Maandelijks archief: september 2008

De Nacht van Dexia

Na een weekend lang onderhandelen met de Nederlanders en de Luxemburgers moesten Leterme en Reynders gisteren meteen door om de grootste bank van het land te redden. Want ook de rekening van Dexia kon wel een impuls gebruiken. dinsdagochtend maakte de regeringen bekend dat ze 6,4 miljard in het concern steken en dat de Frankrijk er een slordige 3 miljard bovenop doet.

Ondertussen dansen ze bij ABN-Amro op de bureaus nu ‘die Belgen’ vertrekken. Dagblad De Pers sprak met verschillende werknemers van de bank die zich beklaagden over het hierarchisch denken van onze zuiderburen en het feit dat ze gemaakte afspraken makkelijk terugdraaien. Lees het artikel hier.

Bij Leven op Pluto was het eigenlijk vooral de Nacht van Batist. Sophie is voor het eerst tante geworden van de kersverse zoon van Axel en Aurelia. Gefeliciteerd!

De Nacht van Fortis

Na een lange avond wachten en liters spa en sap kwamen Yves Leterme, Didier Reynders en Wouter Bos met hun plan om de Belgische bank Fortis te redden. Sophie sprak met Wouter Bos, Nout Wellink en Fortistopman Dierckx. Zelfs Pieter-Bas maakte zijn debuut als financieel correspondent. Het moet niet veel gekker worden.

Buiten deze radiobijdrages vroegen we Bos ook even hoe de onderhandelingen met de Belgen waren verlopen. ‘Zoals bij iedere onderhandeling was het niet makkelijk,’ zei de minister met grote ogen. Toen wij hem vroegen of er grote meningsverschillen waren, viel er een bedachtzame stilte, ‘Misschien is het beter hier maar niks over te zeggen.’

Collectief op de helling

Schaars geklede lichamen in een smetteloos wit decor. We krijgen een inkijkje in de kleedkamer van de Needcompany, het gezelschap dat Hertenhuis speelt, deel drie van Jan Lauwers trilogie Sad Face / Happy Face over menselijkheid. Het gaat er aan toe zoals vaak: de spelers actreutelen en friemelen aan elkaar. Ondertussen heeft iedereen last van zijn of haar eigen vorm van exhibitionisme. De een in woorden, de ander door een van zijn typetjes tevoorschijn te halen en de derde door met zo min mogelijk kleren aan te lopen. Dan ineens komt het nieuws dat de hele voorstelling zal bepalen: fotojournalist Tijen Lawton de broer van danseres Kerem Lawton blijkt te zijn omgekomen in Kosovo.

Hertenhuis van de Needcompany en Jan Lauwers zoog ons journalisten op twee manieren het stuk in. De dood van een vakgenoot grijpt je natuurlijk altijd aan. Elke verslaggever heeft wel eens nagedacht over het fenomeen oorlogsjournalistiek. Niet alleen of je dat durft maar ook over de vraag of een verhaal waar is en wat dat dan is. Juist in conflictgebieden speelt deze vraag alleen maar meer op. Over de maakbaarheid van verhalen ging het tweede deel. Als een beter theatermaakproces uit de late jaren zestig nam de cast voor ons de verschillende verlopen van het verhaal door. Hertenhuis werd een collectieve voorstelling. Zelfs de doden kwamen tot leven voor een snelle reactie op verhaal en hun visie.

In het derde luik zijn we eindelijk bij de voorstelling aanbeland. De spelers zijn eruit en hebben hun eigen, haast sinistere, waarheid gecreëerd. Ondanks de vele moorden die tijdens de tweede helft gepleegd werden ontstaat er een bijna sektarische eenheid. Vol vreugde worden de acteurs nog betere dansers en de dansers nog beter spelers. Ze verleiden je om mee te gaan in hun vreugde. Maar kun je hierin meegaan? Of kies je dan voor een te makkelijk eenduidig verhaal? Hertenhuis zette ons voor de spiegel in een prachtige vertelling, het deed ons weer eens denken aan het ‘net menselijke dilemma’ van Joris Luyendijk.

Wij zagen Hertenhuis in het Kaaitheater te Brussel en wie de voorstelling nog wil zien moet (helaas) naar Antwerpen of Zürich.

Bejaarden slachtoffer van Plopsaterreur

Het kan niet op, onze kinderen worden al massaal bevlekt door de kanonnen van K3 en alsof dat niet erg genoeg is, heeft Studio 100 zijn pijlen nu gericht op de zeventigplusser. Bejaarden mogen tegenwoordig gratis de Plopsaland-pretparken in. Krijgen we dan ook speciale bejaardenatracties als de rollatorachtbaan van Kabouter Plop en kantklossen met Kabouter Kwebbel? Het lijkt er niet op want uit berichten van het bedrijf zelf worden de bejaarden alleen maar gebruikt om vooral hun (klein)kinderen het park in te krijgen. Arme oudjes, die kleinkinderen zijn vaak al zo druk en nu krijgen ze er ook nog een flinke portie wilde kinderhouse bij.

Wij van Leven op Pluto vragen ons af of de kredietcrisis ook op de Plopsabeurs heeft toegeslagen. Ze zijn namelijk een nieuw pretpark aan bouwen. Want ja lieve Nederlanders na de liedjes van K3 en TV-series als Samson, Kabouter Plop en Mega Mindy opent het miljardenbedrijf volgend jaar ook een pretpark in het Nederlandse Coevoorden.

Dus hou je vast, ook kindertjes in het noorden zullen hun grootouders aan hun kop gaan zeuren of ze aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaalsjeblief toch naar Plopsaland mogen. Luierdeluierdelui ik word hier zo moe van. Wie nog geen idee heeft over de kwaliteit van Studio 100, Kabouter Plop en Plopsaland kijk hier:

[youtube]http://nl.youtube.com/watch?v=6U_kfuvnMeg[/youtube]

Boem!

Hehe, CD&V en N-VA zijn uit elkaar. Het moeizame huwelijk van de Vlaamse christendemocraten hadden met hun dominante partner Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) is op de klippen gelopen. En dat is goed nieuws voor België. Anderhalf jaar lang heeft de N-VA van voorzitter Bart De Wever de Belgische politiek in een houdgreep gehouden (zie onze blog in februari) maar nu lijkt er eindelijk weer wat onderhandelingsruimte te ontstaan in het slepende conflict tussen de twee taalgroepen.

In 2004 was het CD&V een kartel aangegaan met het partijtje N-VA, om zo in te kunnen spelen op de Vlaams nationalistische gevoelens van het kiezer. Het resultaat mocht er wezen want de combinatie werd zowel in het Vlaamse als het federale parlement de grootste partij. Een kartel is een politiek huwelijk dat veel verder gaat dan de in Nederland bestaande lijstverbindingen. Die lijstverbindingen gaan alleen om het binnenhalen van de zogenaamde restzetels, een Belgisch kartel betekent dat je defacto een partij bent bestaande uit twee delen. Het afgelopen jaar bleek dat de twee partners op een cruciaal punt van elkaar verschilden: het CD&V wilde wel onderhandelen met de Walen, de N-VA wilde niets weten van haar landgenoten en verlangt uiteindelijk naar een onafhankelijk Vlaanderen. Bij elk stapje richting een compromis was het antwoord van De Wever: Njet. Een onwerkbare situatie dus. Het voeren van onderhandelingen als een iemand zijn poot stijf houdt, is onmogelijk.

In Vlaamse media en bij het CD&V is tot onze verbazing nauwelijks een geluid van opluchting te horen. Leterme liet vooral blijken het einde van het kartel betreuren, terwijl hij zich juist nu zou kunnen profileren als een echte staatsman die het land wel kan besturen. Ook de media geven de nieuwe situatie niet eens een kans en komen met pessimistische voorspellingen alsof ook zij liever geen oplossing zien. Ze zijn bijkans kritischer over het opheffen van het kartel dan ze in voorafgaande maanden waren over de vastzittende onderhandelingen. De Nederlandstalige media lijkt, net als het CD&V, steeds flaminganter te worden en dat belooft weinig goeds voor de toekomst.

Kom van dat dak af

Brussel heeft iets met parkeergarages. En ik zo langzamerhand ook: voor de tweede keer deze maand werd ik uitgenodigd op een parkeerplatform. Zondag klom ik op het dak van Park 58, een utopisch project in hartje Brussel. Een betonnen hoogvlakte, gebouwd voor de Brusselse Expo in 1958. Nu – vijftig jaar en flink wat CO2-dampen later – mogen we hier spelen, fietsen, wijn drinken, genieten van de zon en het uitzicht over de stad. mmmmm

Nederlanders veroveren De Munt

Deze week bezochten wij voor de allereerste keer De Munt of La Monnaie. De beroemde Nationale Opera van Belgie lijkt, met zijn overdaad aan gouden krullen, in niets op ons vertrouwde, moderne Muziektheater in Amsterdam. We vliegen terug in de tijd, klimmen via een doolhof aan gangen en smalle trappetjes omhoog naar de vijfde etage. Daarboven, onder de nok van het dak, proppen we ons in de allergoedkoopste, doorgezakte rode stoeltjes van dit barokke theater. In de verre verte turen we naar de zeer dramatische opera Pelléas en Mélissande van Claude Debussy.

Lesje geschiedenis voor Nederlanders: dit is een zeer beladen plek. Hier sloeg in 1830 de vlam in de pan. Tijdens de opera De Stomme van Portici raakten de gemoederen van het publiek oververhit. Een anti-Hollandse stemming greep om zich heen en leidde tot relletjes in de stad. De Munt is het begin van de Belgische opstand en de onafhankelijkheid van de Zuiderlijke Nederlanden: België dus. Wat staat ons vanavond te wachten…?

Juist. Een Nederlandse revolutie! Deze plek wordt nu overspoeld door een invasie van mensen die we vooral kennen uit Nederland. De nieuwe artistiek directeur van De Munt Pieter de Caluwe was tot vorig seizoen casting director bij De Nederlandse Opera en de nieuwe directeur muziek is de Nederlander Bert van den Akker. Als klapper op de vuurpijl werd het seizoen van de Muntschouwburg geopend met Pelléas en Mélissande onder regie van Pierre Audi, artistiek directeur van de Nederlandse Opera.

Pijnlijk voor Belgische nationalisten, maar een tweede Belgische opstand zit er vanavond niet in. Vanaf zolder buigen we ons voorover en zien geen protesten tegen dit Hollandse geweld, maar keurige mensen, lafjes applaudisserend. Na afloop een glaasje champagne en op tijd naar bed.

De Javaan van België

De Javaan van BelgiëDe zich anderhalf jaar voortslepende Belgische regeringscrisis is weer in volle hevigheid losgebarsten en inmiddels buitelen ook de Vlaamse en Waalse partijen intern over elkaar heen. Ik word er een beetje moe van, ik ben aan vakantie toe. Weg uit Brussel, niet naar Wallonië en ook niet naar Vlaanderen. Nee, ik ga mijn licht maar eens opsteken bij de Duitstalige Belgen, want die zijn opvallend stil. Zelfs Karl-Heinz Lambertz hield als onderhandelaar vooral zijn mond, op één moment na. Wat denken die Duitsers en zouden zij niet juist een rol van betekenis kunnen spelen?

De Duitse stad Eupen ligt ver weg van Brussel, dus gooi ik de fiets achterin de auto en neem de E40 naar het oosten. Een vreemde weg toch die E40 naar Luik, om de haverklap staan er borden in de berm ‘Bienvenue en Wallonie’, ‘Welkom in Vlaams-Brabant’ en ‘Bienvenue en Wallonie.’ ik bestudeer de kaart en kom tot de conclusie dat, mocht België uiteenvallen, deze weg alleen al zes grensovergangen heeft. Zou Bart De Wever zich dit dit realiseren?

In Eupen word ik omgeven door bloemperken, cafés in donker eikenhout en Eupener bier. Ben ik te ver doorgereden en in Duitsland? Na enig zoeken vallen overgebleven Belgische sporen op: de Belgische modderige wielerheld Sven Nijs prijst ook hier bankrekeningen aan maar dan wel in het Duits. Ook het postkantoor en de politie zijn Belgisch en ook de vlaggen in het straatbeeld hebben het zwart-geel-rood nog in Belgische volgorde staan. Eupen ligt officieel in Wallonië maar heeft niks te maken met Charleroi of Luik; alles is hier met een Duitse grundlichkeit aangeharkt. Er schuifelen opmerkelijk veel ouderen door de straten, ook op de terrassen weinig mensen beneden de veertig. Gebeurt hier dan helemaal niks? Een zekere angst bekruipt me. Ik besluit op zoek te gaan naar een plaatselijke krant om te kijken wat hier zoal gebeurt. In een tabakswinkel vind ik inderdaad de Grenz-Echo. Gebroederlijk ligt de gazet naast De Morgen, La Libre Belgique en Die Zeit. Ik probeer in mijn steenkolenduits af te rekenen maar krijg antwoord in het Nederlands, jammer, want ik wil vandaag graag wat aan mijn Duits doen.

Het belangrijkste nieuws in de Grenz-Echo is dat er vandaag een vierentwintiguursmars voor het goede doel wordt gelopen. Teams uit Duitsland, Nederland, Hong Kong en vooral heel België hebben euro’s ingezameld voor Oxfam en om dat te vieren gaan ze honderd kilometer lopen. In Eupen lijkt verder niet veel te gebeuren, dus ga ik naar dit internationale treffen. Even buiten de stad, op het terrein van de lokale atletiekvereniging, hebben de wandelaars zich verzameld.

Gebroederlijk zitten teams uit West-Vlaanderen aan een lange Duitse tafel met Luikenaars. Een stoet hoogwaardigheidsbekleders trekt aan het katheder voorbij om de wandelaars moed in te spreken. Hoogtepunt van deze formaliteiten is het moment waarop Bernd Gentges en Isabelle Wykmans het podium bestijgen. ‘Voor u staat de helft van de regering van het Duitstalige gebied,’ laat Gentges met een gezonde glimlach weten. ‘Ik ben minister van gezondheid en toerisme terwijl mijn collega Wykmans verantwoordelijk is voor cultuur en sport; daarom zijn we maar samen gekomen. Ik ben trots dat deze wandeling hier in ons prachtige gebied plaatsvindt. De Duitse gemeenschap staat eindelijk op de kaart.’ Gentges en Wykmans zijn overduidelijk in hun element en spreken de menigte toe in een mengelmoes van Duits, Nederlands, Frans en Engels. Ook bij de bar is het zoeken naar de communicatietaal: de muntjes haal je in het Duits terwijl je een pintje weer het beste in het Vlaams kunt bestellen. Dit is leuk, voor heel even lijkt België echt te bestaan.

Het wordt geen lange avond, de start is al om half zeven dus gaan de kippen vroeg op stok. De volgende middag bezoek ik als supporter een van de stempelposten. Het is warm en de wandelaars hebben er pas twintig kilometer opzitten. Toch zien verschillenden er al uit alsof ze zojuist de marathon van New York voltooid hebben. Er worden blaren verzorgd, het water wordt bijgevuld en zweet gedept. In de drukte kom ik de verzorgers van het team van Elmar Keutgen, de burgemeester van Eupen, tegen. De vier lopers zijn net opgelapt en vertrokken voor de tweede etappe. Matthias, een student van achttien, en mevrouw Keutgen ruimen de boel op om naar de volgende stempelpost te gaan. Mevrouw Keutgen is apetrots op haar man die met zijn zestig jaren meeloopt. Nog mooier vindt ze het dat zoveel mensen uit heel België meedoen. ‘Ik voel me ook een echte Belg,’ verzekert ze mij. ‘Als je ons vergelijkt met Duitsers, hebben wij zuiderlijk temperament dat lijkt op die van de Walen, met een werklust die meer weg heeft van de Vlaming. Door de lage huizenprijzen komen  hier steeds meer Duitsers wonen, maar dan merk je het verschil direct. Wij hebben ook minder contact met ze.’

Toch is de deze regio vooral op Aken gericht en niet op België. Bijna iedereen werkt, studeert over de grens en ook menige geliefde wordt daar gevonden. ‘Helaas ben ik niet uitgeloot voor de studie geneeskunde in Aken,’ laat Matthias weten. Hij studeert nu tegen zijn zin aan een Franstalige Universiteit en hoopt straks toch in Duitsland te gaan werken. ‘Er is hier gewoon niet zoveel te doen, Aken leeft meer en heeft een veel leuker uitgaansleven,’ laat hij met een ondeugende glimlach weten. ‘Het is maar wat je wilt,’ vult mevrouw Keutgen hem aan. ‘We hebben hier een prachtig natuurgebied, fiets er maar eens doorheen.’

Ik volg de raad van mevrouw Keutgen op. Het is inderdaad een prachtig, bosrijk landschap. Midden in deze schoonheid stuit ik ineens op een stuwdam.  Het betonnen geval doet haast futuristisch aan. Zwemmen! denk ik, maar helaas: een bord aan de zijkant van het meer laat onbelgisch weten wat allemaal niet mag: geen motorboten, kajaks en surfplanken. Ook zwemmen is verboden. De enigen die het meer wel mogen betreden zijn zeilboten. Ik zit aan de rand van het meer en heb ter verkoeling stiekem mijn voeten in het water gedaan. Tegen een decor van groene heuvels slamommen zeilboten om boeien heen. In deze rustgevende omgeving laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik mag die Duitsers wel, die degelijkheid heeft iets schoons en ook het pacifisme dat na 1945 zo in zwang kwam, is prettig. Geen volk dat in de twintigste eeuw een grotere draai heeft gemaakt: van Nazi tot vredesduif. Eigenlijk is het jammer dat er in België zo weinig Duitsers zijn, want ze hadden in het conflict een mooie rol kunnen spelen als derde partij. Als er geen zeventigduizend maar een miljoen Duitstaligen in België waren geweest hadden ze het land kunnen redden, zoals de Javanen een grote clash in Suriname altijd voorkwamen.

Suriname en België lijken meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Die kleine tropische postzegel aan de andere kant van de oceaan is ook een ratjetoe van volkeren en talen. Het land is het enige waar, naast Nederland en België, Nederlands de officiële voertaal is maar dat wil niet zeggen dat dit de enige taal is. In de drie eeuwen dat het een Nederlandse kolonie was, werden uit alle hoeken van de wereld mensen gehaald om de plantage-economie vlot te trekken. Nadat de lokale Indiaanse bevolking massaal bleek te bezwijken aan Europese ziektes gingen de Hollanders en Zeeuwen over op slaven die in West-Afrika gekocht werden. Na de afschaffing van de slavernij werden er contractarbeiders geïmporteerd uit India en na een diplomatieke rel met de Britten uit ‘ons eigen’ Indonesië: de Javanen. Al deze groepen namen hun eigen taal mee die vervolgens vaak weer een Surinaamse variant kreeg. Tegenwoordig worden er door een slordige vierhonderdduizend Surinamers elf talen gesproken.

Suriname is dus net als België een meertalig land. En zoals Vlamingen op Vlamingen stemmen en Walen op Walen, zo stemt bijna iedereen in Suriname volgens etnische lijnen. Een nazaat van de slaven kiest meestal een creool terwijl een Hindostaan* op iemand met Indiaase roots stemt. De Hindostanen en Creolen zijn de twee grootste groepen die elk ongeveer dertig procent van de bevolking uitmaken. Ze worden gevolgd door de Javanen met tien procent. Regeren zonder de Javanen was lang onmogelijk waardoor die groep een soort pacificerende rol kreeg. In buurland Guyana waar naast Creolen en Hindostanen enkel een handjevol Indianen wonen ging bijna elke verkiezingsstrijd gepaard met rassenrellen. In Suriname kwam het dankzij de vriendelijke, immer diplomatieke Javanen nooit zo ver.

Ik moet denken aan Karl-Heinz Lambertz, de Duitstalige minister-president. Hij werd door koning Albert voor de zomer het veld ingestuurd om de crisis in België op te lossen. Ik was enigszins verbaasd dat deze optie zo laat pas bedacht werd. Karl-Heinz werkte in stilte en liet zich een keer ontvallen dat het eigenlijk een illusie was om staatshervormingen voor de regionale verkiezingen van volgend jaar te realiseren. Na deze uitspraak kreeg Karl Heinz meteen een draai om zijn oren van Yves Leterme. ‘Een bemiddelaar moet vooral bemiddelen, op deze manier helpt hij de zaak niet vooruit’, was het credo van de Belgische premier. Toch riep Lambertz wat velen al dachten, en bovendien kon hij het als relatief onpartijdige weten. Ach, waren er maar een miljoen Duitstaligen in België dan konden ze meer gewicht in de schaal leggen, waarschijnlijk net genoeg om België te redden. Vriendelijk, diplomatiek en belangrijk zoals de Javanen in Suriname.

* In Suriname is een Hindostaan is iets anders dan een Hindoestaan; Hindoestaan verwijst naar de religie terwijl onder de hindostanen zowel Islamitische als Hindoestaanse mensen met voorouder uit India worden verstaan.

Oui!

De Waalse socialistenleider Elio di RupoEindelijk goed nieuws in de Belgische politiek. De franstaligen hebben ‘oui’ gezegd tegen nieuwe onderhandelingen. Waar de Vlamingen en de Walen het nu over gaan hebben, blijft helaas vaag. Of die omstreden staatshervormingen – die het land al ruim een jaar lamleggen – toch bespreekbaar worden, geen idee!

We praten weer met elkaar in dit land, dat is het belangrijkste. En dat leidt hier tot tijdelijke euforie. Succes jongens.