Onze Eerste Ronde

Tja, wie in België woont moet een fiets-gen ontwikkelen. Wij waagden ons er vorige zomer voor het eerst aan. En we moeten zeggen: fietsen in België is inderdaad een van de mooiste dingen die er is.  Maar toch wilden we de echte mannen en vrouwen ook eens aan het werk zien en dus togen wij zondag naar Vlaanderens Mooiste: De Ronde van Vlaanderen. Samen met Maurice Denis (jawel vernoemd naar de eerste winnaar van de Tour de France: Maurice Garin)  namen wij de auto en reden westwaarts. Langzaam maakt de Brusselse tweetaligheid plaats voor Nederlands. Wanneer we Ninove inrijden blijken we ineens tegen de renners in op het parcours te rijden, een zindering trekt door ons heen. Hier wordt straks de koers beslist. Behalve dranghekken en lokale bromsnorren is er nog niet veel te zien. Nadat we onder het poortje van de laatste kilometer gehad hebben, rijden we de fuik van de Ronde binnen. Na enkele kilometers is De Ronde ineens overal. We willen kasseien en een fijne helling zien. Naar Velzeke willen we, maar als we in de buurt komen blijken de renners daar al gepasseerd, Mater dan? Halen we niet. We besluiten richting Oudenaarde te gaan, maar waar precies? Doelloos rijden we rond totdat we op een groepje mensen stuitten. We parkeren de auto en stappen uit. Bingo! We blijken bij Eikenberg te zijn en krijgen wat we willen: kasseien en een helling.

“Over een minuut of tien passeren hier de vrouwen!” weet een oudere man. En inderdaad niet veel later racen de vrouwen aan ons voorbij. Zodra de laatste dame is gepasseerd stuiven de bezoekers uiteen, op zoek naar de volgende spot. Naast de wielrenners blijkt half Vlaanderen hier aan sport te doen. Doel: het peleton zo vaak mogelijk zien passeren. Ze vervoeren zich per motor (voor de handigen), fiets (voor de fanatiekelingen) en kwat (voor de stoere opgeschoten jonkies). “De auto is hopeloos,” vertelt een jonge fabrieksbeveiliger terwijl hij aan een shaggie lurkt. “Sta je alleen maar in de file. Ik heb de vrouwen nu al drie keer zien passeren. Maar ik ga, ik moet verder… De mannen komen hier later deze middag, tot dan.”

We hadden zo gehoopt dat wij ook op een plek of drie de snelheidsduivels konden toejuichen maar om dat te doen blijkt dat je de omgeving heel goed moet kennen. Op aanraden van de vriendelijke beveiliger lopen we naar de plaatselijke manege waar de lokale bevolking zich voor de TV heeft verschanst. We beginnen met koffie maar niet veel later geven we toe en laten het eerste pintje door onze slokdarm stromen, net als iedereen om ons heen. Het wordt steeds drukker en net terwijl wij ons tweede glaasje nemen, vertrekt iedereen. Haastig nemen wij de laatste slokken en volgen de Vlamingen. Na een wandelingetje over kasseien en een knollenland komen we aan op het hoogste punt van de Eikenberg. We blijken niet de enigen. Duizenden Vlamingen, Nederlanders en opvallend veel Britten vermaken zich.

Om ons heen wapperen de Vlaamse vlaggen. Ook wij krijgen een geel-zwart vlaggetje in handen gedrukt, van de Vlaamse Volksbeweging, een club die zich o.a. met dit soort “bevlaggingsacties” inzet voor een onafhankelijk Vlaanderen. Het vlaggetje voelt niet goed, veel te Nationalistisch voor ons Ollanders zonder H. We stoppen ons exemplaar veilig in een tas. De spanning stijgt en als we de helikopter horen aankomen. Het gejuich en koebellen op de berg zwellen aan. Even later zien we de renners, met hun tong op de trappers hun fiets in bedwang houden, de dunne wieltjes lijken vooral de richeltjes tussen de kinderkopjes op te willen zoeken. Je moet het kunnen, rijden over zo’n hobbelige ondergrond. Het is een Belgische specialiteit, vandaar dat we ook veel Vlamingen in het begin van de koers zien. Als de meeste renners gepasseerd zijn, ploeteren wat achtergebleven Raborenners en Colombianen de berg nog op. Ze worden aangemoedigd vooral door te gaan. De meesten nemen deze col nog mee, slecht twee renners van de Spaanse ploeg Euscartel geven op en rijden over de snelweg naar de meet in Meerbeke.

Een tweede plek om de wielercracks te zien, blijkt iets te hoog gegrepen. We besluiten terug te rijden naar het supporters-lokaal van Peter Van Petegem in Brakel. Onderweg zagen we de lokale bevolking daar al stevig indrinken.  De man die De Ronde in 1999 en 2003 won, hangt wat verlept aan het café. Van Petegem koerst niet meer maar toch de sfeer in het lokaal zit er goed in. Motormuizen, amateurfietsers en lokale gezelligheidsdieren doen zich te goed aan champagne en bier. Sommigen volgen de wedstrijd al niet meer, de meesten wel. Wij verdringen ons rond een klein scherm om te zien hoe de renners de beroemde Muur van Geraardsbergen beklimmen. Wij probeerden hem ook (link) maar leken toen halverwege stil te staan. Ook voor de profs lijkt het lastig. Weer is het een lokale held die op deze fameuze plek niet tot stilstand komt en juist een versnelling inzet. Stijn Devolder doet hetzelfde als hij vorig jaar deed en wint in zijn eentje de koers.

Applaus klinkt en de tap begint weer te stromen, een Belg op het hoogste schavot, een Vlaming nog wel. Dat is het mooiste wat er is, vinden ze. En zo werkt de Vlaming. Toen Tom Boonen vorig jaar geen enkele voorjaarsklassieker wist te winnen maar wel de internationaal vermaarde Groene Trui in de Ronde van Frankrijk mee naar huis nam, spraken sommigen toch van een matig seizoen. Een grote wielrenner in Vlaanderen dient thuis te winnen. Dat kleine denken van menig Vlaming is soms onbegrijpelijk maar op een dag als vandaag is het mooi, onbeschrijfelijk mooi en je zou zo een van hen willen zijn. In elk geval gaan we volgend jaar weer in de hoop op een wederom een Vlaamse winnaar.

5 thoughts on “Onze Eerste Ronde

  1. marc

    Mooi verslag, Bas.
    Volgens mij is ‘koers’ in België wat schaatsen in Nederland is. Ge moet het voelen, er tussen staan, het gejuich horen opkomen en afwalsen, het afzien zien. Vooral dat laatste, daarvoor zijn we er gek op. Heroïek is een vereiste.

    + het moet ‘Stijn’ zijn. Niet ‘Steven’.

  2. admin

    Beste Marc, Steven moet inderdaad Steven zijn… Maar: wielrennen op de weg is iets te internationaal om met het schaatsen in Nederland te vergelijken. De beste vergelijking gaat op met Veldrijden. Over deze sport maakt de rest van de wereld zich ook nauwelijks tot geen zorgen onder het motto: wie gaat er nu met een koersfiets door de blubber? Daar hebben we toch mountainbikes voor? Met langebaan schaatsen is dat ongeveer hetzelfde wie gaat er nu uren kijken naar mannen die dezelfde beweging maken op een tien kilometer? Ik heb over deze vergelijking trouwens een TV-programma gemaakt, zie hier: http://www.youtube.com/watch?v=9nxoHWvNcVo&feature=PlayList&p=E4BBB6799E24D2E2&playnext=1&playnext_from=PL&index=9

  3. Pingback: Grenspost » Blog Archive » Kasseien met champagne - Wereldwijd netwerk van Nederlandstalige correspondenten

Comments are closed.