Maandelijks archief: november 2010

Missie: historische diamant veiligstellen

The Historical Gem, de historische diamant, zo probeert Sint Eustatius zich op de markt te zetten. Maar wordt er wel genoeg gedaan aan het behoud van het erfgoed? En hoe gaat dat veranderen nu het eiland een bijzondere gemeente van Nederland is geworden?

Wie voor het eerst op Sint Eustatius is, wordt er echt even stil van: zoveel historisch erfgoed op zo weinig vierkante kilometers. Het eiland heeft de geschiedenis werkelijk in ieder hoekje zitten. Waar je ook om je heen kijkt oude gebouwen of overblijfselen daarvan. De meeste dateren uit de achttiende eeuw, de tijd dat Sint Eustatius dagelijks tientallen schepen zag afmeren en het eiland bewoond werd door 10.000 mensen, een veelvoud van de bevolking nu. Het eiland was toen zelfs een periode belangrijker dan Curaçao.24_fortoranje

Bakstenen
De roemruchte periode die het eiland toen meemaakte, is ook af te lezen aan het grote aantal monumentale panden van baksteen die er te vinden zijn. Al die stenen kwamen er als ballast van schepen. En werden gebruikt als bouwmaterialen. Zelfs in het water vlak voor de baai zie je de fundamenten van de pakhuizen nog.

Het grote aantal monumenten op het eiland biedt kansen, maar ze vormen ook een zorg. Sint Eustatius is klein en moest tot voor kort rekenen op de inzet van vrijwilligers in het monumentenbeheer. Een van de drijvende, onbetaalde, krachten is Gay Soetekouw. De pensionado uit de Verenigde Staten probeerde er de afgelopen jaren alles aan te doen om de grootste bedreiging van The Historical Gem tegen te gaan: de afbraak van enkele panden met historische waarde.

Officiële monumentenstatus
“Veel erfgoed is in particuliere handen en bijna geen van de panden heeft een officiële monumentenstatus,” vertelt Soetekouw. “Een eigenaar kan er dan mee doen wat hij of zij wil. De eilandsregering wil hier ooit wel wat aan doen, maar erg snel zijn ze niet en ze hebben moeite met het implementeren van de regels om zo’n status mogelijk te maken. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en ben ik uit de monument foundation gestapt.”7_ruinespakhuizen3_0

Soetekouw maakt zich terecht zorgen over de monumentenzorg op het eiland. Ze heeft de verantwoordelijken hier regelmatig op aangesproken. Zonder veel direct resultaat. Toch is het ook de politiek op het eiland menens en nu komt er na jaren eindelijk een professionele directeur monumentenzorg naar het Statia: Walter Hellebrand.

Kaartenverzameling
Hellebrand is geboren en getogen op het eiland en studeerde daarna geschiedenis in Nederland. “Maar het eiland is nooit bij mij weg geweest,” vertelt hij in zijn Amsterdamse woning vlak voor vertrek. “Ik heb het gevoel dat ik naar huis ga.” Dat Hellebrand met zijn gedachten nog vaak op het eiland te vinden is, blijkt duidelijk in zijn woning. Alle muren zijn behangen met een imposante historische kaartenverzameling van de Nederlandse aanwezigheid overzee. Met daarin centraal natuurlijk zijn eiland: Statia. Zijn liefde is zelfs zo sterk dat hij enkele jaren geleden het nieuwe wapen van het eiland ontwierp.

“Sint Eustatius heeft de meeste monumenten per vierkante kilometer van het hele Caribische gebied,” weet de historicus. “Maar het is voor zo’n klein eiland enorm moeilijk om alles goed te regelen. Niets ten nadelen van de enthousiaste vrijwilligers maar het is goed dat ik er nu heen ga. Het regelen van monumentenstatussen is enorm ingewikkeld en kost veel tijd. Dat is voor iemand die dagelijks werkt gewoon niet te doen.”21_ruinespakhuizeninbaai

Bijzonder erfgoed
In totaal kan Hellebrand wel driehonderd gebouwen op het eiland bedenken die wat hem betreft monument zouden kunnen worden. Te veel om werkelijk te realiseren. Daarom wil hij beginnen met de allerbelangrijkste. “Toch ga ik ook mijn best doen om ook de hele bevolking zich bewust te laten zijn van hun bijzondere erfgoed. Ik hoop daarmee te bereiken dat ook mensen die een bijzondere plek bezitten, die geen monument is, het pand niet afbreken. Monumenten zijn vaak ook geld waard en dat weet niet iedereen.”

Luister hier naar Pieter-Bas’ radioreportage voor de Wereldomroep


Geen flash? Download de reportage dan hier

Ben jij Belg? Dan zijn wij familie!

Wij van Leven op Pluto kenden David van Reybrouck al een beetje van ons verblijf in het wonderschone Brussel. Inmiddels heeft ook de rest van Nederland de Belg in de armen gesloten. Dit najaar won hij de AKO-literatuurprijs en de Libris Geschiedenisprijs voor zijn nieuwste boek Congo. Een geschiedenis. In opdracht van de Wereldomroep schoten wij de schrijver aan voor de deur van Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond te Amsterdam.



Hoezo een geschiedenis van Congo?
“Omdat ik hem wilde lezen. In 2003 reisde ik voor de eerste keer naar Congo. Ik was toen op zoek naar een toegankelijke en complete geschiedenis van het land, maar ik kon niets vinden. Toen zei ik tegen mijzelf: Als dit boek niet bestaat, zal ik hem zelf schrijven!
Dus schreef ik een geschiedenis van Congo tussen 1850 en 2010, ruim anderhalve eeuw. Ik sprak honderden Congolezen en dook ik documenten en verhalen op uit archieven. Het is een geschiedenis die wordt verteld door de Congolezen zelf.”

Hoe herinnert een Belg zich het – soms bloedige en racistische – Belgisch Congo?
“Dat hangt af van de leeftijd. Oudere mensen lijken een zekere koloniale trots te hebben. Maar de jongere generatie voelt zich schuldig, schaamt zich. Zij hebben behoefte aan bezinning. Ik denk dat het belangrijk is dat België een periode van reflectie doormaakt.
Tegelijkertijd moet je niet vast komen te zitten in reflectie. Je kunt ook te veel schuldgevoelens hebben. Schuldgevoelens hebben ook iets egocentrisch. De band tussen België en Congo is te belangrijk voor zulke gevoelens.”

Wat hebben Belgen en Congolezen nu nog met elkaar?
“Economisch gezien is de DRC veel minder belangrijk voor België dan vroeger. In de koloniale tijd was België zeer afhankelijk van Congo. Nu zijn de economische belangen minimaal.
Maar er is een symbolische, historische en emotionele band. Zeker bestaan er pijnlijke nostalgische manifestaties. Maar de jonge generatie toont nieuwe interesse voor Congo. Ze willen er heen. Ze willen de Congolezen ontmoeten.”

Zijn Belgen welkom? Begrijpen Congolezen wat jij daar zoekt?
“De eerste keer dat ik in DRC aankwam, schaamde ik mij. Ik durfde mensen nauwelijks te vertellen dat ik Belg ben. Ik was bang dat de Congolezen mij verantwoordelijk zouden houden voor alles wat gebeurd is in de koloniale tijd, ook al ben ik te laat geboren.
Maar dit gebeurde helemaal niet! Vreemd genoeg, waren de Congolezen die ik tegenkwam eerder blij. Ze zeiden: “Ben jij Belg? Jouw ouders en voorouders waren onze kolonisatoren. Dus wij zijn familie!” Dit laat zien hoe ontzettend genereus de Congolezen zijn.”

Je schreef Congo. Een geschiedenis. Hoe zit het met de toekomst?

“In 2000 was het land verwoest door de oorlog. Nog steeds is de DRC een zeer fragiele staat, maar dat is al een hele stap. Het land maakt nu een economisch herstel door. Tegelijkertijd zijn er veel negatieve ontwikkelingen. De democratische successen van de verkiezingen in 2006 lijken verdwenen. Er is minder publieke en democratische ruimte dan voorheen.
In 2011 zijn er nieuwe verkiezingen. Ik hoop dat deze verkiezingen het grote democratische avontuur van Congo nieuw leven zullen inblazen.”

Luister hieronder naar een interview met David van Reybrouck in het Frans (!) en naar enkele fragmenten uit zijn boek / Ecoutez un interview avec David van Reybrouck en francais & quelques fragments de son livre.