Maandelijks archief: juni 2008

Geen tongzoen van Leterme

Nu christendemocraten in Nederland en België weer stevig in het zadel zitten keren de jaren vijftig schoorvoetend terug in onze samenleving en loopt de humor gevaar. Satire over het koningshuis in Kopspijkers, de cartoons van Nekschot en gehandicaptengrappen van Micha Wertheim in een Roermondse schouwburg. Potverdorie, dat is toch niet grappig meer! Dit moeten we verbieden!

Ook in België censureren de christendemocraten er lustig op los. In de gemeente Temse verbood burgemeester Luc De Ryck eerder dit jaar de show ‘Mijn leven met Leterme’ van Vitalski zonder hem gezien te hebben. Het postertje met de zoenende christendemocratische rivalen Joelle de Milquet (Waals) en Yves Leterme (Vlaams) was volgens hem al aanstootgevend genoeg, slecht voor de jeugd en dus ging er geen gemeenschapsgeld naartoe. Niet veel later maakte ook de gemeente Zemst bekend dat Vitalski niet welkom was.

Wij besloten zaterdag op de Dijlefeesten in Mechelen eens polshoogte te nemen bij een try-out van Vitalski en we moeten zeggen: de politieke grapjes waren braaf, heel braaf. Een Nederlandse cabaretier had de twee misschien wel een gezamenlijk verleden in een SM-kelder gegeven, met een te hard zweepslagje als basis voor de hele crisis in Belgie. Vitalski maakte zaterdag veel seksuele grappen maar werd steeds veel milder als zijn conference echt over de politieke ging. Zelfs een hevige tongzoen tussen de Milquet en Leterme zat er niet in.

De politieke satire van Vitalski is eigenlijk net zo absurd als de realiteit. In Vitalski’s analyse behoort Wallonië volgens de Vlaming tot de as van het kwaad. Walen zijn creapy en spooky en de Vlaming kijkt verbaasd op als hij een Waal met een mobieltje ziet. Dat volkje is toch onderontwikkeld? Politici lijken volgens Vitalski vooral betaald te worden om ruzie te maken. Hij begrijpt het niet meer en is, net als het merendeel van de Belgen, de Waalse en Vlaamse scheten meer dan zat.

Ook wij zijn het spoor in Belgie bijster. Met de show van Vitalski is niks aan de hand. Censuur? Als dit een wanvertoning voor jongeren is, dan zijn de voorstellingen van de Belgische politiek in de Wetstraat helemaal slecht voor de jeugd.

Na Vitalski gingen we naar de Mechelse Vismarkt om de avond af te sluiten met het Belgische debuut van de Nederlandse belofte C-mon & Kypski. De Belgen moesten duidelijk even wennen aan de ADHD-mix van het bandje uit Utrecht en Amsterdam. De jongens speelden de vijftig-plussers binnen no-time van het terrein waarna de rest voetje bij voetje loskwam. ‘Rare jongens, maar plezant,’ was het oordeel om ons heen.

Ik vertrouw op Fortis…

Toen ik zes maanden geleden naar België emigreerde, besloot ik mijn nieuwe thuisland voor de volle honderd procent te steunen. Ik kocht Fortis-aandelen. Staat leuk op Belgische feestjes, dacht ik bij mezelf.
 
Tot deze week totale paniek uitbrak! De Belgische bankverzekeraar komt miljarden tekort, onder meer door de te dure overname van ons Nederlandse ABN Amro. Het aandeel Fortis stort in. Beleggers eisen dat er koppen rollen. De VRT maant spaarders in dit land tot rust: Ren niet naar de bank om uw geld op te nemen! Anders zijn we nog verder van huis.
 
Als goede Belg doe ik wat mij wordt gevraagd. Helemaal niets. Hevig hopend dat we hier geen Argentijnse toestanden krijgen, leg ik mijn lot in handen van Jean-Paul Votron. De Fortis-topman die voor de ‘geslaagde’ overname van ABN Amro een bonus kreeg van 2,5 miljoen…
 
Uw beleggingsadvies is meer dan welkom: info@levenoppluto.nl

Kutten met roze poedels

‘It’s not only Rock ‘n Roll baby!’ Een gewaagde, onuitgegeven verzameling kunstwerken gemaakt door echte rockers, van de jaren ’70 tot nu. Ik nam voor BNR een kijkje in het Paleis voor de Schone Kunsten – de BoZar – in Brussel..

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20080623_BNR_Rock&Roll.MP3]

Stef Kamiel Carlens heeft zin in Oerol

Pinkpop, Lowlands, Rock Wercher of het Holland Festival Stef Kamiel Carlens van de Belgische band Zita Swoon draait er als festivaltijger zijn hand niet meer voor om. Toch moest hij lang wachten tot hij Oerol aan zijn lijstje kon toevoegen. Terwijl de band hier juist zo goed past.

Zita Swoon heeft deze zomer een overvolle agenda en doet Terschelling alleen maar aan voor een ‘kiss and play.’ Jammer voor Carlens want hij kijkt uit naar het optreden. ‘Na alles wat ik over Oerol heb gehoord kan ik alleen maar zeggen: ik heb er zin in!.”

Carlens heeft me voor het interview bij hem thuis uitgenodigd. Daarvoor moet ik dan wel helemaal naar de vrij troosteloze Antwerpse oord Hoboken. Hoe goed gaat het eigenlijk met Zita Swoon dat de Belgische popster nog in deze wijk woont? Als ik het juiste huisnummer heb gevonden stuit ik op een grote roze garagedeur Stef doet de deur open en nog geen drie stappen later weet ik dat het heel goed gaat met de heer Carlens en Zita Swoon. “Ja, het is hier een soort achterbuurt maar ik kon een aantal jaren geleden deze oude houtzagerij kopen en heb die grondig verbouwd.”

Het is inderdaad een prachtig terrein met verschillende panden om een enorme tuin heen. Ergens doet het me een beetje denken aan het Wrakkenmuseum op Terschelling. Het is een ratjetoe van spullen en freubels, helemaal in eigenaardige maar smaakvolle Carlens stijl. Een dergelijk project past wel bij de muzikant en beeldend kunstenaar die ook nog zijn eigen kleding ontwerpt.

Stef Kamiel Carlens voor zijn helden in de repetitieruimte (c) Pieter-Bas van Wiechen

Stef Kamiel Carlens voor zijn helden in de repetitieruimte (c) Pieter-Bas van Wiechen

Op lokatie

Eigenlijk is het vreemd dat Zita Swoon nu pas zijn debuut maakt op Oerol. Zonder twijfel kan de band, die al sinds begin jaren negentig aan de weg timmert, tot een van de meest theatrale van de lage landen gerekend worden.Dat zit volgens Carlens niet alleen in de aandacht voor kleding maar ook in de opbouw. ‘Normaal spelen wij zeker tweeëneenhalf uur,’ vertelt de zanger. ‘Dan heb je alle tijd om de set traag op te bouwen en het publiek langzaam in de juiste sferen te laten komen.’ Op festivals waaronder Oerol wordt Zita Swoon zelden zoveel tijd gegund. “Dat is lastig maar ook een uitdaging.”Op Oerol speelt de band zo’n festivalset op het Groene Strand, een lokatie die veel weg heeft van een normaal popfestival. Misschien toch een beetje jammer want de band speelt graag op vreemde lokaties. ‘In principe hebben we alleen een stopcontact nodig om te kunnen spelen,’ zegt de zanger. ‘Laatst hebben we in Thessaloniki op straat gespeeld, fantastisch. Ook in Frankrijk waar we vaak spelen heb je fantastische festivals midden in de natuur. Onze manager probeert ons al jaren op een festival in midden Noord-Italiaanse bergen. Ik hoop dat dit ooit lukt.’

De Antwerpse bandtombola

Carlens was lang de tweede man in dEUS, de band van de in België tot levende rocklegende verklaarde Tom Barman. Hij verliet die band om zich beter te kunnen richten op zijn eigen projecten. Onlangs kreeg Carlens zelf ook te maken met een dergelijk verlies. Tom Pintens, een belangrijke kracht in zijn band. Het optreden op Oerol is het eerst zonder Pintens op Nederlandse bodem.

‘Pintens was de laatste tijd al veel met zijn eigen projecten bezig,’ verklaart Kamiel Carlens. ‘Het is jammer dat hij weg is. Maar we redden het wel zonder hem. We hebben audities gehouden maar al tijdens de repetities bleek het ook zonder hem goed te lopen. Uiteindelijk hebben we besloten geen opvolger aan te nemen.’

Het Frans

De laatste jaren verkiest Carlens steeds vaker het Frans boven het Engels in zijn liedjes. Opmerkelijk genoeg horen we hem zelden tot nooit in het Nederlands.‘Het Frans is erin geslopen omdat ik al vijftien jaar een Franstalige vriendin heb. Toch schrijf ik regelmatig in het Nederlands maar Frans is nu eenmaal internationaler,’ legt de zanger uit. “Nu worden mijn Nederlandstalige nummers vooral door anderen gezongen maar misschien ga ik later, als ik het reizen zat ben, wel op tournee met dat materiaal. Mits de mensen mij nog willen zien tegen die tijd.’

En dan toch nog even over de immer voortslepende crisis in België. Zita Swoon wordt regelmatig een Vlaams band genoemd en Stef een Vlaming. Hoe kijkt de zanger met een Franstalige geliefde daar tegenaan? ‘Ik kan het niet bevatten wat er hier gebeurt. Laatst moest de situatie uitleggen aan Griek, iets dat totaal onmogelijk is. Ik voel me Belg en geen Vlaming, aan dat woord zit tegenwoordig zelfs een vies geurtje.

Zondag 22 juni speelt Zita Swoon om 17.00 uur op het Groene Strand, West-Terschelling.

Dit interview met Stef Kamiel Carlens verscheen in verkorte versie in De Oerol Tijd, de dagkrant van het Theaterfestival op Terschelling.

Columneren over Voetbal

Soms moet je lang wachten tot een droom uitkomt, een enkele keer mag je iets doen dat duizenden wel zouden willen maar jij niet perse. Een paar dagen geleden ging mijn telefoon, Ann De Craemer van de Buren vroeg mij of ik een voetbalcolumn wilde schrijven. Een wat? Juist, ik met mijn twee linker benen en direct invallende slaap bij het zien van de mat. Na Jan Mulder, Henk Spaan en Hugo Borst is hier: Pieter-Bas van Wiechen. Niet lachen…. lezen:

Fietsend door de Brusselse binnenstad stuit ik ineens op een grote Nederlandse vlag. Hij hangt pontificaal op de gevel van de Dolle Mol, het linkse café waar soms (vermeende) terroristen vergaderen. Getriggerd door dit vreemde nationalistische symbool op een anarchistische plek in België ga ik naar binnen.

Omdat onze Rode Duivels niet eens weten hoe een voetbal eruit ziet, zijn wij voor Nederland,’ vertelt Jan Bucquoy, zo ongeveer de laatst overgebleven Belgicist. ‘Pas als hier Vlamingen met Groot-Nederlandse Gedachten komen vergaderen, dan is die vlag meteen weg en zijn we voor Frankrijk.’

In hetzelfde lokaal waar linkse rakkers uit de stad hun overleg pleegden, zitten een Nederlander, een Vlaamse en een Franstalige Brusselaar naar de openingswedstrijd te kijken. Zoals altijd begin ik al te gapen voor de bal drie keer rond is gegaan. Ik stel mijn omstanders uit onwetendheid een paar domme vragen over voetbal en probeer daarna met man en macht het gespreksonderwerp te veranderen. Echt, mijn spanningsboog bij dit spelletje is meestal maar drie minuten.

Twee dagen later word ik onrustig wakker: het Nederlandse elftal moet spelen en ik ben zowaar zenuwachtig voor dit potje voetballen. Iets in mij zegt dat ik die wedstrijd moet zien. De vraag is alleen waar in het grote Brussel ik die wedstrijd ga aanschouwen. In een Italiaanse bar in het kader van de Europese integratie? Misschien is het te riskant om vandaag als Nederlander tussen die temperamentvolle zuiderlingen te gaan staan.

Een vriendje uit het Nederlandse circuit weet me te vertellen dat er in een café naast de beurs vanavond ‘wat Nederlanders’ zitten. Ik fiets er heen en stuit op een volledig oranje café vol luidruchtige Nederlanders. “Heb je even voor mij?”, schalt hard over de Auguste Orststraat.

Waar begin ik aan? Wil ik dit echt? In Amsterdam zou je me nooit op zo’n plek vinden. Ik wurm me door de menigte naar binnen. Tientallen Nederlandse Eurocraten en lobbyisten hebben hun driedelige pak verruild voor een brulshirt met leeuwenmuts terwijl enkele dames erbij lopen in Nederlandse klederdracht met oranje vlechten. Een man met een oranje kip op zijn hoofd kijkt me glazig aan. ‘Beroepsdeformatie,’ laat hij me weten. ‘Ik werk voor de pluimveesector.’

De meeste aanwezigen verraden hun liberale politieke afkomst door petjes in de partijkleuren blauw en oranje. Het partijlogo staat bescheiden achterop terwijl voorop fier het woord ‘Coach’ staat. Op de klep laten ze weten dat zij ‘Proud of Europe’ zijn. Deze sneer naar hun afvallige partijgenoot Rita Verdonk komt vanavond niet echt uit de verf, want de liberalen zijn vanavond vooral heel Trots op Holland met Andre Hazes, Guus Meeuwis en een nimmer aflatende stroom bitterballen.

Als onze jongens dan eindelijk het veld betreden, klinkt er een oorverdovend gejuich.  In het begin praat ik erdoorheen, maar als Ruud van Nistelrooy zijn eerste goal scoort kijk ik vol ongeloof naar het scherm. Vijf minuten later scoort Wesley Sneijder de tweede. Ik ga op in mijn omgeving en ik dans, schreeuw en zing. Ook schrik ik me rot als de bal bijna Edwin van der Sar dreigt te passeren. Jaaaaa! 3-0.

Begeleid door ritmisch geklap scandeert de hele kroeg ‘Holland, Holland, Holland’ en ik doe mee, om het hardst. We worden Europees kampioen! Olé! Op straat kijken voorbijgangers zo nu en dan met een verbaasde gezichten naar het deinende Brusselse oranje legioen. ‘Lompe Ollanders…’ hoor je ze denken, maar mij kan het niets schelen. Vandaag ben ik vreselijk trots op Nederland.

Enigszins geschrokken van mijn nationalistische uitingen pak ik de volgende dag mijn biezen om Brussel voor twee weken te verruilen voor Terschelling. Het Nederlandse waddeneiland staat deze week in het teken van het lokatietheaterfestival Oerol. Cultuur met een grote C. Maar zelfs daar heerst het oranjevirus.

Vrijdag speelt Nederland tegen Frankrijk. De hele eerste helft zit ik veilig in een voorstelling. Na afloop van Pax Islamica IV: Sawm in een Arabische tent midden in het bos gaan bijna alle bezoekers en spelers hals over kop naar een café voor de wedstrijd. Ik ga mee. Binnen in Cafe Zeezicht verdringen eilanders en festivalgangers zich eensgezind voor het scherm.

Vol goede moed probeer ik de wedstrijd te volgen. Maar het lukt niet echt, ik begin al snel te gapen en ik stoor me aan het lompe geschreeuw, het nationalistisch vertoon en de domme liedjes. Ik zoek afleiding en vind gelukkig snel een stel Belgen die vol ongeloof naar de menigte staan te kijken. Ze zijn van het straattheatergezelschap Guardia Flamenco. We drinken een jutter en praten al snel niet meer over voetbal maar over theater. Gelukkig maar.

Nederland-Roemenië  laat ik aan me voorbij gaan en de kwartfinale zal me worst zijn. Maar als we de halve finale halen, zal ik me weer vol verve in de oranje massa storten. Thuis in Brussel, want Trots op Nederland ben ik het liefste in het buitenland.

Niet Studio 100 maar Studio Orka!

Wat een opluchting, deze week vond ik op Terschelling een Belgische studio die wel in staat is goed jeugdtheater te maken. Niet Studio 100 maar Studio Orka is het Belgische gezelschap voor kinderen. Met hun voorstelling Mijnheer Porselein staan ze deze week op Oerol.

Tijdens een wandeling door het bos komt de goed gemutste postbode Bruno enthousiast aangereden. Hij wil ons meenemen op zijn ronde, maar eerst halen we zijn beste vriend Robbie de Mol op bij de familie Porselein. Deze familie woont in een kunstzinnig huisje en verzorgt de eerste hulp voor alle dieren in het bos. Achtereenvolgens zien we een spreeuw die wordt reanimeerd, een kakkerlak met ADHD en de problemen van het huwelijk tussen een vos en een kip. ‘Ik heb niks tegen gemengde huwelijken maar makkelijk is het niet,’ analyseert Mijnheer Poselein de situatie.

Dan is het tijd om te gaan, vindt Bruno. Hij roept Robbie maar de mol laat niks van zich horen. Robbie blijkt overleden en Bruno is ontroostbaar. Een ontroerend relaas over de dood en het verwerken daarvan volgt Zelfs wij volwassenen hebben moeite het droog te houden.

Mijnheer Porselein is een geestige, ontroerende en inhoudelijke voorstelling over de dood en dat alles voor mensen vanaf zes jaar. Gaat dat zien en neem al je kroost, neefjes, nichtjes en die van je vrienden mee!

Lees het tweegesprek met actrice Brenda Bertin (Studio Orka) & beeldend kunstenaar Marieke Stein (Villa Zebra) ui De Oerol Tijd.

Tot en met 21 juni te zien in het Apebosje, Midsland, Terschelling. Daarna van 25-6 tot en met 27-6 in Purmerend.

Brussel ligt plat

Actie voeren! Hier in Belgie weten ze hoe dat moet. Boze truckers en boeren eisen lagere brandstofprijzen en hebben de Belgische hoofdstad bezet. Ze rijden in slakkengang over de Brusselse ring.


Nederlandse chauffeurs kunnen hier nog wat van leren. Die reden onlangs een half uur lang 50 kilometer per uur op de snelweg uit protest tegen de torenhoge dieselprijs. Zo maak je toch geen indruk jongens!

Voor een impressie, klik hieronder op de claxon.

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20060618_LoP_toet!.mp3]

Vrienden voor het leven

We zijn als goede, oude vrienden. België, Nederland en Luxemburg. Soms maakten we ruzie, soms hielpen we elkaar. We zijn een beetje uit elkaar gegroeid. Maar bij elke verjaardag beloven we plechtig: we moeten weer eens iets afspreken.
 
 
Dat gebeurde dinsdag. Na vijftig jaar werd onze vriendschap beklonken met een nieuw verdrag. De Benelux leeft nog. En dat was een dinertje waard. Op kosten van Nederlands premier Jan-Peter Balkenende in zijn Haagse Catshuis. Een paar flessen goede champagne en een frisse wind waait door de Benelux!
  
 
Toch lijkt een nieuwe jeugd voor de drie kameraden verder dan ooit. De Benelux is in de vergetelheid geraakt. Ooit waren wij voorlopers in Europa – de Benelux is ouder dan de Europese Unie. Maar nu staan wij in de schaduw van Brussel. Vaak onzichtbaar. En dat zal zo blijven.
 
Onze vriendschap is ook lang niet zo hecht als hij lijkt. De Belgen, zij willen dolgraag een politiek blok vormen in Europa. Samen staan we sterk! Maar Nederland peinst daar niet over. Nederland geeft niet zoveel om zijn oude buurman. Wij willen onze eigen smoel behouden. En hier en daar nieuwe Europese vrienden maken.
En de Belgische minister Karel De Gucht van Buitenlandse Zaken? Zou het weer helemaal goed zitten tussen hem en onze Jan-Peter Balkenende? De liberale minister schold onze premier eerder uit voor Harry Potter en “stijfburgelijk”. Tot woede van Jan-Peter.

Dinsdagavond dineerden ze samen, met alle belangrijke mannen van de Benelux onder wie de Belgische premier Yves Leterme en de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker. Want dat doe je met goede vrienden. Eten, drinken, oude koeien uit de sloot halen, af toe een flink potje schelden en het dan weer bijleggen. Leve de Benelux!

Antwerpse opening Oerol

Vrijdag openden de Antwerpse gezelschappen Walpurgis, de Roover en Ensemble Spectra Oerol. Hieronder een stukje uit De Oerol Tijd het tijdelijke gratis dagblad van Terschelling:

‘Stravinsky en Tjechov trouwen op Oerol’

Op Oerol trouwen iedereen jaar weer diverse stellen, de een op luxe wijze de ander op z’n Oerols met een receptie in een duinpan en biohapjes. Maar zo bont als de Antwerpse gezelschappen Walpurgis, De Roovers en Ensemble Het Spectra was de echtverbintenis op het festival nog nooit.

In de muziektheatervoorstelling de noces/svadebka/de bruiloft pakken de drie gezelschappen uit met bruiloft in Russische stijl met alles erop en eraan. Dat betekent wodka, eten en natuurlijk veel muziek. In Les Noces worden de gelijknamige compositie van Igor Stravinsky en De Bruiloft van Anton Tsjechov na elkaar gespeeld.

Bij de manege in Hoorn leggen de eenenvijftig medewerkers de laatste hand aan de Terschellingse versie van deze productie. Binnen repeteren de zangers en de acteurs terwijl ondertussen de keuken op volle toeren draait. Je familie tussen receptie en feest naar de pizzeria sturen is in Rusland ondenkbaar dus ook hier mag iedereen mee-eten.

Voor scenografist Stef Depoover zit het meeste werk erop. Hij was de afgelopen weken al druk in de weer om de manege om te toveren in een trouwzaal die zijn weerga niet kent. ‘Wij wilden Les Noces van Stravinsky een keer in een theatrale setting buiten de klassieke concertzaal spelen,’ vertelt Depoover. ‘De compositie van Stravinsky leent zich daar goed voor want het is eigenlijk een soort remix van traditioneel Russisch bruiloftsrepertoire.’

Zowel Stravinsky als Tjechov leggen ieder op hun manier uit hoe een Russische bruiloft werkt. Vooral Tjechov neemt de perikelen rondom menig huwelijk op de korrel. Er gaat dus nogal wat mis. De twee families komen uit een andere klasse en kunnen daardoor niet echt door een deur. ‘Onze buurman in Hoorn moest meteen denken aan de oude Terschellinger vetes tussen oost en west,’ vertelt Depoover. ‘Vroeger deed een huwelijk tussen de twee windstreken op het eiland ook veel stof opwaaien.’

Hoe hoog de gemoederen oplopen in de manege te Hoorn valt te zien vanaf vrijdag 13 juni als de voorstelling om 22.00 uur Oerol opent. Daarna dagelijks om 21.30, met uitzondering van zondag 15, woensdag 18 en zondag 22 juni.

Belgie als stervende zwaan

Komt dat zien! De Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel is omgebouwd tot parlement. Het Belgische parlement. Daarin slaan Nederlands- en Franstalige politici elkaar met kranten om de oren, kramen ze onbegrijpelijke wartaal uit, regelen voor zichzelf een dure villa en doen daarna een vrolijk dansje voor de camera.
 
Donderdag 12 juni ging Revue in premiere, een voorstelling van de Vlaamse regisseur Ruud Gielens. Een hylarisch portret van de politieke crisis in Belgie die nu al een jaar duurt. Maar ook een kreet van wanhoop. En een roep om solidariteit.
 
We zien een drinkende en huilende partijvoorzitter. Een parlementarier danst in tutu als een stervende zwaan over het rode tapijt, kamerleden geselen zichzelf met hun stropdas. Ze prostitueren zichzelf. In de naam van dát land. Welk land? Het land van Dutroux, van eeuwige compromissen, prins Filip, steenkool, spruiten, pinten en patatten. Het zwakke land.
 
Prachtige liederen, Brechtiaanse zangkoren, worden steeds ruw afgebroken. Ontgoocheling en goedkoop cabaret wisselen elkaar in hoog tempo af. De wereld verandert, maar wat moet er van ons worden? Het parlement breekt langzaam in stukken. De politiek schreeuwt met de borst vooruit: “Gisteren stonden wij aan de rand van de afgrond. Vandaag zetten wij een grote stap voorwaarts!” Waarna de politiek leider van het podium dondert.
 
Mooi portret van het absurdisme in de Belgische politiek! Van 12 tot 21 juni in de KVS.