Maandelijks archief: juni 2013

Bankfurt, home of the euro

Sophie van Leeuwen

Aan de oever van de rivier de Main verrijst een gigantische toren: het nieuwe hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank. De ECB staat voor een monsteroperatie. Vanaf volgend jaar houdt Frankfurt toezicht op de Europese bankiers.

Deze reportage maakte ik voor VPRO Bureau Buitenland.

Een horde jazzhonden in het bos

Het gloednieuwe gezelschap Lars Doberman wekt in de kom in Hoorn jazzlegende Chet Baker tot leven. Het tragische leven van de trompetist en het gedrag van honden inspireerde de vier jonge makers voor hun Oeroldebuut.

Regelrecht uit de jaren vijftig komen vier jongens komen door het bos aanlopen, op en top jazzvogels. Toch zijn Matthijs van Sande Bakhuyzen, Reinout Scholten van Aschat, Mattias Van de Vijver en Jip van den Dool heel erg 2013. Nauwelijks afgestudeerd aan de Toneelacademie in Maastricht komt nu al een driedubbele droom voor ze uit: samen een voorstelling maken, met het thema jazz, én op Oerol.

Even na de voorstelling mag ik op hun decor plaatsnemen, met de vier vrienden als een nest puppies aan mijn voeten op de grond. Ze hebben de voorstelling samen gemaakt, en willen dus ook samen geïnterviewd worden. Het is alsof ik echt Lars Doberman aan het interviewen ben. “Het idee voor deze voorstelling is een aantal jaar geleden ontstaan toen we nog op school zaten,” vertellen Doberman. “We delen een passie voor muziek en jazz in het bijzonder.”

“De voorstelling is ook op een jazzy manier ontstaan”, vullen Doberman aan. “We zijn snel de vloer op gegaan en daar gaan experimenteren en improviseren. We hebben veel gediscussieerd over de naoorlogse vrijheidsdrang en het absurdisme. Een onderwerp dat steeds terug kwam waren honden…” Honden? Wat hebben die nu weer met jazz te maken? “Meer dan je denkt!”, verzekeren Doberman ons. “Die beesten zijn heel impulsief en improviseren voortdurend en zo werkt jazz ook.”

Orkater/De Nieuwkomers, Lars Doberman – Een Bebop verhaal. 18 t/m 22 juni, 17.00 en 22.30, locatie 53 Kom Hoorn – Oost, €11

Foto’s: Diewke van den Heuvel

Het vieze boekje van Pieter Groen

Een jaartje naar India, Zuid-Amerika of Australië: veel scholieren gaan na hun examen even op avontuur. Ook in de achttiende eeuw vertrokken jonge avonturiers al naar de koloniën en enkelen hielden daarover een dagboek bij. Prachtig materiaal voor een voorstelling, bedachten Jaime Ibanez en Jornt Duyx.

‘Die jeugd van tegenwoordig!’ hoor je ouderen regelmatig verzuchten, alsof zij zelf nooit jong zijn geweest. Ze leven met de illusie dat zij braaf waren en jongeren nu totaal losgeslagen zijn. Helaas: wie de geschiedenis bestudeert, ziet dat jonge mensen altijd al experimenteerden en op avontuur gingen – en dat ouderen dat altijd veroordeelden.

Neem de negentienjarige Pieter Groen. Hij vertrok in 1792 naar de Nederlandse kolonie Berbice, naast Suriname. Hij hield er twee verslagen van bij: een technisch reisverslag, en een verhandeling over de dames die hij op zijn reis veroverde. “Hij had er een apart boekje voor”, vertelt Jaime Ibanez. “Daarin nummerde hij de dames en beschreef hij zijn affaires heel nauwkeurig in gelaagde verhaaltjes met hemzelf als held. We hebben die verslagen tot een dubbele one man show bewerkt. Ik vertel het verhaal en heb er primitieve animatie-installaties bij gemaakt, terwijl Jornt een muzikale reis maakt van Europa naar Amerika en de Cariben.”

Na de voorstelling blijft er één vraag over: hoe liep het verder af met Pieter Groen? Ibanez laat weten dat het na zijn avonturen in de ‘West’ bergafwaarts ging. Terug in Nederland trouwde Groen met zijn nicht. De zaken gingen slecht en hij moest steeds kleiner gaan wonen. Daar is hij vast een klagende oude man geworden: die jeugd van tegenwoordig, rücksichtslos!

Jaime Ibanez & Jornt Duyx – Pieter Groen gaat naar de Barbiesjes. 19 t/m 22 juni, 16.00 en 23.00 uur; 23 juni 12.30 en 16.00 uur, locatie 39 Teunis Plak – Midden, €11

De Oerolontmaagding van Rina

U kent haar misschien nog niet maar ik wel: de Zimbabwaans-Nederlandse zangeres Rina Mushonga. In de volgende driehonderd woorden leest waarom u haar moet gaan zien.

Redactievergaderingen zijn soms een waar maffioos steekspel, waar iedereen probeert zijn persoonlijke helden te krijgen. Vandaag is mijn dag: ik zie in de planning dat zangeres Rina Mushonga geïnterviewd mag worden, en met een kleine draai en een nauwelijks merkbaar intimidatietje krijg ik wat ik wil: “Pieter-Bas, jij doet Rina”, zegt hoofdredacteur Joost, en onder tafel bal ik mijn vuist. Gewonnen.

Na het verdelen van de onderwerpen volgt een gesprek over een goede ‘invalshoek’, de eeuwige strijd van de journalist om zijn verhaal op een spannende wijze te vertellen. Wat doen we met Rina? “Kunnen we haar niet voor wat schapen laten spelen?”, opper ik in de hoop op een privéconcert. Ik geef toe: ik ben eigenlijk een beetje fan van Mushonga. De zangeres is al drie jaar bezig heel geleidelijk door te breken. Aanvankelijk als singer-songwriter met gitaar, maar dat eenzame bestaan heeft ze inmiddels ingeruild voor een vijfkoppige begeleidingsband. “Ik wilde niet het zoveelste hijgerige meisje met een gitaar zijn en zocht naar meer dynamiek”, vertelt Mushonga aan de telefoon. “Met een band kun je tenminste ook lekker rocken.” Het resultaat is een stevige mix van indie, pop en afro-beat en doet soms een zelfs denken aan Graceland van Paul Simon.

“Yeah!”, zegt Mushonga lachend als ik haar voorstel een schaapconcert te geven. Hoewel ze nog ‘Oerol maagd’ is, ziet ze het meteen voor zich: “Lijkt me écht Oerol… Het probleem is alleen dat ik pas dinsdagochtend op Terschelling aankom.” Ik zucht teleurgesteld. Ook aan de andere kant van de lijn is het stil. Dan zegt Rina: “Het had me zo leuk geleken, kunnen we het niet alsnog doen?” We maken een afspraak om twaalf uur, onderaan de dijk in Kinnum. Mijn Oerol kan niet meer kapot.

Rina Mushonga. 18 juni, 15.00 uur Groene Strand.

De Kift vat samen

De Kift viert dit jaar zijn zilveren jubileum en dat zal Oerol merken. De band geeft in twee verschillende (!) optredens een samenvatting van hun rijke carrière, met speciale aandacht voor nummers uit de voorstellingen die op Oerol stonden.

“De Kift is op het eiland!” Het begint altijd al een beetje te gonzen als de punkfanfare zijn opwachting maakt. De Kift hoort een beetje bij Oerol, zoals het festival bij de band hoort. “Oerol is voor ons altijd een mooie gebeurtenis waar we zuinig op zijn, daarom staan we ook niet ieder jaar op het festival”, vertelt drummer Wim ter Weele, die samen met Ferry Heijne De Kift ooit oprichtte.

Gaaphonger, een voorstelling over Willem Barentz, was in 1996 de eerste voorstelling waarmee De Kift op Oerol stond. “We speelden toen in een schuur van Jan de Jong, de eigenaar van de Vijfpoort. We leerden hem kennen en gingen andere programma’s ook doen bij hem in de kroeg.” Ter Weele moet lachen als hij terugdenkt aan de optredens in een een stampvolle Vijfpoort: “We speelden vaak twee keer per dag waarbij we de tweede keer in zeiknatte kleren van het eerste optreden het podium betraden.”

Hoogtepunten uit de geschiedenis van De Kift op Oerol zijn natuurlijk de voorstelling The Master and Margarita met Tryater in 2010 en de opera Vier voor Vier uit 2003. De Kift hoopt volgend jaar weer met een nieuwe productie op Oerol te staan. “We hebben samen met het Franse gezelschap Le Phun en de Franse band Monofocus een voorstel voor een nieuwe grote productie gedaan. Le Phun stond eerder ook op het festival en we hebben met hun samen een voorstelling gemaakt in de straten van hun thuisstad Toulouse. Het was een soort optocht midden in de winter, inclusief hagel en kou, echt fantastisch.”

Maar: 2014 is nog ver en voordat De Kift zich op de toekomst kan richten vat het eerst zijn geschiedenis tot nu toe samen. “We zijn begonnen met het opnieuw spelen van oude nummers en hebben er nu zo’n vijfenveertig op het repertoire. We kunnen die niet allemaal op Oerol spelen maar het is wel ruim voldoende om twee totaal verschillende sets te spelen. Ik hoop iedereen dan ook op beide optredens te zien!”

De Kift – Jubileumtour A-po-ca-lyp-tisch! 17 juni, 17.00 uur Groene Strand, West en 21.00 uur Westerkeyn, Midden, met entreebandje

De shockerende Sacre in brave tijden

Roger Bernat en Pierre Sauvageot brengen beiden een eigen interpretatie van Le Sacre du Printemps, de wereldberoemde compositie van Igor Stravinsky die precies honderd jaar geleden zijn première beleefde in Parijs. Dat moment staat te boek als een van de meest roerige uit de theatergeschiedenis. Kunnen we op Oerol nog wat opschudding verwachten?

Uit de grond gerukte pollen helmgras die door de lucht vliegen, publiek dat elkaar woedend met Nordic Walking-stokken en zwiepende Gaastra-jassen te lijf gaat, en een cordon ME-ers dat in moet grijpen om gemoederen te bedaren. Het had zomaar een tafereel kunnen zijn in de duinen van Terschelling, als Oerol honderd jaar geleden al had bestaan. Een schril contrast met het brave festivalritueel nu: het publiek kijkt een voorstelling meestal helemaal uit, applaudisseert (vaker met staande ovatie dan zonder) en laat zijn eventuele afkeer hooguit na afloop blijken, in keurige bewoordingen.

Kan kunst nog wel shockeren? Componist Pierre Sauvageot, die in de haven zijn nieuwe Sacre du Printemps laat horen, denkt inderdaad dat het voor de kunsten tegenwoordig lastig is de wereld op zijn grondvesten te laten trillen: “Ik zou het wel willen, maar kunst heeft een minder belangrijke positie in de samenleving dan honderd jaar geleden. Veel kunst is op elkaar gaan lijken, en dat geldt vooral voor de klassieke en populaire muziek. Het publiek weet precies wat het kan verwachten als het naar een concert gaat. Zeker de klassieke muziek is eigenlijk helemaal klaar. Ik vraag me dan steeds af: waar is de krachtige ervaring die muziek kan hebben? In een tijd waarin muziek altijd en overal om ons heen is, ga ik daarnaar op zoek. Het gaat om echt luisteren en samen iets meemaken. Soms moet het juist om hele kleine geluiden gaan, zoals bij Harmonic Fields in 2011. Nu probeer ik door de locatie en mijn bewerking een portret te maken van onze samenleving.”

De Sacre du Printemps is inmiddels van schandaalstuk verworden tot standaardrepertoire. “Het is een soort heiligdom geworden dat niemand durft te veranderen… behalve ik,” zegt Sauvageot met een ondeugende blik. “Puristen zullen het vreselijk vinden, maar ik heb voor mijn Sacre de partituur van het stuk genomen en alle westerse instrumenten eruit gegooid en ze vervangen door andere geluiden die heel ver van het origineel staan. Ik gebruik veel omgevingsgeluiden die met reizen te maken hebben, maar ook radiofrequenties, dieren en instrumenten uit Azië en Afrika. Ik heb het stuk eigenlijk bewerkt zoals Andy Warhol Monroe in een nieuw daglicht zette. Ik geef een ode aan Stravinsky’s werk juist door het te veranderen.”

Sauvageot liet het verhaal van het ballet Le Sacre du Printemps buiten beschouwing. “Ik vind het verhaal niet zo interessant, het is voor mij te links-rechts.” Bij The Rite of Spring van Spanjaard Roger Bernat speelt het verhaal juist een grote rol en staat de muziek minder centraal. Bernat baseert zijn voorstelling op de balletversie van Pina Bausch, die in 1975 een revolutionaire nieuwe choreografie op het stuk maakte. “In het verhaal wordt een maagd geofferd aan een zonnegod. Haar bloed is nodig om het land weer vruchtbaar te maken. De Sacre gaat eigenlijk over de relatie van onszelf met de mensen om ons heen. Het oncomfortabele gevoel iemand in een groep te moeten offeren, dat fascineert mij enorm.”

(Roger Bernard & Pierre Sauvageot. foto: Geert Snoeijer)

In zijn Sacre speelt Bernat met de conventies in het theater en de kunst. “Het mag allemaal niet te makkelijk worden”, zegt de Catalaan stellig. “Mensen zijn zo gewend om eendimensionaal naar voorstellingen te kijken. Relaxed zittend op een stoel en dan een voorstelling over je heen laten komen. Ik vind het vreemd dat het vrijwel altijd zo gaat. Het lijkt wel of de bezoekers hun lichaam zijn vergeten. Dat zie je eigenlijk overal in onze samenleving: je zit op kantoor achter je scherm of je laat je lichaam gedachteloos handelingen uitvoeren. Ik wil dat doorbreken door de ruimte, het publiek en hun lichaam anders te benaderen.”

De Sacre van Bernat zal bij sommige bezoekers misschien licht ongemakkelijke gevoelens oproepen, maar het lijkt er niet op dat mensen van zijn werk zo ondersteboven zullen zijn als bij die beroemde première van honderd jaar geleden. “Theater is als kunstvorm misschien niet meer zo belangrijk als toen, maar op kleinere schaal is het nog altijd mogelijk zaken ter discussie te stellen. Een paar jaar geleden maakte ik bijvoorbeeld een voorstelling waarin naakte mannen dansten. Dat leverde bij de kranten een discussie op of je naakte mannen wel af kon beelden. Terwijl een ontklede vrouw meteen geplaatst werd.”

“Echt shockeren is tegenwoordig meer iets voor de massamedia, maar het is goed om te zien dat het nog altijd kan”, weet Bernat. “Kwesties rond religie roepen nog altijd felle reacties op en datzelfde geldt voor zaken als homoseksualiteit, zoals we onlangs in Frankrijk hebben kunnen zien. Natuurlijk, het werkt nu anders dan honderd jaar geleden. Toen zat de hele Parijse elite in dezelfde theaterzaal terwijl de mensen die er nu toe doen veel meer versnipperd zijn. We moeten ook niet vergeten dat we het verhaal van de première in 1913 misschien ook wel een beetje romantiseren. Wellicht werden in die tijd veel vaker premières verstoord, maar kennen we die verhalen nu niet meer omdat het minder indrukwekkende kunstenaars waren. Maar het is duidelijk dat we nu veel meer discipline hebben. Niet alleen in het theater maar overal, dat zie je heel goed in mijn thuisland Spanje. Zelfs nu meer dan de helft van de jongeren werkeloos thuis zit zijn alle demonstraties, als ze er al zijn, braaf vergeleken met die uit de jaren zestig of tachtig.”

Roger Bernat – The Rite of Spring. 14 t/m 22 juni, 22.00 en 23.10 uur, Locatie 11 Voetbalveld West – West, € 13

Pierre Sauvageot / Lieux Publics & Cie – Igor Hagard, a Railway Rite. 15 t/m 23 juni, 11.00, 12.00, 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur, Locatie 2 Strekdam – West, met entreeband.