Maandelijks archief: december 2010

De Dollar verovert de Antilliaanse eilanden

Vandaag in het Financieële Dagblad (FD):

De nieuwe bijzondere Nederlandse gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba krijgen op 1 januari de dollar. Curaçao en Sint Maarten, nieuwe landen binnen het Koninkrijk, zijn er nog niet uit. Wordt het ook de dollar of toch de Caribische gulden?

Is dit werkelijk een deel van het Koninkrijk der Nederlanden? Een rondje over het eiland Sint Maarten geeft je eerder het gevoel in de Verenigde Staten te zijn beland. Casino’s met felle lichtreclames, vette voedselketens en dikke auto’s.

Eenmaal in het centrum van hoofdstad Philipsburg wordt het alleen maar erger, want elke dag weer spuwen enorme cruiseschepen ladingen Amerikaanse toeristen uit. Kauwgom kauwend en met vakantiehoed op laten ze in de vele Taxfree shops hun dollars rollen om niet veel later met tassen vol sterke drank, horloges en souvenirs tevreden naar hun boot terug te keren.

De dollar is alles op Sint Maarten. Net als in de rest van het met witte stranden en palmbomen bedeelde Caribische gebied. Nu de Nederlandse Antillen (sinds 10-10-10) niet meer bestaan, moet ook de Antilliaanse gulden (NAf), sinds 1940 de officiële munteenheid op Antillen, verdwijnen. Op naar de dollar zou je denken, maar Sint Maarten en Curaçao zijn er nog niet uit.

Dollarisatie

Op 1 januari 2011 stappen de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel over van de NAf naar de dollar. Willy Dassen van De Nederlandsche Bank (DNB) is druk in weer met voorlichting, geldtransporten en het overleggen met banken en ondernemers. Gesneden koek voor Dassen want hij begeleidde ook de invoering van de euro in Nederland.

De afgelopen anderhalf jaar zorgde Dassen in overleg met de banken voor aangepaste betalingssystemen. Nu regelt hij cash vanuit zijn gehuurde kantoortje even buiten Kralendijk, de Bonairiaanse hoofdstad. “We hebben dollars nodig”, zegt Dassen. “Die komen natuurlijk uit de Verenigde Staten, van de Amerikaanse centrale bank (Fed). Maar ook koninkrijksgenoot Aruba helpt ons in de toekomst. Dat land heeft door zijn vele Amerikaanse bezoekers een overschot aan dollars.”

“Voor de mensen is dit een logische keuze. De eilanden hebben er zelf voor gekozen”, zegt Dassen. “De dollar is de leidende munt in het gebied en de NAf is gekoppeld aan de dollar. Met de dollarisatie verandert er het minste. De euro zou ongunstig zijn voor de mensen hier omdat de euro-dollar koers nogal fluctueert.”

Angstig

Toch maken veel Bonairianen zich zorgen. Zullen de prijzen niet net zo stijgen als bij de invoering van euro in Nederland? En hoe zit het met vele goederen die binnen komen vanaf Curaçao, een eiland dat voorlopig de NAf houdt en in 2012 mogelijk over gaat op de Caribische gulden?

Dassen zegt geleerd te hebben van de invoering van de euro. “Een grote groep ondernemers heeft een ‘fair pricing code’ afgesproken. Zij beloven de prijzen niet onnodig te verhogen en zich te houden aan de officiële wisselkoers van NAf 1,790 = $ 1,00. Wat betreft de handel met Curaçao, uiteraard betaal je de door de Centrale Bank in Willemstad bepaalde in- en verkoopprijs van de NAf.”

Oude bekende

Ongeveer 900 kilometer noordelijker, maken ook de kleine eilandjes Sint Eustatius en Saba de overstap. “No problem!” klinkt het daar aan de toog van eetcafe Saba’s Treasure. De Sabanen betalen hun Heineken biertjes en Verkade koekjes al jaren in dollars. Wie er voor de grap guldens pint, ziet tot zijn verbazing de cassière in de supermarkt toch echt even hoofdrekenen.

De dollar is op Saba en Sint Eustatius al jaren gemeengoed. Niet vanwege hordes Amerikaanse toeristen, want die bezoeken deze eilanden aanmerkelijk minder vaak wegens een gebrek aan hagelwitte stranden. De dollar kennen de Sabanen en Statianen vooral van Sint Maarten, het eiland waar ze voor veel goederen en diensten op zijn aangewezen.

Caribische gulden

Opmerkelijk genoeg denkt het veramerikaniseerde Sint Maarten erover om, net als Curaçao, in 2012 de Caribische Gulden in te voeren. Een van de redenen is dat de gulden een bron van inkomsten is voor de overheid.

Oud-gezaghebber van Sint Maarten Dennis Richardson, als projectdirecteur betrokken bij de opheffing van de Nederlandse Antillen, legt uit: “Het bedrag dat je betaalt voor het wisselen van geld, gaat naar de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Als de Centrale Bank winst maakt, wordt die winst in de vorm van dividend uitgekeerd aan de overheden van de eilanden.”

Deze extra bron van inkomen komt het belastingparadijs Sint Maarten natuurlijk goed uit maar er is nog een reden voor een eigen munt. “Wij liggen hier midden in een orkaangebied,” legt Richardson uit. “Als er weer eens een stevige storm over raast, blijven toeristen thuis en komen er geen dollars binnen. Als je een eigen centrale bank hebt, kunt je in uiterste noodsituatie tijdelijk de geldpers laten draaien.”

Dure operatie

Het drukken van nieuwe bankbiljetten en nieuwe munten is natuurlijk een kostbare operatie. Mede daarom zijn er op Curaçao en Sint Maarten ook twijfels over de Caribische gulden. Zelfs de president van de Centrale Bank in Willemstad, Emsley Tromp, sprak zich onlangs openlijk uit voor de dollar.

“Ik heb begrepen dat Curaçao de invoering van de dollar op dit moment overweegt”, zegt Sint Maartenaar Richardson. Ook hijzelf geeft toe: “Als de bezwaren tegen dollarisering op een verantwoordelijke manier opgevangen worden, kunnen we het geld dat gemoeid is bij de invoering van de Caribische gulden ook voor andere, meer nuttige doeleinden, gebruiken.”

En die doelen zijn er genoeg, weet de man die onlangs is voorgedragen als eerste lid van de Nederlandse Raad van Staten namens het nieuwe land Sint Maarten. Een nieuw land met gaten in de wegen en een structureel begrotingstekort. Richardson: “We zijn pas twee maanden een zelfstandig land binnen het Koninkrijk en er moet nog heel veel gebeuren. We zijn er nog lang niet.”

Brussels stays true to Rwanda

Dit stuk schreef ik vorige week in Brussel voor Radio Netherlands Worldwide.

“Kagame! Murderer! Kagame! Murderer!” Hundreds of Rwandans and Congolese demonstrated in Brussels last week. They were angry that President Paul Kagame was invited to the European capital. But the demonstration was in vain – Brussels and Kigali remain close friends.

“The president of Rwanda is a criminal”, said Paul Rusesabagina, the famous manager of Hôtel des Mille Collines who was among the demonstrators gathered on Albertina square in Brussels.

Brussels is proud of the progress Rwanda has made since the 1994 genocide. During the European Development Days in a heavily secured congress centre, the Rwandan Minister of Foreign Affairs, Luise Mushikiwabo, spoke of the equality of men and women in her country.

Buying influence
“In Brussels the idea exists that we wield influence if we support Rwanda”, said Dutch MP of the European Parliament, Hans van Baalen. “Even now, after the recent accusations stated in a UN report.”

Mr Van Baalen thinks this conviction will be proven false. And the Dutch government feels the same: The Netherlands will not send direct financial aid to Rwanda in 2011. “The government doesn’t want to donate money to a country in which human rights are being violated and where there is a lack of democracy.” Another cause of concern is the trial against Rwandan opposition leader Victoire Ingabire.

But according to British member of the European parliament, Michal Cashman the Netherlands is wrong. “Where is the evidence? We’ll have to be careful with accusing Rwanda,” he said.

“The word ‘genocide’ is being used far to easily in Eastern Congo. Rwanda has known a genocide and wants to prevent that it will happen ever again.” Therefore Brussels should keep on supporting Rwanda, is the opinion of most politicians in the European capital.

Dutch stand alone
Mr Van Baalen admits that the Netherlands stands alone in its opinion: “The Netherlands has taken a clear stance. But it is hard to find support in Brussels. I’m going to talk about the issue with the commission of Foreign Affairs and European parliament.”

Meanwhile the demonstrators in the centre of Brussels leave the square full of disappointment as they are sent away by police. They take their boards and banners and go back home.

President Kagame did not hold his announced speech during the European conference. He left early to Rwanda for more pressing issues. His minister of Foreign Affairs replaced him and thanked Europe for all its support.

The minister told Radio Netherlands Worldwide, Rwanda “respects the decision of the Netherlands to stop direct aid for Rwanda. But our relationship with the European Union remains very friendly.”