Maandelijks archief: mei 2008

Een dagje tolken in Europa

In een soort skyboxen, hangend boven de politieke arena van het Europese parlement zitten ze: de tolken van de Europese politiek. Ze praten als sportcommentatoren, soms serieus, soms snel en opgewonden. ‘Tja, je probeert als tolk toch ook een beetje de emotie over te brengen,’ weet Walter Roesems, een Vlaming die hier al eenendertig jaar als tolk werkt.

‘Kom naar Straatsburg,’ had Walter Roesems door de telefoon geroepen. ‘Daar doen we het echte werk.’ Vol verwachting toog ik van Brussel naar de Elzas. In het glimmende gebouw van het Europees parlement komt Roesems enthousiast op mij af gelopen, een Süddeutsche Zeitung onder zijn arm. ‘Als tolk lees ik kranten in alle talen waar ik mee werk,’ verklaart Roesems de Duitse krant onder zijn arm. En dan bijna stichtelijk: ‘Wij vertalen niet letterlijk wat mensen zeggen, wij brengen de boodschap over en daarvoor is context erg belangrijk.’

Het is duidelijk, Roesems is een man met passie voor zijn vak. Hij spreekt zelfs van de tolk als verlichte humanist. En wekt bijna een beeld op van de tolk als hoeder van de Europese democratie. ‘ s Ochtends vroeg begint de vijftiger aan zijn stapel kranten en paperassen van de EU. Roesems spreekt niet alleen veel talen, hij streeft ook naar een zo groot mogelijke dossierkennis. Het gebeurt regelmatig dat hij meer weet dan een parlementslid. ‘Als zo iemand bijvoorbeeld een verkeerde datum noemt, vertaal ik gewoon de goede.’ En wat als een volksvertegenwoordiger zijn decorum verliest en het op een schelden zet? ‘Dan maken we het wat hoffelijker…’

Topsport

De tolk zet er stevig de pas in en geeft mij een snelle rondleiding door het gebouw. Vele honderden meters leggen we af. In de gangen maakt hij om de haverklap een kort praatje met een bekende. De ene keer is dat een collega, de andere keer een bode in rokkostuum of een volksvertegenwoordiger. Na ruim dertig dienstjaren lijkt iedereen hem hier te kennen. Niet verwonderlijk voor de praatgrage Roesems die toegeeft van zijn hobby zijn beroep gemaakt te hebben.

Net als de parlementariërs en hun medewerkers leven ook de tolken in het ritme van drie weken Brussel en een paar dagen Straatsburg. In Europese hoofdstad komen vooral de politieke fracties en de verschillende commissies bij elkaar. In de Franse stad is het na drie weken en petit comité hoog tijd voor vergaderingen met het parlement in zijn geheel.

Tolken tijdens de plenaire zitting is topsport, verzekert Roesems me. Vol verwachting loop ik met hem mee de vertaalcabine in. De lange tafel voor het raam is bezaaid met flessen water en volgekrabbelde blaadjes. Erop staat de betekenis van afkortingen en woorden. De verschillende handschriften laten zien dat de tolken ook regelmatig de hulp van een collega inschakelen. Roesems en zijn Nederlandse collega’s Frans de Clercq en Jopie Boersma nemen in allerijl de agenda’s door. Met een potlood worden driftig zinnen en woorden onderstreept. ‘Je moet enigszins weten waar het debat over gaat,’ vertelt Roesems. ‘Ieder onderwerp heeft zijn specifieke termen en afkortingen. Niet alles kunnen wij in een keer vertalen.’

Van het Maltees via het Duits naar het Bulgaars

Klokslag negen s’avonds uur opent de voorzitter de derde vergaderronde van die dag. Op de agenda staat een voorstel om het lot van de plattelandsvrouwen in Europa te verbeteren. De vijfentwintig aanwezige parlementariërs mogen ieder hun zorgen over deze groep uiten. De Nederlandstaligen hebben hun werk goed voorbereid. Soepel nemen de drie het van elkaar over, feilloos weten ze van elkaar wie welke taal spreekt. Spreken ze met z’n drieën dan alle drieëntwintig officiële talen van de Europese Unie? Nee, helaas dat kunnen ze niet laten de tolken mij met een glimlach. ‘Per cabine spreken we samen gemiddeld zo’n zeven talen,’ legt Roesems uit. ‘Niet genoeg om direct naar alle talen in het parlement te tolken. Dus zit er vaak een tolk tussen. In het Nederlandse team zit bijvoorbeeld niemand die het Roemeens beheerst. Op dat moment werken we volgens het draaischijf principe. We luisteren dan naar het Engels, Frans of Duits om van daaruit naar het Nederlands te vertalen.’

Roesems laat me het dagschema zien. Iedere dag is het weer een ongelofelijk ingewikkelde puzzel want alle talen moeten bediend worden. Het streven is om tussen de talen maximaal een draaischijf te hebben. Toch komt het voor dat een Estse volksvertegenwoordiger zijn Maltese collega hoort via een Duitse en een Engelse tolk.

De Europese tolkmachine heeft zo’n driehonderdvijftig mensen in vaste dienst en werkt daarnaast nog met zo’n vijfhonderd freelancers. Dat kost een aardige duit, maar volgens Roesems gebeurt een en ander toch best efficiënt. ‘In de kleinere vergaderingen in Brussel wordt niet meer automatisch naar alle talen getolkt. Op aanvraag kan ook in een kleine taal voorzien worden. We houden daar alles bij, als blijkt dat er vervolgens niet naar geluisterd wordt dan verdwijnt de tolk. De politieke fracties krijgen zelfs een boete. We gaan ook veel minder mee op reizen naar het buitenland.’

Nederlands, een Europese toptaal

Zo nu en dan gaan er stemmen op om het Engels de Europese politieke voertaal te maken. De Nederlandse europarlementariërs Michiel van Hulten en Lousewies van der Laan maakten zich daar een aantal jaar geleden sterk voor. Roesems ziet er weinig in, logisch voor een tolk. ‘Mensen kunnen zich het beste uitdrukken in hun moedertaal. Meertaligheid is voor mij dus een onderdeel van democratie.’

‘Je moet overigens weten dat Nederlands een belangrijke taal is,’ laat Roesems zich ineens ontvallen. Ik kijk hem verbaasd aan. Heb ik hier te maken met een Vlaams nationalist? ‘Nee, zo bedoel ik het niet,’ zegt de tolk lachend. ‘Nederland en België zijn al vanaf het begin lid van de Europese Unie. Aanvankelijk had de EU nog niet zoveel talen. De meeste tolken deden hetzelfde als ik, ze leerden talen bij. Daardoor spreken veel tolken uit Duitsland, Italië en Frankrijk die hier al langer werken ook Nederlands.’

Wie tolk wil worden bij de Nederlandse afdeling moet tenminste drie talen vloeiend naar het Nederlands kunnen vertalen en bezig zijn met een vierde. Iedere zomer gaan ze op cursus om hun talen bij te houden en nieuwe te leren. Roesems zelf begon destijds alleen met Frans, Duits en Engels. Later, toen Portugal toetrad, heeft hij daar Portugees aan toegevoegd en nu is hij voorzichtig met het Italiaans bezig. Wie nu meer kans wil maken op een baan als tolk doen er goed aan vooral Roemeens, Bulgaars of een der Baltische talen te leren.

Straatsburg stressburg

In de Nederlandse cabine loopt de geoliede estafette van de drie tolken soms even vast. Het spreektempo van de parlementariërs verschilt nogal en ook zijn ze niet allemaal even getalenteerde sprekers. ‘Nou, die laatste wil ik liever ik niet te vaak hebben,’ verzucht Frans De Clerq terwijl hij met een rood aangelopen hoofd zit bij te komen van een chaotisch en snel vertelt verhaal.

Ook het tolken via de draaischijf is niet zonder risico. Halverwege het debat horen de Engelsen ineens Duits en wordt het debat even stil gelegd. In de Nederlandse vertalers maakt het weinig uit, want iedereen is het Duits machtig.

Wat het werk in Straatsburg bijzonder moeilijk maakt is de spreektijd die de verschillende specialisten krijgen. ‘Bij een gemiddelde vergadering zitten zo’n vijftig parlementariërs en die krijgen ongeveer een minuut spreektijd,’ vertelt Roesems. ‘In die ene minuut proberen ze dan zoveel mogelijk ideeën aan de man te brengen, ongeveer drie per zin. De hel breekt helemaal los bij vragenuurtje aan het begin van de week. Je hebt geen idee wat iemand gaat zeggen en van welke kleur zo’n politicus is.’

In de skybox hebben de tolken het duidelijk naar hun zin. Ze brengen elkaar fluisterend op de hoogte van de Europese roddels en hebben soms ze moeite om hun gegiechel buiten het bereik van de microfoons te houden. Ondertussen leiden ze het debat voor Nederlandstalige luisteraar in goede banen. Rond middernacht zit het erop. Morgen heeft Roesems alleen een middagdienst. Misschien is er dan wel tijd voor datgene wat de driedaagse van Straatsburg extra leuk maakt: een etentje met collega’s in zijn favoriete restaurant net over de grens in Duitsland.

Hoezo ouderwets!?

foto: Maarten van Haaff

In Nederland is er vollop discussie over het ontslagrecht, ook in België houdt de starre en oudewerwetse arbeidsmarkt de gemoederen bezig. En dan is het hier ook nog eens hopeloos ingewikkeld. Flexibiliteit lijkt een vies woord. Hoog tijd voor verandering zou je zeggen, maar dat blijkt niet zo makkelijk…

Wij maakten er een reportage over met arbeiders, vakbondlieden en Jean-Marie Dedecker, de Belgische politicus die het midden houdt tussen Erica Terpstra en Rita Verdonk.

Met deze reportage maakten we ons debuut op Radio 1 bij KRO’s dingen die gebeuren. Luister:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20080529_KRO_Bedienden_en_arbeiders.mp3]

Het Vlaamse proefballonnetje van Wilders II

Het programma StudioNL van de Wereldomroep besteedde deze week aandacht aan de vraag of Vlaanderen wel bij Nederland aan zou kunnen sluiten. Aanleiding was natuurlijk de uitspraak van Geert Wilders. Te gast Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons erfdeel en een aantal bellers in den vreemde. Het programma werd alleen uitgezonden op BVN TV maar staat ook op Leven op Pluto die voor deze uitzending de redactie verzorgde: [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=xchWzm3fmTg[/youtube]

België mag naar huis

De Belgen hadden er meteen al weinig vertrouwen in. Ishtar – de Belgische inzending – is kansloos op het Eurovisie Songfestival, zo voorspelden velen. En inderdaad, het liedje ‘O Julissi‘ in een verzonnen taal, sloeg niet aan bij de rest van Europa. Weer geen finale dus, niet voor België en niet voor Nederland, want onze Hind ligt er ook uit.

 

Ishtar had het tijdens de repetities al moeilijk, zo is te zien in dit filmpje. Na 1.56 zakt haar jurk naar beneden… [youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=qilHClYSsMU[/youtube]

Dring Dring

Geen fietser te bekennen.. Wie durft?Fietsen in Brussel staat gelijk aan zelfmoord. Auto’s scheuren langs je heen – ze zien je gewoon niet – en er zijn nauwelijks fietspaden. Als tweewieler in Brussel ben ik een zeldzaamheid. Slechts 3 procent van de inwoners fietst. Iedereen verklaart me voor gek. Voetgangers applaudisseren als ik de berg op fiets. Met rokje aan.
 
Deze mentaliteit moet snel veranderen, vindt de Fietsersbond in de Belgische hoofdstad. En daarom is het deze week Fietsweek Dring Dring. Ik vroeg Roel de Cleen van de Fietsersbond:
 
Kunnen Belgen eigenlijk wel fietsen???
  
Ha, natuurlijk! Maar de Walen kunnen het minder goed dan de Vlamingen. En ook bij de Brusselaars leeft het minder. Zij hebben geen fietscultuur. Zij vinden dat iets voor arme mensen. Wij moeten hen dat aanleren.
 
Maar fietsen in Brussel is levensgevaarlijk! Moet u daar niet eerst iets aan doen? 

Het is inderdaad gevaarlijk. Er zijn in deze stad heel wat verkeersconflicten, heel wat kleine ongevalletjes. Maar wij hebben niet gekozen voor fietspaden. In Brussel zijn er routes in de stad waar je goed kunt rijden. Die staan bijvoorbeeld op de Fietskaart. Maar ook worden ze bewegwijzerd.
 <br?het>  
Hoe krijgt u die verstokte automobilisten in het zadel?
We moeten de mensen civiliseren met initiatieven als ‘bikepooling’. Fietsers krijgen de eerste dagen een maatje mee naar hun werk. Die leert ze welke positie ze moeten innemen op de weg, dat ze assertief moeten zijn. En dat ze beter niet op de grote autowegen kunnen rijden, maar liever in de kleine straatjes. Ook zijn er fietsontbijten. Als mensen op een bepaald punt aankomen krijgen ze gratis ontbijt. En ‘friday bikeday’: mensen die elke vrijdag casual gekleed op de fiets naar het werk gaan.
 
Fietsen in Brussel: levensgevaarlijk! Trek dus een fluoriserend pakje aan!Toch schiet het niet op met die 3 procent. Een echte Brusselaar pakt nog steeds voor elke scheet de auto, het liefst met bier op!
Het aantal fietsers groeit gestaag. Ikzelf was een van de eerste waaghalzen, wij waren destijds op een hand te tellen. Voornamelijk mannen. Nu zijn er ook meer vrouwen op de fiets. En vooral veel Scandinaviërs, Nederlanders, Duitsers. Met name hoogopgeleiden. Dat imago willen we ook, van de dynamische, hoogopgeleide fietser. En dan elk jaar 1 procent erbij. In 2015 moet 10 procent van de Brusselaars op de fiets zitten.

Beste Brusselse fietsers, namens Leven op Pluto: zet ‘m op!
   

Het verlies van België

Weer verliest Belgie een grande dame. Justine Henin, de beste tennister ter wereld, hangt haar racket in de wilgen. En dat veroorzaakt in dit land een schok. Pas 25 jaar is ze, nummer 1 in het vrouwentennis. Vlamingen en Walen dragen de Franstalige Henin op handen. Maar Justine ziet het niet meer zitten. Ze heeft een soort burn-out en droomt van een “normaal” leven.

Weet u het nog?
Roland Garros 2003: een historische dag voor België. Voor het eerst in de geschiedenis stond daar een Belgische finale tussen twee grote rivales, Justine Henin en Kim Clijsters. Henin won de beker en het werd een nationale feestdag voor alle Belgen.
 
In een klap is Belgie deze beroemde toptennisters kwijt. De 24-jarige Vlaamse Clijsters zette vorige jaar voortijdig een punt achter haar carriere. Kim loopt tegenwoordig rond met een baby. Nu Henin stopt, is het definitief voorbij met de Belgische gouden jaren. We zullen ons weer met wielrennen moeten vermaken.
 
Wat is dat toch met deze Belgische vrouwen? Liever “gewoon” willen zijn en een hele natie in het verdriet storten. Kan iemand deze vraag voor ons beantwoorden?
Henin en Clijsters waren rivalen en vriendinnen kijk hier naar een kolderiek filmpje met de twee: [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=oqfOJAzkEa0[/youtube]

Kasteeltje kopen?

Dromen van een kasteel doen we allemaal wel eens. Toch is een carrièreswitch naar Sneeuwwitje of Lodewijk de Veertiende minder ingewikkeld dan u denkt. Koop een kasteel in België! Daar liggen ze voor het oprapen. Wij trokken naar het noord-oosten en vonden er een:[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=pbBYLWldTRI[/youtube]

Nederpop begon in België

Geen Pinkpop afgelopen zondag maar deze zomer vieren we wel dat de Nederpop vijftig jaar bestaat. Toch brak de Nederpop eigenlijk echt door in België, op de Expo 58 om precies te zijn.

De Belgen zelf pakten tijdens de wereldtentoonstelling groots uit met veel aandacht voor hun geweldige kolonie Congo. Hoe fantastisch de Belgen hun Afrikaanse landgenoten ook vonden, de Congolezen kozen twee jaar later voor onafhankelijkheid. Ook de Nederlandse inbreng had een strikt koloniaal karakter. In het paviljoen Hawaian Village traden vooral Nederlandse Hawaï-bands met Indische roots op. Vooral de Mena Mouria Ministrals & Rudi Wiarata mochten er wezen.

Tussen de ukulele’s, slidegitaren en bloemenslingers door speelde een eveneens Nederlandse pauzeact die de hele Expo op zijn grondvesten deed trillen. Het waren de Tielman Brothers uit Breda maar met overduidelijke wortels in de Gordel van Smaragd. De Indische broers trakteerden het vaak deftige Europese publiek op een nieuwe, ongekend wilde muzieksoort die weldra hele kuddes jongeren in zijn greep zou hebben: de rock en roll.

Hun liveshow was waanzinnig. De jongens konden alles met hun gitaren: ze bespeelden hem in hun nek – zoals Jimi Hendrix later ook zou doen – en deden overgooi spelletjes met hun besnaarde planken. Dit alles vergezeld met voor die tijd pikant heupgewieg. De Tielmanbrothers speelden op de Expo slechts twintig minuten maar jaagden in die korte tijd menig ouder de stuipen op het lijf. Kijk hieronder en denk aan je oma of je moeder als meisje van zestien:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=2WeXrTzxBTI&[/youtube]

De optredens op de Expo waren niet het enige Belgische aspect aan de Tielman Brothers. Naar aanleiding van hun excentrieke show mochten de Indische broers in die zomer ook hun eerste single opnemen. De studio waar dat gebeurde lag eveneens in Belgie. Overigens maakten de Tielman Brothers niet alleen Nederlandse en Belgische meisjes gek: in de jaren vijftig en zestig speelden ze ook veel voor in Duitsland gelegerde militairen.