Maandelijks archief: maart 2010

Roadtrip Rwanda

“Homoseksualiteit is een ziekte.” “De Westerse homobeweging geeft geld aan Afrikanen om te doen alsof ze homo zijn.” “Afrikaanse homo’s zijn hetero mannen en vrouwen die in Europa willen wonen.” “Hoe kun je eerst getrouwd zijn, kinderen hebben en dan homo worden? Geloof ik niets van!”

Soms hoor ik in Rwanda – in mijn ogen – zeer verrassende teksten. Ik sta met vlotte twintigers in een café in Kigali en mijn mond valt open. “Mijn vriend heeft twee ex-vriendinnen, die zijn nu lesbisch”, probeer ik. Even word ik vol ongeloof aangestaard. “Dan word jij ook lesbisch!!!” Luid gejoel in de bar. “Dat zou kunnen”, knik ik.

Ik doe er een schepje bovenop. Wisten jullie dat sommige Nederlandse politici jaarlijks staan te hossen op de Gay Pride, ons nationale homofeest? Hoofdschuddend vragen mijn nieuwe vrienden zich af: In wat voor idioot land woon jij?

Kayonga

Dorpen, plantages, fietsers, mensen die gewoon een beetje voor zich uitkijken, zoeven voorbij. Kinderen zwaaien. De taxichauffeur en ik wisselen wetenswaardigheden uit over onze levens. We zijn even oud, 32 jaar. Kayonga is getrouwd, katholiek en heeft dochters van 5 en 3. En ik? Ongetrouwd, geen kinderen. Misschien sluiten mijn vriend en ik een samenlevingscontract als ik thuiskom uit Rwanda.

Kayonga schatert het uit. “Een samenlevingscontract! Een contract! Is dat voor het leven?” “Eh… ik denk het wel”, zeg ik aarzelend. “Tenzij je het contract verscheurt natuurlijk. Maar ik hoop van niet.” Waarom ga je dan niet trouwen?”, roept Kayonga. Ik krab mijzelf nog eens achter de oren. “In Nederland zijn we niet zo bezig met tradities…” Kayonga zwijgt en richt zijn blik op de weg.

Het is goed dat je katholiek bent, zegt hij. Ik knik. Durf niet te zeggen dat ik de Roomse kerk vorig jaar vaarwel heb gezegd. Met drie officiële brieven naar katholieke instanties, een heel gedoe. Ik geloof niet meer in god. Laat maar.

“Wil jij even rijden?” vraagt Kayonga plotseling met schitterende ogen. “Ik? Hier? Nu?“ Hij zet zijn witte Toyota stil langs de kant van de weg, kijkt me vragend aan. Een halve minuut later zit ik achter het stuur – dat rechts zit – en scheur ik door de groene heuvels van Rwanda, over kronkelende wegen van rode aarde. Kayonga kijkt tevreden. “Jij bent een goede chauffeur. Maar rijd niet te hard!”

De Nederlandse politiek als absurd fenomeen

Dat politiek in België en Nederland verschillen als dag en nacht heb ik in anderhalf jaar Brussel meer dan eens mogen ervaren. In Nederland werd vaak wat smalend naar België gekeken. Met puur leedvermaak werd er gesproken over het succes van het Vlaams Belang, de taalstrijd, de vallende regeringen, de vriendjespolitiek met zijn dienstbetoon en al die politici die in meerdere volksvertegenwoordigingen zitten en dat doodleuk combineren met  burgemeesterschap.

Groot was in Vlaanderen dan ook het plezier toen Balkenende aantrad als premier. Wat een dankbaar satire-object was deze stijve hark? Ik ben bij onze zuiderbuur niemand tegen gekomen die onze premier charismatisch vond. Balkenende zou in België al heel blij mogen zijn met een plekje op de achterbanken van een gemeenteraad.

De laatste tijd valt er voor de Vlaming en de Waal nog meer te smullen als het om de Nederlandse politiek gaat. Inmiddels hebben wij de PVV die het Vlaams Belang rechts inhaalt en blijkt Balkenende net zo min als Leterme in staat een regering bij elkaar te houden. ‘Ha ha!’ is de ondertoon. ‘ Eindelijk hebben wij ook ons leedvermaak over het noorden!’

Prutsende politici zijn altijd leuk maar deze week werden onze zuiderburen getrakteerd op een fenomeen dat in hun ogen wel heel goed past bij de soort humor waar ze van houden: het absurdisme. Vooral in Vlaanderen was het opstappen van Camiel Eurlings en Wouter Bos totaal onbegrijpelijk en bizar. Een politicus die opstapt voor zijn gezin? Een politicus die een andere (maatschappelijke) carrière kiest? Hoe is het mogelijk? Ze braken er hun hoofd over. Hoe combineren de eigen ‘polititiekers’ als Bart De Wever hun werk met gezin?

Een echt goede analyse kwam, hoe kan het ook anders, van Steven De Foer die als laatste Vlaamse correspondent van 1997 tot 2000 in Nederland woonde. De journalist van De Standaard schreef een scherpe analyse van het verschil tussen de Nederlandse politicus en Belgische. In België ben je politicus voor het leven, zo meent De Foer. Het is je beroep en als je een carrière-switch maakt, was er vast iets mis met je kennis en kunde. Wij Nederlanders zijn ook meer avonturiers en sneller geneigd een wild plan uit te voeren, zien we politiek als een tijdelijke baan en is het willen zorgen van je gezin niet klef.

Lees hier in De Standaard ‘Lekker met de kindjes spelen’ van Steven De Foer.

Vuurdoop in Kigali

Ik haal diep adem. Snuif nog eens. En nóg eens. Mijn rechtervoet verplaats ik van de onderste trede van de vliegtuigtrap naar de Afrikaanse bodem. Welkom in de voormalige Belgische kolonie Rwanda! Voor de eerste keer in mijn leven stap ik dit continent binnen.

Duizend lichtjes branden over de heuvels van Kigali. Een stad vol met billboards die schreeuwen: “Grow your dreams” en “Knowledge is power”. Overal zie ik jonge mannen die sjouwen en timmeren in betonnen kantoorgebouwen.

Een breed glimlachende parkeerwacht, gekleed in een groen hesje, wil het gevoel graag met me delen. “Ik ben trots op mijn land”, zegt hij. “Natuurlijk niet altijd. Niet op wat in 1994 is gebeurd. Maar nu hebben we weer hoop. Het gaat beter met ons.”

De PR-machine van de Rwandese president Paul Kagame – zijn strenge portret hangt overal – draait hier overuren. Rwanda is een van de armste landen ter wereld, heeft nauwelijks grondstoffen en leunt zwaar op de landbouwsector. Maar volgens de officials hier is Rwanda zéér kansrijk.

Het regenseizoen is net begonnen, op straat is het een drukte van jewelste. Kleine handelaren laden en lossen producten als koffie en thee. Bij mij in Nederland – waar ik vandaan kom – zie ik nooit zoveel mensen op straat. Tenzij ons nationale elftal een belangrijke voetbalwedstrijd wint.

Een vrouw met een baby staat voor me, ze kijkt me indringend aan. Wijst op haar buik. Honger? Ik denk aan het continental breakfast van Hotel Milles Collines – vers in mijn maag – en krijg acute buikpijn. Graai in mijn broekzak en duw een briefje van 1000 Rwandese francs in haar hand.

Naast mij begint een andere vrouw te protesteren. Zij wil ook. Ik kijk om me heen en zie dat veel mensen staan te kijken. Het schaamrood staat me op de kaken. Ik begin in versnelde pas te lopen, glij uit over een natte steen en val op mijn knieën. Overal gelach.

Ik forceer een grijns op mijn gezicht en sta rustig op. “Ca va! ça va!” Door de stromende regen, broek en schoenen onder de modder, zet ik mijn tocht voort. “Ik moet nog even wennen aan Afrika”, besluit ik. Morgen gaat het beter.

Op naar Sochi!

In Vancouver was tijdens de Olympische Spelen net geen Belgische schaatser te bewonderen. Onze held Kris Schildermans strandde op de meest lullige plek die je als sporter met Olympische droom maar kunt hebben: hij was eerste reserve op de 5000 meter. De Belg reisde wel af naar naar Salt Lake City om daar af te wachten of er iemand uitviel. Maar helaas, niemand werd ziek, zwak, misselijk of geblesseerd en dus moest Kris de resultaten van zijn noeste trainigsarbeid op het supersnelle ijs van Utah botvieren. ‘Nieuwe besttijd voor mij vandaag op 1 ronde… Goed bezig,’ zo twitterde hij. ‘Ik begin in vorm te komen en smijt met mijn energie vanaf nu. Sparen hoeft niet…’  Treurig om te lezen dat hij zijn goede vorm niet op het hoogste podium mocht laten zien. Het bleef niet bij een energie-explosie op het ijs. Op de dag van de tien kilometer twittert hij gefrustreerd over de reserve op 10 kilometer: ‘Vervanger voor Fabris mist telefoontje. Goed bezig Patrick Beckert en Duitse ploeg!!!’ De 10 kilometer is eigenlijk de favoriete afstand van Schildermans ook al mag hij hem zelden tot nooit rijden. Ik weet zeker dat hij het onderste uit de kan had geschaatst onze Kris.

Het valt ook niet mee om schaatser uit België te zijn. Kijk maar naar dit interview op TV Limburg waar Kris zelfs moet uitleggen wat voor sport dat is schaatsen:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=UV8igRxcD_M[/youtube]

Maar er is hoop. Kris is nu 25 jaar dus theoretisch kan hij nog door tot Sochi in 2014. Nog hoopvoller voor de Olympische toekomst is Quinten Van De Sande een junior van 13 die indrukwekkend hard schaatst voor een Belg. Tijdens de Vikingrace reed Quinten in een internationaal deelnemersveld vol snelle Ollanders steeds rond de 12e/13e plaats en liet daarmee velen junioren uit de schaatsnatie bij uitstek achter zich. Op dit filmpje (rond 7 minuut 34) en deze (5.14) kun je het talent in actie zien.

Nu maar hopen dat Quinten doorzet zowel op schaatsgebied als met drummen dat hij ook goed schijnt te kunnen. Stiekem hoop ik dat hij als zeventien jarige junior Sven Kramer kan bedreigen in Sochi. Dus: Beste Quinten stop niet en ga door! Geef niet op want je kunt mooie dingen bereiken, zeker op schaatsgebied.  Je weet zelf dat als je Nederlanders sportief echt te kakken wil zetten, winnen bij het schaatsen nog veel cooler dan winnen bij voetbal. Denk maar aan die keren dat een Ollander een belangrijke wedstrijd veldrijden won! Nog even en deze cartoon van mijn vriend KIM…

Kan veranderd worden in deze: