Het kerkhof dat Sahara heet

Het Parool, 8 oktober 2016

Miljoenen euro’s stuurt de Europese Unie naar het Afrikaanse land Niger. Doel is om de massamigratie door de Sahara te voorkomen. Maar het aantal migranten neemt sterk toe, terwijl de woestijn steeds meer verandert in een kerkhof.

Sophie van Leeuwen

AGADEZ – Elke maandagavond staan twee- tot driehonderd auto’s klaar in Agadez om de woestijn over te steken. Elk voertuig telt minstens 25 migranten. Soms zijn het vrachtwagens vol vluchtelingen. Zij wagen de gevaarlijke oversteek van Niger naar Libië.

Duizenden vluchtelingen reizen ieder weekend naar Agadez toe. Dan is er minder controle op de weg van de hoofdstad Niamey naar deze woestijnstad in het noorden van Niger en het kloppende hart van de mensenhandel dwars door de Sahara.

Ibrahim Manzo Diallo (44) volgt de migratie al dertien jaar. Als journalist en oprichter van de onafhankelijke krant Aïr Info in het noorden van Niger zag hij de handel veranderen en beschreef hij het fenomeen veelvuldig. Volgens hem wordt de Europese Unie, die miljoenen in het Afrikaanse land investeert om de mensenstroom tegen te gaan, belazerd waar ze bij staat.

20161008 Parool Sahara

“Net buiten de stad staat een hek van ongeveer twee kilometer lang,” vertelt Diallo. “Agenten houden mensen aan zodra vertegenwoordigers van de Europese Unie in de buurt zijn. ‘O, wat doen ze goed werk,’ klinkt het dan. Maar de agenten fluisteren tegen de chauffeurs: ‘Rij om het hek heen, een paar kilometer die kant op. Wij hebben niets gezien’.”

In Niger is mensenhandel een belangrijke bron van inkomsten. Politieagenten vragen commissie voor migranten die ze doorlaten. En dus gaat de handel gewoon door. Diallo: “Sinds de EU zich met de migratie bemoeit, rijden steeds minder wagens via de barrière. Agenten en mensenhandelaren zijn vrienden.”

De massale trek is een goudmijn voor handelaren die overal in de stad villa’s bouwen en winkeltjes openen. De prijs van een reis door de Sahara is de afgelopen jaren verdubbeld tot zeker driehonderd euro. De lokale economie bloeit als nooit tevoren. “Het is alsof heel Afrika naar Europa verhuist,” zegt Diallo. Agadez is een knooppunt van gelukzoekers die vanuit West-Afrika naar Europa willen reizen, via Algerije en Libië en daarna de ook al zo riskante oversteek van de Middellandse Zee. Het zijn meestal jonge mannen uit Nigeria, Senegal, Gambia, Ivoorkust, Mali, Kameroen, Burkina Faso of Niger.

Grote schrik

Veel Nigerianen vluchten voor de rebellengroep Boko Haram. Anderen raakten werkloos in de oliestaat Gabon, na de val van de olieprijs. Smokkelbendes maken volop gebruik van de politieke chaos in Libië. Migratie heeft altijd bestaan in Agadez. Er waren altijd reizigers die voorbijkwamen, weet Diallo. “Hallo! Waar ga je heen? Rome? Oké, goede reis! Maar sinds de val van dictator Muammar Kadhafi in 2011 is de reis grimmiger geworden.”

Meisjes worden vaak gedwongen zich te prostitueren. De handelaren pakken hun paspoort af. “Iedereen in de stad weet: als er nieuwe migranten aankomen, zijn er nieuwe meisjes. De mannen staan voor ze in de rij. En iedereen wil eraan verdienen. De politie, de militairen, de chauffeurs.”

Europeanen kijken met grote schrik naar de Afrikaanse trek naar het noorden. 26 miljoen euro maken de Europese lidstaten vrij om komend jaar illegale migratie en terrorisme in Niger tegen te gaan. Vorig jaar kreeg de missie EUCAP Sahel Niger nog 18 miljoen euro.

Steeds meer Afrikanen willen naar Europa. Dat bevestigt Guiseppe Loprete van de internationale organisatie voor migratie (IOM) in Niger. Hij werkt samen met de missie EUCAP Sahel Niger. Zij schatten dat 150.000 vluchtelingen dit jaar naar Libië reizen, tegen 100.000 in 2015.

“Het zijn schattingen want wij staan niet de hele dag bij de checkpoints,” zegt Loprete. “Controleren is maar een deel van ons werk. Wij praten met migranten en leggen uit hoe gevaarlijk de reis is. Wij helpen ze om projecten op te zetten. Een klein restaurant bijvoorbeeld, zodat mensen kunnen terugkeren om een beter leven op te bouwen.” Naar eigen zeggen haalden zijn medewerkers ruim vierduizend mensen over om terug te reizen naar hun land van herkomst. Een fractie van de totale mensenstroom.

Tot zover de officiële cijfers. Maar het werkelijke aantal migranten is veel hoger, volgens Diallo. Vertegenwoordigers van de EU zullen nooit de echte migratie zien, denkt de journalist uit Agadez. “Zij komen aan in een privévliegtuig, ze worden door militairen geëscorteerd naar een hotel met zwembad, een van de duurste in Agadez, bewaakt door agenten.”

“Hun oren horen niet, hun ogen zien niet. Ze hebben geen direct contact met de bevolking. Ze zien alleen wat de autoriteiten willen dat ze zien. Maar wij van Agadez zijn getuige van de handel. Wij zien de waarheid, wat er echt gebeurt. Zij zien 150.000 migranten. Ik verzeker u: het zijn er minstens twee keer zoveel.”

De autoriteiten in Niger kunnen er ook weinig tegen doen. Inwoners van West-Afrika mogen namelijk vrij reizen binnen de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas). “Maar het geld uit Europa laat onze regering natuurlijk niet liggen,” zegt Diallo.

Niemand weet exact hoe groot het probleem is, geeft ook Loprete van het IOM toe. “Het is makkelijker om de Middellandse Zee te controleren dan de Sahara. En de provincie Agadez is groter dan Frankrijk.”

Beenderen

Intussen worden steeds meer jongeren uit Libië chauffeur. Zij kennen de Sahara niet. Er is geen weg door de woestijn. Eerst rijden ze over stenen, dan volgt duizend kilometer zand. Velen verdwalen en sterven van de dorst.

Diallo ontmoette een man met tien auto’s die hij door de Sahara liet rijden. “Hij zette zijn kleine broertje die nauwelijks kon rijden achter het stuur. Zo’n auto wordt dan volgeladen met mensen. Niemand wacht op die mensen in Libië. Niemand weet dat ze Agadez hebben verlaten.”

Soms worden rijen lichamen gevonden in de woestijn. Wit geblakerde beenderen in de zon. Vaak verdwijnen ze geruisloos onder het zand van de Sahara. “Niemand weet wat er gebeurt in de woestijn, hoeveel doden er vallen,” zegt Diallo. “Het is een groot drama. De Sahara is een kerkhof.”