Category Archives: nieuws

De shockerende Sacre in brave tijden

Roger Bernat en Pierre Sauvageot brengen beiden een eigen interpretatie van Le Sacre du Printemps, de wereldberoemde compositie van Igor Stravinsky die precies honderd jaar geleden zijn première beleefde in Parijs. Dat moment staat te boek als een van de meest roerige uit de theatergeschiedenis. Kunnen we op Oerol nog wat opschudding verwachten?

Uit de grond gerukte pollen helmgras die door de lucht vliegen, publiek dat elkaar woedend met Nordic Walking-stokken en zwiepende Gaastra-jassen te lijf gaat, en een cordon ME-ers dat in moet grijpen om gemoederen te bedaren. Het had zomaar een tafereel kunnen zijn in de duinen van Terschelling, als Oerol honderd jaar geleden al had bestaan. Een schril contrast met het brave festivalritueel nu: het publiek kijkt een voorstelling meestal helemaal uit, applaudisseert (vaker met staande ovatie dan zonder) en laat zijn eventuele afkeer hooguit na afloop blijken, in keurige bewoordingen.

Kan kunst nog wel shockeren? Componist Pierre Sauvageot, die in de haven zijn nieuwe Sacre du Printemps laat horen, denkt inderdaad dat het voor de kunsten tegenwoordig lastig is de wereld op zijn grondvesten te laten trillen: “Ik zou het wel willen, maar kunst heeft een minder belangrijke positie in de samenleving dan honderd jaar geleden. Veel kunst is op elkaar gaan lijken, en dat geldt vooral voor de klassieke en populaire muziek. Het publiek weet precies wat het kan verwachten als het naar een concert gaat. Zeker de klassieke muziek is eigenlijk helemaal klaar. Ik vraag me dan steeds af: waar is de krachtige ervaring die muziek kan hebben? In een tijd waarin muziek altijd en overal om ons heen is, ga ik daarnaar op zoek. Het gaat om echt luisteren en samen iets meemaken. Soms moet het juist om hele kleine geluiden gaan, zoals bij Harmonic Fields in 2011. Nu probeer ik door de locatie en mijn bewerking een portret te maken van onze samenleving.”

De Sacre du Printemps is inmiddels van schandaalstuk verworden tot standaardrepertoire. “Het is een soort heiligdom geworden dat niemand durft te veranderen… behalve ik,” zegt Sauvageot met een ondeugende blik. “Puristen zullen het vreselijk vinden, maar ik heb voor mijn Sacre de partituur van het stuk genomen en alle westerse instrumenten eruit gegooid en ze vervangen door andere geluiden die heel ver van het origineel staan. Ik gebruik veel omgevingsgeluiden die met reizen te maken hebben, maar ook radiofrequenties, dieren en instrumenten uit Azië en Afrika. Ik heb het stuk eigenlijk bewerkt zoals Andy Warhol Monroe in een nieuw daglicht zette. Ik geef een ode aan Stravinsky’s werk juist door het te veranderen.”

Sauvageot liet het verhaal van het ballet Le Sacre du Printemps buiten beschouwing. “Ik vind het verhaal niet zo interessant, het is voor mij te links-rechts.” Bij The Rite of Spring van Spanjaard Roger Bernat speelt het verhaal juist een grote rol en staat de muziek minder centraal. Bernat baseert zijn voorstelling op de balletversie van Pina Bausch, die in 1975 een revolutionaire nieuwe choreografie op het stuk maakte. “In het verhaal wordt een maagd geofferd aan een zonnegod. Haar bloed is nodig om het land weer vruchtbaar te maken. De Sacre gaat eigenlijk over de relatie van onszelf met de mensen om ons heen. Het oncomfortabele gevoel iemand in een groep te moeten offeren, dat fascineert mij enorm.”

(Roger Bernard & Pierre Sauvageot. foto: Geert Snoeijer)

In zijn Sacre speelt Bernat met de conventies in het theater en de kunst. “Het mag allemaal niet te makkelijk worden”, zegt de Catalaan stellig. “Mensen zijn zo gewend om eendimensionaal naar voorstellingen te kijken. Relaxed zittend op een stoel en dan een voorstelling over je heen laten komen. Ik vind het vreemd dat het vrijwel altijd zo gaat. Het lijkt wel of de bezoekers hun lichaam zijn vergeten. Dat zie je eigenlijk overal in onze samenleving: je zit op kantoor achter je scherm of je laat je lichaam gedachteloos handelingen uitvoeren. Ik wil dat doorbreken door de ruimte, het publiek en hun lichaam anders te benaderen.”

De Sacre van Bernat zal bij sommige bezoekers misschien licht ongemakkelijke gevoelens oproepen, maar het lijkt er niet op dat mensen van zijn werk zo ondersteboven zullen zijn als bij die beroemde première van honderd jaar geleden. “Theater is als kunstvorm misschien niet meer zo belangrijk als toen, maar op kleinere schaal is het nog altijd mogelijk zaken ter discussie te stellen. Een paar jaar geleden maakte ik bijvoorbeeld een voorstelling waarin naakte mannen dansten. Dat leverde bij de kranten een discussie op of je naakte mannen wel af kon beelden. Terwijl een ontklede vrouw meteen geplaatst werd.”

“Echt shockeren is tegenwoordig meer iets voor de massamedia, maar het is goed om te zien dat het nog altijd kan”, weet Bernat. “Kwesties rond religie roepen nog altijd felle reacties op en datzelfde geldt voor zaken als homoseksualiteit, zoals we onlangs in Frankrijk hebben kunnen zien. Natuurlijk, het werkt nu anders dan honderd jaar geleden. Toen zat de hele Parijse elite in dezelfde theaterzaal terwijl de mensen die er nu toe doen veel meer versnipperd zijn. We moeten ook niet vergeten dat we het verhaal van de première in 1913 misschien ook wel een beetje romantiseren. Wellicht werden in die tijd veel vaker premières verstoord, maar kennen we die verhalen nu niet meer omdat het minder indrukwekkende kunstenaars waren. Maar het is duidelijk dat we nu veel meer discipline hebben. Niet alleen in het theater maar overal, dat zie je heel goed in mijn thuisland Spanje. Zelfs nu meer dan de helft van de jongeren werkeloos thuis zit zijn alle demonstraties, als ze er al zijn, braaf vergeleken met die uit de jaren zestig of tachtig.”

Roger Bernat – The Rite of Spring. 14 t/m 22 juni, 22.00 en 23.10 uur, Locatie 11 Voetbalveld West – West, € 13

Pierre Sauvageot / Lieux Publics & Cie – Igor Hagard, a Railway Rite. 15 t/m 23 juni, 11.00, 12.00, 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur, Locatie 2 Strekdam – West, met entreeband.

Johnson Sirleaf: I’ll not fire my sons

Ellen Johnson Sirleaf, the president of Liberia, is a beloved leader around the globe. She received the Nobel Peace Prize 2011. Yet, in her own country she’s been accused of nepotism. I was on hand for an exclusive Ellen Johnson Sirleaf, the president of Liberia, is a beloved leader around the globe. She received the Nobel Peace Prize 2011. Yet, in her own country she’s been accused of nepotism. I was on hand for an exclusive interview.

 

Three of your sons have been appointed to high government positions. How do you explain this?

“We have a country that has a very low capacity. Some of our institutions – the ones that have to carry out the important reforms for the transformation of our country – simply do not have the capabilities. They also sometimes lack the sufficient integrity to be able to do what is right.”

“We have to place certain people close to us in positions to carry out our mandate of reform at the level of competence and honesty that is needed.”

“Nepotism is putting somebody who is a relative in a position for which they don’t have the qualifications, integrity or competence. There are times when you have to hire relatives, even when it’s a temporary measure, to achieve your objectives.”

You’ve accused former Liberian president William Tolbert of nepotism because he put his relatives in powerful positions. Do you think they were competent?

“Oh absolutely they were competent. Look, I’ve been criticized now too. But meeting your objectives at the end of the day is what counts most.”

So you will not fire your sons? To show that you are a hero of anti-corruption?

“No, I will not. There is a mandate and there’s a job to be done. When that job and mandate is done, perhaps they’ll move on to other things.”

Government officials in Liberia sometimes earn up to 10,000 dollars a month. Is there anything you can do about that?

“We have to recruit Liberians of certain professional skills and experience to certain strategic posts. If we do not pay them well, we will not be able to recruit them. We actually pay foreigners on our technical assistance programme much more than that.”

“If a Liberian is qualified and competitive and if we want to get them, we’ve got to do that. Those Liberians getting positions and getting high salaries are strong, experienced managers, recruited from corporations abroad. Their skills are desperately needed to build our country. Liberians should not criticise those who come home with the right skills to rebuild their country. We need them at home.”

How will you gain trust in Liberia?

“I have trust in Liberia. I’m not talking about the noisy minority – that’s just all part of transformation. I’m talking about a
satisfied majority who I meet in rural areas and who are pleased that their lives have changed, their incomes have increased and they’re getting better services.

“We accept the criticism and the comments. We also accept the adulation and the praise. That’s part of moving ahead in a democratic society where all rights are respected and protected. Liberia is making progress and the majority of the Liberians and the international community is quite aware and recognizes that.”

Ellen Johnson Sirleaf visited the Netherlands to receive an Honorary Doctorate Degree at Tilburg University on 9 November.“>interview.

 

Three of your sons have been appointed to high government positions. How do you explain this?

“We have a country that has a very low capacity. Some of our institutions – the ones that have to carry out the important reforms for the transformation of our country – simply do not have the capabilities. They also sometimes lack the sufficient integrity to be able to do what is right.”

“We have to place certain people close to us in positions to carry out our mandate of reform at the level of competence and honesty that is needed.”

“Nepotism is putting somebody who is a relative in a position for which they don’t have the qualifications, integrity or competence. There are times when you have to hire relatives, even when it’s a temporary measure, to achieve your objectives.”

You’ve accused former Liberian president William Tolbert of nepotism because he put his relatives in powerful positions. Do you think they were competent?

“Oh absolutely they were competent. Look, I’ve been criticized now too. But meeting your objectives at the end of the day is what counts most.”

So you will not fire your sons? To show that you are a hero of anti-corruption?

“No, I will not. There is a mandate and there’s a job to be done. When that job and mandate is done, perhaps they’ll move on to other things.”

Government officials in Liberia sometimes earn up to 10,000 dollars a month. Is there anything you can do about that?

“We have to recruit Liberians of certain professional skills and experience to certain strategic posts. If we do not pay them well, we will not be able to recruit them. We actually pay foreigners on our technical assistance programme much more than that.”

“If a Liberian is qualified and competitive and if we want to get them, we’ve got to do that. Those Liberians getting positions and getting high salaries are strong, experienced managers, recruited from corporations abroad. Their skills are desperately needed to build our country. Liberians should not criticise those who come home with the right skills to rebuild their country. We need them at home.”

How will you gain trust in Liberia?

“I have trust in Liberia. I’m not talking about the noisy minority – that’s just all part of transformation. I’m talking about a
satisfied majority who I meet in rural areas and who are pleased that their lives have changed, their incomes have increased and they’re getting better services.

“We accept the criticism and the comments. We also accept the adulation and the praise. That’s part of moving ahead in a democratic society where all rights are respected and protected. Liberia is making progress and the majority of the Liberians and the international community is quite aware and recognizes that.”

Ellen Johnson Sirleaf visited the Netherlands to receive an Honorary Doctorate Degree at Tilburg University on 9 November.

Kinshasa : comment brouiller une radio ?

Je suis au sommet de la plus haute colline de Kinshasa, entourée par les antennes de la Radio et télévision nationale RTNC du président congolais, Joseph Kabila. Ici, la plupart des médias de la RDC diffusent aussi leurs programmes. Et c’est l’Etat qui les contrôle.

Jour et nuit, des militaires sont postés en dessous des énormes antennes de la RTNC. Lorsque je passe devant, ils me suivent du regard. Ne touchez-pas, disent leurs yeux. Parfois, il s’endorment dans l’ombre, ce qui me permet de faire quelques photos en cachette. Voilà comment les dirigeants de ce pays contrôlent les médias. D’ici, le signal de la radio onusienne Okapi a été brouillé samedi dernier après une émission sur les rebelles M23.

Le mystère de l’antenne couchée
Au pied d’une antenne de 60 mètres, je rencontre Kudura Kasongo. Il est ancien porte-parole du président Kabila et propriétaire de la chaîne de télévision CMC TV, une chaine de l’opposition favorable au politicien Vital Kamerhe. Aujourd’hui Kasongo s’oppose donc ouvertement au régime congolais.

“D’abord, on nous a brouillé. Pendant une émission, on a retiré le signal”, explique Kasongo. “Juste avant la présidentielle de 2011, nous avons retrouvé l’antenne couchée. Quel mystère !”, lance Kasongo.

Il accuse l’Agence nationale des renseignements (ANR) d’avoir retiré le signal. “Elle devrait surveiller le territoire face aux agressions extérieures au lieu de surveiller les médias et les hommes politiques”, affirme-t-il.

Le pouvoir d’un monopole
“Vous voyez les trois grosses antennes au fond ?”, demande Kasongo, pointant son doigt. “C’est le terrain de Téléconsult, une entreprise privée italienne. Ils logent la plupart des télévisions et des radios en RDC, y compris RTNC. Ils ont le monopole du matériel et de la technologie. Un coup de fil de l’ANR suffit pour couper le signal.”

Dans la rue, un blanc est assis sur une chaise en plastique. Il boit de la bière congolaise. “Vous êtes Italien ?”, je lui demande. Il me répond que oui. “Vous travaillez pour Téléconsult ?” Encore oui. “Alors, c’est vous qui contrôlez tous les médias à Kinshasa, et même plus loin ?” L’Italien se lève soudainement. Il s’excuse, dit qu’il doit aller voir un collègue. Puis il court vers ses multiples antennes.

Mise à jour : Joint au téléphone, un porte-parole de Téléconsult répond que les accusations des journalistes sont fausses. Ils nient toute implication dans cette censure.

“Je ne suis pas marié”

“Du temps des mariages avec le sel, l’argent n’était pas si important. De nos jours les familles réclament tant, que les jeunes préfèrent rester célibataires.” Ces paroles sont sur le nouvel album Bouger le Monde du groupe congolais Staff Benda Bilili. J’ai rencontré Roger, le plus jeune membre du groupe, et le bassiste Paulin ou “Cavalier”, un des aînés du groupe, tous les deux célibataires. Et pour eux, le célibat c’est la misère!


10.000 dollars

Ça fait très, très longtemps que Paulin est seul. “Je suis célibataire parce que, si tu veux te marier, il faut avoir un boulot, il faut avoir à manger. Chez nous c’est un grand problème. Il faut avoir 5.000 ou 10.000 dollars pour se marier avec une femme. Tu vois ? C’est dommage pour les jeunes, comme il n’y a pas de boulot. Il faut donner 30 caisses de bières, de l’argent et la dot à la famille, c’est beaucoup!”

Roger, le petit dernier de Staff Benda Bilili, a 24 ans. Lui aussi est un homme libre. Et avec lui, de plus en plus de jeunes dans son pays, la République démocratique du Congo (RDC) : “Moi, je ne suis pas marié, j’ai des enfants, mais je ne suis pas marié. La responsabilité, les dépenses, tu dois payer le loyer… Il y a beaucoup plus de jeunes qui souffrent à propos de ça.”

L’esprit du célibat
Mais aujourd’hui, pour Roger, se marier est devenu possible grâce au grand succès international du groupe Staff Benda Bilili. “Mais derrière moi il y a des millions de jeunes, surtout en Afrique, qui n’ont pas ces capacités. C’est difficile. Il y a des gens qui meurent sans avoir fait un enfant. Voilà l’esprit du célibat.”

Et peut-être qu’il se mariera un jour. “Un homme doit être responsable, dit Roger. A 26 ou 27 ans, il faut être marié.” Mais pour Paulin, le bassiste de Staff Benda, il est trop tard, il se considère trop vieux pour avoir des enfants : “Oui, c’est trop tard, affirme Paulin. Parce que chez nous, il faut faire des enfants avant d’avoir 35 ans !”

Ne pas rester seul
Paulin restera donc seul. Heureusement qu’il vit en groupe avec les autres membres de Staff Benda Bilili, qui sont comme une famille pour lui : “Il ne faut pas rester seul. Donc il ne faut pas que le groupe se sépare. Il faut rester ensemble !” Le groupe a d’ailleurs composé une chanson sur leur volonté de rester ensemble, intitulée “Ne me quitte pas”.

Schrijven in het landschap

Vandaag trek ik eropuit. Laptop onder de arm, want vandaag ben ik de ultieme schrijver, op zoek naar inspiratie in het Terschellinger landschap. Ik weet het zeker, het wad zal ook mij prachtige woorden schenken, zoals het dat deed bij al die theatermakers en schrijvers die mij voorgingen.

Ik begin op mijn favoriete plek op het eiland: het stukje duin tussen het Hoornse Bos en de Boschplaat. Daar waar alle menselijke aanwezigheid ineens verdwenen lijkt en plaatsmaakt voor een glooiende zee van stug helmgras in groen en beige. Een plek waar zelfs dieren hun aanwezigheid tot een minimum lijken te beperken.

Daar zit ik dan, een pennetje of pijp in mijn mondhoek. Ver weg van stagnerende fietsfiles en onvindbare voorstellingslocaties tuur ik over de velden met van die scherpstellende ogen, een enkele zwevende vogel boven mijn hoofd. Zo nu en dan knik ik langzaam, buig mijzelf voorover en schrijf geïnspireerd een zin op, waarna ik mijn blik weer naar het oneindige richt. Ik heb alle tijd en laat de mooiste zinnen op mij afkomen.

Dan ga ik verder, eindelijk de Boschplaat op. In meer dan tien bezoeken aan Terschelling heb ik daar nog nooit tijd voor gehad. Mijn adem stokt als ik die prachtige kwelders zich het land in zie vreten. Links zoeken zilvermeeuwen en buizerds beschutting in een duinpan. Ik verbaas me over de eindeloze diversiteit in kleuren en leven op het eiland. Dan kijk ik op de klok en kijk naar buiten. De regen slaat krachtig tegen de ramen. Ik sluit Google Maps, open mijn tekstverwerker en haal de deadline.

Talking politics with Tuaregs over tea

I wrote this article for Radio Netherlands Worldwide:

Sympathizers and a member of the National Movement for the Liberation of Azawad in Paris invited Radio Netherlands Worldwide reporter Sophie van Leeuwen over for a cup of tea. As her chat revealed, building a new country and managing a humanitarian crisis is hard.

In a petite studio apartment in the north of Paris, a group of Tuaregs met on a recent Thursday night to discuss their new country, Azawad. And I was invited. Sitting on the floor, they eat lamb and drink tea. In between, they Skype and talk on the phone.

Few Tuaregs live in the French capital. About one hundred, estimates Mamatal Ag Dahmane, a young Tuareg man. They all know each other.

Mobilized
Everyone has been mobilized. “The situation demands it,” says Ag Dahmane, who doesn’t want me to take his photo.

The Tuaregs are clearly busy building a new nation. Azawad lies in the north of Mali, a territory in the desert that was conquered earlier this month. “Many of us did not choose to participate,” says Ag Dahmane, “but this is a situation that affects all of us.”

Catastrophic
“We’ll have to double our efforts,” says Ousmane Ag Daalla, stretching out on a bed with his tea. In his view, all hopes are pinned on Paris.

Ag Daalla and Ag Dahmane are concerned by the humanitarian situation in northern Mali. “Every day there are threats,” says Ag Daalla. “Either the French will fight the Islamist whom they suspect to be in the north, or ECOWAS [Economic Community of West African States] will organize 2000 or 3000 men to attack the north.”

“Catastrophic” is how Ag Dahmane describes it. “There are actually more than 210,000 refugees spread all over Mauritania, Burkina Faso, Algeria and Niger. They find themselves in a very, very difficult situation. Unfortunately the humanitarian NGOs are not able to provide enough help.”

Total war
In the meantime, Mali’s interim president , Dioncounda Traoré, has pledged to attack the Turareg rebels occupying the north of his country.

Is this total war? President and spokesperson of the MNLA European division Moussa Ag Assarid reflects. “We ask ourselves: ‘Haven’t we been in war before?’ I think so!” he says. “Whoever comes to dislodge us from our territory we are ready to fight until the end.”

By which means ? Moussa Ag Assarid : “We have men, women, children who have given their lives. And we have our determination. Because of all that, we won’t back of.”

It’s late. Ag Dahmane thanks me for visiting. On my way out, at the door, he smiles: “Will you help us?”

Pronk: West turns a blind eye to Sudan slaughter

Dit interview met voormalig VN-gezant in Sudan (2004-2006) Jan Pronk maakte ik voor Radio Netherlands Worldwide.

The Western world is turning a blind eye to the slaughter in the Sudanese region South Kordofan, says former UN Special Representative in Sudan Jan Pronk. He led the UN peace-keeping operation in Sudan from 2004-2006. According to Pronk, it’s time for the United Nations Security Council to act.

How do you explain the current crisis in South Kordofan?
Jan Pronk: “The Comprehensive Peace Agreement has led to the independence of South Sudan this summer. But not everything has been settled in the peace treaty, in particular, the status of three specific areas in Sudan inbetween the north and the south: Abyei, the Nuba Mountains – or South Kordofan – and Blue Nile.”

“After South Sudan became an independent state, these three areas more or less ended up in a vacuum. The struggle continues, mainly in Abyei and the Nuba Mountains. Abyei is the area where the war between the north and south began. The rebels in South Kordofan, continue to fight for independence.”

Is a new genocide taking place?
Jan Pronk: “The northern forces are killing people on a large scale. We shouldn’t be asking whether or not they are carrying outs acts of genocide in South Kordofan. We need to stop the violence and the slaughter now!”

“The Southerners are being bombed and killed. The northern forces are using more or less the same tactics as they always did in the south: killing people in villages, bombing villages, killing people on horseback – exactly what they did in Darfur and continue to do in Darfur. The same tactics!”

What should the international community do to protect these people?
Jan Pronk : “I’m afraid that the West at the moment is turning a blind eye to what’s going on in South Kordofan, because the West is afraid to irritate al-Bashir. They need al-Bashir to maintain some stability over the implementation of the 2005 peace treaty. They need him to respect the independence of South Sudan.”

“The South doesn’t give much support to the populations of these three areas because they are afraid that if they give support to these people – military or political – it will be the start of a new war between the north and the south.”

So what about the United Nations?
Jan Pronk: “We should definitely do something. What is happening at the moment is not in accordance with the peace treaty. The United Nations Security Council should take steps to continue working with the peace force UNMISS (United Nations Mission in Sudan) and give it a chapter seven mandate, which means a mandate to protect people against the will of the leaders over there. That’s a decision that has to be taken by the Security Council.”

“But you first have to put the issue on the agenda of the Security Council. I know it’s difficult because the Chinese and the Russians are perhaps very good friends with al-Bashir. But the Americans are also very good friends with al-Bashir. That means that the Europeans should put the issue on the agenda.”

“It’s difficult because at the moment there are so many issues on the agenda of the Security Council. I can understand that some countries say: It’s too much. We cannot deal with everything. But they have to understand that not dealing with issues like this also makes them responsible for the victims of non-action.”

Stromae: In Africa, I am considered white

My chat with the Belgo-Rwandan Stromae for Radio Netherlands Worldwide during Eurosonic Noorderslag 2011!

Stromae?
That’s « verlan » for maestro. Verlan is slang from Paris, but we use it in Brussels too. You take a word and flip it. Maestro becomes Stromae. I find it a bit more modest.

I don’t pretend I’m a maestro. I consider myself to be one just because I write songs behind my computer. My musicians are inside my computer. I’ll never compare myself to big composers like Mozart or Beethoven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=VHoT4N43jK8[/youtube]

Since you’re Belgo-Rwandan. Are you well known in Africa?
The song Alors on danse worked well in Africa. Or at least in the French-speaking countries. The European French-speaking culture is influenced a lot by the African French-speaking culture. I know my single worked very well in countries like DR Congo. Also in West-African countries and in the north: Morocco, Tunisia. A little bit in Egypt, even if they don’t speak French. South Africa too. I’ve seen Gabonese people on my Facebook page. My hat off to all the African people who support me.

Let’s say you’ve been elected president of Rwanda. What would be your number one priority?
For Rwanda – I think, I’m not sure – we’ll have to focus on forgiving. I believe the actual president Paul Kagame is doing a great effort. After all, big crimes have taken place there. We will have to evaluate this genocide.

And your priority in Belgium?
In Belgium… there was no genocide, luckily. But people in Belgium are busy with similar stupidities – language stupidities. I believe people should come closer to each other. We are talking about human problems. As a president, I think you should take a step back. You should not think about your own interest, but about the interest of the people. But that’s an easy thing to say if you are not in power. I don’t want to pass easy judgements.

What is your personal relationship with Africa?

When I am in Africa, they consider me as white. Even a Black African who grew up in Africa, is seen as white. I don’t want to falsely get closer to an origin or another, without really knowing it. I don’t know much about my African roots. In fact, I never knew my father. But we danced a lot on music by Kofi, Papa Wemba and others. In Europe we danced too! In music, I think there is no more borders.

Thinking about the Netherlands, what’s the biggest cliché you can think of?
When I think of the Netherlands, I think of Gouda cheese. We eat a lot of Dutch cheese in Belgium. I think of beer too, but Belgium has a better reputation for beers. Weed, you’re very well known for marihuana. The Netherlands is one of the few countries that legalises weed.

Do you smoke any yourself?
Me? No. Never. Seriously. Seriously!

Being a role model yourself, who’s your personal role model?
Ibrahim Ferrer! He’s one of the singers in the collective Buena Vista Social Club. I’ve been listening to them for a long time. My mother introduced me to his music. It’s a good mix of all the music in the world. He’s inspired by the Congolese rumba, he uses the same congas. There are also Spanish and oriental influences in his music.

The Buena Vista Social Club has melancholy. It is full of modesty and simplicity. It is simply wonderful! But I believe there is a lot of melancholy in electronic music as well. Even the New Beat was very much inspired by Cuban music. These are the same kind of melodies I have been using in my music.

One11: een journalistiek nieuwjaarscadeau

Elke dag weer krijgen we in het nieuws een stortvloed ellende over ons heen. “Genoeg!” dacht Bas Mesters, correspondent in Rome. Laten we als journalisten eens positieve, opbouwende verhalen schrijven. Daarom geeft Mesters Nederland op 1 januari 2011 een uniek journalistiek nieuwjaarscadeau. Ruim 30 Nederlandse journalisten in alle uithoeken van de wereld vertellen nu eens een verhaal over iemand die tegen de stroom in iets positiefs probeert te doen om de wereld een heel klein beetje beter te maken. Vaak zijn dit totaal onbekende mensen maar hun verhaal mag ook wel eens gehoord worden. De komende maanden verschijnt dagelijks een verhaal op www.one11.nl.

Zelf schrijf ik een verhaal over een onderwijzer op de nieuwe bijzondere gemeente van Nederland Sint Eustatius. Een man die, zich 24 per dag inzet voor de jeugd op dit kleine eiland in de Caribische zee. De publicatie van dit verhaal wordt later gepubliceerd maar geniet ondertussen van de verhalen van collega’s:

Youssou N’Dour : ”Wilders ? Connais pas”

“Notre religion est des fois déformée par des gens ici.” Youssou N’dour la semaine dernière aux Pays-Bas – défend sa religion. L’avis de la superstar sénégalaise.

”Quand j’étais très jeune, nous parlions de l’Europe comme d’un El Dorado. C’était quelque chose de magique, un continent de réussite. Je me souviens que je parlais toujours d’Amsterdam. Je voulais aller à Amsterdam un jour. Sans vraiment connaître bien le pays.”

”La Hollande est en relation avec ma musique. La première fois que le musicien anglais Peter Gabriel a entendu ma voix, c’était sur la radio néerlandaise. Il a dit : Oh ! quelle est cette voix ?”

”Et puis j’aime beaucoup le football. J’aime beaucoup les joueurs ici. Et j’ai des amis aux Pays-Bas. Il est exclu que je fasse une tournée en Europe sans passer en Hollande.”

Ridicule

”Le politicien néerlandais Geert Wilders ? Non, je ne le connais pas. Mais je connais un peu la situation générale aux Pays-Bas. Qu’il y a de plus en plus de gens qui ont des idées un peu d’extrème droite.”

”Moi je crois que l’islam, c’est le contraire de ce qu’il dit. L’islam, c’est une religion de tolérance, une religion de paix. C’est une religion – si vous lisez l’équivalent de la Bible, le Coran – qui aborde toutes les questions. Comme dans toutes les religions il y a des gens qui sont un peu extrémistes.”

Pour moi la multitude d’ethnies, de langues, de religions, ce n’est pas un obstacle ! C’est une richesse. Malheureusement de plus en plus de gens y font obstacle. Ils utilisent leur message, leur discours en disant que c’est un problème. Moi je crois que c’est dommage qu’il y ait des gens qui arrivent au pouvoir avec un message ridicule. Ainsi ils arrivent à convaincre plus de gens. C’est dommage.”

Déformée
”La religion est tout pour moi. La religion me suit dans tout ce que je fais. Je pense que c’est important pour moi de défendre toujours ma religion et d’utiliser aussi ma musique et ma réputation pour promouvoir le vrai visage de notre religion, qui est des fois déformée par des gens ici.”

”Les médias parlent beaucoup de ces extrémistes comme s’ils étaient importants. Mais la majorité de la population musulmane est tolérante, aime la paix. Je crois que les médias ont joué un rôle très important. Ils montrent toujours un côté très dur des fondamentalistes. Il y a aussi des fondamentalistes dans les autres religions. Mais on parle beaucoup plus des fondamentalistes dans la religion musulmane. Je ne suis pas d’accord.”

Mission
”Personnellement, je resterai toujours musicien, mais je participe à la politique. Cela m’intéresse beaucoup, la politique dans mon pays, dans mon continent. Pour jouer sur les bonnes décisions.”

”Quant aux Pays-Bas, je crois fondamentalement que les Néerlandais sont un peuple ouvert. Il ouvrira toujours ses yeux vers la richesse des cultures. Moi, j’y crois.”