Tagarchief: 10-10-10

De Kans van het Nederlands

Nederlands in de Cariben

Voor het project One11 van de Italie-correspondent Bas Mesters maakte ik een portret van Floyd Woodley, grote held op een klein eiland:

Floyd Woodley, directeur van de Governor de Graaffschool op Sint-Eustatius, is er altijd voor zijn leerlingen, ook buiten schooltijd. “Als kind werd ik geïnspireerd door mijn oom. Zijn motto: als leraar moet je altijd aanwezig zijn, ook buiten school. Ik geloof dat ik dat heb overgenomen.”

Het is drukkend warm als ik op Sint-Eustatius van het kleine vliegveld loop naar het centrum Oranjestad, de enige plaats op het eiland. In de lucht verraden grauwe wolken de komst van de tropische storm Otto, die spoedig het openbare leven zal platleggen. Het is een vreemde gewaarwording: ik ben duizenden kilometers van huis en toch zal dit eiland niet lang na mijn bezoek een bijzondere gemeente van Nederland zijn. Een biologische rastaboerderij, palmbomen en een slapende vulkaan, werkelijk niets op dit exotische oord lijkt op Nederland. Ik zoek de Governor de Graaffschool en wanneer ik een passerende rijksgenoot de weg vraag, antwoordt deze in rollend Caraïbisch Engels: “Ah! Floyds school.”

Voor elke kerk een school
Ik ben op Sint-Eustatius om groep 8 van de Governor de Graaffschool te interviewen voor een Nederlandse kinderkrant. Ik had gedacht dat een 3500 zielen tellend eiland als Sint-Eustatius wel genoeg zou hebben aan één schooltje, maar op internet stuit ik op liefst vier basisscholen. Katholieken, methodisten en zevendedagsadventisten, op dit religieuze eiland heeft elke kerk zijn eigen lagere school. Voor alles wat er na deze religieuze scheiding nog overblijft, is er ten slotte nog de Governor de Graaffschool, die als openbare school geen leerlingen mag weigeren.

Na een wandeling door het centrum van Oranjestad met zijn rijkdom aan Nederlandse koloniale architectuur kom ik aan bij het lichtgroen en -blauw geschilderde schooltje, haast idyllisch gelegen tegen een groene bergwand. Alle lokalen zijn gelijkvloers en liggen L-vormig om het schoolplein heen. De lessen zijn nog bezig, een vrouw wijst me het lokaal waar directeur Floyd Woodley zich bevindt.

Woodley, een licht grijzende man met een gezellig buikje en een ringbaardje, zit midden in een kring kleuters. Steeds geeft hij een van de kinderen in het Nederlands een ondeugende opdracht: hij laat ze iets doen wat ze in de normale les nooit mogen. Ik zie kleuters op stoelen staan, onder tafels doorkruipen en rondjes rennen.

‘Nederlands leren is leuk’
Na afloop van de les vertelt Woodley dat ik zojuist getuige ben geweest van ‘Total Physical Respons’, een methode om kinderen door gerichte opdrachten een taal te leren. Woodley heeft het er maar druk mee. Nu Sint-Eustatius een (bijzondere) gemeente van Nederland wordt, neemt ook de taal van het koninkrijk aan de Noordzee weer in belang toe. “Dat is best lastig”, vertelt Woodley. “Een deel van het lerarencorps beheerst het Nederlands onvoldoende, en daarom moet ik het vaak zelf doen. Tel daarbij op dat de kinderen hier op school uit alle hoeken van het Caraïbisch gebied komen. Slechts een enkeling spreekt thuis Nederlands. De meesten praten alleen Engels, en de Dominicanen zelfs alleen maar Spaans. Toch probeer ik ze overtuigen dat het leuk is om Nederlands te leren.”

In de pauze is het een komen en gaan van leerlingen. De kleintjes laten Woodley tekeningen zien, oudere leerlingen komen vertellen wat hun plannen voor het weekend zijn. Woodley speelt constant met de taal. Engels mag, maar regelmatig begint hij uitdagend in het Nederlands. Hij geeft complimentjes, waarna de kinderen trots het schoolplein op rennen.

Trots
Je zou het leren van Nederlands als belemmering kunnen zien. Het is de taal van het volgens sommige Antillianen zo boze en bemoeizuchtige Nederland. Bovendien: waarom zou je een kleine taal als het Nederlands leren als je wereldtalen als Engels en Spaans thuis met de paplepel ingegoten krijgt? “Nee, het is helemaal geen belemmering”, valt Woodley me vol geestdrift in de rede. “Ik ben er trots op een Nederlander te zijn. We horen al zo lang bij elkaar. Het Nederlands hoort erbij.” Bovendien, zegt hij, biedt goede beheersing van het Nederlands de mogelijkheid in Nederland te gaan studeren.

Het leren van een andere taal heeft alleen maar voordelen, vindt Woodley. “Toen ik op de lerarenopleiding op de Maagdeneilanden zat, vonden andere studenten ons Antillianen vreemd omdat we zo’n raar taaltje spraken. We werden door onze studiegenoten als exotisch gezien. Maar al snel bleek dat wij, doordat we al een andere taal spraken, veel beter waren in Spaans.”

Wie de kleine Floyd Woodley in zijn jeugd op het eiland in actie zag, had vast niet verwacht dat hij ooit zelf leraar zou worden. “Ik was erg ondeugend en allesbehalve een modelleerling. Het hoofd van de school heeft mijn vader er zelfs een keer op aangesproken. Ik was daarvan zo onder de indruk dat ik mijn leven heb gebeterd.”

Oom
Woodley ging zijn best doen en na de middelbare school op Aruba besloot hij toch leraar te worden. Na een eerste opleiding op de Maagdeneilanden studeerde hij door in New York. Dat hij uiteindelijk terugkeerde naar zijn geboorteland had alles te maken met zijn oom die 44 jaar als leraar op Sint-Eustatius werkte. “Hij was echt de hele dag in weer en stond ook buiten schooltijd altijd voor de leerlingen klaar”, vertelt Woodley.

Net als zijn oom is Woodley ook na school in de weer. Een beetje actieve leraar op een klein eiland heeft eigenlijk nooit vrij. Zo leidt hij de jongerendrumband van de katholieke kerk, organiseert hij jaarlijks de Boekenweek voor de bibliotheek en is hij betrokken bij het educatieve programma van het plaatselijke museum. Ondertussen vergeet hij ook zijn familie niet: elk weekend brengt hij gebakken brood bij hen langs. “Als je op zo’n klein eiland woont, ben je eigenlijk nooit vrij en vallen mensen je altijd lastig. Tegelijk kun je daardoor veel bereiken. Niemand ontsnapt aan je aandacht.”

Woodleys Nederlands is vlekkeloos, terwijl hij er maar één keer twee weken geweest is. In de dagen na mijn bezoek aan de Governor de Graaffschool kom ik hem opvallend vaak tegen, hij lijkt echt iedereen op het eiland te kennen, van jong tot oud.

Toch houdt ook Woodley deze intensieve manier van leven niet altijd vol. In de schoolvakanties verlaat hij het eiland om op een zeilboot rond te dobberen op de Caraïbische Zee. “Dan zet ik mijn telefoon uit en kom ik even helemaal tot rust.”

Lees ook de reportage die ik over Groep 8 van de Governor de Graaffschool schreef voor de kinderkrant Kidsweek.

De Dollar verovert de Antilliaanse eilanden

Vandaag in het Financieële Dagblad (FD):

De nieuwe bijzondere Nederlandse gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba krijgen op 1 januari de dollar. Curaçao en Sint Maarten, nieuwe landen binnen het Koninkrijk, zijn er nog niet uit. Wordt het ook de dollar of toch de Caribische gulden?

Is dit werkelijk een deel van het Koninkrijk der Nederlanden? Een rondje over het eiland Sint Maarten geeft je eerder het gevoel in de Verenigde Staten te zijn beland. Casino’s met felle lichtreclames, vette voedselketens en dikke auto’s.

Eenmaal in het centrum van hoofdstad Philipsburg wordt het alleen maar erger, want elke dag weer spuwen enorme cruiseschepen ladingen Amerikaanse toeristen uit. Kauwgom kauwend en met vakantiehoed op laten ze in de vele Taxfree shops hun dollars rollen om niet veel later met tassen vol sterke drank, horloges en souvenirs tevreden naar hun boot terug te keren.

De dollar is alles op Sint Maarten. Net als in de rest van het met witte stranden en palmbomen bedeelde Caribische gebied. Nu de Nederlandse Antillen (sinds 10-10-10) niet meer bestaan, moet ook de Antilliaanse gulden (NAf), sinds 1940 de officiële munteenheid op Antillen, verdwijnen. Op naar de dollar zou je denken, maar Sint Maarten en Curaçao zijn er nog niet uit.

Dollarisatie

Op 1 januari 2011 stappen de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel over van de NAf naar de dollar. Willy Dassen van De Nederlandsche Bank (DNB) is druk in weer met voorlichting, geldtransporten en het overleggen met banken en ondernemers. Gesneden koek voor Dassen want hij begeleidde ook de invoering van de euro in Nederland.

De afgelopen anderhalf jaar zorgde Dassen in overleg met de banken voor aangepaste betalingssystemen. Nu regelt hij cash vanuit zijn gehuurde kantoortje even buiten Kralendijk, de Bonairiaanse hoofdstad. “We hebben dollars nodig”, zegt Dassen. “Die komen natuurlijk uit de Verenigde Staten, van de Amerikaanse centrale bank (Fed). Maar ook koninkrijksgenoot Aruba helpt ons in de toekomst. Dat land heeft door zijn vele Amerikaanse bezoekers een overschot aan dollars.”

“Voor de mensen is dit een logische keuze. De eilanden hebben er zelf voor gekozen”, zegt Dassen. “De dollar is de leidende munt in het gebied en de NAf is gekoppeld aan de dollar. Met de dollarisatie verandert er het minste. De euro zou ongunstig zijn voor de mensen hier omdat de euro-dollar koers nogal fluctueert.”

Angstig

Toch maken veel Bonairianen zich zorgen. Zullen de prijzen niet net zo stijgen als bij de invoering van euro in Nederland? En hoe zit het met vele goederen die binnen komen vanaf Curaçao, een eiland dat voorlopig de NAf houdt en in 2012 mogelijk over gaat op de Caribische gulden?

Dassen zegt geleerd te hebben van de invoering van de euro. “Een grote groep ondernemers heeft een ‘fair pricing code’ afgesproken. Zij beloven de prijzen niet onnodig te verhogen en zich te houden aan de officiële wisselkoers van NAf 1,790 = $ 1,00. Wat betreft de handel met Curaçao, uiteraard betaal je de door de Centrale Bank in Willemstad bepaalde in- en verkoopprijs van de NAf.”

Oude bekende

Ongeveer 900 kilometer noordelijker, maken ook de kleine eilandjes Sint Eustatius en Saba de overstap. “No problem!” klinkt het daar aan de toog van eetcafe Saba’s Treasure. De Sabanen betalen hun Heineken biertjes en Verkade koekjes al jaren in dollars. Wie er voor de grap guldens pint, ziet tot zijn verbazing de cassière in de supermarkt toch echt even hoofdrekenen.

De dollar is op Saba en Sint Eustatius al jaren gemeengoed. Niet vanwege hordes Amerikaanse toeristen, want die bezoeken deze eilanden aanmerkelijk minder vaak wegens een gebrek aan hagelwitte stranden. De dollar kennen de Sabanen en Statianen vooral van Sint Maarten, het eiland waar ze voor veel goederen en diensten op zijn aangewezen.

Caribische gulden

Opmerkelijk genoeg denkt het veramerikaniseerde Sint Maarten erover om, net als Curaçao, in 2012 de Caribische Gulden in te voeren. Een van de redenen is dat de gulden een bron van inkomsten is voor de overheid.

Oud-gezaghebber van Sint Maarten Dennis Richardson, als projectdirecteur betrokken bij de opheffing van de Nederlandse Antillen, legt uit: “Het bedrag dat je betaalt voor het wisselen van geld, gaat naar de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Als de Centrale Bank winst maakt, wordt die winst in de vorm van dividend uitgekeerd aan de overheden van de eilanden.”

Deze extra bron van inkomen komt het belastingparadijs Sint Maarten natuurlijk goed uit maar er is nog een reden voor een eigen munt. “Wij liggen hier midden in een orkaangebied,” legt Richardson uit. “Als er weer eens een stevige storm over raast, blijven toeristen thuis en komen er geen dollars binnen. Als je een eigen centrale bank hebt, kunt je in uiterste noodsituatie tijdelijk de geldpers laten draaien.”

Dure operatie

Het drukken van nieuwe bankbiljetten en nieuwe munten is natuurlijk een kostbare operatie. Mede daarom zijn er op Curaçao en Sint Maarten ook twijfels over de Caribische gulden. Zelfs de president van de Centrale Bank in Willemstad, Emsley Tromp, sprak zich onlangs openlijk uit voor de dollar.

“Ik heb begrepen dat Curaçao de invoering van de dollar op dit moment overweegt”, zegt Sint Maartenaar Richardson. Ook hijzelf geeft toe: “Als de bezwaren tegen dollarisering op een verantwoordelijke manier opgevangen worden, kunnen we het geld dat gemoeid is bij de invoering van de Caribische gulden ook voor andere, meer nuttige doeleinden, gebruiken.”

En die doelen zijn er genoeg, weet de man die onlangs is voorgedragen als eerste lid van de Nederlandse Raad van Staten namens het nieuwe land Sint Maarten. Een nieuw land met gaten in de wegen en een structureel begrotingstekort. Richardson: “We zijn pas twee maanden een zelfstandig land binnen het Koninkrijk en er moet nog heel veel gebeuren. We zijn er nog lang niet.”

O Sweet Sint Martins Land

Met het strijken van de de Antilliaanse vlag en hijsen van die van Sint Maarten was het gedaan. De Antillen bestaan niet meer en Sint Maarten is nu een zelfstandig land in het Koninkrijk der Nederlanden. Of het de meeste mensen die op dit eiland wonen echt bezig houdt is de vraag. Bij de officiële ceremonie voor het Courthouse zaterdagavond waren wel een slordige 800 mensen aanwezig maar dat is een schijntje van alle zielen die op het eiland wonen, schattingen daarover lopen uiteen van 35.000 tot 70.000.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo&list=UUD32tdvjtlGJ6gwLzpge6fA&index=5&feature=plcp[/youtube]

Wie is de Sint Maartenaar en wat is zijn identiteit? Die vraag blijft ons bezighouden. Slechts de helft van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit en een nog kleiner deel (ca. 30%) is op het eiland geboren. Het was dus zoeken naar de echte Sint Maartenaar en om eerlijk te zijn waren wij er, in het wild, nog niet een tegen gekomen. Zaterdagavond toen ze eindelijk zelfstandig werden kropen ze uit hun holen. Zou de Sint Maartenaar dan toch bestaan? De ceremonie begon met het Wilhelmus waarvan opvallend veel mensen het eerste couplet kennen daarna horen we het volkslied van de Nederlandse Antillen instrumentaal want niemand kent de tekst. Op het moment dat de eigen driekleur naar boven gaat schalt het “o sweet sint martinsland” uit werkelijk waar alle kelen. Liever Sint Maarten dan de Nederlandse Antillen dus.

Wie een impressie wil horen van deze ceremonie luistert hier naar de speciale uitzending van de Wereldomroep. Of hieronder naar de reportage die ik maakte voor BNR Nieuwsradio, inclusief een interview met de officiële vertegenwoordiger van Nederland Demissionair minister Hirsch-Ballin:

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Oranje afwezigheid

Geen leden van de Koninklijke familie op de bovenwinden vandaag. Maxima en Willem-Alexander brengen deze dagen een bliksembezoek aan aan Curaçao en zeggen officieel geen tijd te hebben voor een rondje langs alle eilanden. Je kunt je afvragen wat er dan belangrijker was dan een bezoek aan de Caribische eilanden. Het Koningshuis is hier echt mateloos populair een kort bezoekje of het sturen van andere familieleden zou meer eer gedaan hebben aan dit voor de Antillen zo belangrijke moment.

Het is sowieso wat karig gesteld met de Nederlandse interesse in de eilanden. Al jaren vraag ik vrienden of ze de onze rijksdelen overzee op kunnen noemen, vaak met beschamend resultaat. Wat er op 10-10-10 ging gebeuren was al helemaal een vraag te ver. Curaçao zou onafhankelijk worden en alle eilanden werden deel van Nederland waren variaties die er met moeite uitkwamen. In de media is het niet veel anders. Bij de NOS kon er met moeite een uurtje televisie vanaf, niet live natuurlijk en vooral vanaf Curaçao want ‘dat kennen de mensen.’

Voor mijn reis probeerde ik aan diverse media verhalen te verkopen maar echt veel interesse was er niet. “Ik ben alleen geïnteresseerd in het aantal zonuren en de bierprijs op de eilanden,” was de reactie van een hoofdredacteur van een zichzelf kwaliteitskrant noemend medium. Toen 10-10-10 toch het nieuws leek te gaan halen, stond mijn telefoon even roodgloeiend. Het buitenland uur van de Vpro op radio 1, dat eerder voor mijn bijdrage had bedankt, kwam erop terug. “Eigenlijk weten we bizar weinig van de eilanden,” gaf een redacteur ruiterlijk toe. In allerijl, op het laatste moment werd het toch nog het onderwerp van de uitzending.

Beluister de reportage hier:


(geen flash? Download de reportage dan hier.)

Wie echt nieuwsgierig is kan hier ook nog naar de hele uitzending van Bureau Buitenland van de Vpro, luister dan hieronder. Hoofdgast is historicus Gert Oostindie, gebeld wordt er met mijzelf op Sint Maarten en mijn Wereldomroepcollega’s Belkis Osepa (Bonaire) en Rene Roodheuvel (Curaçao):


(Geen flash? Download de uitzending dan hier.)

Sint Maarten is een land geworden

Onafhankelijk zijn ze nog niet, maar vannacht om 00.00 op 10-10-10 werd Sint Maarten een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Zie hier een kleine impressie:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo[/youtube]

Luister hieronder ook naar de reportage over de viering die Pieter-Bas maakte voor de Caribische redactie van de Wereldomroep:

Wachten op een helikopter

Een eindeloze reeks delegaties en bewindspersonen bezocht de afgelopen jaren Statia, Saba en Bonaire. Ze beloofden veel maar niet alles kwam op tijd. Het A.M. Edwards Medical Centre op Saba wacht nog steeds op een traumahelikopter. “Die is ons beloofd voor 10 oktober, maar we hebben nog niets gezien.”

Het is een operatie op zich om op Saba, Statia en Bonaire een goede gezondheidszorg uit de grond te stampen. De kleine eilanden liggen relatief geïsoleerd en zijn voor de meeste gespecialiseerde hulp aangewezen op de grotere eilanden in buurt. Voor Saba en Statia is dat vooral Sint Maarten, voor Bonaire Curaçao. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen toch op het eigen eiland kunnen worden behandeld, worden de medische centra op de eilanden stevig verbeterd.

“Iets dat we hier dus echt hard nodig hebben is spoedvervoer,” zegt Joke Blaauboer. De Nederlandse arts woont al vier jaar op Saba en is per 10 oktober de nieuwe directeur van het Sabaanse ziekenhuis. “Het vliegveld is ‘s nachts en bij slecht weer gesloten. Maar ook dan zijn er mensen die met spoed naar Sint Maarten moeten. Demissionair minister van Verkeer Eurlings heeft ons beloofd dat de helikopter er per 10 oktober zou zijn. We wachten nog steeds.”

De traumahelikopter staat boven aan het verlanglijstje van het ziekenhuis. Er wordt hard voor gelobbyd. Veel andere verbeteringen kunnen pas na 1 januari 2011 plaatsvinden. Op die datum wordt het Sabaanse ziekenhuis geprivatiseerd en kan het direct zaken doen met het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid. Toch heeft de patiëntenadministratie al zijn eerste stappen op weg naar automatisering gezet. Ook is er een digitaal röntgenapparaat, een nieuwe, moderne tandartspraktijk en de ambulances zijn opnieuw ingericht.”

Nederlandse delegaties
De eerste stappen zijn dus gezet. Maar de talloze delegaties uit Nederland hadden wisselend succes. “Soms was het wel wat veel,” vertelt Blaauboer. “Je kwam dan nauwelijks aan je echte werk toe. Soms hadden ze goede ideeën, terwijl je ook weleens het gevoel kreeg dat ze het specifieke karakter van het eiland niet helemaal begrepen. We zitten hier natuurlijk wel in een heel andere cultuur waar veel al jaren op een andere manier gaat. Je kunt daar niet zomaar een Nederlands raamwerk op leggen en je moet de eilandcultuur respecteren.”

De Sabaanse hoofdzuster Noami Wilson is al dertig jaar werkzaam aan het ziekenhuis en heeft al zoveel veranderingen meegemaakt, dat het voor haar tot op dit moment wel meevalt. “Ik weet nog dat we niet eens röntgenapparaat hadden. Vroeger waren er maar vijf verpleegsters en draaide ik vaak alleen dienst. Je moest alles doen. Wassen, eten maken enzovoort. Nu zijn we altijd met twee man. In de toekomst zullen we ook meer aan huis gaan werken.”Van de veranderingen rond 10-10-10 heeft hoofdzuster Wilson nog niet veel gemerkt. Natuurlijk, er is een nieuw computersysteem en een nieuw röntgenapparaat. ” Maar we wachten bijvoorbeeld op nieuwe ziekenhuisbedden. Die zijn echt broodnodig. Ik weet dat we daarvoor geduld zullen moeten hebben. In ieder geval tot na 1 januari.”

Luister hier naar de reportage voor de Wereldomroep:

Aangenaam Sint Maarten

Huh? Zijn we in het verkeerde vliegtuig gestapt? Zijn we terug in Albanië, het land dat we eerder dit jaar bezochten? Met onze spierwitte huurauto ontwijken we gaten in de weg terwijl we een onwaarschijnlijke reeks huizen en resorts voorbij zien trekken. Net als in Albanië is een aanzienlijk deel daarvan maar half af. Even later zien we links en rechts vettige bekende eetketens, casino’s en een USA market terwijl ons vooruitzicht wordt belemmerd door een enorme hummer-achtige bolide waar ons Hyundai-tje een mier bij lijkt. Zijn we dan op een Amerikaans eiland? Om ons heen klinkt Engels en er worden hier om de haverklap cruiseschepen vol cliché-matige Amerikanen losgelaten. Dus zou je bijna denken ‘This is Amerika’, maar niets is minder waar: we zijn ‘gewoon’ in ons eigen Koninkrijk der Nederlanden maar dan wel acht uur vliegen van huis: ‘Welcome to Sint Maarten, the friendly Island.’

In anderhalve dag hebben we geprobeerd sporen van Nederland te vinden maar zelfs met een vergrootglas kwamen we niet echt veel verder. De verkeersborden, het enige stoplicht en de tekst op de auto’s van de overheid (Politie en Brandweer) zijn op het eerste gezicht het enige herkenbaar als Nederlands. En o ja: In de hoofdstad Phillipsburg zit een winkel die Dutch Cheese aan toeristen probeert te slijten. Maar verder? Bijna niets.

Het is zelfs bijna lastig hier een geboren Sint Maartenaar met Nederlands paspoort te vinden. Die maken namelijk maar 20% van de bevolking op het eiland uit. Dus kwamen onze willekeurige gesprekspartners de afgelopen dagen uit Haïti, Saint Vincent, Jamaica, Nigeria, India, Saint Lucia en o, ja toch uit Nederland want we logeren bij een Nederlands stel hier. De ouders van een vriendin in Nederland.

Ik ben tamelijk opgetogen over deze reis die we de komende drie weken maken. Als kleine jongen zat ik vroeger vaak uren gebogen over pagina 149 van de Grote Bosatlas. Op die bladzijde stonden namelijk de Nederlandse Antillen en Suriname. ‘Die Antillen zijn van Nederland,’ leerde mijn vader me de halve waarheid. Nederland en toch zover weg aan de andere kant van de wereld? Daar moest en zou ik ooit een keer heen.

Voor Sophie is de reden om dit eiland te bezoeken een andere. Ze wil naar het huis van haar grootouders. Niet dat die in ooit op Sint Maarten geweest zijn maar ze waren wel Frans net als de helft van dit eiland. Eigenlijk is Sophie zelf een Sint Maarten: half Frans, half Nederlands.

Zonder dat het opzet was had Harry, onze gastheer dezer dagen, een leuke verrassing voor Sophie in petto. We gingen uit eten en wel net over de grens in het Franse deel. Zodra we de grens over waren was het asfalt zo glad als een spiegel en waren alle teksten om ons heen Frans. Harry wilde met ons eten bij zijn favoriete pizzeria, maar toen die dicht bleek viel Sophie’s oog op een eettentje verder ‘Zullen we anders naar die Crêperie?’ Harry en ik waren niet te beroerd en stemden in. We kregen de menukaart van een zeer herkenbare, keurige Franse serveerster en Sophie bestelde stralend ‘Un Crêpe Raclette avec un verre de rosé, Cote de Provence s’il vous plait,’ en tot ons: ‘het lijkt hier wel de Cote Azur!’

Feest der herkenning voor Sophie maar niet voor mij die vooral voor het Nederlandse deel hier is. Maar wat maakt dat uit? Ik was zelf altijd al meer van de Balkan dan van Frankrijk. Het beloofd dus voor ons beiden dus een mooie reis te worden…

O, ja hier twee foto’s van ons wonderschone uitzicht vanaf de veranda:

en…

Journalisten Pieter-Bas en Sophie reizen de komende drie weken langs alle eilanden van de Nederlandse Antillen in het kader van 10-10-10, de datum dat alle eilanden een nieuwe relatie met Nederland krijgen. Sint Maarten en Curaçao worden aparte landen binnen het koninkrijk terwijl Sint Eustatius, Saba en Bonaire bijzondere gemeenten worden.