Maandelijks archief: juni 2010

Column Eeuwig verdwalen

Door de indeling in negen spiegelingen was het Oerol programma dit jaar overzichtelijker dan ooit. Pieter-Bas van Wiechen, dagkrantredacteur maar vooral: trouw Oerol bezoeker, denkt met weemoed terug aan de chaos van weleer.

Op weg van een grote voorstelling in de duinen terug naar de bewoonde wereld. We waren met een mannetje of vijf, maar in de drukte van vertrekkend publiek ben ik al snel iedereen kwijt. Op een splitsing waar het toch echt de vraag is of we links danwel rechts een jutter gaan drinken, besluit ik op mijn kompanen te wachten. Ik sta met mijn fiets keurig langs de kant van de weg om anderen er langs te laten. Voor mijn ogen ontstaat een enorme verkeerschaos, waarvan ik tot mijn verbazing de oorzaak blijk: ik sta met mijn fiets precies voor zo’n vierkante ANWB-paddestoel en
zonder die dingen raakt de Oerol bezoeker blijkbaar hopeloos ontheemd.

De weg kwijt. Het is misschien opmerkelijk maar er zijn nog steeds Oerol bezoekers die het lukt om op het eiland te verdwalen. Terwijl dat tijdens het festival bijna onmogelijk is. Terschelling is in deze dagen bezaaid met de welbekende blauwe wegwijzers om je naar de juiste locatie te sturen. Om naar die plek te komen hoef je alleen maar te weten waar het in de buurt is, de ANWB-paddestoelen doen de rest. Veel Oerol bezoekers hebben tien dagen lang geen idee waar ze zijn; Oosterend zou zomaar in het westen kunnen liggen en voor camping De Kooi volg je gewoon ‘West-Terschelling’ of ‘Midsland’ totdat je de camping herkent. Kortom: Oerol-gangers staan topografisch gezien op stand-by.

Het festival zelf is ondertussen ook de weg kwijt. Wat ooit begon als een gezellige bende vol verrassingen voor café De Stoep is uitgegroeid tot een strak georganiseerd festival met grote namen en mooie, doordachte voorstellingen. Er wordt weinig aan het toeval over gelaten, al zou je als bezoeker soms anders denken. Laten we het volgend jaar anders doen. We houden alle voorstellingen geheim, doen geen voorverkoop, hangen geen enkele blauwe pijl op en laten de ANWB-paddestoelen beschilderen door kunstenaars. Stel je voor: je komt aan, stapt op je fiets en gaat tien dagen lang ‘eeuwig’ verdwalen!

“Koffie is hier een sloot zwart water”

Wat zijn de linkse hobby’s van Oerol-gangers? Vandaag Anne-Jan Bakker, de rock-’n-roll barista die met zijn smakelijke koffiekunst Midsland verovert.

“Mijn eerste koffie dronk ik toen ik een jaar of zes was met Kerst. Zelfs met melk vond ik het nog niet lekker; ik goot het onder de kerstboom. Op mijn zestiende kwam ik in aanraking met de espressomachine en was niet meer te stoppen. Koffie is voor mij absoluut een linkse hobby. Ik besteed onrendabel veel tijd aan ieder kopje. Bovendien ben ik ook bezig de tussenhandel eruit te halen, door direct zaken te doen met koffieboeren.

“In Nederland hebben we helemaal geen koffiecultuur. Koffie is hier een grote sloot zwart water. Zelfs in veel goede restaurants hoor ik aan het snerpende geluid van de espressomachine dat het misgaat. De melk wordt dan aan de kook gebracht, waardoor het alle smaak verliest. Melk moet niet koken en dus is goede cappuccino een beetje lauw.

“Binnenkort begin ik koffiegenieters.nl, een site waar het niet om commercie maar om het bewust genieten van koffie gaat. Veel commerciële koffiejongens zullen daar niet blij mee zijn; ik ga nogal wat van de onzin die zij proberen te verkopen ontkrachten.”

Vliegen in Kytopia

Oerol zoals het in de beginjaren moet zijn geweest. Dat is mijn eerste gedachte als ik de kuil inloop waar Colin Benders zijn vrijstaat ‘Kytopia’ heeft. Het lijkt wel of hier alles kan. Zandsculpturen maken, skateboarden of een hippie zweefdansje doen. Maar daarvoor ben ik hier niet. Ik heb een zelfopgelegde opdracht: jammen met niemand minder dan Kyteman zelf.

Eenmaal in de kuil die ‘Kytopia’ heet verdwijnt mijn vrijstaatgevoel meteen als sneeuw voor de zon. Waarom heb ik mezelf opgezadeld met deze ambitie? Ooit ja, in een verleden, bestormde ik zelf met contrabas en basgitaar de podia. Maar mijn bassen hangen tegenwoordig vooral aan de wilgen, dus mijn baskwaliteiten zijn niet meer wat ze waren.
Ik heb mezelf nooit een goede bassist gevonden. Als kind van een perfectionistische beroepsmuzikante kon er altijd wel wat beter. Ons huis leek wel het hoofdbureau van de muziekpolitie, elke noot werd beoordeeld. Onmogelijk om dan met plezier te spelen.

Kyteman en zijn mannen maken een prachtige badhanddoek van geluid in de zon. Het publiek ligt erop en ik zit er tussen. Ik ben verslaafd aan muziek en deze jongens zijn echt verschrikkelijk goede dope. Ik geniet met volle teugen en vraag mezelf af waarom ik de mensen in godsnaam moet vermoeien met mijn basgepruts? Ik moet dit niet doen, ik wil niet.


foto: Michiel Langeweerd

Ik loop naar fotograaf Michiel en zeg hem dat ik het niet kan, zomaar op het podium springen. “Gast, je moet dit doen. Je kunt het!”, zegt hij met zijn dwingende Brabantse tongval. Ik loop naar het podium dat ineens een onneembare hoge vesting lijkt. Uit de rustgevende zwevende klanken ontstaat langzaam een groove. Michiel geeft me een zetje en ineens sta ik op het podium met een bas in mijn handen. Ik zoek de toonsoort en begin voorzichtig mee te spelen. Een simpel lijntje ontstaat en Kyteman en zijn sousafonist soleren eroverheen. Wauw, ik begin te vliegen, misschien kan ik het toch een beetje? Als ik thuis ben wil weer een bandje omdat dit het mooiste is dat er bestaat.

Natuur… omdat het moet

Het theaterprogramma van Oerol bestaat dit jaar uit negen spiegelingen. Dagelijks staat één van deze thematische leidraden centraal op het festival én in de dagkrant. De redactie reflecteert hier op haar beurt op. In de reeks bespiegelingen op de spiegeling vandaag: ‘De noodzaak van tuinieren’.

Mensen die vrijwillig een potje met hun handen in de aarde van hun tuintje gaan zitten wroeten, ik heb er niets mee. Waarom zou je? Je wordt er smerig van en alles wat je doet is per definitie nutteloos. Je plant een stekje, dat groeit, bloeit even en gaat dan het grootste deel van het jaar weer niets zitten doen. Met dieren heb ik ook al niets: ze stinken en maken lelijke geluiden.

Als stadsjongetje had ik, kortom, weinig met de natuur. Misschien doordat die natuur mij zo werd opgedrongen. Op zondag verplicht wandelen in het bos en als kind van babyboomers in de vakantie natuurlijk naar de naturistencamping. Hartstikke leuk hoor, die onherbergzame oorden waar mensen hun uitgezakte lichamen
tonen, maar ik walgde van dit primitief hobbyisme. Had de mens niet juist van alles uitgevonden om dit niet meer mee te hoeven maken?

Voor het eerst fietsend op Terschelling, ploeterend tegen de wind. Waarom verhuren ze hier geen brommers? Ik trap door en verdwaal. Ineens fiets ik door een glooiend duinlandschap. Zoveel verschillende kleuren groen heb ik nog nooit gezien. Er scheren vogels over met verre klanken. Ik stap af en stop de tijd. Daar sta ik dan, te staren in het niets. Ik vecht tegen mijn tranen; zoiets moois heb ik zelden gezien. Gadver, ik ben toch geen sentimentele dertiger aan het worden? Ik hoop maar dat dit geen nieuwe hobby van mij wordt, en dat ik mijn kinderen in godsnaam die onherbergzame naturistencamping bespaar.

Geschreven voor de dagkrant van Oerol

“Fietsen aan de linkerkant van de weg”

Wat zijn de Linkse Hobby’s van Oerolgangers? Vandaag zangeres Roos Rebergen. Op het festival speelt zij met haar band Roosbeef én met De Speeldoos, een samenwerkingsproject met De Staat.

“Eigenlijk heb ik geen hobby’s, geen linkse en geen rechtse. Ik hou niet van sporten en niet van spelletjes. Misschien is pianospelen wel mijn meest linkse hobby want het kost geen stroom als ik akoestisch speel. Aan de andere kant compenseer ik dat door elke dag heel lang te douchen en daarmee flink veel water te verspillen. Bij ‘linkse hobby’ denk ik aan fietsen aan de linkerkant van de weg. Of aan mensen die samen iets moois maken met heel weinig geld. Zoals mijn vader en mijn broer. We woonden meer dan dertien jaar op een boerderij waar mijn vader elk jaar het festival De Koeioneur organiseerde. Eerst was daar vooral straattheater te zien, later vooral muziek. Hij kreeg er maar een klein beetje subsidie voor. Mijn broer maakte van de mestsilo met een vriend later een popcentrum. Mijn vader zag dat eerst niet zitten maar zij waren enthousiast en gingen het gewoon doen. Zo hoort het. Ik speel regelmatig op plekken waar mensen wel subsidie krijgen die zomaar uitgegeven.”

Geschreven voor de dagkrant van Oerol