De Kans van het Nederlands

Nederlands in de Cariben

Voor het project One11 van de Italie-correspondent Bas Mesters maakte ik een portret van Floyd Woodley, grote held op een klein eiland:

Floyd Woodley, directeur van de Governor de Graaffschool op Sint-Eustatius, is er altijd voor zijn leerlingen, ook buiten schooltijd. “Als kind werd ik geïnspireerd door mijn oom. Zijn motto: als leraar moet je altijd aanwezig zijn, ook buiten school. Ik geloof dat ik dat heb overgenomen.”

Het is drukkend warm als ik op Sint-Eustatius van het kleine vliegveld loop naar het centrum Oranjestad, de enige plaats op het eiland. In de lucht verraden grauwe wolken de komst van de tropische storm Otto, die spoedig het openbare leven zal platleggen. Het is een vreemde gewaarwording: ik ben duizenden kilometers van huis en toch zal dit eiland niet lang na mijn bezoek een bijzondere gemeente van Nederland zijn. Een biologische rastaboerderij, palmbomen en een slapende vulkaan, werkelijk niets op dit exotische oord lijkt op Nederland. Ik zoek de Governor de Graaffschool en wanneer ik een passerende rijksgenoot de weg vraag, antwoordt deze in rollend Caraïbisch Engels: “Ah! Floyds school.”

Voor elke kerk een school
Ik ben op Sint-Eustatius om groep 8 van de Governor de Graaffschool te interviewen voor een Nederlandse kinderkrant. Ik had gedacht dat een 3500 zielen tellend eiland als Sint-Eustatius wel genoeg zou hebben aan één schooltje, maar op internet stuit ik op liefst vier basisscholen. Katholieken, methodisten en zevendedagsadventisten, op dit religieuze eiland heeft elke kerk zijn eigen lagere school. Voor alles wat er na deze religieuze scheiding nog overblijft, is er ten slotte nog de Governor de Graaffschool, die als openbare school geen leerlingen mag weigeren.

Na een wandeling door het centrum van Oranjestad met zijn rijkdom aan Nederlandse koloniale architectuur kom ik aan bij het lichtgroen en -blauw geschilderde schooltje, haast idyllisch gelegen tegen een groene bergwand. Alle lokalen zijn gelijkvloers en liggen L-vormig om het schoolplein heen. De lessen zijn nog bezig, een vrouw wijst me het lokaal waar directeur Floyd Woodley zich bevindt.

Woodley, een licht grijzende man met een gezellig buikje en een ringbaardje, zit midden in een kring kleuters. Steeds geeft hij een van de kinderen in het Nederlands een ondeugende opdracht: hij laat ze iets doen wat ze in de normale les nooit mogen. Ik zie kleuters op stoelen staan, onder tafels doorkruipen en rondjes rennen.

‘Nederlands leren is leuk’
Na afloop van de les vertelt Woodley dat ik zojuist getuige ben geweest van ‘Total Physical Respons’, een methode om kinderen door gerichte opdrachten een taal te leren. Woodley heeft het er maar druk mee. Nu Sint-Eustatius een (bijzondere) gemeente van Nederland wordt, neemt ook de taal van het koninkrijk aan de Noordzee weer in belang toe. “Dat is best lastig”, vertelt Woodley. “Een deel van het lerarencorps beheerst het Nederlands onvoldoende, en daarom moet ik het vaak zelf doen. Tel daarbij op dat de kinderen hier op school uit alle hoeken van het Caraïbisch gebied komen. Slechts een enkeling spreekt thuis Nederlands. De meesten praten alleen Engels, en de Dominicanen zelfs alleen maar Spaans. Toch probeer ik ze overtuigen dat het leuk is om Nederlands te leren.”

In de pauze is het een komen en gaan van leerlingen. De kleintjes laten Woodley tekeningen zien, oudere leerlingen komen vertellen wat hun plannen voor het weekend zijn. Woodley speelt constant met de taal. Engels mag, maar regelmatig begint hij uitdagend in het Nederlands. Hij geeft complimentjes, waarna de kinderen trots het schoolplein op rennen.

Trots
Je zou het leren van Nederlands als belemmering kunnen zien. Het is de taal van het volgens sommige Antillianen zo boze en bemoeizuchtige Nederland. Bovendien: waarom zou je een kleine taal als het Nederlands leren als je wereldtalen als Engels en Spaans thuis met de paplepel ingegoten krijgt? “Nee, het is helemaal geen belemmering”, valt Woodley me vol geestdrift in de rede. “Ik ben er trots op een Nederlander te zijn. We horen al zo lang bij elkaar. Het Nederlands hoort erbij.” Bovendien, zegt hij, biedt goede beheersing van het Nederlands de mogelijkheid in Nederland te gaan studeren.

Het leren van een andere taal heeft alleen maar voordelen, vindt Woodley. “Toen ik op de lerarenopleiding op de Maagdeneilanden zat, vonden andere studenten ons Antillianen vreemd omdat we zo’n raar taaltje spraken. We werden door onze studiegenoten als exotisch gezien. Maar al snel bleek dat wij, doordat we al een andere taal spraken, veel beter waren in Spaans.”

Wie de kleine Floyd Woodley in zijn jeugd op het eiland in actie zag, had vast niet verwacht dat hij ooit zelf leraar zou worden. “Ik was erg ondeugend en allesbehalve een modelleerling. Het hoofd van de school heeft mijn vader er zelfs een keer op aangesproken. Ik was daarvan zo onder de indruk dat ik mijn leven heb gebeterd.”

Oom
Woodley ging zijn best doen en na de middelbare school op Aruba besloot hij toch leraar te worden. Na een eerste opleiding op de Maagdeneilanden studeerde hij door in New York. Dat hij uiteindelijk terugkeerde naar zijn geboorteland had alles te maken met zijn oom die 44 jaar als leraar op Sint-Eustatius werkte. “Hij was echt de hele dag in weer en stond ook buiten schooltijd altijd voor de leerlingen klaar”, vertelt Woodley.

Net als zijn oom is Woodley ook na school in de weer. Een beetje actieve leraar op een klein eiland heeft eigenlijk nooit vrij. Zo leidt hij de jongerendrumband van de katholieke kerk, organiseert hij jaarlijks de Boekenweek voor de bibliotheek en is hij betrokken bij het educatieve programma van het plaatselijke museum. Ondertussen vergeet hij ook zijn familie niet: elk weekend brengt hij gebakken brood bij hen langs. “Als je op zo’n klein eiland woont, ben je eigenlijk nooit vrij en vallen mensen je altijd lastig. Tegelijk kun je daardoor veel bereiken. Niemand ontsnapt aan je aandacht.”

Woodleys Nederlands is vlekkeloos, terwijl hij er maar één keer twee weken geweest is. In de dagen na mijn bezoek aan de Governor de Graaffschool kom ik hem opvallend vaak tegen, hij lijkt echt iedereen op het eiland te kennen, van jong tot oud.

Toch houdt ook Woodley deze intensieve manier van leven niet altijd vol. In de schoolvakanties verlaat hij het eiland om op een zeilboot rond te dobberen op de Caraïbische Zee. “Dan zet ik mijn telefoon uit en kom ik even helemaal tot rust.”

Lees ook de reportage die ik over Groep 8 van de Governor de Graaffschool schreef voor de kinderkrant Kidsweek.