Tagarchief: Congo

Repressie in Congo

Congo peace In november en december 2015 deed Sophie ruim een maand onderzoek naar repressie in het Congolese medialandschap in opdracht van Radio La Benevolencija.

In aanloop naar de verkiezingen van 2016 – die mogelijk worden uitgesteld – worden steeds meer journalisten geïntimideerd, aangehouden en soms gemarteld.

Sophie ontmoette collega’s in de hoofdstad Kinshasa en in de Oost-Congolese steden Goma, Bukavu en Lubumbashi, Democratische Republiek Congo (DRC).

De Berlusconi-streken van Kabila

Bovenop de hoogste heuvel van de Congolese hoofdstad Kinshasa, tussen de verlaten en gekraakte villa’s van de vrienden van oud-president Mobutu, reiken imposante zendmasten naar de hemel. Dag en nacht bewaken militairen de antennes. De soldaten volgen iedere passant met hun ogen. Niet kijken, zeggen die. Tot de mannen op het heetste uur van de dag in de schaduw in slaap dommelen.

Hier controleert Joseph Kabila, president van een land in oorlog, de Congolese media. Vorige maand werd het plotseling stil bij Radio Okapi, de zender van de Verenigde Naties in Congo, na een interview met een chef van de M23-rebellen in het rampzalige oosten van het land.

“Deze antenne doet het niet meer”, zegt Kudura Kasongo leunend op de voet van een 60 meter hoge zendmast. Hij is oud-woordvoerder van de Congolese president maar keerde zich tegen hem. Kasongo richtte CMC TV op, een oppositiezender gelieerd aan politicus Vital Kamerhe.

“Het signaal werd vorig jaar verstoord tijdens een verkiezingsuitzending”, vervolgt Kasongo. “Even later, vlak voor de presidentsverkiezingen in november 2011, vonden we de zendmast op de grond. Een mysterie.” Na deze omstreden verkiezingsrace werd Kabila opnieuw president en ging het plunderen van coltan, goud en diamanten in Oost-Congo door.

Kasongo: “Zie je die grote antennes daar? Ze staan op het terrein van Teleconsult, de technische beheerder van staatsomroep RTNC en van het merendeel van de Congolese media. Het Italiaanse bedrijf heeft een monopolie op materiaal en technologie. Eén telefoontje van de Congolese inlichtingendienst en de stekker gaat eruit.”

Op de zanderige weg even verderop zit een blanke man op een plastic stoel met een grote fles Congolees bier. Hij blijkt een Italiaanse medewerker van Teleconsult. Maar de man wil niet praten. Hij excuseert zich en rent naar zijn vele antennes. Even later aan de telefoon ontkent een woordvoerder verantwoordelijk te zijn voor de staatscensuur in Congo.

Na ruim een jaar geen uitzending raakt Kaduro’s geld op. Hij stopt als journalist. En hij is niet de enige.

Kinshasa : comment brouiller une radio ?

Je suis au sommet de la plus haute colline de Kinshasa, entourée par les antennes de la Radio et télévision nationale RTNC du président congolais, Joseph Kabila. Ici, la plupart des médias de la RDC diffusent aussi leurs programmes. Et c’est l’Etat qui les contrôle.

Jour et nuit, des militaires sont postés en dessous des énormes antennes de la RTNC. Lorsque je passe devant, ils me suivent du regard. Ne touchez-pas, disent leurs yeux. Parfois, il s’endorment dans l’ombre, ce qui me permet de faire quelques photos en cachette. Voilà comment les dirigeants de ce pays contrôlent les médias. D’ici, le signal de la radio onusienne Okapi a été brouillé samedi dernier après une émission sur les rebelles M23.

Le mystère de l’antenne couchée
Au pied d’une antenne de 60 mètres, je rencontre Kudura Kasongo. Il est ancien porte-parole du président Kabila et propriétaire de la chaîne de télévision CMC TV, une chaine de l’opposition favorable au politicien Vital Kamerhe. Aujourd’hui Kasongo s’oppose donc ouvertement au régime congolais.

“D’abord, on nous a brouillé. Pendant une émission, on a retiré le signal”, explique Kasongo. “Juste avant la présidentielle de 2011, nous avons retrouvé l’antenne couchée. Quel mystère !”, lance Kasongo.

Il accuse l’Agence nationale des renseignements (ANR) d’avoir retiré le signal. “Elle devrait surveiller le territoire face aux agressions extérieures au lieu de surveiller les médias et les hommes politiques”, affirme-t-il.

Le pouvoir d’un monopole
“Vous voyez les trois grosses antennes au fond ?”, demande Kasongo, pointant son doigt. “C’est le terrain de Téléconsult, une entreprise privée italienne. Ils logent la plupart des télévisions et des radios en RDC, y compris RTNC. Ils ont le monopole du matériel et de la technologie. Un coup de fil de l’ANR suffit pour couper le signal.”

Dans la rue, un blanc est assis sur une chaise en plastique. Il boit de la bière congolaise. “Vous êtes Italien ?”, je lui demande. Il me répond que oui. “Vous travaillez pour Téléconsult ?” Encore oui. “Alors, c’est vous qui contrôlez tous les médias à Kinshasa, et même plus loin ?” L’Italien se lève soudainement. Il s’excuse, dit qu’il doit aller voir un collègue. Puis il court vers ses multiples antennes.

Mise à jour : Joint au téléphone, un porte-parole de Téléconsult répond que les accusations des journalistes sont fausses. Ils nient toute implication dans cette censure.

“Je ne suis pas marié”

“Du temps des mariages avec le sel, l’argent n’était pas si important. De nos jours les familles réclament tant, que les jeunes préfèrent rester célibataires.” Ces paroles sont sur le nouvel album Bouger le Monde du groupe congolais Staff Benda Bilili. J’ai rencontré Roger, le plus jeune membre du groupe, et le bassiste Paulin ou “Cavalier”, un des aînés du groupe, tous les deux célibataires. Et pour eux, le célibat c’est la misère!


10.000 dollars

Ça fait très, très longtemps que Paulin est seul. “Je suis célibataire parce que, si tu veux te marier, il faut avoir un boulot, il faut avoir à manger. Chez nous c’est un grand problème. Il faut avoir 5.000 ou 10.000 dollars pour se marier avec une femme. Tu vois ? C’est dommage pour les jeunes, comme il n’y a pas de boulot. Il faut donner 30 caisses de bières, de l’argent et la dot à la famille, c’est beaucoup!”

Roger, le petit dernier de Staff Benda Bilili, a 24 ans. Lui aussi est un homme libre. Et avec lui, de plus en plus de jeunes dans son pays, la République démocratique du Congo (RDC) : “Moi, je ne suis pas marié, j’ai des enfants, mais je ne suis pas marié. La responsabilité, les dépenses, tu dois payer le loyer… Il y a beaucoup plus de jeunes qui souffrent à propos de ça.”

L’esprit du célibat
Mais aujourd’hui, pour Roger, se marier est devenu possible grâce au grand succès international du groupe Staff Benda Bilili. “Mais derrière moi il y a des millions de jeunes, surtout en Afrique, qui n’ont pas ces capacités. C’est difficile. Il y a des gens qui meurent sans avoir fait un enfant. Voilà l’esprit du célibat.”

Et peut-être qu’il se mariera un jour. “Un homme doit être responsable, dit Roger. A 26 ou 27 ans, il faut être marié.” Mais pour Paulin, le bassiste de Staff Benda, il est trop tard, il se considère trop vieux pour avoir des enfants : “Oui, c’est trop tard, affirme Paulin. Parce que chez nous, il faut faire des enfants avant d’avoir 35 ans !”

Ne pas rester seul
Paulin restera donc seul. Heureusement qu’il vit en groupe avec les autres membres de Staff Benda Bilili, qui sont comme une famille pour lui : “Il ne faut pas rester seul. Donc il ne faut pas que le groupe se sépare. Il faut rester ensemble !” Le groupe a d’ailleurs composé une chanson sur leur volonté de rester ensemble, intitulée “Ne me quitte pas”.

Ben jij Belg? Dan zijn wij familie!

Wij van Leven op Pluto kenden David van Reybrouck al een beetje van ons verblijf in het wonderschone Brussel. Inmiddels heeft ook de rest van Nederland de Belg in de armen gesloten. Dit najaar won hij de AKO-literatuurprijs en de Libris Geschiedenisprijs voor zijn nieuwste boek Congo. Een geschiedenis. In opdracht van de Wereldomroep schoten wij de schrijver aan voor de deur van Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond te Amsterdam.



Hoezo een geschiedenis van Congo?
“Omdat ik hem wilde lezen. In 2003 reisde ik voor de eerste keer naar Congo. Ik was toen op zoek naar een toegankelijke en complete geschiedenis van het land, maar ik kon niets vinden. Toen zei ik tegen mijzelf: Als dit boek niet bestaat, zal ik hem zelf schrijven!
Dus schreef ik een geschiedenis van Congo tussen 1850 en 2010, ruim anderhalve eeuw. Ik sprak honderden Congolezen en dook ik documenten en verhalen op uit archieven. Het is een geschiedenis die wordt verteld door de Congolezen zelf.”

Hoe herinnert een Belg zich het – soms bloedige en racistische – Belgisch Congo?
“Dat hangt af van de leeftijd. Oudere mensen lijken een zekere koloniale trots te hebben. Maar de jongere generatie voelt zich schuldig, schaamt zich. Zij hebben behoefte aan bezinning. Ik denk dat het belangrijk is dat België een periode van reflectie doormaakt.
Tegelijkertijd moet je niet vast komen te zitten in reflectie. Je kunt ook te veel schuldgevoelens hebben. Schuldgevoelens hebben ook iets egocentrisch. De band tussen België en Congo is te belangrijk voor zulke gevoelens.”

Wat hebben Belgen en Congolezen nu nog met elkaar?
“Economisch gezien is de DRC veel minder belangrijk voor België dan vroeger. In de koloniale tijd was België zeer afhankelijk van Congo. Nu zijn de economische belangen minimaal.
Maar er is een symbolische, historische en emotionele band. Zeker bestaan er pijnlijke nostalgische manifestaties. Maar de jonge generatie toont nieuwe interesse voor Congo. Ze willen er heen. Ze willen de Congolezen ontmoeten.”

Zijn Belgen welkom? Begrijpen Congolezen wat jij daar zoekt?
“De eerste keer dat ik in DRC aankwam, schaamde ik mij. Ik durfde mensen nauwelijks te vertellen dat ik Belg ben. Ik was bang dat de Congolezen mij verantwoordelijk zouden houden voor alles wat gebeurd is in de koloniale tijd, ook al ben ik te laat geboren.
Maar dit gebeurde helemaal niet! Vreemd genoeg, waren de Congolezen die ik tegenkwam eerder blij. Ze zeiden: “Ben jij Belg? Jouw ouders en voorouders waren onze kolonisatoren. Dus wij zijn familie!” Dit laat zien hoe ontzettend genereus de Congolezen zijn.”

Je schreef Congo. Een geschiedenis. Hoe zit het met de toekomst?

“In 2000 was het land verwoest door de oorlog. Nog steeds is de DRC een zeer fragiele staat, maar dat is al een hele stap. Het land maakt nu een economisch herstel door. Tegelijkertijd zijn er veel negatieve ontwikkelingen. De democratische successen van de verkiezingen in 2006 lijken verdwenen. Er is minder publieke en democratische ruimte dan voorheen.
In 2011 zijn er nieuwe verkiezingen. Ik hoop dat deze verkiezingen het grote democratische avontuur van Congo nieuw leven zullen inblazen.”

Luister hieronder naar een interview met David van Reybrouck in het Frans (!) en naar enkele fragmenten uit zijn boek / Ecoutez un interview avec David van Reybrouck en francais & quelques fragments de son livre. 

Allez Congo in de polder

In België werd uitgebreid stilgestaan bij de vijftigjarige onafhankelijkheid van Congo, het Afrikaanse land dat van 1885 tot 1908 privébezit was van de Belgische koning Leopold en dat daarna nog 52 jaar een officiële Belgische kolonie was. De Brakke Grond stelde tijdens het festival Allez Congo! ‘zijn’ oud-kolonie voor aan de Nederlanders.

De Brakke Grond was begin september even het Kinshasa van het Noorden. In het café klonk Afrikaanse muziek, er werd bananenbier in plaats van trappist geschonken en op het menu maakte stoofvlees plaats voor kip met rijst, pindasaus en gebakken banaan. Niets bijzonders zou je zeggen; het Vlaams Cultuurhuis vierde de vijftigjarige onafhankelijkheid van kolonie Congo in stijl, met cultuur én eten.

Toch is die pindakip unieker dan op het eerste gezicht lijkt. De van oorsprong Indische nasi goreng wist het in Nederland te schoppen tot nationaal gerecht en is in elk Hollands gezin van Den Helder tot Vaals bekende kost. Maar een oer-Vlaamse moeder in Gattegem? Die serveert geen Congolese maaltijd alsof het de normaalste zaak van de wereld is, want ‘den Congo’ is in de Belgische samenleving veel verder weg dan de (voormalige) overzeese gebiedsdelen dat in Nederland zijn.

Vijftig jaar onafhankelijk Congo wordt in Vlaanderen gevierd met een dozijn nieuwe boeken. ‘Toch heeft de herdenking veel weg van een vorm van exotisme en lijkt ze ook een soort herdenking van de staat België te zijn’, meent David Van Reybrouck tijdens het boekenprogramma op zondagmiddag. Met deze opmerking zette de schrijver van het lijvige werk Congo, een geschiedenis de toon van het debat, dat vooral ging over verschillen in koloniale geschiedenis tussen Nederland en België. Congo-kenners Van Reybrouck en journalist Koen Vidal vonden in Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, een waardige deskundige van Nederland overzee. ‘Nederland had zijn koloniën langer en investeerde meer in het land en de mensen’, weet Oostindie. ‘België deed dat veel minder.’ Van Reybrouck beaamt dit; bij de onafhankelijkheid van Congo waren er slechts zestien Congolezen met een universitair diploma.

Ook anno 2010 zijn de historische verschillen tussen beide landen nog zichtbaar. In Nederland zijn de oud-koloniën overal in de samenleving aanwezig. Al is het maar omdat je op elke straathoek een Surinamer kunt tegenkomen. Natuurlijk, in Tervuren staat het Afrika Museum en in Brussel heb je de wijk Matongé, waar traditioneel veel Afrikanen wonen. Maar het is geen vergelijk. Waar de meeste Congolezen pas tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig naar België vluchtten, zag Suriname een derde van zijn bevolking al bij de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland trekken.

Toch is het koloniaal historisch besef van de Belg aan de beterende hand, zo viel te merken tijdens Allez Congo!. In de voorstelling A l’attentente du Livre d’Or van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en Campo zappen Congolese en Vlaamse acteurs in razend tempo tussen Congo en België, tussen het Frans en het Nederlands. De makers roepen Congolezen op niet meer te roepen dat alles wat nog functioneert Belgisch is, laten wrange teksten van Leopold II de revue passeren en laten vooral voelen dat je zelf ook een sleutel tot het succes van je land kunt zijn. Het complexe verhaal Congo-België gaat er bij de Nederlanders iets makkelijker in met het optreden van S.W.A.N., de bigband die het festival afsloot. Dansend genieten ze in de polder van deze stevige Vlaamse elektropop met Congolese invloeden.

Enjoy Poverty – Renzo Martens krijgt zijn zin

Onbegrip en woede dit weekend in de Brusselse KVS-BOX. Daar draaide Enjoy Poverty, de inmiddels beroemde documentaire van Nederlander Renzo Martens. Hij vertrok twee jaar naar Congo – de voormalige Belgische kolonie. En hij concludeerde: Afrikanen, geniet van uw armoede. Uw situatie is uitzichtloos.

Martens komt na afloop over zijn film vertellen. Terwijl de kunstenaar met zijn hand door zijn haar strijkt, staat de Congolese theatermaker en choreograaf Faustin Linyekula op in de zaal. Hij schreeuwt: ‘U bent een racist! U bent een profiteur! U geniet van deze aandacht, maar naar de Congolezen in de film kraait geen haan!’

Ook een oudere Afrikaanse man zwaait met zijn vinger: ‘U minacht ons. U zet mijn volk voor gek. U doet alsof we dom en naief zijn…’ Renzo kijkt de heren doodrustig aan en knikt, een droevige blik in zijn ogen. Gespeeld droevig zo lijkt het. ‘Je hebt gelijk. Je hebt helemaal gelijk. Ik profiteer van jullie. Ik verkoop jullie armoede. Maar juist dat wil ik laten zien.’

Linyekula is razend en wil de zaal uitlopen. De medewerkster van de KVS vindt het welletjes en breekt de discussie af.

Woelige middag, ook als er ruzie ontstaat over tweetaligheid. Het debat is deels in het Frans en in het Nederlands. Maar er is geen vertaling. Veel mensen kunnen de helft niet verstaan. Waarom is er geen tolk in de zaal? Waarom praten jullie geen Engels? Renzo sust de zaal. Een woordvoerder van de KVS betreurt de ongelukkige gang van zaken.

Martens werkt trouwens alweer aan zijn derde film, Episode II, over de liefde. Iets met dieren…