Maandelijks archief: oktober 2011

“Je kunt geen wegen tot de oneindigheid aanleggen.”

Vlaams minister van Verkeer Hilde Crevits heeft het niet makkelijk. Wie in haar gebied even echt flink op het gaspedaal drukt, rijdt binnen onafzienbare tijd over andermans grondgebied. Wallonie, Brussel en Nederland zijn nooit ver weg. Dus gaat Crevits er prat op goede relaties te hebben met haar collega’s. Duidelijk goed gemutst laat ze weten: “Ik ervaar dat elke dag.”

210 kilometer. Dat is de afstand die minister Hilde Crevits (1967) elke dag weer aflegt om van haar huis naar haar kabinet (Vlaams voor ministerie) in Brussel te komen. 105 kilometer werken en bellen heen, 105 kilometer werken en bellen terug, want christen-democratische politica woont nog altijd in haar geboorteplaats Torhout.

Elke dag op en neer, en Crevits doet dat niet om als minister de staat van de wegen te controleren. Nee, als een een echte Vlaamse politica is ze stevig verankerd in haar eigen regio. Ze is er geboren en getogen en begon er haar politieke carriere. Nog altijd is ze naast minister ook gemeenteraadslid in de kleine gemeente onder de rook van Brugge.

De Vlaming en de kerktoren van de plek waar ze ter wereld kwamen, het blijft een onverslaanbaar duo. Over de vraag welke weg de minister zelf het meest koestert, hoeft ze niet lang na te denken: “De E403 van Kortrijk naar Brugge met afrit Torhout, dat is mijn afrit naar huis,” klinkt het resoluut. “Ik heb deze afrit al op alle mogelijke uren van de dag gezien, in het donker, in de opgaande of ondergaande zon en ook al in de regen en de mist. Het is hetzelfde maar toch telkens anders… en het is ook wel telkens thuiskomen.”

(foto: www.hildecrevits.be)

In de volksmond mag Crevits dan minister van verkeer genoemd worden, officieel prijkt er ‘mobiliteit en openbare werken’ op haar visitekaartje. Behalve van snelwegen, op- en afritten en strooizout is ze ook minister van “Busje komt zo” zoals ze het zelf typeert. Openbaar vervoer dus. Om alles ingewikkeld te houden is ze niet de enige met een dergelijk ambt in Belgie. De federale regring van het land, Brussel en Wallonie hebben ieder hun eigen mobiliteitsminister.

Een Vlaams minister van verkeer. Het zal vooral onze Nederlandse lezers wat vreemd in de oren klinken. Heeft een klein land als België niet genoeg aan een Belgische minister van verkeer?
“Mijn bevoegdheden mobiliteit en openbare werken zijn ruimer dan de investeringen in wegen alleen. Tot mijn pakket behoort ook het openbaar vervoer, havens, regionale luchthavens, bruggen, waterwegen, verkeerseducatie, kustverdediging… Vlaanderen staat voor grote uitdagingen door zijn specifieke situatie: heel veel lintbewoning, veel verstedelijkte gebieden die kort op elkaar liggen, enkele grote economische poorten met een invloed op de mobiliteit… Deze specifieke (grondgebonden) situatie vraagt ook een gerichte aanpak en die doen we via het Vlaamse mobiliteitsbeleid.”

Toch kunnen bussen, wegen en stranden niet praten en hebben dus weinig met taal te maken. Bovendien: zowel Wallonië als Vlaanderen hebben toch belang bij een goed en op elkaar aangesloten wegennet. Levert dat echt geen (verkeers)opstoppingen op?
“Er zijn gemeentewegen en gewestwegen. En tot voor kort waren er ook nog provinciewegen. Net zoals in andere federale staten zoals Duitsland en Zwitserland zijn er in België een aantal bevoegdheden overgeheveld van de federale staat naar de gewesten. Maar wees gerust, onze wegen en ons openbaar vervoernetwerk sluiten op elkaar aan. Dat ervaar ik zelf elke dag.”

Hoe liggen de verhoudingen tussen de Belgische staatssecretaris van mobiliteit en u als Vlaams minister?
“Mijn relatie met mijn federale collega, staatsecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe, is uitstekend! We hebben ook regelmatig overleg. Ook met mijn andere collega’s van het Brussels en Waals gewest heb ik contact.”

De grootste uitdaging van iedere minister van verkeer is om iets te doen aan de grootste frustratie van de automobilist: de files. U heeft er vast wel eens over nagedacht, enig idee hoe dit probleem op te lossen zou zijn?
“Er is geen simpele oplossing voor de files. Het vereist een integrale aanpak. Uit een recent verplaatsingsonderzoek blijkt dat alle Vlamingen samen zo’n 21 miljoen verplaatsingen per dag doen. We nemen de auto voor ruim tweederde van alle verplaatsingen. Opmerkelijk is dat bij de helft van de mensen die op maximaal 5 km van hun werk wonen, toch de auto gebruiken. Hier is nog een groot potentieel voor de fiets. De huidige cijfers geven stof tot nadenken over hoe we in de toekomst gaan verplaatsen. De bevolkingsgroei, de vergrijzing en de daling van het aantal mensen per gezin zullen er enkel voor zorgen dat we ons nog meer gaan verplaatsen. We kunnen geen wegen tot in de oneindigheid aanleggen.

“In beleid zet ik nu in op verschillende sporen: investeren in fietspaden om meer mensen op de fiets te krijgen, net zoals in Nederland, waar er een echte fietscultuur is. Verder wil ik het openbaar vervoer meer vraaggestuurd maken en om de doorstroming op de weg te verbeteren wil ik zogenaamde slimme wegen aanleggen. Dat kan met dynamische borden zodat de weggebruikers over accurate info beschikken en hun traject kunnen aanpassen.

“Ook wil ik een aantal missende verbindingen aanleggen. Tegen het einde van mijn legislatuur moeten er zes in uitvoering zijn: Noord Zuid Kempen, Noord Zuid Limburg, derde scheldekruising in Antwerpen, de A11 naar Zeebrugge, N60 rondweg in Ronse, vervollediging van de zuidelijke tak van de R4 in Merelbeke.”

Waar liggen in de nabije toekomst de andere grote uitdagingen in het Vlaamse verkeer?
“Infrastructuur moet sterk, veilig en slim zijn. Ik ben gestart met een grote inhaaloperatie om de onderhoudsachterstand in te lopen. De autosnelwegen wil ik weer in goede staat hebben tegen 2015, de gewestwegen tegen 2020. Gevaarlijke kruispunten worden systematisch aangepakt, zodat ongevallen dalen. Verder streef ik naar een juiste verhouding tussen fiscaliteit en prijs. Rond 2013 willen we een kilometerheffing voor vrachtwagens invoeren. Voor personenwagens willen we een vergroening van de autofiscaliteit op basis van milieucomponenten van de auto’s.

“Tot slot wil ik inzetten op multimodaliteit. Als we ons verplaatsen moeten we niet exclusief kiezen voor het ene of het andere vervoersmiddel, maar voor een combinatie. Daarom moeten er naadloze overstappunten voor personenvervoer komen, van fiets naar trein, bus en/of auto.”

(foto: www.hildecrevits.be)

Nederland
Spannender dan de interne Belgische mobiliteitsverhoudingen is wellicht de relatie met Nederland. De Vlaamse en Nederlandse regeringen steggelen wat af. Nederland doet moeilijk over ontpolderen in Zeeland en Vlaanderen jaagt de Nederlandse automobilist op kosten door een wegenvignet in te voeren. Hoog tijd de Vlaamse minister te vragen naar de verhoudingen met het buurland.

Heeft u regelmatig contact met uw Nederlandse collega?
“Sinds de vorming van de nieuwe Nederlandse regering heb ik al een paar keer minister Melanie Schultz van Haegen ontmoet onder andere over de nieuwe sluis van Terneuzen. De gesprekken zijn zeer constructief.”

Ik begrijp dat u hier een diplomatiek antwoord geeft maar toch zijn er nogal wat zaken die niet helemaal soepel lopen. Denk maar eens aan de ijzeren rijn, de Hedwigepolder en het wegenvignet. Waarom zitten de twee buurlanden elkaar op dit gebied eerder dwars dan dat ze elkaar sterker te maken?
“Kijk, ieder heeft in elk dossier zijn eigen aandachtspunten. En daarover moeten we samen tot een vergelijk komen. En dat proberen we te doen door constructief met elkaar te overleggen.”

CV Hilde Crevits

1967 geboren te Torhout

1985-1990 studie rechten in Gent

2000-2004 provinciaal raadslid CD&V, West-Vlaanderen

2001-2007 eerste schepen (wethouder, red.) in Torhout

2004-2007 Parlementarier Vlaams parlement

2007-2009 Vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en en Natuur

2001-heden gemeenteraadslid Torhout

2009-heden Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken

Hilde Crevits is getrouwd met architect Kris Devolder. Het stel heeft twee kinderen.