Maandelijks archief: juni 2012

Eigenlijk kan Cirkus Treurdier niet op Oerol staan

Met de straattheatervoorstelling ‘iedereen te koop’ denderde Circus Treurdier vorig jaar over het eiland. Wie wilde dat het collectief een scene speelde of liedje zong moest betalen. Ondertussen liepen de acteurs rond in kleding met merknamen erop. “Die voorstelling is een beetje uit nood ontstaan we warenals gezelschap nog onbekend en moesten ons in kijker spelen daarnaast hadden we geen budget. En door zo openlijk op zoek te gaan naar geld hadden we ook nog een maatschappelijk thema beet.”

De markt speelt in hun nachtcafe op Terschelling een minder grote rol al is het niet helemaal afwezig. Circus Treurdier beschouwt het zoeken naar nieuwe manieren van financieren als substantieel onderdeel van het gezelschap. “De afgelopen decennia gaven we kunstenaar subsidie zodat ze in alle rust hun werk konden doen. Maar door dat systeem is er een afstand ontstaan tot de maatschappij. Doordat wij zo actief naar geld zoeken hebben doorlopen echt contact met mensen in alle uithoeken van de maatschappij. Het mooie is dat die contacten inspirerend zijn en energie geven.”

De revue achtige voorstelling Nachtcafe speelt Circus Treurdier ook in Amsterdam waar ze ook het horecadeel zelf doen. “De financiering van Circus Treurdier rust op vijf pijlers: sponsoren, traandeelhouders, horeca-inkomsten, een beetje subsidie en kaartverkoop,” legt Spijkerman uit. “Door de inkomsten te spreiden zijn wij minder kwetsbaar.”

Hoewel Spijkerman het een eer vindt om op Oerol te mogen spelen, is hij wel krtitisch op de organisatie. “We staan in Heartbreak Hotel die tijdens onze voorstelling een mooie baromzet draaien. Onze enige inkomsten komen uit de kaarteverkoop waarvan 25% voor oerol is. We hebben dus geen eigen horeca inkomsten, mogen onze sponsoren niet meenemen en eigenlijk mochten we van Oerol ook geen traandeelhouders werven. Daarvoor heb ik echt moeten vechten.”

De regelmatig in konijnenpak rondhuppelende Spijkerman is ineens bloedserieus. “Als ons de mogelijkheid niet eens wordt geboden kiet te spelen, kunnen wij, gezelschappen uit het middensegment, hier niet meer staan,” legt Spijkerman uit. “Bijhandel als verkoop van t-shirts en CD’s mag niet, je mag zelf geen drank verkopen en kaartopbrengst is laag. Kortom: op Oerol staan is duur. Dus kunnen straks alleen jonge makers die het zien als investering hier staan en gesubsidieerde gezelschappen die geld zat hebben op het festival staan.”

“Oerol zou wat oude principes overboord moeten zetten en ons de mogelijkheid moeten geven om creatief te zijn, ook op ondernemersvlak. Want wat is er op tegen als ik erin slaag om zelf mijn voorstelling te financieren?” Spijkerman is ondanks zijn kritiek dol op het festival. “De sfeer op het eiland en het publiek hier zijn geweldig en ook de samenwerking met Heartbreakhotel is fantastisch. Oerol is mijn lievelingsfestival en ik hoop gewoon dat ik hier in de toekomst ook nog kan staan.”

Circus Treurdier – Het eeuwige nachtcafe IV. 22 en 23 juni, 20.30, locatie 52 Heartbreak Hotel – oost

Bij de concurrent

Tik, tik, tik, tuuuuuut. Medogenloos laat de digitale klok in de hoek van redactie weten dat mijn tijd om is. “Te laat!” Dennis Gaens, de grote baas van het Waaizine is streng. “Maar ik had net nog een deadline voor de echte krant”, sputter ik. “Echte krant?! Niets mee te maken, je zit nu hier en dat was de deadline.”

Het zoemde al enige tijd over onze redactie: we hebben concurrentie. Er is een tweede dagelijkse krant op het eiland neergestreken. “Negeren!” adviseerde een deel van de redacteuren. Maar: “De aanval is de beste verdediging!”, meende de meerderheid, dus stap ik op fiets. De redactie van het Waaizine heeft het wel getroffen: terwijl wij onze stukjes tikken in een tent naast het Oerol kantoor, waar weer en wind dramatisch worden uitvergroot, zitten zij in een prachtige schuur aan de rand van de duinen.
“Nou, schrijf gewoon maar waar je zin in hebt”, zegt redacteur Hanneke Hendrix als ik vraag wat ik kan doen. “Wil je een beetje salmiakpoeder?” Hanneke blijkt het poeder te gebruiken ter inspiratie voor haar verhaal. Aan de overkant zit gastschrijfster Klaske Oenema knipkunstwerkjes te maken. Ik staar naar mijn lege beeldscherm. Geen rubrieken, thema’s en interviews. Wat een vrijheid! Maar kan ik dit wel aan? Ik probeer associatief tot een verhaal te komen. Ik denk over Terschelling, Oerol en misgelopen liefdes… “Over 45 minuten deadline!”, haalt hoofdredacteur Dennis me bruut uit mijn artistieke dagdromerij. “Dan opmaken, drukken en presenteren.”
Mijn vingers playbacken typebewegingen boven mijn toetsenbord. Dit wordt een flater en dat nog wel bij de concurrent. Dan doet iemand de poort van de schuur open. Zonlicht en een briesje komen binnen en nemen mijn vingers mee naar het toetsenbord. De woorden stromen eruit en even later heb ik mijn verhaal af. Beduusd van mijn persoonlijk record snelschrijven zie ik hoe de redactie van Waaizine verandert in een gestroomlijnde productielijn. Het krantje wordt geprint, gevouwen en geniet.
Buiten verzamelt zich een groep mensen. Hanneke gaat op een kratje staan en leest haar Salmiakverhaal voor. Even later bestijg ook ik het kratje en lees ik mijn schrijfsel voor. Er klinkt applaus en als de vijftig unieke exemplaren uitgedeeld zijn, vraagt iemand voor het eerst in mijn leven of ik wil signeren. Terug op mijn eigen redactie is iedereen stil aan het werk. Wat een saaie bedoeling eigenlijk: stukjes schrijven zonder voordracht en applaus.

Literair Productiehuis Wintertuin – Waai Live Zines. 20 t/m 24 juni, 11.00-17.00 uur, locatie 38 Schuur Staatsbosheer – Oost, met entreeband.

foto: Geert Snoeijer

Schrijven in het landschap

Vandaag trek ik eropuit. Laptop onder de arm, want vandaag ben ik de ultieme schrijver, op zoek naar inspiratie in het Terschellinger landschap. Ik weet het zeker, het wad zal ook mij prachtige woorden schenken, zoals het dat deed bij al die theatermakers en schrijvers die mij voorgingen.

Ik begin op mijn favoriete plek op het eiland: het stukje duin tussen het Hoornse Bos en de Boschplaat. Daar waar alle menselijke aanwezigheid ineens verdwenen lijkt en plaatsmaakt voor een glooiende zee van stug helmgras in groen en beige. Een plek waar zelfs dieren hun aanwezigheid tot een minimum lijken te beperken.

Daar zit ik dan, een pennetje of pijp in mijn mondhoek. Ver weg van stagnerende fietsfiles en onvindbare voorstellingslocaties tuur ik over de velden met van die scherpstellende ogen, een enkele zwevende vogel boven mijn hoofd. Zo nu en dan knik ik langzaam, buig mijzelf voorover en schrijf geïnspireerd een zin op, waarna ik mijn blik weer naar het oneindige richt. Ik heb alle tijd en laat de mooiste zinnen op mij afkomen.

Dan ga ik verder, eindelijk de Boschplaat op. In meer dan tien bezoeken aan Terschelling heb ik daar nog nooit tijd voor gehad. Mijn adem stokt als ik die prachtige kwelders zich het land in zie vreten. Links zoeken zilvermeeuwen en buizerds beschutting in een duinpan. Ik verbaas me over de eindeloze diversiteit in kleuren en leven op het eiland. Dan kijk ik op de klok en kijk naar buiten. De regen slaat krachtig tegen de ramen. Ik sluit Google Maps, open mijn tekstverwerker en haal de deadline.

Klusles

Of ik even kan meebouwen aan een huttendorp van restmateriaal dat tijdens Oerol wordt gebouwd. Aangezien ik thuis de schroefboormachine ook graag ter hand neem, stem ik in. Dat ik mijn hippe vintage kleding niet meer kan inwisselen voor de Oerol combinatie windjack–regenbroek maakt niet uit: ik ga ervoor.

Het bos bij het meertje van Hee ligt bezaaid met meuk: autobanden, stukken hout en plastic. Hier wordt gewerkt, maar nu even niet, constateer ik. Er zijn namelijk maar drie leerlingen van de vmbo uit Midsland aan het werk terwijl ik er vijfentwintig had verwacht. Alleen Bart Boom (14), Thijs de Jonge (14) en Kairo Ravesteijn (16) werken na schooltijd door. “De rest is daar te lui voor”, denkt Bart.

Bart, Thijs en Kairo zijn alles behalve lui. Hun hutten staan op het punt werkelijkheid te worden. De afgelopen tijd waren ze bezig met het bedenken van de constructie en het verzamelen van gebruikt materiaal – dat was de opdracht. Bart bouwt aan een kubus bekleed met oude surfzeilen, Thijs klust aan een zwevend plateau en Kairo werkt met zijn groep aan een levensgrote vogelkooi waar je als bezoeker in moet kunnen schommelen.

Enthousiast leggen ze mij uit hoe de constructies er uiteindelijk uit moeten zien. Mijn beta-kennis wordt danig op de proef gesteld, net als mijn voorstellingsvermogen. En dan moet ik aan de slag, ik krijg een zaag, een beitel en een hamer. “Ga maar inkepingen maken!”, zegt Bart. Ik sta wat vertwijfeld naar mijn attributen te kijken. Hoe doe ik dit? Bart beantwoordt mijn vragende blik met een kordate instructie: “De twee zijkanten inzagen en dan het midden eruit beitelen.”

Ik pak de zaag en begin. “Nee, niet zo. Je moet de hele zaag gebruiken.” Bart neemt zijn opdracht mij aan het werk te zetten serieus. “Een hamer moet je lager vasthouden, zoals jij het doet is het gevaarlijk!” Ik krijg college over gereedschap en houtconstructies. Dacht ik nu echt dat ik kon klussen? Als ik gefrustreerd het hazenpad wil nemen, wil Bart me wel laten gaan mits ik beloof later in de week terug te komen. “Want eigenlijk heb je nog helemaal niets gedaan.”

Boomhuttenfest. – Een gastvrij dorp op hoogte. 15 t/m 24 juni, 11.00 – 17.00 uur, Locatie 19, Duinmeertje van Hee – West, met polsbandje

Geschreven voor de gebruikt ingelijfd van Oerolkrant. Foto: Pieter Crucq