Maandelijks archief: september 2010

Aangenaam Sint Maarten

Huh? Zijn we in het verkeerde vliegtuig gestapt? Zijn we terug in Albanië, het land dat we eerder dit jaar bezochten? Met onze spierwitte huurauto ontwijken we gaten in de weg terwijl we een onwaarschijnlijke reeks huizen en resorts voorbij zien trekken. Net als in Albanië is een aanzienlijk deel daarvan maar half af. Even later zien we links en rechts vettige bekende eetketens, casino’s en een USA market terwijl ons vooruitzicht wordt belemmerd door een enorme hummer-achtige bolide waar ons Hyundai-tje een mier bij lijkt. Zijn we dan op een Amerikaans eiland? Om ons heen klinkt Engels en er worden hier om de haverklap cruiseschepen vol cliché-matige Amerikanen losgelaten. Dus zou je bijna denken ‘This is Amerika’, maar niets is minder waar: we zijn ‘gewoon’ in ons eigen Koninkrijk der Nederlanden maar dan wel acht uur vliegen van huis: ‘Welcome to Sint Maarten, the friendly Island.’

In anderhalve dag hebben we geprobeerd sporen van Nederland te vinden maar zelfs met een vergrootglas kwamen we niet echt veel verder. De verkeersborden, het enige stoplicht en de tekst op de auto’s van de overheid (Politie en Brandweer) zijn op het eerste gezicht het enige herkenbaar als Nederlands. En o ja: In de hoofdstad Phillipsburg zit een winkel die Dutch Cheese aan toeristen probeert te slijten. Maar verder? Bijna niets.

Het is zelfs bijna lastig hier een geboren Sint Maartenaar met Nederlands paspoort te vinden. Die maken namelijk maar 20% van de bevolking op het eiland uit. Dus kwamen onze willekeurige gesprekspartners de afgelopen dagen uit Haïti, Saint Vincent, Jamaica, Nigeria, India, Saint Lucia en o, ja toch uit Nederland want we logeren bij een Nederlands stel hier. De ouders van een vriendin in Nederland.

Ik ben tamelijk opgetogen over deze reis die we de komende drie weken maken. Als kleine jongen zat ik vroeger vaak uren gebogen over pagina 149 van de Grote Bosatlas. Op die bladzijde stonden namelijk de Nederlandse Antillen en Suriname. ‘Die Antillen zijn van Nederland,’ leerde mijn vader me de halve waarheid. Nederland en toch zover weg aan de andere kant van de wereld? Daar moest en zou ik ooit een keer heen.

Voor Sophie is de reden om dit eiland te bezoeken een andere. Ze wil naar het huis van haar grootouders. Niet dat die in ooit op Sint Maarten geweest zijn maar ze waren wel Frans net als de helft van dit eiland. Eigenlijk is Sophie zelf een Sint Maarten: half Frans, half Nederlands.

Zonder dat het opzet was had Harry, onze gastheer dezer dagen, een leuke verrassing voor Sophie in petto. We gingen uit eten en wel net over de grens in het Franse deel. Zodra we de grens over waren was het asfalt zo glad als een spiegel en waren alle teksten om ons heen Frans. Harry wilde met ons eten bij zijn favoriete pizzeria, maar toen die dicht bleek viel Sophie’s oog op een eettentje verder ‘Zullen we anders naar die Crêperie?’ Harry en ik waren niet te beroerd en stemden in. We kregen de menukaart van een zeer herkenbare, keurige Franse serveerster en Sophie bestelde stralend ‘Un Crêpe Raclette avec un verre de rosé, Cote de Provence s’il vous plait,’ en tot ons: ‘het lijkt hier wel de Cote Azur!’

Feest der herkenning voor Sophie maar niet voor mij die vooral voor het Nederlandse deel hier is. Maar wat maakt dat uit? Ik was zelf altijd al meer van de Balkan dan van Frankrijk. Het beloofd dus voor ons beiden dus een mooie reis te worden…

O, ja hier twee foto’s van ons wonderschone uitzicht vanaf de veranda:

en…

Journalisten Pieter-Bas en Sophie reizen de komende drie weken langs alle eilanden van de Nederlandse Antillen in het kader van 10-10-10, de datum dat alle eilanden een nieuwe relatie met Nederland krijgen. Sint Maarten en Curaçao worden aparte landen binnen het koninkrijk terwijl Sint Eustatius, Saba en Bonaire bijzondere gemeenten worden.

Berichten van overzee

De komende drie weken gaan wij op reis om afscheid te nemen van de Nederlandse Antillen en de nieuwe landen in het Koninkrijk (Curaçao en Sint Maarten) en de nieuwe bijzondere gemeenten (Saba, Sint Eustatius en Bonaire) van Nederland te verwelkomen. Het is altijd lastig om als witte Hollander verslag te doen van “onze” gebeiden overzee. Stoot je niemand onbewust voor het hoofd? Snap je de context wel? Vragen om je mee bezig te houden.

Vele journalisten en reisverhalenmakers gingen ons de afgelopen eeuwen voor. Meestal vertrokken ze met de beste bedoelingen, vaak was het resultaat bedenkelijk.Het komische Vpro-duo Theo & Thea hebben een prachtige persiflage gemaakt over die koloniale berichtgeving. Kijk hieronder hoe de familie van Oranje-Nasi een bezoek brengt aan de tussen de benenwindse eilanden en lach. Wij beloven alles op alles te zetten om het beter te doen dan de berichten waar dit filmpje op gebaseerd is.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=ZZhkpxr9O5Q[/youtube]

Allez Congo in de polder

In België werd uitgebreid stilgestaan bij de vijftigjarige onafhankelijkheid van Congo, het Afrikaanse land dat van 1885 tot 1908 privébezit was van de Belgische koning Leopold en dat daarna nog 52 jaar een officiële Belgische kolonie was. De Brakke Grond stelde tijdens het festival Allez Congo! ‘zijn’ oud-kolonie voor aan de Nederlanders.

De Brakke Grond was begin september even het Kinshasa van het Noorden. In het café klonk Afrikaanse muziek, er werd bananenbier in plaats van trappist geschonken en op het menu maakte stoofvlees plaats voor kip met rijst, pindasaus en gebakken banaan. Niets bijzonders zou je zeggen; het Vlaams Cultuurhuis vierde de vijftigjarige onafhankelijkheid van kolonie Congo in stijl, met cultuur én eten.

Toch is die pindakip unieker dan op het eerste gezicht lijkt. De van oorsprong Indische nasi goreng wist het in Nederland te schoppen tot nationaal gerecht en is in elk Hollands gezin van Den Helder tot Vaals bekende kost. Maar een oer-Vlaamse moeder in Gattegem? Die serveert geen Congolese maaltijd alsof het de normaalste zaak van de wereld is, want ‘den Congo’ is in de Belgische samenleving veel verder weg dan de (voormalige) overzeese gebiedsdelen dat in Nederland zijn.

Vijftig jaar onafhankelijk Congo wordt in Vlaanderen gevierd met een dozijn nieuwe boeken. ‘Toch heeft de herdenking veel weg van een vorm van exotisme en lijkt ze ook een soort herdenking van de staat België te zijn’, meent David Van Reybrouck tijdens het boekenprogramma op zondagmiddag. Met deze opmerking zette de schrijver van het lijvige werk Congo, een geschiedenis de toon van het debat, dat vooral ging over verschillen in koloniale geschiedenis tussen Nederland en België. Congo-kenners Van Reybrouck en journalist Koen Vidal vonden in Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, een waardige deskundige van Nederland overzee. ‘Nederland had zijn koloniën langer en investeerde meer in het land en de mensen’, weet Oostindie. ‘België deed dat veel minder.’ Van Reybrouck beaamt dit; bij de onafhankelijkheid van Congo waren er slechts zestien Congolezen met een universitair diploma.

Ook anno 2010 zijn de historische verschillen tussen beide landen nog zichtbaar. In Nederland zijn de oud-koloniën overal in de samenleving aanwezig. Al is het maar omdat je op elke straathoek een Surinamer kunt tegenkomen. Natuurlijk, in Tervuren staat het Afrika Museum en in Brussel heb je de wijk Matongé, waar traditioneel veel Afrikanen wonen. Maar het is geen vergelijk. Waar de meeste Congolezen pas tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig naar België vluchtten, zag Suriname een derde van zijn bevolking al bij de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland trekken.

Toch is het koloniaal historisch besef van de Belg aan de beterende hand, zo viel te merken tijdens Allez Congo!. In de voorstelling A l’attentente du Livre d’Or van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en Campo zappen Congolese en Vlaamse acteurs in razend tempo tussen Congo en België, tussen het Frans en het Nederlands. De makers roepen Congolezen op niet meer te roepen dat alles wat nog functioneert Belgisch is, laten wrange teksten van Leopold II de revue passeren en laten vooral voelen dat je zelf ook een sleutel tot het succes van je land kunt zijn. Het complexe verhaal Congo-België gaat er bij de Nederlanders iets makkelijker in met het optreden van S.W.A.N., de bigband die het festival afsloot. Dansend genieten ze in de polder van deze stevige Vlaamse elektropop met Congolese invloeden.

Studenten Sint Maarten ook in Nederland betrokken

De verkiezingen en de staatkundige vernieuwingen houden ook de bursalen van Sint Maarten in Nederland bezig. Donderdagavond 16 september kwam een aantal van hen bijeen bij de S4 foundation in Amsterdam. Ze discussieerden over de toekomst van het eiland en de verkiezingen. “Ik vind het jammer dat ik niet mag stemmen nu.”

“Is ons geboorte-eiland wel klaar om zelfstandig te worden?” Met die vraag zitten de meeste studenten duidelijk in hun maag. De criminaliteit baart ze zorgen, maar ook de afwezigheid van banen voor jongeren. “Ik ben niet zo’n voorstander van 10-10-’10. Sint Maarten moet veel veranderen om een beter eiland te worden. Er is veel criminaliteit, de overheid is niet georganiseerd. Die datum komt wat mij betreft te vroeg”, zegt Jacky. Veel van de studenten vragen zich af waarom Sint Maarten niet eerst de problemen aangepakt heeft alvorens land te worden, volgens hen was dat beter geweest.

Als Jacky vrijdag 17 september bij de verkiezingen van Sint Maarten wel zou mogen stemmen, zou haar stem naar de UP-Party gaan. “Ze zijn positief en ze hebben andere ideëen, bovendien zijn zij de enige partij die nog en paar jongeren op de lijst heeft.” Of Jacklin de dag van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen gaat vieren, weet ze nog niet. “Misschien roep ik wel even ‘Yeah Sint Maarten’ met een biertje in de hand. Maar echt enthousiast ben ik gewoon niet.”

Stimulans
De ervaring die ze opdoen in Nederland speelt daarbij een belangrijke rol. “Als je hier woont zie je gewoon hoe een land in elkaar moet zitten,” zegt Dayrohn. “In Nederland is alles goed georganiseerd vergeleken daarbij is Sint Maarten een chaos.” Niet iedereen is het daarmee eens. Sommigen vinden dat je het eiland niet met Nederland moet vergelijken, te anders. “Misschien dat de zelfstandige status juist een stimulans is voor de bestuurders om zaken op Sint Maarten aan te pakken,” roept Dayrohns opponent.

Ignald, een in een Afrikaans shirt gehulde student is de enige die voor de volle honderd procent achter 10-10-10 staat. “Het maakt onderdeel uit van ons bewustzijn, het is een stap dichter bij volledige onafhankelijkheid waar we uiteindelijk naar moeten streven. Daarbij zullen we onze blik moeten verleggen van Nederland en de Verenigde Staten naar andere eilanden in het gebied.”

Volwassen
“We zijn er wel mee bezig,” vertelt Mel Lake. “Ik zit regelmatig met vrienden van Sint Maarten bij elkaar om te praten over de toekomst van ons eiland. Maar ook hij betwijfelt of Sint Maarten er klaar voor is om land te worden. “Misschien wordt Sint Maarten er iets volwassener door want nu hangen teveel mensen op het eiland achterover en doen niets.” Een studente Bedrijfskunde vindt het jammer dat ze nu in Nederland is en dus niet kan stemmen. “De criminaliteit moet aangepakt worden. Het moet weer een Friendly Island worden. Ik ben soms ook bang om terug te keren, ik hoor zoveel slechte verhalen.”

Luister hier naar de Reportage voor de Wereldomroep:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20100917_RNWcar_sxm_en_studenten.mp3]

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Een stem is geen stem

Een interview met journalist Ivan De Vadder over de Belgische politiek

Verontwaardiging over de vreemde zeden en gewoontes van de politiek in zijn land België, dat was voor Ivan De Vadder de reden om een “Pleidooi voor een eerlijke politiek” te houden in boekvorm. “Ik geloof wel dat veel politici het hebben gelezen, maar echt grote veranderingen zie ik nog niet.”

Het is alsof er iets niet klopt: terwijl de onderhandelingen voor een nieuw Belgisch kabinet op het moment van dit interview weer eens vastlopen, zit Ivan De Vadder er ontspannen bij in het gebouw van de Vrt in Brussel. De politiek journalist mag het iets rustiger aan doen, laat hij met een treveden glimlach weten. “Mijn vijftien jaar voor het journaal waren echt loodzwaar. In dit land met zijn vele politieke crises en met een traditie van nachtelijke onderhandelingen vertrok je vaak s’ochtends van huis zonder te weten hoe laat je terug zou keren. Dan was je werkterrein niet zelden de stoep waar in weer en wind gewacht werd op politici. Binnen kwamen ze er vaker niet dan wel uit. Als ik mijn Nederlandse collega’s zag, was ik gewoon jaloers. Zij hebben tenminste nog een afdakje op het Binnenhof.”

De Vadder laat het straatwerk sinds september over aan zijn collega’s en werkt zelf sindsdien voor de Zevende Dag, een wekelijks programma met achtergronden bij het nieuws. Zijn nieuwe functie wil niet zeggen dat hij afscheid neemt van de politieke journalistiek. De Vadder wil het  juist in het programma terugbrengen. Hij is erdoor bevlogen zo blijkt want nauwelijks hebben we ons neergezet voor het gesprek of De Vadder brandt los.

“In al die jaren dat ik nu in en rond de Wetstraat rondloop, waren er steeds vaker verkiezingen. Intussen daalde het vertrouwen van de Belg in zijn bestuurders en volksvertegenwoordigers tot een tragisch dieptepunt. Veel zaken in de Belgische politiek zijn voor het gewone volk onbegrijpelijk,” vertelt De Vadder. “Toen uit een onderzoek van de Vrt bleek dat ‘eerlijkheid’ voor de Vlaamse kiezer als belangrijkste waarde voor een politicus gold, dacht ik: ‘Heren politici, het wordt hoog tijd dat u uw eigen stoep eens schoonveegt.'”

De frustratie van de kiezer zit volgens De Vadder niet alleen bij onoplosbare onderwerpen als de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die de Belgische politiek al jaren gijzelt. “Het wantrouwen van de kiezer wordt gevoed door de gewoontes die diep in het systeem zitten: het onwaarschijnlijke aantal zonen en dochters van politici dat makkelijk carrière maakt, politici die hun zetel niet in nemen en het feit dat Vlaamse en Waalse politici totaal geen electorale belangen aan de andere kant van de taalgrens hebben, waardoor ze alleen met hun eigen parochie bezig zijn.”

Het grootste probleem zit volgens De Vadder uiteindelijk in de opvolgerslijsten (zie kader). Een systeem waardoor partijen op federaal-, gewestelijk- en gemeenschapsniveau met een dubbele lijsten aan de verkiezingen deelnemen. “Dit fenomeen werkt een aantal zaken in de hand,” legt De Vadder uit. “Allereerst zijn er heel veel mensen nodig om al die lijsten te vullen. Doordat de partijen te weinig bekende politici hebben, zijn veel mensen op meerdere niveaus verkiesbaar. Bij de laatste verkiezingen voor het federale Belgisch parlement stond maar liefst 78% van de Vlaamse kandidaten ook op de lijst bij de Vlaamse verkiezingen. Gevolg daarvan is dat een heleboel kandidaten uiteindelijk geen zitting nemen in het parlement waarvoor zich wel verkiesbaar hebben gesteld. In België zie je heel vaak dat ministers vierentwintig uur ontslag nemen om zich te laten beëdigen in het parlement. Ze geven hun zetel aan een opvolger om vervolgens zelf weer minister te worden. Door dit systeem zijn er bij de laatste verkiezingen aan Vlaamse kant eigenlijk 1,6 miljoen stemmen weggegooid omdat de de verkozen politici uiteindelijk hun mandaat niet opnamen.”

“Eigenlijk is een stem geen stem, want politici nemen hun verkiesbaarheid niet serieus,” meent De Vadder. “En dat staat in mijn ogen haaks op eerlijkheid die kiezers van hun bestuurders en volksvertegenwoordigers verlangen. Ik pleit er dan ook voor die opvolgingslijsten af te schaffen en mensen op de lijst te verplichten hun zetel in te nemen.”

Even leek het erop dat De Vadders roep gehoord werd. Vlak na de Vlaamse verkiezingen, toen zijn boek uitkwam, leek vooral de Vlaams-Nationalistische N-VA ermee aan de De N-VA doet precies wat de ander partijen ook doen: op meerdere lijsten staan en hun mandaat niet opnemen. Als je er naar vraagt, wijzen ze naar andere partijen onder het mom van zij doen het ook.”

Het boek van De Vadder heeft dus nog niet echt zoden aan de dijk gezet. Het is ook niet makkelijk om tegenwoordig politiek journalist te zijn in België. Het is regelmatig een frustrerend bestaan. De Vadder schreef een boek om de politici wakker te schudden. Veel van zijn collega’s waren het zo zat dat zij de afgelopen jaren overstapten naar de politiek. Hijzelf ziet dit laatste niet gebeuren en blijft journalist: “Het is een niet zo aangename tijd maar intussen is het ook ongelofelijk boeiend. We zitten echt op een scharnierpunt van de Belgische geschiedenis en alles lijkt nu in een stroomversnelling te komen. De Franstalige partijen lijken de Vlamingen eindelijk een beetje tegemoet te komen maar tegelijkertijd denk ik ook dat het land uiteindelijk op zal houden te bestaan. Maar wanneer dat precies gaat gebeuren? Ik durf het niet te zeggen.”

Wat zijn opvolgerslijsten?

Geen politiek systeem zo ingewikkeld als het Belgische. Om de zaak naast een wirwar van gewesten en taalgemeenschappen nog gecompliceerder te maken, wordt in België ook nog gewerkt met zogenaamde opvolgerslijsten. Dat houdt in dat elke partij met een dubbele lijst aan verkiezingen deelneemt. Op de linker lijst staan de volksvertegenwoordigers die in principe gekozen worden, op de rechter lijst hun opvolgers. Als iemand opstapt uit het parlement neemt niet de eerstvolgende op de linker lijst zijn positie in maar zijn opvolger op de rechter lijst. Dit systeem is ooit bedacht om overleden volksvertegenwoordigers van een gelijkwaardige opvolger te voorzien. Maar wordt tegenwoordig ook gebruikt als een baantje achter de hand als er bijvoorbeeld een regering valt.