De Javaan van België

De Javaan van BelgiëDe zich anderhalf jaar voortslepende Belgische regeringscrisis is weer in volle hevigheid losgebarsten en inmiddels buitelen ook de Vlaamse en Waalse partijen intern over elkaar heen. Ik word er een beetje moe van, ik ben aan vakantie toe. Weg uit Brussel, niet naar Wallonië en ook niet naar Vlaanderen. Nee, ik ga mijn licht maar eens opsteken bij de Duitstalige Belgen, want die zijn opvallend stil. Zelfs Karl-Heinz Lambertz hield als onderhandelaar vooral zijn mond, op één moment na. Wat denken die Duitsers en zouden zij niet juist een rol van betekenis kunnen spelen?

De Duitse stad Eupen ligt ver weg van Brussel, dus gooi ik de fiets achterin de auto en neem de E40 naar het oosten. Een vreemde weg toch die E40 naar Luik, om de haverklap staan er borden in de berm ‘Bienvenue en Wallonie’, ‘Welkom in Vlaams-Brabant’ en ‘Bienvenue en Wallonie.’ ik bestudeer de kaart en kom tot de conclusie dat, mocht België uiteenvallen, deze weg alleen al zes grensovergangen heeft. Zou Bart De Wever zich dit dit realiseren?

In Eupen word ik omgeven door bloemperken, cafés in donker eikenhout en Eupener bier. Ben ik te ver doorgereden en in Duitsland? Na enig zoeken vallen overgebleven Belgische sporen op: de Belgische modderige wielerheld Sven Nijs prijst ook hier bankrekeningen aan maar dan wel in het Duits. Ook het postkantoor en de politie zijn Belgisch en ook de vlaggen in het straatbeeld hebben het zwart-geel-rood nog in Belgische volgorde staan. Eupen ligt officieel in Wallonië maar heeft niks te maken met Charleroi of Luik; alles is hier met een Duitse grundlichkeit aangeharkt. Er schuifelen opmerkelijk veel ouderen door de straten, ook op de terrassen weinig mensen beneden de veertig. Gebeurt hier dan helemaal niks? Een zekere angst bekruipt me. Ik besluit op zoek te gaan naar een plaatselijke krant om te kijken wat hier zoal gebeurt. In een tabakswinkel vind ik inderdaad de Grenz-Echo. Gebroederlijk ligt de gazet naast De Morgen, La Libre Belgique en Die Zeit. Ik probeer in mijn steenkolenduits af te rekenen maar krijg antwoord in het Nederlands, jammer, want ik wil vandaag graag wat aan mijn Duits doen.

Het belangrijkste nieuws in de Grenz-Echo is dat er vandaag een vierentwintiguursmars voor het goede doel wordt gelopen. Teams uit Duitsland, Nederland, Hong Kong en vooral heel België hebben euro’s ingezameld voor Oxfam en om dat te vieren gaan ze honderd kilometer lopen. In Eupen lijkt verder niet veel te gebeuren, dus ga ik naar dit internationale treffen. Even buiten de stad, op het terrein van de lokale atletiekvereniging, hebben de wandelaars zich verzameld.

Gebroederlijk zitten teams uit West-Vlaanderen aan een lange Duitse tafel met Luikenaars. Een stoet hoogwaardigheidsbekleders trekt aan het katheder voorbij om de wandelaars moed in te spreken. Hoogtepunt van deze formaliteiten is het moment waarop Bernd Gentges en Isabelle Wykmans het podium bestijgen. ‘Voor u staat de helft van de regering van het Duitstalige gebied,’ laat Gentges met een gezonde glimlach weten. ‘Ik ben minister van gezondheid en toerisme terwijl mijn collega Wykmans verantwoordelijk is voor cultuur en sport; daarom zijn we maar samen gekomen. Ik ben trots dat deze wandeling hier in ons prachtige gebied plaatsvindt. De Duitse gemeenschap staat eindelijk op de kaart.’ Gentges en Wykmans zijn overduidelijk in hun element en spreken de menigte toe in een mengelmoes van Duits, Nederlands, Frans en Engels. Ook bij de bar is het zoeken naar de communicatietaal: de muntjes haal je in het Duits terwijl je een pintje weer het beste in het Vlaams kunt bestellen. Dit is leuk, voor heel even lijkt België echt te bestaan.

Het wordt geen lange avond, de start is al om half zeven dus gaan de kippen vroeg op stok. De volgende middag bezoek ik als supporter een van de stempelposten. Het is warm en de wandelaars hebben er pas twintig kilometer opzitten. Toch zien verschillenden er al uit alsof ze zojuist de marathon van New York voltooid hebben. Er worden blaren verzorgd, het water wordt bijgevuld en zweet gedept. In de drukte kom ik de verzorgers van het team van Elmar Keutgen, de burgemeester van Eupen, tegen. De vier lopers zijn net opgelapt en vertrokken voor de tweede etappe. Matthias, een student van achttien, en mevrouw Keutgen ruimen de boel op om naar de volgende stempelpost te gaan. Mevrouw Keutgen is apetrots op haar man die met zijn zestig jaren meeloopt. Nog mooier vindt ze het dat zoveel mensen uit heel België meedoen. ‘Ik voel me ook een echte Belg,’ verzekert ze mij. ‘Als je ons vergelijkt met Duitsers, hebben wij zuiderlijk temperament dat lijkt op die van de Walen, met een werklust die meer weg heeft van de Vlaming. Door de lage huizenprijzen komen  hier steeds meer Duitsers wonen, maar dan merk je het verschil direct. Wij hebben ook minder contact met ze.’

Toch is de deze regio vooral op Aken gericht en niet op België. Bijna iedereen werkt, studeert over de grens en ook menige geliefde wordt daar gevonden. ‘Helaas ben ik niet uitgeloot voor de studie geneeskunde in Aken,’ laat Matthias weten. Hij studeert nu tegen zijn zin aan een Franstalige Universiteit en hoopt straks toch in Duitsland te gaan werken. ‘Er is hier gewoon niet zoveel te doen, Aken leeft meer en heeft een veel leuker uitgaansleven,’ laat hij met een ondeugende glimlach weten. ‘Het is maar wat je wilt,’ vult mevrouw Keutgen hem aan. ‘We hebben hier een prachtig natuurgebied, fiets er maar eens doorheen.’

Ik volg de raad van mevrouw Keutgen op. Het is inderdaad een prachtig, bosrijk landschap. Midden in deze schoonheid stuit ik ineens op een stuwdam.  Het betonnen geval doet haast futuristisch aan. Zwemmen! denk ik, maar helaas: een bord aan de zijkant van het meer laat onbelgisch weten wat allemaal niet mag: geen motorboten, kajaks en surfplanken. Ook zwemmen is verboden. De enigen die het meer wel mogen betreden zijn zeilboten. Ik zit aan de rand van het meer en heb ter verkoeling stiekem mijn voeten in het water gedaan. Tegen een decor van groene heuvels slamommen zeilboten om boeien heen. In deze rustgevende omgeving laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik mag die Duitsers wel, die degelijkheid heeft iets schoons en ook het pacifisme dat na 1945 zo in zwang kwam, is prettig. Geen volk dat in de twintigste eeuw een grotere draai heeft gemaakt: van Nazi tot vredesduif. Eigenlijk is het jammer dat er in België zo weinig Duitsers zijn, want ze hadden in het conflict een mooie rol kunnen spelen als derde partij. Als er geen zeventigduizend maar een miljoen Duitstaligen in België waren geweest hadden ze het land kunnen redden, zoals de Javanen een grote clash in Suriname altijd voorkwamen.

Suriname en België lijken meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Die kleine tropische postzegel aan de andere kant van de oceaan is ook een ratjetoe van volkeren en talen. Het land is het enige waar, naast Nederland en België, Nederlands de officiële voertaal is maar dat wil niet zeggen dat dit de enige taal is. In de drie eeuwen dat het een Nederlandse kolonie was, werden uit alle hoeken van de wereld mensen gehaald om de plantage-economie vlot te trekken. Nadat de lokale Indiaanse bevolking massaal bleek te bezwijken aan Europese ziektes gingen de Hollanders en Zeeuwen over op slaven die in West-Afrika gekocht werden. Na de afschaffing van de slavernij werden er contractarbeiders geïmporteerd uit India en na een diplomatieke rel met de Britten uit ‘ons eigen’ Indonesië: de Javanen. Al deze groepen namen hun eigen taal mee die vervolgens vaak weer een Surinaamse variant kreeg. Tegenwoordig worden er door een slordige vierhonderdduizend Surinamers elf talen gesproken.

Suriname is dus net als België een meertalig land. En zoals Vlamingen op Vlamingen stemmen en Walen op Walen, zo stemt bijna iedereen in Suriname volgens etnische lijnen. Een nazaat van de slaven kiest meestal een creool terwijl een Hindostaan* op iemand met Indiaase roots stemt. De Hindostanen en Creolen zijn de twee grootste groepen die elk ongeveer dertig procent van de bevolking uitmaken. Ze worden gevolgd door de Javanen met tien procent. Regeren zonder de Javanen was lang onmogelijk waardoor die groep een soort pacificerende rol kreeg. In buurland Guyana waar naast Creolen en Hindostanen enkel een handjevol Indianen wonen ging bijna elke verkiezingsstrijd gepaard met rassenrellen. In Suriname kwam het dankzij de vriendelijke, immer diplomatieke Javanen nooit zo ver.

Ik moet denken aan Karl-Heinz Lambertz, de Duitstalige minister-president. Hij werd door koning Albert voor de zomer het veld ingestuurd om de crisis in België op te lossen. Ik was enigszins verbaasd dat deze optie zo laat pas bedacht werd. Karl-Heinz werkte in stilte en liet zich een keer ontvallen dat het eigenlijk een illusie was om staatshervormingen voor de regionale verkiezingen van volgend jaar te realiseren. Na deze uitspraak kreeg Karl Heinz meteen een draai om zijn oren van Yves Leterme. ‘Een bemiddelaar moet vooral bemiddelen, op deze manier helpt hij de zaak niet vooruit’, was het credo van de Belgische premier. Toch riep Lambertz wat velen al dachten, en bovendien kon hij het als relatief onpartijdige weten. Ach, waren er maar een miljoen Duitstaligen in België dan konden ze meer gewicht in de schaal leggen, waarschijnlijk net genoeg om België te redden. Vriendelijk, diplomatiek en belangrijk zoals de Javanen in Suriname.

* In Suriname is een Hindostaan is iets anders dan een Hindoestaan; Hindoestaan verwijst naar de religie terwijl onder de hindostanen zowel Islamitische als Hindoestaanse mensen met voorouder uit India worden verstaan.