Maandelijks archief: oktober 2010

De held van Statia

Waar een klein eiland groot in kan zijn. Ziggi, onze Nederlandse reggae-held, groeide op op Sint Eustatius. En dat hij aan de reggae ging is niet verbazingwekkend als je dit eiland bezoekt. Behalve een rijke Nederlandse geschiedenis ademt het eiland de meest oude Caribische sfeer van de voormalige Nederlandse Antillen. Een verademing omdat er bijna geen toeristen komen. Dus: weinig Nederlanders en Amerikanen. Eigenlijk is het ons kleine Jamaica. In het centrum van Oranjestad wonen rastafari’s op leeftijd bij elkaar in kleine huisjes tussen de ruïnes van het roemrijke verleden. Voor iedereen die Ziggi nog niet kent hier een filmpje:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=DgsGxVEjGFw[/youtube]

Youssou N’Dour : ”Wilders ? Connais pas”

“Notre religion est des fois déformée par des gens ici.” Youssou N’dour la semaine dernière aux Pays-Bas – défend sa religion. L’avis de la superstar sénégalaise.

”Quand j’étais très jeune, nous parlions de l’Europe comme d’un El Dorado. C’était quelque chose de magique, un continent de réussite. Je me souviens que je parlais toujours d’Amsterdam. Je voulais aller à Amsterdam un jour. Sans vraiment connaître bien le pays.”

”La Hollande est en relation avec ma musique. La première fois que le musicien anglais Peter Gabriel a entendu ma voix, c’était sur la radio néerlandaise. Il a dit : Oh ! quelle est cette voix ?”

”Et puis j’aime beaucoup le football. J’aime beaucoup les joueurs ici. Et j’ai des amis aux Pays-Bas. Il est exclu que je fasse une tournée en Europe sans passer en Hollande.”

Ridicule

”Le politicien néerlandais Geert Wilders ? Non, je ne le connais pas. Mais je connais un peu la situation générale aux Pays-Bas. Qu’il y a de plus en plus de gens qui ont des idées un peu d’extrème droite.”

”Moi je crois que l’islam, c’est le contraire de ce qu’il dit. L’islam, c’est une religion de tolérance, une religion de paix. C’est une religion – si vous lisez l’équivalent de la Bible, le Coran – qui aborde toutes les questions. Comme dans toutes les religions il y a des gens qui sont un peu extrémistes.”

Pour moi la multitude d’ethnies, de langues, de religions, ce n’est pas un obstacle ! C’est une richesse. Malheureusement de plus en plus de gens y font obstacle. Ils utilisent leur message, leur discours en disant que c’est un problème. Moi je crois que c’est dommage qu’il y ait des gens qui arrivent au pouvoir avec un message ridicule. Ainsi ils arrivent à convaincre plus de gens. C’est dommage.”

Déformée
”La religion est tout pour moi. La religion me suit dans tout ce que je fais. Je pense que c’est important pour moi de défendre toujours ma religion et d’utiliser aussi ma musique et ma réputation pour promouvoir le vrai visage de notre religion, qui est des fois déformée par des gens ici.”

”Les médias parlent beaucoup de ces extrémistes comme s’ils étaient importants. Mais la majorité de la population musulmane est tolérante, aime la paix. Je crois que les médias ont joué un rôle très important. Ils montrent toujours un côté très dur des fondamentalistes. Il y a aussi des fondamentalistes dans les autres religions. Mais on parle beaucoup plus des fondamentalistes dans la religion musulmane. Je ne suis pas d’accord.”

Mission
”Personnellement, je resterai toujours musicien, mais je participe à la politique. Cela m’intéresse beaucoup, la politique dans mon pays, dans mon continent. Pour jouer sur les bonnes décisions.”

”Quant aux Pays-Bas, je crois fondamentalement que les Néerlandais sont un peuple ouvert. Il ouvrira toujours ses yeux vers la richesse des cultures. Moi, j’y crois.”

Max Kohnstamm: 95 jaar dromen

Vandaag bereikte mij het droevige bericht dat Max Kohnstamm op 96-jarige leeftijd is overleden. In april 2009 had ik nog de eer om deze bijzondere oud-diplomaat te interviewen voor het lustrumblad van het Amsterdams Studenten Corps. Het bleek een van de laatste interviews te zijn.

Hij was persoonlijk secretaris van Koningin Wilhelmina, verzetsheld en een van de drijvende krachten achter de totstandkoming van de Europese Unie. Maar in het lijstje beroemde ASC-ers op wikipedia komt zijn naam niet voor. Toch is Max Kohnstamm op het internationale podium misschien wel de allerberoemdste ASC-er en een van de oudste want in mei 2009 bereikt hij de respectabele leeftijd van vijfennegentig jaar.

Naast de A4 van Brussel naar Luxemburg ligt het kleine gehucht Fenffe. Zodra de snelweg achter je ligt begint het landschap te glooien en wisselen open velden en bossen elkaar af. Hier, waar de Belgische Ardennen beginnen, brengt Max Kohnstamm (1914) het grootste deel van het jaar door. Het dorpje is zo klein dat de straten er geen namen hebben. Het is even zoeken maar als ik het juiste huis heb gevonden en ik de auto ervoor parkeer, verschijnt al snel het hoofd van Kohnstamms vrouw Kathleen Sillem voor het raam. De twee vormen een onafscheidelijk stel. De vrouw des huizes verwelkomt mij en leidt me naar de woonkamer waar de oude Kohnstamm op een stoel de krant zit te lezen, begeleid door het tikken van de klok. ‘Als de Herald Tribune niet komt ben ik doodongelukkig’ zegt de man die ondanks zijn leeftijd nog steeds alles in het werk stelt om de actualiteit te volgen.

Kohnstamm staat op en geeft me een hand. ‘Het is zo prachtig hier,’ zegt hij terwijl hij lichtelijk kromgebogen naar het raam draait. ‘De lente is begonnen, de bosnarcisjes zijn deze week gaan bloeien.’ We kijken uit het raam. De tuin ligt er prachtig, opgeruimd bij. Een ruim, gemaaid gazon wordt her en der onderbroken door eilandjes kleurige bloemen, in de verte heuvels. De rust en de natuur zijn de voornaamste redenen voor het echtpaar Kohnstamm om zoveel mogelijk tijd in Fenffe door te brengen. Ooit kocht Kohnstamm het huis als vakantieverblijf maar al snel groeide het uit tot het episch centrum van Kohnstamms Europese activiteiten. ‘Het ligt fantastisch!’ vertelt Kohnstamm. ‘Brussel, Parijs en Bonn. Al die steden waar ik vaak moest zijn liggen hier relatief dichtbij.’ Fenffe blijkt alles behalve een dorpje in the middle of nowhere, het gaf Kohnstamm de mogelijkheid om binnen een dag op en neer te gaan naar maar liefst vier Europese hoofdsteden. ‘Weet je nog hoe ik je dan ophaalde?’ memoreert zijn vrouw mee. ‘Dan kwam je aan in Houy met het laatste boemeltje.’

Navelstaren in Europa

De oude heer gaat op zijn stoel zitten en spreekt bedachtzaam. Soms met een versnelling waardoor hij ineens vijftien jaar jonger lijkt, dat geldt zeker als het over de actualiteit gaat. Obama bijvoorbeeld, hem volgt Kohnstamm met grote interesse. “Ik heb een grote bewondering voor die man en zijn vrouw. Al jaren had ik het gevoel dat hij de juiste man op de juiste plek zou kunnen zijn. Alleen had ik nooit gedacht dat hij president van de Verenigde Staten zou kunnen worden. Obama vindt veel problemen op zijn bord en toekomst zal moeten uitwijzen of hij in staat is om deze op te lossen. Voor echt grote veranderingen heeft hij toch een tweede termijn nodig.”

Volgens Kohnstamm is het grote verschil tussen Obama en zijn voorganger dat de nieuwe president iets meer in termen van een grotere gemeenschap denkt. En daar kunnen wij volgens Kohnstamm veel van leren. “Ik heb best bewondering voor die zestien miljoen mensen in dat moeras in Nederland, maar veel mensen blijken zich niet te realiseren hoe klein wij zijn. Over de dijk kijken blijft moeilijk terwijl het zo belangrijk is om problemen in de toekomst te voorkomen.” Kohstamm maakt zich dan ook zorgen over het toenemende Eurosceptisme in Nederland. “Daar moet je enorm voor uitkijken, voor je het weet wordt Nederland meer een toeschouwer van de werkelijke macht in plaats van invloedrijk. De regering in Den Haag moet het belang van internationale samenwerking veel duidelijker maken. Timmermans doet erg zijn best maar hij is staatssecretaris geen minister.”

Toch staat Nederland hierin niet alleen, meer landen zijn teveel met zichzelf bezig. “Misschien is jezelf terugtrekken op je eigen bastion op een moment dat het even moeilijk gaat wel heel menselijk,” zegt Kohnstamm na enig nadenken. “Je ziet dat bijvoorbeeld kanselier Merkel dat nu ook doet. Soms lijkt het wel alsof regeringen zich niet voldoende realiseren dat deze problemen zo wereldwijd zijn en dat een oplossing eerder gevonden wordt in samenwerking. Dat was na de Tweede Wereldoorlog ook zo. Hoe kon je Nederland weer opbouwen als in Zevenaar de woestijn begon? Dat ging niet, om ons land snel op te bouwen was een herstel van Duitsland onontbeerlijk.”

Achterom kijken is duidelijk niet Kohnstamms specialiteit. Toch studeerde hij geschiedenis. Het was Jean Monnet, het grote voorbeeld van Kohnstamm en een van de vaders van de Europese Gemeenschap. “Toen ik voor Monnet ging werken leerden wij heel snel dat we vooruit moesten kijken. De Tweede Wereldoorlog lag net achter ons en de gedachte was: “Dit nooit meer.” Ik moest bijvoorbeeld ook samenwerken met de Duitser Winrich Behr. Tijdens de oorlog stonden we eigenlijk tegenover elkaar, Behr had in het Duitse leger gezeten en ik in een kamp.” Kohnstamm zat in de oorlog enkele maanden in de kampen van Amerfoort, Haaren en Sint-Michielsgestel. “Een nieuwe oorlog voorkomen kon alleen maar door samen te werken. Toch was het ook heel belangrijk dat er mensen waren die hardop riepen dat het anders moest. Misschien is dat het probleem wel. Hoe kun je voor een een nieuwe structuur zijn als je nooit hebt meegemaakt dat de oude niet werkte? Daarom blijf ik voor de internationale zaak vechten en ervoor pleiten.”

De elitaire student

Hoog tijd om Kohnstamm naar zijn studententijd te vragen. Hij kwam in 1933 in Amsterdam aan en werd lid van het dispuut Bredero. Bij het corps schopte hij het tot voorzitter, als opvolger van niemand minder dan Joseph Luns, die later premier van Nederland en secretaris-generaal van de Navo zou worden. Toch had Kohnstamm weinig contact met zijn voorganger. “In die tijd had je binnen de vereniging een duidelijke scheiding tussen de witten en de roden. Zonder dat dit een regel was, wisselde ook het voorzitterschap tussen die twee richtingen elkaar af. De Roden wilden dat alles bleef bij het oude terwijl de Witten zich wel hielden aan de oude mores maar dan met gevoel voor humor.”

“Het waren andere tijden waarbij er echt nog sprake was van een klasseverschil,” memoreert Kohnstamm. “Wij hadden als corpsstudenten helemaal niets te maken met de ellende die er in de jaren dertig in De Jordaan plaatsvond. Die wijk lag niet ver weg maar toch hadden we geen idee dat daar echt honger werd geleden. In mijn tijd nam je als voorzitter van het ASC de erewacht nog af samen met de burgemeester,” vertelt Kohnstamm om lachend te vervolgen: “Ik wilde op een gegeven moment samen met een vriend op reis naar Tsjechië. Vlak voordat we vertrokken kwam ik erachter dat ik mijn paspoort kwijt was. We gingen naar het stadhuis en binnen een mum van tijd had ik een nieuwe, zo ging dat voor ons.”

Toch heeft Kohnstamm niet heel veel directe herinneringen aan de vereniging. Het was een leuke tijd volgens Kohnstamm maar toch begon zijn leven pas echt toen hij over de grens ging kijken. “Al tijdens mijn studententijd, in 1938, heb ik bijna een jaar door de Verenigde Staten gereisd. Ik kreeg de mogelijkheid door een beurs van de raad van kerken waar mijn vader toen in zat. Ik wilde The New Deal van Roosevelt bestuderen en hoopte ook op veel vrije tijd. Maar toen ik daar aankwam, bleek ik les te krijgen van de mensen die meegewerkt hadden aan The New Deal, het antwoord op de Grote Depressie. Iedere avond college, geweldig boeiend. Gelukkig mocht ik daarna wel rondtrekken.”

“De sprong die Obama nu, na Bush, moet maken lijkt heel erg op die van Roosevelt,” legt Kohnstamm uit. “Ook toen was er veel commentaar op Roosevelts staatsingrijpen, vooral Republikeinen maakte zich daar toen geweldig druk om. Maar toen ik zelf in zuiden kwam, zag ik naast de shockerende tegenstellingen tussen zwart en blank ook wat dat beetje staatssteun met mensen deed. Een boer kon overleven dankzij gesubsidieerde elektriciteit waardoor hij ondanks zijn uithuizige kinderen toch de koeien kon melken met een machine.”

En zo zijn weer afgedwaald naar Kohnstamms favoriete onderwerpen. Net als bij zijn grote voorbeeld Monnet staat ook bij hem uiteindelijk de mens centraal. Kohnstamm is moe. Het gesprek van anderhalf uur kost hem veel energie. Terwijl zijn vrouw in de keuken het avondmaal bereidt, begeleidt hij mij naar de voordeur. De zon gaat langzaam onder in de heuvels en ik rijd terug naar Brussel. What a guy!

O Sweet Sint Martins Land

Met het strijken van de de Antilliaanse vlag en hijsen van die van Sint Maarten was het gedaan. De Antillen bestaan niet meer en Sint Maarten is nu een zelfstandig land in het Koninkrijk der Nederlanden. Of het de meeste mensen die op dit eiland wonen echt bezig houdt is de vraag. Bij de officiële ceremonie voor het Courthouse zaterdagavond waren wel een slordige 800 mensen aanwezig maar dat is een schijntje van alle zielen die op het eiland wonen, schattingen daarover lopen uiteen van 35.000 tot 70.000.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo&list=UUD32tdvjtlGJ6gwLzpge6fA&index=5&feature=plcp[/youtube]

Wie is de Sint Maartenaar en wat is zijn identiteit? Die vraag blijft ons bezighouden. Slechts de helft van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit en een nog kleiner deel (ca. 30%) is op het eiland geboren. Het was dus zoeken naar de echte Sint Maartenaar en om eerlijk te zijn waren wij er, in het wild, nog niet een tegen gekomen. Zaterdagavond toen ze eindelijk zelfstandig werden kropen ze uit hun holen. Zou de Sint Maartenaar dan toch bestaan? De ceremonie begon met het Wilhelmus waarvan opvallend veel mensen het eerste couplet kennen daarna horen we het volkslied van de Nederlandse Antillen instrumentaal want niemand kent de tekst. Op het moment dat de eigen driekleur naar boven gaat schalt het “o sweet sint martinsland” uit werkelijk waar alle kelen. Liever Sint Maarten dan de Nederlandse Antillen dus.

Wie een impressie wil horen van deze ceremonie luistert hier naar de speciale uitzending van de Wereldomroep. Of hieronder naar de reportage die ik maakte voor BNR Nieuwsradio, inclusief een interview met de officiële vertegenwoordiger van Nederland Demissionair minister Hirsch-Ballin:

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Oranje afwezigheid

Geen leden van de Koninklijke familie op de bovenwinden vandaag. Maxima en Willem-Alexander brengen deze dagen een bliksembezoek aan aan Curaçao en zeggen officieel geen tijd te hebben voor een rondje langs alle eilanden. Je kunt je afvragen wat er dan belangrijker was dan een bezoek aan de Caribische eilanden. Het Koningshuis is hier echt mateloos populair een kort bezoekje of het sturen van andere familieleden zou meer eer gedaan hebben aan dit voor de Antillen zo belangrijke moment.

Het is sowieso wat karig gesteld met de Nederlandse interesse in de eilanden. Al jaren vraag ik vrienden of ze de onze rijksdelen overzee op kunnen noemen, vaak met beschamend resultaat. Wat er op 10-10-10 ging gebeuren was al helemaal een vraag te ver. Curaçao zou onafhankelijk worden en alle eilanden werden deel van Nederland waren variaties die er met moeite uitkwamen. In de media is het niet veel anders. Bij de NOS kon er met moeite een uurtje televisie vanaf, niet live natuurlijk en vooral vanaf Curaçao want ‘dat kennen de mensen.’

Voor mijn reis probeerde ik aan diverse media verhalen te verkopen maar echt veel interesse was er niet. “Ik ben alleen geïnteresseerd in het aantal zonuren en de bierprijs op de eilanden,” was de reactie van een hoofdredacteur van een zichzelf kwaliteitskrant noemend medium. Toen 10-10-10 toch het nieuws leek te gaan halen, stond mijn telefoon even roodgloeiend. Het buitenland uur van de Vpro op radio 1, dat eerder voor mijn bijdrage had bedankt, kwam erop terug. “Eigenlijk weten we bizar weinig van de eilanden,” gaf een redacteur ruiterlijk toe. In allerijl, op het laatste moment werd het toch nog het onderwerp van de uitzending.

Beluister de reportage hier:


(geen flash? Download de reportage dan hier.)

Wie echt nieuwsgierig is kan hier ook nog naar de hele uitzending van Bureau Buitenland van de Vpro, luister dan hieronder. Hoofdgast is historicus Gert Oostindie, gebeld wordt er met mijzelf op Sint Maarten en mijn Wereldomroepcollega’s Belkis Osepa (Bonaire) en Rene Roodheuvel (Curaçao):


(Geen flash? Download de uitzending dan hier.)

Sint Maarten is een land geworden

Onafhankelijk zijn ze nog niet, maar vannacht om 00.00 op 10-10-10 werd Sint Maarten een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Zie hier een kleine impressie:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo[/youtube]

Luister hieronder ook naar de reportage over de viering die Pieter-Bas maakte voor de Caribische redactie van de Wereldomroep:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20101010_RNWcar_repo_sxm_feest.mp3]

Wachten op een helikopter

Een eindeloze reeks delegaties en bewindspersonen bezocht de afgelopen jaren Statia, Saba en Bonaire. Ze beloofden veel maar niet alles kwam op tijd. Het A.M. Edwards Medical Centre op Saba wacht nog steeds op een traumahelikopter. “Die is ons beloofd voor 10 oktober, maar we hebben nog niets gezien.”

Het is een operatie op zich om op Saba, Statia en Bonaire een goede gezondheidszorg uit de grond te stampen. De kleine eilanden liggen relatief geïsoleerd en zijn voor de meeste gespecialiseerde hulp aangewezen op de grotere eilanden in buurt. Voor Saba en Statia is dat vooral Sint Maarten, voor Bonaire Curaçao. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen toch op het eigen eiland kunnen worden behandeld, worden de medische centra op de eilanden stevig verbeterd.

“Iets dat we hier dus echt hard nodig hebben is spoedvervoer,” zegt Joke Blaauboer. De Nederlandse arts woont al vier jaar op Saba en is per 10 oktober de nieuwe directeur van het Sabaanse ziekenhuis. “Het vliegveld is ‘s nachts en bij slecht weer gesloten. Maar ook dan zijn er mensen die met spoed naar Sint Maarten moeten. Demissionair minister van Verkeer Eurlings heeft ons beloofd dat de helikopter er per 10 oktober zou zijn. We wachten nog steeds.”

De traumahelikopter staat boven aan het verlanglijstje van het ziekenhuis. Er wordt hard voor gelobbyd. Veel andere verbeteringen kunnen pas na 1 januari 2011 plaatsvinden. Op die datum wordt het Sabaanse ziekenhuis geprivatiseerd en kan het direct zaken doen met het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid. Toch heeft de patiëntenadministratie al zijn eerste stappen op weg naar automatisering gezet. Ook is er een digitaal röntgenapparaat, een nieuwe, moderne tandartspraktijk en de ambulances zijn opnieuw ingericht.”

Nederlandse delegaties
De eerste stappen zijn dus gezet. Maar de talloze delegaties uit Nederland hadden wisselend succes. “Soms was het wel wat veel,” vertelt Blaauboer. “Je kwam dan nauwelijks aan je echte werk toe. Soms hadden ze goede ideeën, terwijl je ook weleens het gevoel kreeg dat ze het specifieke karakter van het eiland niet helemaal begrepen. We zitten hier natuurlijk wel in een heel andere cultuur waar veel al jaren op een andere manier gaat. Je kunt daar niet zomaar een Nederlands raamwerk op leggen en je moet de eilandcultuur respecteren.”

De Sabaanse hoofdzuster Noami Wilson is al dertig jaar werkzaam aan het ziekenhuis en heeft al zoveel veranderingen meegemaakt, dat het voor haar tot op dit moment wel meevalt. “Ik weet nog dat we niet eens röntgenapparaat hadden. Vroeger waren er maar vijf verpleegsters en draaide ik vaak alleen dienst. Je moest alles doen. Wassen, eten maken enzovoort. Nu zijn we altijd met twee man. In de toekomst zullen we ook meer aan huis gaan werken.”Van de veranderingen rond 10-10-10 heeft hoofdzuster Wilson nog niet veel gemerkt. Natuurlijk, er is een nieuw computersysteem en een nieuw röntgenapparaat. ” Maar we wachten bijvoorbeeld op nieuwe ziekenhuisbedden. Die zijn echt broodnodig. Ik weet dat we daarvoor geduld zullen moeten hebben. In ieder geval tot na 1 januari.”

Luister hier naar de reportage voor de Wereldomroep:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20100109_gezondheidszorg_saba.mp3]

Saba maakt kennis met de deurwaarder

Belasting ontduiken op Saba was tot voor kort een fluitje van een cent. Het belastingkantoor van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten was de beroerdste niet, beamen politici en burgers op deze groene puist in de Caribische Zee. Nu het eiland een bijzondere gemeente van Nederland wordt, komt daar een einde aan. Saba heeft tegenwoordig namelijk zijn eigen belastingkantoor en deurwaarder. De Sabanen maken zich er wel zorgen om. Volgens commissioner Christopher Johnson was het er vroeg of laat toch wel van gekomen, ook als de Nederlandse Antillen waren blijven bestaan. Wij van Leven op Pluto zien regelmatig een blauwe envelop en weten dat de Sabanen er vanaf nu aan zullen moeten geloven. Maar ze krijgen er hier wat voor terug: welke gemeente van 2000 inwoners heeft nu een eigen middelbare school, ziekenhuis en luchthaven? Luister naar deze ultra korte bijdrage voor BNR Nieuwsradio:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20101008_BNR_Opheffen_Antillen.mp3]

Weer naar school op Statia

Afgelopen week waren we op Sint Eustatius te gast bij zowel een middelbare als een lagere school. Voor de landelijke kinder- en jongerenkrant deden we verslag. Bij de jongeren variant 7days waren de Nieuwe gemeenten zelfs voorpaginanieuws. Hieronder het stuk voor de Kidsweek:

De Governor De Graaff school is een Nederlandse basisschool, maar alles is er net even anders. Gymmen doen ze bijna altijd buiten, want het is er altijd 30 graden. En de meeste kinderen spreken thuis geen Nederlands, maar Engels of Spaans. De school staat op Sint Eustatius (Statia), een tropisch eilandje in de Caribische Zee. Vanaf zondag is Statia een Nederlandse gemeente.

Omdat het op Statia altijd warm is, begint de school al om half zeven. Het klaslokaal heeft geen echte ramen, alleen een luxaflex. Daardoor waait er een tropisch briesje door de klas. In september of oktober kan dat briesje soms wel eens een orkaan worden.  ‘Dan gaat de school soms een paar dagen dicht’, vertelt Alejandro (12 jaar) uit groep 8. Van alle kinderen uit zijn klas spreken alleen Jarisse (11 jaar) en Stefanja (11 jaar) thuis Nederlands. De meeste andere kinderen in de klas spreken thuis Engels en er zijn ook drie Spaanstaligen. Die komen uit Dominicaanse Republiek, een land in de buurt van Statia.

‘We krijgen hier les in het Engels en in het Nederlands’, legt Alejandro uit. ‘We vinden Nederlands een moeilijke taal, maar we moeten het toch leren als we ooit in Nederland willen gaan wonen of studeren.’ Om de kinderen te helpen, zegt juf Juliette dingen vaak twee keer: een keer in het Engels en een keer in het Nederlands.

Snorkelen en steelpan
Om vijf over een gaat de school uit. Dan gaan de leerlingen dingen doen waarvan de meeste Nederlandse kinderen alleen kunnen dromen. ‘Je kunt gaan zwemmen en snorkelen in de zee, of de slapende vulkaan The Quill beklimmen’, vertelt Steven (11 jaar). ‘Ook hebben we verschillende sportclubs en zitten veel kinderen op muziekles bij de steelpanclub. Een steelpan is een Caribisch instrument gemaakt van een uitgedeukt olievat waar je liedjes op kunt spelen.’

Feest
Op zaterdag 10 oktober vieren de kinderen van de Governor De Graaff school groot feest omdat Statia een gemeente van Nederland wordt. ‘We hebben dan in het openluchttheater een songfestival waar wij in het Nederlands het lied Zaterdag zingen!’

Nieuwsgierig hoe dat met een Engels accent klinkt? Kijk dan hier naar het filmpje:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=HGWGCiZKLqc[/youtube]

Will we survive the Saba landing?

Op dit moment maken wij het volgende mee:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=6RU_fk6zNmc[/youtube]

Al is het het laatste wat we doen, landen op de kortste landingsbaan ter wereld is een Antilliaanse ‘Must Carry’. Overigens in de cockpit van de kleine Twin Otters waarmee hier van eiland naar eiland wordt gevl0gen zie je dit: