar Berlijn terwijl ik alweer aan het werk moet bovendien slaapt ze nog even uit want ze heeft tot diep in de nacht met allerhande spannende vrouwen staan dansen in de ‘Truth’ of zoiets.”

Lavendel, Wijn en Kaas

Pieter-Bas runt samen met Sophie en Dima, hun zoontje van anderhalf een bed zonder breakfast in oost. Een leuke hobby al loopt het soms een beetje uit de hand.

Er klinkt gerommel in de keuken terwijl ik op de bank probeer de krant te lezen en zoon Dima hetzelfde artikel als kleurplaat gebruikt. “A table!” klinkt het niet veel later. Op de keukentafel wacht een voorgerecht. Ook tekenen de eerste contouren van gang twee en drie zich af. Ik schuif voor de zoveelste achtereenvolgende dag aan bij het gezelschap dat naast ons drieën ook bestaat uit Alain, Camille en hun zestien jarige dochter Elodie.

Een week voor hun aankomst stuurden ze een foto van zichzelf. Op het plaatje zaten ze op een bankje, hun door de zon gebronste lichamen gehuld in oranje kleding. Ze staken drie vingers in de lucht. “Trois fois hourra pour Willem, le nouveau roi des Pays-Bas!” stond eronder geschreven. Alain, Camille en Elodie waren zich kennelijk goed aan het voorbereiden.

Het is inmiddels een vast patroon: als er Fransen op bezoek zijn, slooft Sophie, zelf half Frans, zich enorm uit. Maar het is nu erger dan normaal. Deze gasten komen namelijk uit Nîmes in de Provence. Dit gebied is voor mij een langgerekte, zwoele vakantieherinnering. Voor Sophie, met haar familie uit het regenachtige Noord-Frankrijk, spreekt dit gebied van lavendel, zon en honing ook tot de verbeelding.

Al op de eerste avond zorgde Sophie voor een fraaie wijn en sloeg ze op de Dappermarkt voor een vermogen aan Nederlandse en Franse kazen in. Een warm welkom dat kon rekenen op een passende reactie van onze gasten: Franse wijn uit Nîmes en een typisch provencaals drie gangenmenu. Sophie bood in wild enthousiasme aan de volgende dag een diner te bereiden.

Daar zitten we weer. Na de taboulé en de quiche komen natuurlijk de kazen tevoorschijn. Sophie heeft vandaag pakken wijn in plaats van flessen gehaald. Terwijl ik om mij heen zie hoe kazen met messen worden aangevallen en ik grote brokken soepel en zonder toostje in monden zie verdwijnen, realiseer ik mij dat ik eigenlijk best vloeiend Frans kan. Ik zet een plaat van Gainsbourg op en begin eindelijk over de broodnodige hervormingen in Frankrijk en wanneer die eindelijk komen.

Om twee uur is de laatste druppel wijn op en is er van de kazen weinig meer over dan wat verfrommelde papiertjes en korsten. We gaan naar bed en worden uitdrukkelijk uitgenodigd in Nîmes. “Wat voor gasten hebben we volgende week?” vraag ik Sophie, eenmaal in bed een beetje angstig als ik zie hoe laat het is. “Een stel van boven zestig en ze zien er niet heel spannend uit,” zegt ze turend naar haar mobiel. Gelukkig, denk ik, eindelijk rust. Ik draai me om en val in een diepe, diepe slaap.

ilustratie: Ytje

Een luidruchtig vriendje

Pieter-Bas runt samen met zijn vriendin Sophie en Dima, hun zoontje van anderhalf, een Bed-zonder-Breakfast in Amsterdam-oost. Omdat ze zelf ook in de luiers zitten afficheren ze zich, niet zonder risico, als kindvriendelijk.

“Luca is really looking foreward to meet Dima!” lees ik op de Bee-en-Bee website. “Dima too and he promises to share all his toys!” lieg ik terug. Wat is dat toch de laatste tijd? Zijn alle andere gastvrije Amsterdammers soms kind onvriendelijk? De afgelopen maanden lijkt ons huis regelmatig meer op een nachtelijke kinderopvang dan op een Bee-en-Bee.

Helaas! Binnenkort is de rest van dit verhaal weer te lezen in een boek of ergens anders….

Russische worstenbakkers

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

Ik doe de voordeur open en een vette vleeslucht slaat in mijn gezicht. Wat is hier aan de hand? Drie langharige, jonge gasten van een jaar of achttien staan achter ons aanrecht in twee pannen een berg worsten te bakken, ze gebruiken zo te zien een pakje boter per pan. De stank is zo penetrant dat ik het idee krijg dat het vet al van de muren druipt. Bijna begin ik een onbeheerste scheldpartij, maar net op tijd bedenk ik me dat Grote Vladimir, Igor en Kleine Vladimir onze gasten zijn, ze komen uit Sint Petersburg en blijven een week.

In de beschrijving van onze Bee-en-Bee online staat niet dat gasten geen gebruik mogen maken van onze keuken. Ons beleid is: het mag wel maar we stimuleren het niet. Negen van de tien bezoekers vullen er s’ochtends hooguit hun flesje water en verdwijnen dan in de stad. Heel soms vragen mensen besmuikt of ze misschien in onze keuken mogen koken, meestal meteen gevolgd door de vraag of we mee willen eten. Maar deze keer is het anders.

Helaas! Binnenkort is de rest van dit verhaal weer te lezen in een boek of ergens anders….

Ode aan het zuur

Wat was je lelijk en wat was je klein. Met bobbelige grauwe muren en je cafe als een voetbalkantine. En dan was je nog gehandicapt ook, jij popzaal zonder kleedkamer met je krakende versterkers en je beperkte licht. Maar ik was verblind door liefde, tomeloze liefde voor jou, mijn naar Rock en Roll en grote stad riekende hok aan de Zwartbroekstraat.

Het sodom en gomorra van Roermond, zo werd er over je gesproken. Jij was de slet die het, onder invloed van wiet of wat dan ook, met iedereen deed: de te laat geboren hippie, de eenzame kraker of de tresjer met kettingen aan zijn broek.

Je deed het zelfs met mij, wiens smaak je misschien een tikkeltje glad vond. Ik had niet zoveel met grindbak herrie en drie akkoorden punk, daar was ik te funkie voor. Jij oordeelde niet. Op straat was ik een ‘vieze voele interne oet huilandj, manne.’ Jij vond dat prima. Binnen de muren van de kostschool heerste wederzijs onbegrip in vrede. Maar jij had net als ik niets met dure auto’s, villa’s en de zakenwereld.

Alleen bij een select groepje vrienden en bij jou vond ik wat ik zocht. Jij Azijn waar we met bezweette lichamen tegen elkaar aangedrukt van Bettie Serveert en Gotcha! genoten maar ook de plek waar ik met vijf andere vrijwilligers en drie betalende bezoekers Daryll-Ann zag. Ik haalde trots lege glazen en boende midden in de nacht je vloer alsof het heilige grond was.

De mogelijkheden waren eindeloos. Ik schreef, stijf van spelfouten, je eerste programmaboekje aan elkaar. Ik experimenteerde met avondjes waar ik theater en muziek samenbracht. Ik waagde het zelfs om met het ‘Dellen en Machobal’ een alternatieve vasteloavendj te organiseren. Maar dat was niets voor jou zo bleek.

In de ‘Aek’ kon veel, maar het mooiste was met ons rammelige bandje op jouw podium staan. Met warme lampen vlak boven je hoofd en onze puberige vriendinnetjes als groupies voor het podium, was het net echt. Na afloop werden we zwevend dronken: dit was slechts het begin, wisten we. Pinkpop zou later vanzelf volgen.

Azijn, ik heb toen echt gedacht je eeuwig trouw te blijven. Maar ik moest verder, verliet Roermond en kreeg een nieuwe vriendin. Maar soms op een onbewaakt ogenblik in de Grand dame van popmuziek Paradiso, voelt het nog alsof ik vreemd ga. Ja, vergeleken met jou, Azijn, is Paradiso een waanzinnig mooie en volwassen prinses maar jij, lieve Azijn jij was mijn eerste cluppie. En eerste liefdes vergeet je niet. Ook niet als ze er niet meer zijn.

Foto: FaceMePLS

Les talents de Londres

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van bijna negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

“Nous parlons couramment le français!” hebben we op ons profiel staan. “Wij spreken Frans!” Wij menen namelijk te weten dat er geen andere Bee-en-Bee eigenaar in Amsterdam is die deze taal nog beheerst. Aangezien Fransen nog altijd moeite hebben met elke taal buiten de grens, zullen ze vast in grote getale naar ons stulpje komen, redeneren wij. En wij kunnen wel een ‘Unique sellingpoint’ gebruiken want we hebben iets te compenseren; vanuit ons huis diep in Amsterdam-oost ben je minstens twintig minuten bezig voor je in het centrum bent.

Helaas! Binnenkort is de rest van dit verhaal weer te lezen in een boek of ergens anders….

Esoterische Britten

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van bijna negen maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.
Met grote kijkers en een grijze paardenstaart zit ze bij ons aan de keukentafel in een zelf gebreide trui en een wijde paarse broek met stiksels erop. Naast haar Kate, een verveeld kijkende puber van een jaar of vijftien. “Zo. Wat zijn de plannen voor de komende dagen?” Het is de saaie openingszin die we eigenlijk alleen gebruiken als onze gasten echt geen tekst hebben.
Na een haast ongemakkelijk lange stilte mompelt de vrouw bij ons aan tafel: “Nou eigenlijk niks. Geen idee.” Het pubermeisje zucht en laat haar ogen een rondje draaien. Moeder vervolgt: “Ik heb thuis zes kinderen en ben door mijn man voor het eerst sinds vijftien jaar op vakantie gestuurd.”
Het is alles behalve wat we hadden verwacht toen we besloten toch een keer Britten in onze Bee-en-Bee toe te laten. Het schrikbeeld: zuipende en blowende brulapen op bachelortrip waarvan je je steeds afvraagt hoe ze toch ooit die huwelijkspartner hebben kunnen vinden.
“Mama? Waarom hebben deze mensen geen TV?” vraagt puber Kate met een lang gezicht aan haar moeder terwijl ik toch echt tegenover haar zit. Moeder negeert dochter vakkundig terwijl ze haar zakje zelf meegebrachte biothee in een kopje laat zakkken.
We vragen naar haar verleden. “Niet bijzonders”, laat de dame ons weten. “Ik ben in India geboren en belandde als zestienjarige in een dorp onder Manchester. Daar ben ik jong getrouwd met een fabrieksarbeider. Maar Kate’s vader en ik zaten op andere energiebanen. Daar kwam ik achter toen ik Robbie leerde kennen. Robbie’s woongroep en zijn geneeskrachtige handen hebben mij gered. Hij schonk mij nog vijf kinderen.”
Ineens begint het mij te dagen. Deze dame is esoterisch volkomen doorgeslagen en laat ik van dat soort mensen nou net afschuwelijke uitslag krijgen. Ik begin onrustig op mijn stoel te schuiven en de vrouw indringend aan te kijken. Vlak voordat ik een zin dreig uit te kramen met daarin de woorden “sekte” en “kwakzalverij” grijpt Sophie in. Ze heeft haar gitaar gepakt en speelt het intro van Bob Marleys Redemption Song. Onze gast blijkt het liedje te kennen. Ze sluit haar ogen en zingt mee, haar handen langzaam zwaaiend in de lucht.
Sophie, meester in het iedereen naar de zin maken. Ik ken het en wil alleen maar tegen haar zeggen: “Nee schat, doe het niet! Deze dame is een verschrikkelijke zweefteef.” Maar ik zie dat het geen zin heeft. De dames zingen inmiddels Janis Joplin en als onze gast een bloemlezing begint van de Indiase periode van de Beatles, doet Sophie het licht uit en steekt kaarsen aan.
Als het niveau wegens gebrek aan repertoire bij Hotel California belandt, zitten we echt aan een kampvuur zonder vlammen. Ik kijk naar Sophie en dan naar het plafond. Tegenover mij, boven Kate, zie ik grote donderwolken. “Mahaaaam, mag ik chips?” vraagt ze. Ik sta op, ruk een keukenla open en haal er een gillend commerciele zak gefrituurde aardappels uit.

Beierse Bakvissen

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van acht maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

Mijn god we zijn toch geen jeugdherberg geworden?, denk ik als ik de deur open. Voor mij staan drie Beierse bakvissen van nog geen 18 jaar oud. In het mailcontact en op het profiel van Babette was hier niets van te merken: volwassen teksten en een volwassen foto maar nu staan er talloze nog nauwelijks opgedroogde pukkeltjes voor me.

Helaas! Binnenkort is de rest van dit verhaal weer te lezen in een boek of ergens anders….

Help! Hippe Turken!

Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen runnen een bed & breakfast in Oost. Ze hebben een zoontje van acht maanden, Dima. In Het Parool vertellen ze deze zomer twee keer per week over hun belevenissen.

“We hebben Bailey’s meegenomen! Heb je ijs?” Een mollig Turks meisje met roze haar trekt onze koelkast open en graait naar ijsblokjes. Ze pakt vier glazen uit een keukenkastje. “Jullie drinken toch wel mee?” We weifelen even, Bailey’s hebben we voor het laatst gedronken toen we een jaar of zestien waren en inmiddels staat het drankje al jaren op de zwarte lijst. Maar vooruit, omdat ze zo ongebreideld enthousiast is, accepteren we het aanbod en nippen we voorzichtig aan de mierzoete smurrie.

Helaas! Binnenkort is de rest van dit verhaal weer te lezen in een boek of ergens anders….