Maandelijks archief: februari 2008

Gouden Mug Bart De Wever

Slechts heel even klonk er afgelopen week gejuich over het bereikte akkoord in Belgie. Daarna verstomden de vreugdekreten even snel als ze gekomen waren. Reden: alle regeringspartijen hadden positief gereageerd op de N-VA van Bart De Wever na.

Vol angst en beven moeten de politici op hun partijkantoren hebben zitten wachten op zijn reactie. En toen die eindelijk kwam zullen velen geroepen hebben: “niet weer he?” Jawel, Bart De Wever gooide wederom meerdere knuppels in het politieke kippenhok van Belgie. Op basis van dit akkoord wil Bart De Wever niet meeregeren en zit de coalitie met een kleinere meerderheid dan gewenst.

Wat is er aan de hand en wie is Bart De Wever? Bart De Wever is de leider van de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), een nationalistische partij in het midden van het politieke spectrum. Zijn doel: de staat Belgie laten verdampen en Vlaanderen onafhankelijk verklaren. Nu zou je als naieve Nederlander denken: dan doe je het lekker toch zonder meneer De Wever, maar zo eenvoudig is dat niet.

Het CD&V, de christendemocraten onder leiding van Yves Leterme, hebben hun lot verbonden aan de N-VA. Als een kartel deden ze vorig jaar mee aan de verkiezingen. Met succes want de combinatie CD&V/N-VA was de grote overwinnaar in Vlaanderen.

Goede zet die N-VA erbij halen, moeten ze smalend gedacht hebben bij het CD&V. Maar zo simpel was het niet. Toen de coalitieonderhandelingen begonnen bleek Bart De Wever met zijn zes kamerzetels alles op alles te zetten om Belgie zo snel mogelijk in rook op te laten gaan. Niks meer bevoegdheden naar de deelstaten. Nee, zoveel mogelijk en het liefst alle macht naar de Vlaamse en Waalse regering.

Tot overmaat van ramp bleek het politieke talent (en het fysieke uithoudingsvermogen) van De Wever vele malen groter dan dat van beoogd premier Leterme. De Wever frustreerde de onderhandelingen keer op keer en doet daar nu weer een schepje bovenop.

Bart De Wever maakt het zijn grote broer CD&V erg moeilijk. Door zijn uitspraken en electorale kracht gieren de Vlaams-Nationalistische hormonen meer dan ooit door de aderen van de Nederlandstalige christendemocraten. Vandaag maakte de jongeren van het CD&V bekend dat ook zij het akkoord niet steunen.

En de Walen? Die lusten Bart De Wever rauw. Het Franstalige mediablad Telemoustique liet Bart De Wever deze week de Gouden Mug winnen. Een prijs voor de meest giftige persoon van het jaar. De Wever liet tijdens deze verkiezing de presidenten Bush, Sarkozy en Poetin ver achter zich. Prik. Au!

Bart De Wever lacht ondertussen in zijn vuistje en verstevigt zijn greep op de Belgische politiek. Ja, lieve weblog kinderen we zijn er nog lang niet hier in het zuiden. Binnenkort vast nieuwe afleveringen van de Wetstraatsoap… Tot snel!

Kat in de zak

Nog 24 dagen tot de nieuwe Belgische regering. Met Pasen moet Leterme I er zitten. En we moeten toegeven: de toestand in België ziet er vandaag een stuk minder belabberd uit dan vorige week. Beoogd premier Yves Leterme die met maagbloedingen op de intensive care lag, wordt binnenkort ontslagen uit het ziekenhuis. En er is eindelijk (!!) een akkoord over de Belgische staatshervorming.
 
Maar over dat akkoord van afgelopen zondagnacht heerst grote ontevredenheid. Volgens veel Vlamingen gaat het helemaal nergens over. Een schrale oogst, kopt de Vlaamse krant De Standaard. Sardienen in de hand, vette vis in de lucht. 
Alleen het verkeersbeleid zou het niveau van borrelnootjes overstijgen. Vlaanderen mag straks zelf bepalen hoe langzaam auto’s mogen rijden, want snelheidsbeperkingen worden een regionale kwestie. Wow.
 
Hmm. Eens zien wat de Vlamingen nog meer van de Walen gedaan hebben gekregen. Regionalisering van het dierenwelzijn, delen van de kinderopvang, ondernemerskredieten, huurprijzen en het (lege) Landbouwrampenfonds. Alle echt belangrijke punten zoals de hervorming van de gezondheidszorg, het arbeidsmarktbeleid of de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde komen pas op 21 juli ter tafel. Terwijl Leterme I dan al maanden het land bestuurt. De Walen zullen zich de ziekte lachen.
Een kat in de zak kopen is niet voor niets een Vlaamse uitdrukking.

Gefeliciteerd Spirou!

Mannen houden van strips. En strips houden van mannen. En zo stond ik woensdagavond in een zaal vol volwassen jongens, snoepend van een enorme Robbedoes-chocoladetaart. Tekenaars, uitgevers, hoofdredacteuren, herinneringen ophalend aan het stripblad Robbedoes, in het Frans Spirou.


Spirou wordt dit jaar 70. Het is het oudste nog bestaande stripweekblad van Europa. De invloed van Spirou op de Europese stripcultuur was enorm. Guust Flater, Asterix, Lucky Luke, de Smurfen, allemaal zagen ze het licht in Robbedoes. En natuurlijk de rode piccolo zelf en zijn vrienden Kwabbernoot en Marsupilami.
Het was een te gekke tijd, vertellen de oud-medewerkers. Chaotisch! De redactie was een puinhoop! In die puinhoop verzonnen zij als jonge mannen de ene idiote stripfiguur na de andere. 

Maar het feest in het stripmuseum te Brussel heeft een wrange bijsmaak. Spirou mag dan wel jarig zijn, de Nederlandse versie Robbedoes is kort geleden (2005) ter ziele gegaan. Te weinig lezers, waarschijnlijk door de moordende concurrentie van televisie en internet. In Wallonië houdt Spirou – met 65.000 abonnees – zijn hoofd nog boven water.

De stripgekken, de Spirou-mannen op leeftijd, kijken er een beetje sip bij. Maar het zijn vooral de goede herinneringen die blijven. Ze slaan elkaar op de schouders, zwaaien hun champagneglazen de lucht in en zingen uit volle borst: “Joyeux anniversaire Spirou!”

Smogalarm!

Voor de tweede dag op rij moeten we van de Belgische autoriteiten zo min mogelijk auto rijden en bij luchtwegproblemen vooral binnen blijven. De reden: smog die vanuit het Duitse Ruhrgebied de grens over is gewaaid. Ingebeeld, of niet wij werden vanochtend hoestend wakker en maakten de volgende foto uit ons raam. 

Maar het kan altijd erger, kijk maar eens naar het uitzicht van collega Michiel Hulshof in Shanghai.

Dood en verderf

Houten kruizen, somber kijkende heiligen en dode vogeltjes. “Dat verassend land: Wallonië”, zo omschrijft het Brusselse Paleis van Schone Kunsten zijn nieuwste verzameling kunstschatten van vroeger en nu. Een veelbelovende titel vonden wij.

Nieuwsgierig stapten we de BoZar binnen, op zoek naar een ander Wallonië. Geen taalstrijd, vieze industrie of politieke spelletjes waar de Belgische kranten dagelijks van berichten. Hopend op een land van melk en honing met spannende kunstenaars en onverwachte creatievelingen.

Eenmaal binnen in het museum stuitten we op een lugubere en godvrezende verzameling. De schedel van Sint Dagobert, een foto van een levenloze naakte vrouw in bad, een verteerd stenen lijk, een beeld van Job onder de builen en een gefotografeerde verstijfde parkiet. Onze grafstemming werd nog verder aangewakkerd door een middeleeuwse prent met het motto: “Er is maar een zekerheid, dat is de dood.” Op deze prent een reeks schilderingen van allerlei sterfmethodes:  ziekte, ophanging, verdrinking, een val in het ravijn en ouderdom.

Is dit Wallonië? Een land dat ons verrast met middeleeuwse relikwieën? Is Franstalig België werkelijk zo nederig en kwetsbaar als een op sterven na dood vogeltje? Bezorgd verlieten wij het BoZar, hard toe aan een Vlaamse zak friet.

Sekstoerisme in Brussel

Enige tijd geleden schreef ik voor de website IJskast het volgende stukje:

Brussel, 29 januari 2008,

Als sekstoerist naar Nederland. Dat was voor veel Belgen kort geleden dagelijkse realiteit. Hier mocht bijna niks en het liberale Nederland was voor de hitsige zuiderbuur een verademing. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen barstte het van de peepshows en seksshops, speciaal voor Belgen.

Maar het tij lijkt gekeerd in België. De seksindustrie bloeit als nooit tevoren. Als direct gevolg van de strenge wetgeving van hun overspelige president Sarkozy hebben zelfs Fransen Brussel als seksstad ontdekt. De overlast van Franse hoerenlopers houdt de gemoederen al maanden bezig. Minstens zo verontrustend is de reden die de Fransen zelf geven voor hun gang naar Brussel: de meisjes zijn er mooier dan in Amsterdam.

De rosse buurt is slechts een paar minuten lopen van mijn huis en met instemming van mijn geliefde neem ik er een kijkje. De locatie van de hoerenbuurt is klassiek: aan de groezelige achterzijde van het station. De etalages zien er goed uit, constateer ik. Speels haast. Soms zitten drie vrouwen samen achter een groot raam. Geen chagrijnig getik op de ramen, maar het lijkt alsof ze lol hebben in hun werk: fier werpen ze hun achterwerken naar me toe.

Ik vraag eem glazenwasser of de meisjes hier echt zoveel beter zijn dan in Amsterdam. Hij laat me met een ondeugende blik weten dat er veel kwaliteit tussen zit. Ook een Nederlandse seksshopverkoper beaamt glimlachend dat het wel goed zit met het vrouwelijk schoon.

Het is duidelijk: in het land dat vooral bekend staat om Dutroux en kinderporno lijkt de seksindustrie nu echt volwassen te worden. Nog even en Nederlanders gaan, bij gebrek aan de Wallen, massaal naar België voor hun pikante gerief. Al drie seksshop verkopers uit Sluis gingen u voor. Waar Sluis ligt? Juist: in Zeeuws-Vlaanderen.

Hoe Napoleon zijn Waterloo vond

‘Merde’, moet de kleine keizer hebben geroepen. Luid gejuich ging op in de Lage Landen. Napoleon was in de pan gehakt en het Franse leger vertrok met de staart tussen de benen. Een jarenlange oorlog was voorbij. Bonaparte werd op een boot gezet naar het eiland Sint Helena, een van de meest onbereikbare plekken op aarde.

Tienduizenden mannen werden hier neergemaaid, vertrapt en doodgeschoten. Het regende die dag, 18 juni 1815. Vandaag zijn de velden van het Belgische Waterloo overgoten met zon.

Zo groots als de Fransen Napoleon herinneren, zo klein en afwezig is hij hier. We beklimmen de heuvel die uitkijkt over het voormalige slagveld. Bovenop vinden we geen beeld van de machtige keizer, maar een reuzachtige stenen leeuw. Een aandenken van koning Willem I der Nederlanden (Nederland én België). De kersverse vorst was apetrots op zijn zoon, de Prins van Oranje, bevelhebber van de Nederlandse troepen. Prins Willem vocht aan de zijde van Engeland, Schotland en Pruisen, raakte tijdens de slag licht gewond en kreeg de bijnaam ‘Held van Waterloo’.

Met moeite vinden we Nappy, even verderop op de parkeerplaats. Gereduceerd tot een klein gehavend beeld tussen de treurwilgen. In de tegenover gelegen grote Taverne Wellington, vernoemd naar de zegevierende Britse opperbevelhebber, kun je thee drinken op z’n Engels. De Corsicaan zal zich omdraaien in zijn graf.

Het is duidelijk, Napoleon was in deze streek eerder gehaat dan geliefd. Gelukkig kan hij bij de Fransen op meer enthousiasme rekenen.

De man van 1.67 meter, die zoveel jonge mannen de dood in joeg, ligt tot op de dag van vandaag in het meest megalomane graf van Frankrijk: Dome des Invalides in Parijs. Wie Napoleon een held vond raden wij aan daarheen te gaan. Voor ons overwinnaars is zijn wat lullige, originele grafsteentje op Sint Helena misschien meer gepast. Een reisje daarheen – dertien dagen per postboot – kost een paar duizend euro maar dan heb je ook wat.

Een potje telemonopolie (II)

Vrijdag is bij Vlaams-Nederlands cultuurhuis de Buren sinds 1 februari opiniedag. Deze week Dorian van den Brempt over de Fenominale Feminitheek van Louis Paul Boon en Ann De Craemer die zich opwindt over de parate kennis van de student anno 2008. Ondertussen maak ik me maar weer eens druk om België als digitaal derde wereldland:

Vrij verkeer van mensen en goederen, dat was bij de oprichting van de Europese Unie een van de belangrijkste doelstellingen. Inmiddels zou het niet verkeerd zijn om daar de gelijkheid van digitaal dataverkeer aan toe te voegen. De gelijkheid op het gebied van internet is voor de Belgen, nota bene bewoners van het centrum van Europa, ver te zoeken.

Waar ben ik? In Digibetistan? Daar lijkt het wel op. Wie als Nederlander naar België verhuist, wordt digitaal in een klap terug in de tijd geworpen. Trage verbindingen, downloadlimieten en dat alles voor een stevige prijs. Even de laatste aflevering van Pauw & Witteman kijken op de Nederlandse site  uitzendinggemist.nl is er niet meer bij. Na negen seconden Witteman moet mijn snelle computer hard aan het werk voordat ik negen seconden Jeroen Pauw mag aanschouwen. Ook op de populaire videosite YouTube is het regelmatig meer wachten dan kijken.

Hoe is dit mogelijk in een modern West-Europees land? België loopt op dit gebied ver achter bij zijn buren. In België is 67% van de huishoudens aangesloten op het internet tegen 83% in Nederland. Ook op het wereldwijde web zijn de Belgen veel minder aanwezig. Een simpele Nederlandstalige zoekopdracht in Google levert een huiveringwekkend verschil op: het overgrote deel van de hits is meestal afkomstig uit Nederland.

De reden van deze achterstand is niet een digitale desinteresse van de Belg. Het is een gesloten markt waar twee spelers de dienst uitmaken. Staatsbedrijf Belgacom heeft alle telefoonlijnen in handen en op de Vlaamse markt is het hele kabelnetwerk van Telenet. Alle andere spelers op de markt kunnen niet anders dan gebruik maken van dit netwerk. Telenet en Belgacom bepalen dus direct of indirect wat de klant krijgt. Wie in België surft op internet mag maar een bepaalde hoeveelheid gegevens versturen en ontvangen, het zogenaamde down- en uploaden.

Het is alsof je wel een radio hebt maar je mag er maar een paar uur per dag naar luisteren. Wil je langer? Dan moet je extra betalen. Telenet beweert steeds dat de gemiddelde Belg niet meer verbruikt dan het downloadlimiet dat zij nu bieden. Logisch als het je handen vol geld kost, minstens twee keer zoveel als in Frankrijk of Nederland. En waarom bepaalt een bedrijf hoeveel informatie ik tot mij kan nemen? In Europa komen we deze situatie enkel nog tegen in België, Portugal en Engeland. Dat laatste land heeft een monopolie, en in Portugal is toegang tot het wereldwijde web veel goedkoper.

In het westen is internet de afgelopen jaren uitgegroeid tot informatievoorziening nummer 1. De gesloten Belgische markt dreigt een heel volk op een informatieachterstand te zetten. De Belgische staat en mededingingsautoriteit BIPT zijn al jaren met deze zaak bezig, maar ze komen er niet uit.

Ondertussen zoeken Telenet en Belgacom koortsachtig naar argumenten om de situatie vooral niet te veranderen. De markt zou te klein zijn. Onzin! Zie landen als Luxemburg, Oostenrijk en Zweden. De meertaligheid zou kostbaar zijn. In het duurdere, drietalige land Zwitserland is internet even duur maar dan zonder downloadlimieten. Ook zouden investeringen in het netwerk prijzig zijn. Maar met dat probleem hebben alle Europese landen te maken.

Als alle partijen in België vandaag het internet sneller en zonder beperkingen zouden willen maken dan kan dat. Het netwerk kan het aan, dat bleek op 30 december 2007. Internet belangenorganisatie Tik riep Belgen op die dag zoveel mogelijk te downloaden om het systeem plat te krijgen. Talloze mensen haalden snel hun downloadlimiet maar Telenet had geen last van het grote dataverkeer. Inmiddels geeft ook Belgacom toe dat onbeperkt surfen mogelijk is. Dat bedrijf wijst echter naar de kleine aanbieders omdat Belgacom als marktleider het voortouw niet mag nemen. De kleintjes op hun beurt roepen dat de grote jongens het onmogelijk maken. Op deze manier komen we niet verder en is de gewone man de dupe.

Sire, overheid, mededingingsautoriteit en providers: geef Belgen evenveel vrijheid als de rest van Europa. Gooi die markt open en laat uw landgenoten digitaal genieten zoveel ze willen. Ze hebben er recht op, ze kunnen het aan en bovenal: ze verdienen het na jaren van achterstand!

Hoe Suske en Wiske de elfstedentocht uitvonden

In september vorig jaar stond in de krant dat steeds meer Vlamingen in Friesland op vakantie gaan. De doorgaans stugge Fries en de bourgondische Vlaming schijnen elkaar gevonden te hebben. Van zeilen houden de zuiderlingen niet, vooral het fietsen van de elfstedenroute blijkt populair.

Daar zit geld in moeten ze Studio Willy Vandersteen gedacht hebben. Want de jongste editie van de striphit Suske en Wiske heet ‘De Elfstedenstunt’ en speelt zich af in het hoge noorden van de Lage Landen.

In De Elfstedenstunt worden Suske en Wiske via de teletijdmachine naar het Friesland van de achttiende eeuw geflitst. Daar blijkt Frisia, de lentefee gevangen genomen te zijn door Froast de jaloerse ijskoningin. Gevolg: Friesland is gehuld in een permanente winter. De sleutel van Frisia’s kooi heeft Froast omgetoverd in elf mannetjes die zich in elf verschillende Friese steden bevinden. Suske en Wiske kunnen de mannetjes terugtoveren in delen van de sleutel door ze aan te raken met een vuursteentje. De snelste manier om die alle steden te bereiken blijkt per schaats.

Het verhaal loopt natuurlijk goed af, en Suske en Wiske zorgen ervoor dat het weer lente wordt en vinden per abuis de elfstedentocht uit. Toch kon deze aflevering van Suske en Wiske ons niet echt bekoren. In vergelijking tot oudere afleveringen van de strip is de verhaallijn flinterdun en voorspelbaar. Ook de historische anekdotes uit Friesland zijn op weinig creatieve wijze in het verhaal verwerkt.

Wij moesten eigenlijk alleen lachen op het moment dat Commissaris van de Koningin Ed Nijpels in de strip verschijnt. De Elfstedenstunt is de moeite waard als verzamelobject voor Elfstedengekken, Suske en Wiskefanaten en Friezofielen. Die laatste groep kan hem natuurlijk al in Friese vertaling krijgen als “De Alvestedestunt.” Want als Friezen en Vlamingen een ding gemeen hebben is het wel hun mate van Nationalisme.

P.S. een raadseltje: wat ontbreekt er op de cover van deze Suske en Wiske?

Vrouwenoverschot in Oilsjt

Wulpse dames, langbenige blondines en bolle omaatjes. Rondborstig staan ze kirrend bier en plastic flutes champagne achterover te slaan. Ze zijn prachtig, de mannen van het Vlaamse stadje Aalst. In wijde omstreken is Oilsjt berucht om zijn Jeanettekes. Vlaams voor zowel homo als travestiet. Eén keer per jaar zijn deze mannen hun eigen natte droom.

Van Rio de Janeiro tot Keulen en van Maastricht tot Aalst, iedere plaats heeft zijn eigen carnavals- of vasteloavendtraditie. Maar twee dingen hebben ze allemaal: een optocht en een prins. In Oilsjt is prins carnaval al 39 jaar een ondergeschikte functie. De stad heeft een keizer waar de prins zijn hoofd voor moet buigen. Keizer Kamiel werd in de jaren zestig maarliefst vijf keer tot prins gekozen.

In de tachtigste carnavalsoptocht natuurlijk lokale en nationale beroemdheden. Tom Boonen, meerdere kabouterfamilies Plop, Guy Verhofstadt die een uitzendbureau begonnen is (ook voor interim wethouders), het Franse leger dat de Marseillaise brult met Yves Leterme in de Franse vlag en uiteraard de jarige Koningin Paola (met hangtieten).

De stoet in Oilsjt is de langste van België. Meer dan tachtig groepen nemen eraan deel. Om half een vertrekt de eerste wagen en om acht uur. ’s avonds is het einde nog niet in zicht. Langs de route en in de tocht zien we steeds meer vermoeide en met alcohol doordrenkte gezichten.

Je zou bijna denken dat de Aalstenaren blij zijn dat het erop zit. Maar niets is minder waar, verzekert een stakende spoorwegman ons. Maandag is er weer een optocht en dinsdag nog een. Het thema op die laatste dag: Jeanettekes. In heel Aalst is er dan echt geen man meer te vinden.