Tag Archives: Afrika

En Afrique, on me prend pour un Blanc

J´ai rencontré Stromae lors de sa visite au festival Eurosonic-Noorderslag 2011 ! Une interview pour Radio Netherlands Worldwide.

Stromae ?
C’est du verlan pour maestro, du verlan parisien qu’on utilise aussi en Belgique. Cela consiste à utiliser un mot à l’envers. De Maestro on obtient Stromae. Je trouvais ça un peu plus modeste.
Je n’ai pas la prétention de me prendre pour un maestro. Je me considère un maestro au sens où je compose derrière un ordinateur et mes musiciens sont dans l’ordinateur. Je ne me situerai jamais au niveau d’un grand compositeur comme Mozart ou Beethoven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=VHoT4N43jK8[/youtube]

Vous êtes Belgo-Rwandais. Etes-vous connu en Afrique ?
Le morceau a bien marché en Afrique. En tout cas dans les pays francophones, parce que la culture francophone européenne s’inspire beaucoup de la culture francophone africaine. Dans les pays comme le Congo, je sais que ça a beaucoup marché. Dans les pays d’Afrique de l’Ouest aussi. Dans le nord : le Maroc, la Tunisie. L’ Egypte un petit peu, même si ce n’ est pas francophone. L’ Afrique du Sud. J’ai vu des Gabonais sur ma page Facebook. Tous les Africains qui me soutiennent, merci beaucoup !

Quel est votre lien personnel avec l’Afrique ?
Quand je vais en Afrique, on me prend pour un blanc. Même un black-black qui a grandi en Afrique, on le prend pour un blanc. Je n’ai pas envie de me rapprocher faussement d’une origine ou d’une autre, sans les connaître réellement. Je ne connais pas très bien mes racines africaines. En fait, je n’ai jamais connu mon père. Pourtant on a beaucoup dansé sur Koffi, Papa Wemba etc. En Europe on a dansé aussi ! Surtout dans le milieu de la musique, je crois qu’il n’y a plus de frontières.

Vous venez d’être élu à la présidence du Rwanda. Quelle est votre priorité ?
Pour le Rwanda, je pense – je ne suis pas sûr – qu’il faut avancer sur le pardon. Je crois que le président Paul Kagame fait déjà un gros effort. Il y a eu de gros crimes quand même. Il faut évoluer, il faut parler de ce génocide.

Et votre priorité en Belgique ?
Pour la Belgique… on n’a pas eu de génocide, heureusement. Mais on est en train de se prendre la tête pour des bêtises du même genre, des bêtises de langue. Je pense qu’il faut se rapprocher des gens. Ce sont des problèmes d’humains. Je crois qu’il faut avoir assez de recul quand on est président pour ne pas penser à ses propres intérêts avant ceux des gens qu’on sert. Mais c’est facile à dire quand on n’est pas au pouvoir. Je ne veux pas poigner du doigt trop facilement.

Si vous pensez aux Pays-Bas, quel est le plus grand cliché qui vous vient à l’esprit?
Quand je pense aux Pays-Bas, je pense au fromage Gouda. On en mange beaucoup en Belgique. Un peu aussi à la bière, mais en Belgique on est plus réputé pour la bière. L’herbe vous êtes très connus pour cela. Les Pays-Bas est l’un des seuls pays où c’est autorisé.

Vous fumez de l’herbe ?
Moi ? Non. Jamais. Mais sérieusement. Sérieusement !

Etant vous-même un ”role model”, qui est votre ”role model” à vous ?
Ibrahim Ferrer ! L’un des chanteurs du collectif Buena Vista Social Club. J’écoute depuis longtemps. Ma mère me l’a fait découvrir. Un bon mélange de toutes les musiques du monde. Il s’inspire de la rumba congolaise, il utilise les mêmes congas que la musique congolaise, avec des influences espagnoles, avec des influences orientales.

Moi aussi je m’inspire de la salsa. Je crois que dans l’électronique il y a énormément de mélancolie. Même le New Beat s’inspirait énormément de la musique cubaine. Ce sont les mêmes genres de mélodie que j’ai repris aussi.

Buena Vista Social Club a une mélancolie ! Ils ont une simplicité, une modestie. C’est magnifique !

Geen flash? download de reportage

Qui est Stromae ?

Paul van Haver (1985, Bruxelles) est un auteur, compositeur et interprète connu dans le monde entier par son single Alors on danse (2010). Il combine la musique électronique, le hip-hop et la chanson française. Van Haver est de mère belge et de père rwandais.

Brussels stays true to Rwanda

Dit stuk schreef ik vorige week in Brussel voor Radio Netherlands Worldwide.

“Kagame! Murderer! Kagame! Murderer!” Hundreds of Rwandans and Congolese demonstrated in Brussels last week. They were angry that President Paul Kagame was invited to the European capital. But the demonstration was in vain – Brussels and Kigali remain close friends.

“The president of Rwanda is a criminal”, said Paul Rusesabagina, the famous manager of Hôtel des Mille Collines who was among the demonstrators gathered on Albertina square in Brussels.

Brussels is proud of the progress Rwanda has made since the 1994 genocide. During the European Development Days in a heavily secured congress centre, the Rwandan Minister of Foreign Affairs, Luise Mushikiwabo, spoke of the equality of men and women in her country.

Buying influence
“In Brussels the idea exists that we wield influence if we support Rwanda”, said Dutch MP of the European Parliament, Hans van Baalen. “Even now, after the recent accusations stated in a UN report.”

Mr Van Baalen thinks this conviction will be proven false. And the Dutch government feels the same: The Netherlands will not send direct financial aid to Rwanda in 2011. “The government doesn’t want to donate money to a country in which human rights are being violated and where there is a lack of democracy.” Another cause of concern is the trial against Rwandan opposition leader Victoire Ingabire.

But according to British member of the European parliament, Michal Cashman the Netherlands is wrong. “Where is the evidence? We’ll have to be careful with accusing Rwanda,” he said.

“The word ‘genocide’ is being used far to easily in Eastern Congo. Rwanda has known a genocide and wants to prevent that it will happen ever again.” Therefore Brussels should keep on supporting Rwanda, is the opinion of most politicians in the European capital.

Dutch stand alone
Mr Van Baalen admits that the Netherlands stands alone in its opinion: “The Netherlands has taken a clear stance. But it is hard to find support in Brussels. I’m going to talk about the issue with the commission of Foreign Affairs and European parliament.”

Meanwhile the demonstrators in the centre of Brussels leave the square full of disappointment as they are sent away by police. They take their boards and banners and go back home.

President Kagame did not hold his announced speech during the European conference. He left early to Rwanda for more pressing issues. His minister of Foreign Affairs replaced him and thanked Europe for all its support.

The minister told Radio Netherlands Worldwide, Rwanda “respects the decision of the Netherlands to stop direct aid for Rwanda. But our relationship with the European Union remains very friendly.”

Ben jij Belg? Dan zijn wij familie!

Wij van Leven op Pluto kenden David van Reybrouck al een beetje van ons verblijf in het wonderschone Brussel. Inmiddels heeft ook de rest van Nederland de Belg in de armen gesloten. Dit najaar won hij de AKO-literatuurprijs en de Libris Geschiedenisprijs voor zijn nieuwste boek Congo. Een geschiedenis. In opdracht van de Wereldomroep schoten wij de schrijver aan voor de deur van Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond te Amsterdam.



Hoezo een geschiedenis van Congo?
“Omdat ik hem wilde lezen. In 2003 reisde ik voor de eerste keer naar Congo. Ik was toen op zoek naar een toegankelijke en complete geschiedenis van het land, maar ik kon niets vinden. Toen zei ik tegen mijzelf: Als dit boek niet bestaat, zal ik hem zelf schrijven!
Dus schreef ik een geschiedenis van Congo tussen 1850 en 2010, ruim anderhalve eeuw. Ik sprak honderden Congolezen en dook ik documenten en verhalen op uit archieven. Het is een geschiedenis die wordt verteld door de Congolezen zelf.”

Hoe herinnert een Belg zich het – soms bloedige en racistische – Belgisch Congo?
“Dat hangt af van de leeftijd. Oudere mensen lijken een zekere koloniale trots te hebben. Maar de jongere generatie voelt zich schuldig, schaamt zich. Zij hebben behoefte aan bezinning. Ik denk dat het belangrijk is dat België een periode van reflectie doormaakt.
Tegelijkertijd moet je niet vast komen te zitten in reflectie. Je kunt ook te veel schuldgevoelens hebben. Schuldgevoelens hebben ook iets egocentrisch. De band tussen België en Congo is te belangrijk voor zulke gevoelens.”

Wat hebben Belgen en Congolezen nu nog met elkaar?
“Economisch gezien is de DRC veel minder belangrijk voor België dan vroeger. In de koloniale tijd was België zeer afhankelijk van Congo. Nu zijn de economische belangen minimaal.
Maar er is een symbolische, historische en emotionele band. Zeker bestaan er pijnlijke nostalgische manifestaties. Maar de jonge generatie toont nieuwe interesse voor Congo. Ze willen er heen. Ze willen de Congolezen ontmoeten.”

Zijn Belgen welkom? Begrijpen Congolezen wat jij daar zoekt?
“De eerste keer dat ik in DRC aankwam, schaamde ik mij. Ik durfde mensen nauwelijks te vertellen dat ik Belg ben. Ik was bang dat de Congolezen mij verantwoordelijk zouden houden voor alles wat gebeurd is in de koloniale tijd, ook al ben ik te laat geboren.
Maar dit gebeurde helemaal niet! Vreemd genoeg, waren de Congolezen die ik tegenkwam eerder blij. Ze zeiden: “Ben jij Belg? Jouw ouders en voorouders waren onze kolonisatoren. Dus wij zijn familie!” Dit laat zien hoe ontzettend genereus de Congolezen zijn.”

Je schreef Congo. Een geschiedenis. Hoe zit het met de toekomst?

“In 2000 was het land verwoest door de oorlog. Nog steeds is de DRC een zeer fragiele staat, maar dat is al een hele stap. Het land maakt nu een economisch herstel door. Tegelijkertijd zijn er veel negatieve ontwikkelingen. De democratische successen van de verkiezingen in 2006 lijken verdwenen. Er is minder publieke en democratische ruimte dan voorheen.
In 2011 zijn er nieuwe verkiezingen. Ik hoop dat deze verkiezingen het grote democratische avontuur van Congo nieuw leven zullen inblazen.”

Luister hieronder naar een interview met David van Reybrouck in het Frans (!) en naar enkele fragmenten uit zijn boek / Ecoutez un interview avec David van Reybrouck en francais & quelques fragments de son livre. 

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20101004_RNW_Reybrouck.mp3]

Allez Congo in de polder

In België werd uitgebreid stilgestaan bij de vijftigjarige onafhankelijkheid van Congo, het Afrikaanse land dat van 1885 tot 1908 privébezit was van de Belgische koning Leopold en dat daarna nog 52 jaar een officiële Belgische kolonie was. De Brakke Grond stelde tijdens het festival Allez Congo! ‘zijn’ oud-kolonie voor aan de Nederlanders.

De Brakke Grond was begin september even het Kinshasa van het Noorden. In het café klonk Afrikaanse muziek, er werd bananenbier in plaats van trappist geschonken en op het menu maakte stoofvlees plaats voor kip met rijst, pindasaus en gebakken banaan. Niets bijzonders zou je zeggen; het Vlaams Cultuurhuis vierde de vijftigjarige onafhankelijkheid van kolonie Congo in stijl, met cultuur én eten.

Toch is die pindakip unieker dan op het eerste gezicht lijkt. De van oorsprong Indische nasi goreng wist het in Nederland te schoppen tot nationaal gerecht en is in elk Hollands gezin van Den Helder tot Vaals bekende kost. Maar een oer-Vlaamse moeder in Gattegem? Die serveert geen Congolese maaltijd alsof het de normaalste zaak van de wereld is, want ‘den Congo’ is in de Belgische samenleving veel verder weg dan de (voormalige) overzeese gebiedsdelen dat in Nederland zijn.

Vijftig jaar onafhankelijk Congo wordt in Vlaanderen gevierd met een dozijn nieuwe boeken. ‘Toch heeft de herdenking veel weg van een vorm van exotisme en lijkt ze ook een soort herdenking van de staat België te zijn’, meent David Van Reybrouck tijdens het boekenprogramma op zondagmiddag. Met deze opmerking zette de schrijver van het lijvige werk Congo, een geschiedenis de toon van het debat, dat vooral ging over verschillen in koloniale geschiedenis tussen Nederland en België. Congo-kenners Van Reybrouck en journalist Koen Vidal vonden in Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, een waardige deskundige van Nederland overzee. ‘Nederland had zijn koloniën langer en investeerde meer in het land en de mensen’, weet Oostindie. ‘België deed dat veel minder.’ Van Reybrouck beaamt dit; bij de onafhankelijkheid van Congo waren er slechts zestien Congolezen met een universitair diploma.

Ook anno 2010 zijn de historische verschillen tussen beide landen nog zichtbaar. In Nederland zijn de oud-koloniën overal in de samenleving aanwezig. Al is het maar omdat je op elke straathoek een Surinamer kunt tegenkomen. Natuurlijk, in Tervuren staat het Afrika Museum en in Brussel heb je de wijk Matongé, waar traditioneel veel Afrikanen wonen. Maar het is geen vergelijk. Waar de meeste Congolezen pas tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig naar België vluchtten, zag Suriname een derde van zijn bevolking al bij de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland trekken.

Toch is het koloniaal historisch besef van de Belg aan de beterende hand, zo viel te merken tijdens Allez Congo!. In de voorstelling A l’attentente du Livre d’Or van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en Campo zappen Congolese en Vlaamse acteurs in razend tempo tussen Congo en België, tussen het Frans en het Nederlands. De makers roepen Congolezen op niet meer te roepen dat alles wat nog functioneert Belgisch is, laten wrange teksten van Leopold II de revue passeren en laten vooral voelen dat je zelf ook een sleutel tot het succes van je land kunt zijn. Het complexe verhaal Congo-België gaat er bij de Nederlanders iets makkelijker in met het optreden van S.W.A.N., de bigband die het festival afsloot. Dansend genieten ze in de polder van deze stevige Vlaamse elektropop met Congolese invloeden.

Gaspard zoekt een vrouw

Opeens staat hij voor me op straat. “Hey sister!” Ik zoek Rwandese popmuziek. Hij weet waar ik die kan vinden. Ik volg Gaspard naar een piepkleine fotostudio op een binnenplaats achter de winkelstraat.

Terwijl een vriend zijn computer leegtrekt, kijken wij videoclips met zwoele jongens en mooie, verlegen meisjes. Gladde R&B, swingende afrobeat afgewisseld met gospel, ook heel populair in Rwanda. “Wow”, zegt Gaspard als er weer een prachtige vrouw voorbij danst.

Een klant komt binnen voor een pasfoto. De man in lichtblauw pak gaat op een stoel zitten en strijkt over zijn haar. Wij drukken onszelf in de hoek van de fotostudio die écht niet groter is dan twee bij twee meter. Flits!!

“De liefde”, zegt Gaspard – nu we toch zo tegen elkaar staan – “is het allerbelangrijkste in het leven.” Ik, nieuwsgierig: “Ben je verliefd?” Gaspard lacht ontwijkend. Hij schudt zijn hoofd en zucht. “Rwandese vrouwen zijn moeilijk. Heel moeilijk…” O, waarom dan? “Vrouwen in Rwanda kijken niet in hun hart. Ze kijken alleen naar bezit.”

Gaspard wil dus rijk worden. Hij studeert economie en management. Geweldig! roep ik. Maar hij verwacht geen baan te vinden. Heel veel jongeren in Rwanda studeren. De staat geeft ook studiebeurzen aan weeskinderen van de genocide. Maar er zijn geen banen, zegt Gaspard. Een eigen zaak openen? Daar heb je kapitaal voor nodig. Ook dat heeft hij niet.

Het ziet er somber uit. Gaspard kijkt me diep in de ogen. “Ik houd niet van Rwandese vrouwen. Ik houd van blanke vrouwen.” Ik protesteer hard. Ik ben tien jaar ouder! En ik heb een vriend!

Gaspard begint te zingen, hij wijst naar een gospel-videoclip. “Hij zingt: Jezus heeft een wonder verricht in Rwanda.” Oja, vraag ik. Wat voor wonder dan? Dat weet Gaspard ook niet. Mijn gebrande cd’s zijn af. Ik krijg er een verleidelijke pasfoto bij van Gaspard.

We zullen vrienden worden. Op Facebook.

Roadtrip Rwanda

“Homoseksualiteit is een ziekte.” “De Westerse homobeweging geeft geld aan Afrikanen om te doen alsof ze homo zijn.” “Afrikaanse homo’s zijn hetero mannen en vrouwen die in Europa willen wonen.” “Hoe kun je eerst getrouwd zijn, kinderen hebben en dan homo worden? Geloof ik niets van!”

Soms hoor ik in Rwanda – in mijn ogen – zeer verrassende teksten. Ik sta met vlotte twintigers in een café in Kigali en mijn mond valt open. “Mijn vriend heeft twee ex-vriendinnen, die zijn nu lesbisch”, probeer ik. Even word ik vol ongeloof aangestaard. “Dan word jij ook lesbisch!!!” Luid gejoel in de bar. “Dat zou kunnen”, knik ik.

Ik doe er een schepje bovenop. Wisten jullie dat sommige Nederlandse politici jaarlijks staan te hossen op de Gay Pride, ons nationale homofeest? Hoofdschuddend vragen mijn nieuwe vrienden zich af: In wat voor idioot land woon jij?

Kayonga

Dorpen, plantages, fietsers, mensen die gewoon een beetje voor zich uitkijken, zoeven voorbij. Kinderen zwaaien. De taxichauffeur en ik wisselen wetenswaardigheden uit over onze levens. We zijn even oud, 32 jaar. Kayonga is getrouwd, katholiek en heeft dochters van 5 en 3. En ik? Ongetrouwd, geen kinderen. Misschien sluiten mijn vriend en ik een samenlevingscontract als ik thuiskom uit Rwanda.

Kayonga schatert het uit. “Een samenlevingscontract! Een contract! Is dat voor het leven?” “Eh… ik denk het wel”, zeg ik aarzelend. “Tenzij je het contract verscheurt natuurlijk. Maar ik hoop van niet.” Waarom ga je dan niet trouwen?”, roept Kayonga. Ik krab mijzelf nog eens achter de oren. “In Nederland zijn we niet zo bezig met tradities…” Kayonga zwijgt en richt zijn blik op de weg.

Het is goed dat je katholiek bent, zegt hij. Ik knik. Durf niet te zeggen dat ik de Roomse kerk vorig jaar vaarwel heb gezegd. Met drie officiële brieven naar katholieke instanties, een heel gedoe. Ik geloof niet meer in god. Laat maar.

“Wil jij even rijden?” vraagt Kayonga plotseling met schitterende ogen. “Ik? Hier? Nu?“ Hij zet zijn witte Toyota stil langs de kant van de weg, kijkt me vragend aan. Een halve minuut later zit ik achter het stuur – dat rechts zit – en scheur ik door de groene heuvels van Rwanda, over kronkelende wegen van rode aarde. Kayonga kijkt tevreden. “Jij bent een goede chauffeur. Maar rijd niet te hard!”

Vuurdoop in Kigali

Ik haal diep adem. Snuif nog eens. En nóg eens. Mijn rechtervoet verplaats ik van de onderste trede van de vliegtuigtrap naar de Afrikaanse bodem. Welkom in de voormalige Belgische kolonie Rwanda! Voor de eerste keer in mijn leven stap ik dit continent binnen.

Duizend lichtjes branden over de heuvels van Kigali. Een stad vol met billboards die schreeuwen: “Grow your dreams” en “Knowledge is power”. Overal zie ik jonge mannen die sjouwen en timmeren in betonnen kantoorgebouwen.

Een breed glimlachende parkeerwacht, gekleed in een groen hesje, wil het gevoel graag met me delen. “Ik ben trots op mijn land”, zegt hij. “Natuurlijk niet altijd. Niet op wat in 1994 is gebeurd. Maar nu hebben we weer hoop. Het gaat beter met ons.”

De PR-machine van de Rwandese president Paul Kagame – zijn strenge portret hangt overal – draait hier overuren. Rwanda is een van de armste landen ter wereld, heeft nauwelijks grondstoffen en leunt zwaar op de landbouwsector. Maar volgens de officials hier is Rwanda zéér kansrijk.

Het regenseizoen is net begonnen, op straat is het een drukte van jewelste. Kleine handelaren laden en lossen producten als koffie en thee. Bij mij in Nederland – waar ik vandaan kom – zie ik nooit zoveel mensen op straat. Tenzij ons nationale elftal een belangrijke voetbalwedstrijd wint.

Een vrouw met een baby staat voor me, ze kijkt me indringend aan. Wijst op haar buik. Honger? Ik denk aan het continental breakfast van Hotel Milles Collines – vers in mijn maag – en krijg acute buikpijn. Graai in mijn broekzak en duw een briefje van 1000 Rwandese francs in haar hand.

Naast mij begint een andere vrouw te protesteren. Zij wil ook. Ik kijk om me heen en zie dat veel mensen staan te kijken. Het schaamrood staat me op de kaken. Ik begin in versnelde pas te lopen, glij uit over een natte steen en val op mijn knieën. Overal gelach.

Ik forceer een grijns op mijn gezicht en sta rustig op. “Ca va! ça va!” Door de stromende regen, broek en schoenen onder de modder, zet ik mijn tocht voort. “Ik moet nog even wennen aan Afrika”, besluit ik. Morgen gaat het beter.

Enjoy Poverty – Renzo Martens krijgt zijn zin

Onbegrip en woede dit weekend in de Brusselse KVS-BOX. Daar draaide Enjoy Poverty, de inmiddels beroemde documentaire van Nederlander Renzo Martens. Hij vertrok twee jaar naar Congo – de voormalige Belgische kolonie. En hij concludeerde: Afrikanen, geniet van uw armoede. Uw situatie is uitzichtloos.

Martens komt na afloop over zijn film vertellen. Terwijl de kunstenaar met zijn hand door zijn haar strijkt, staat de Congolese theatermaker en choreograaf Faustin Linyekula op in de zaal. Hij schreeuwt: ‘U bent een racist! U bent een profiteur! U geniet van deze aandacht, maar naar de Congolezen in de film kraait geen haan!’

Ook een oudere Afrikaanse man zwaait met zijn vinger: ‘U minacht ons. U zet mijn volk voor gek. U doet alsof we dom en naief zijn…’ Renzo kijkt de heren doodrustig aan en knikt, een droevige blik in zijn ogen. Gespeeld droevig zo lijkt het. ‘Je hebt gelijk. Je hebt helemaal gelijk. Ik profiteer van jullie. Ik verkoop jullie armoede. Maar juist dat wil ik laten zien.’

Linyekula is razend en wil de zaal uitlopen. De medewerkster van de KVS vindt het welletjes en breekt de discussie af.

Woelige middag, ook als er ruzie ontstaat over tweetaligheid. Het debat is deels in het Frans en in het Nederlands. Maar er is geen vertaling. Veel mensen kunnen de helft niet verstaan. Waarom is er geen tolk in de zaal? Waarom praten jullie geen Engels? Renzo sust de zaal. Een woordvoerder van de KVS betreurt de ongelukkige gang van zaken.

Martens werkt trouwens alweer aan zijn derde film, Episode II, over de liefde. Iets met dieren…