Column: Onze achterlijke cultuur

Geschreven voor het radioprogramma NTR kwesties:

Het is soms even schrikken als ik op een zomerse vrijdagmiddag door de stad fiets: op elke hoek van de straat staan hordes mensen luidruchtig alcohol naar binnen te gieten. Hoe later je langsrijd, hoe hoger het aantal decibellen en hoe gênanter de taferelen.

Het schijnt bij de Nederlandse cultuur te horen: de hele week gedraag je je en als het vrijdag is gaan alle remmen los en mag je, drankje in de hand, aanhankelijk doen bij je collega die ineens wel hele mooie blauwe ogen heeft. Of je zegt een goede vriend eindelijk eens de waarheid.

Ik moet op zo’n moment vaak denken aan de populistische roeptoeters die om het hardst schreeuwen dat de islam een ‘achterlijke cultuur’ is. Zijn zij nooit naar een café geweest? Vast wel, net als ik. Waarschijnlijk hebben ze na een stevige avond drinken ook wel eens hun hoofd gebroken over wat er precies gebeurd was de avond ervoor.

Samenscholing

Bij mij begon het sociale drinken ook op een onschuldige zonnige vrijdagmiddag. Vrijwel alle Roermondenaren tussen de vijftien en achttien verzamelden zich in jaren negentig elke week in de Veldstraat. Een rijtje kroegen daar beconcurreerden elkaar daar tussen vier en zes met een zo laag mogelijke bierprijs. In een café bepaalde een grote dobbelsteen op de dansvloer de bierprijs. Elke stip was een kwartje waard.

En de Marokkanen? Die waren er ook in de Veldstraat en veel van hen dronken niet, maar gaven een joint door. Wie wat wilde leren over andere drugs dan alcohol was bij hen aan het goede adres.

Nuchter leven is lastig

Marokkaan, Limburger of Hollander. Stoned of dronken. We waren allemaal pubers, onzeker over ons uiterlijk en ons talent op het liefdespad. Aanvankelijk probeerden we de liefde en het leven nuchter onder controle te krijgen maar dat bleek voor de meesten niet weggelegd. Dus maakte we het ons makkelijker met een stevige hijs van een joint of een slok bier. Ineens durfde je iedereen wel aan te spreken en ook zoenen bleek lang niet zo lastig.

Inmiddels ben ik zelf vader, ga vrijdag meestal braaf naar huis en kijk ik wat bedenkelijk naar al die gare jongeren: wat een achterlijke onnozele toestanden. Maar ze zijn van alle tijden en culturen. Het streng handhaven van het verbod op alcohol onder de achttien zal het gebruik alleen maar terugdringen naar stegen, schuren of bosjes ver uit ons zicht. Beter zien we enigszins wat iedereen gebruikt en doet. Geef jongeren de mogelijkheid de achterlijkheid zelf te beteugelen. Echt waar. De meesten zullen dat na wat schade en schande doen, net als wij zelf.

Pieter-Bas van Wiechen (1975) is freelance schrijver en radiomaker met een bijzondere interesse voor geschiedenis, cultuur, het Caribisch gebied, België en Suriname.