“Homoseksualiteit is een ziekte.” “De Westerse homobeweging geeft geld aan Afrikanen om te doen alsof ze homo zijn.” “Afrikaanse homo’s zijn hetero mannen en vrouwen die in Europa willen wonen.” “Hoe kun je eerst getrouwd zijn, kinderen hebben en dan homo worden? Geloof ik niets van!”
Soms hoor ik in Rwanda - in mijn ogen - zeer verrassende teksten. Ik sta met vlotte twintigers in een café in Kigali en mijn mond valt open. “Mijn vriend heeft twee ex-vriendinnen, die zijn nu lesbisch”, probeer ik. Even word ik vol ongeloof aangestaard. “Dan word jij ook lesbisch!!!” Luid gejoel in de bar. “Dat zou kunnen”, knik ik.
Ik doe er een schepje bovenop. Wisten jullie dat sommige Nederlandse politici jaarlijks staan te hossen op de Gay Pride, ons nationale homofeest? Hoofdschuddend vragen mijn nieuwe vrienden zich af: In wat voor idioot land woon jij?
Kayonga
Dorpen, plantages, fietsers, mensen die gewoon een beetje voor zich uitkijken, zoeven voorbij. Kinderen zwaaien. De taxichauffeur en ik wisselen wetenswaardigheden uit over onze levens. We zijn even oud, 32 jaar. Kayonga is getrouwd, katholiek en heeft dochters van 5 en 3. En ik? Ongetrouwd, geen kinderen. Misschien sluiten mijn vriend en ik een samenlevingscontract als ik thuiskom uit Rwanda.
Kayonga schatert het uit. “Een samenlevingscontract! Een contract! Is dat voor het leven?” “Eh… ik denk het wel”, zeg ik aarzelend. “Tenzij je het contract verscheurt natuurlijk. Maar ik hoop van niet.” Waarom ga je dan niet trouwen?”, roept Kayonga. Ik krab mijzelf nog eens achter de oren. “In Nederland zijn we niet zo bezig met tradities…” Kayonga zwijgt en richt zijn blik op de weg.
Het is goed dat je katholiek bent, zegt hij. Ik knik. Durf niet te zeggen dat ik de Roomse kerk vorig jaar vaarwel heb gezegd. Met drie officiële brieven naar katholieke instanties, een heel gedoe. Ik geloof niet meer in god. Laat maar.
“Wil jij even rijden?” vraagt Kayonga plotseling met schitterende ogen. “Ik? Hier? Nu?“ Hij zet zijn witte Toyota stil langs de kant van de weg, kijkt me vragend aan. Een halve minuut later zit ik achter het stuur - dat rechts zit - en scheur ik door de groene heuvels van Rwanda, over kronkelende wegen van rode aarde. Kayonga kijkt tevreden. “Jij bent een goede chauffeur. Maar rijd niet te hard!”


Vanochtend hadden wij zowaar een heuse oud-minister op de koffie in ons Nederige stulpje te Sint-Joost. De gang van ons soms wat brokkelige appartement deed namelijk dienst als Brusselse studio van BNR Nieuwsradio.
Voorbij Hasselt en Genk de grens over, een klein stukje door Nederlands Limburg en dan volgen ze elkaar in hoog tempo op. Duisburg, Oberhausen, Essen. Snelwegen, fabriekspijpen en grote grijze gebouwen. We zijn in het Ruhrgebied: de vieze grote broer van Belgie.
Terwijl Walen en Vlamingen elkaar de hersens inslaan, gaan Nederlanders en Fransen steeds beter door een deur. Wij lieten ons deze week verwennen in de fantastische kapsalon van Fransman Fred: swingende soul in een sixties-interieur. Fred moet erg lachen om die ruziende Belgen. Hij is dol op frieten maar van dit land begrijpt hij niets.



Recente Reacties