Tagarchief: cultuur

Boek: Onder een bloedrode hemel

In het boek onder een bloedrode hemel, samengesteld door Erik van Burggen, schrijven veertig schrijvers over de Ierse band U2. Pieter-Bas is een van hen. NRC handelsblad merkte op dat bijna iedereen wat moeite heeft met dit fenomeen. Dat is bij mij niet anders. Moet je ze zien als Weldoeners of als belastingontduikers? Zijn het vernieuwers in de popgeschiedenis of jagers op goedkoop effectbejag? Lees hier meer over het boek.

Documentaire: Sovjetmuzikanten op de vlucht

Toen de Russische cellist Dmitri Ferschtman van het Sovjet ministerie van cultuur openlijk afstand moest doen van zijn grote voorbeeld Roscht Dubinski besloot hij zelf ook te vluchten. Hij zocht contact met de Nederlandse zakenman Aart van Bochove die al meerdere Russische muzikanten had geholpen naar Nederland te komen. Nu, vijfentwintig jaar na de val van de Sovjet-Unie vertellen Ferschtman, zijn vrouw Mila Baslawskaja en Aart van Bochove hun verhaal in een Spoor Terug  van Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen. Beluister hem hier.

 

 

Oeroldilemma: Chris of Paulien?

Pieter-Bas zit weer op Terschelling om voor het Oerolkrantje te schrijven. Lees hieronder een stukje over het dilemma van Bram van Dijk:

dilemmaDagelijks leggen we een festivalgast een onmogelijke keuze voor. Vandaag: Bram van Dijk, die – onbegrijpelijk – de dagkrantredactie verliet om op de Betonning de talkshow Vier Tellen Vooraf te presenteren. De concurrentie is niet mals: de Ochtendtalkshow van Paulien Cornelisse en Chris Bajema is inmiddels een beroemd Oerolfenomeen.

Stilte. Dat is, geconfronteerd met de keuze tussen zijn twee concurrenten, Van Dijks eerste reactie. ‘Chris en Paulien zijn absoluut voorbeelden op talkshow-gebied. Bij hen maakt het zelfs niet uit wie er te gast is, het is sowieso een succes. Dat zal bij mij als groentje wel anders zijn. Overigens krijgen mensen bij Vier Tellen Vooraf meer de kans zelf wat te doen. Wij zijn er ook voor de mensen die denken “Waar ben ik?”’

Keuzes, Bram. Keuzes.

‘Het zijn beiden lieve mensen,’ probeert Van Dijk nog diplomatiek. ‘Mag niet ik niet tussen ze in gaan zitten?’

Nee.

Opnieuw stilte en dan: ‘Ik denk dat ik dan toch voor Paulien ga. Zij kan vlijmscherp uit de hoek komen en Chris is meer de man die alles in goede banen leidt. Ik denk dat hij mijn keuze eerder van zich af zal laten glijden.’ Angst voor een genadeloze reactie van Cornelisse dus? ‘Nee zeker niet,’ haast van Dijk te zeggen. ‘Ik vind Chris de knapste!’

Ochtendtalkshow

Dagelijks 10.30, Westerkeyn, polsbandje

Vier Tellen Vooraf

Dagelijks 13.30, Betonning, vrij toegankelijk met entreebandje

Illustratie DoemijNina

Tentoonstellingsfilm in Het Nieuwe Instituut

De afgelopen maanden werkten Sophie en ik aan de tentoonstellingsfilm en de trailer voor de expositie ‘Wat is Nederland?’. In Het Nieuwe Inituut maakte curator Stephan Petermann (AMO)  over de 14 Nederlandse deelnames aan de wereldtentoonstelling. Bekijk hier de trailer en reis naar Rotterdam voor ons langere filmpje:

Snor in de krant

Zaterdag stond mijn snor in dagblad Trouw, op de voorpagina van de weekendbijlage nog wel!

Lees het artikel hier.

Onder de foto is voor de liefhebbers de radiodocumentaire “Alphonse en de Grote Oorlog” terug te luisteren.

IMG_0473-2.PNG

Luister hier naar deel 1 (11 mei 2014, OVT Vpro Radio 1)

Luister hier naar deel 2 (18 mei 2014, OVT Vpro Radio 1)

Rintje op spitzen

Gisteren las ik het droevige bericht dat tekenaar Sieb Posthuma is overleden. In 2009 interviewde ik hem nog over zijn decorontwerp voor Coppelia. Hier, als in memoriam, het interview dat ik schreef voor een lesbrief van het Nationale Ballet:

Een decor ontwerpen voor een balletvoorstelling. Dat is al jaren een droom van tekenaar Sieb Posthuma. En dus ging hij met een stapeltje tekeningen langs bij Het Nationale Ballet. Nu, drie jaar later is zijn droom uitgekomen en kan Sieb naar zijn eigen tekeningen kijken, enorm uitvergroot en in 3D.

Coppelia_SiebEen blik op het decor van Coppélia zal bij veel bezoekers een bel doen rinkelen. Je herkent de tekenstijl maar waarvan? Het antwoord zou best de hond Rintje kunnen zijn. Al negen jaar tekent Sieb de avonturen van dit zwerfhondje voor NRC Handelsblad.

U maakt met Coppélia uw debuut als decorontwerper. Waarom was dat een wens?

“Ik ga al van jongs af aan naar theater en ballet. Ik wilde daar wat mee doen. Voorstellingen die veel weg hebben van een sprookje sluiten goed aan bij mijn stijl.”

Is het niet lastig om zo groot te moeten tekenen terwijl je gewend bent op een A4-tje te werken?

“Je moet niet denken dat ik zelf met een enorme kwast heb staan schilderen. Ik heb het ontwerp gemaakt en de decorbouwers van Het Muziektheater hebben die vergroot. Het was heel bijzonder om te zien dat deze mensen mijn tekenstijl zo precies konden namaken.”

Maar blijft je oorspronkelijke tekening dan wel overeind?

“Dat valt best mee, in een tekening zijn vooral de verhoudingen belangrijk. Als die kloppen, blijft wat je maakt overeind. Dat heb ik al gemerkt bij de verkleining voor de kinderpostzegels die ik ontwierp en dat zie ik nu met de vergroting in het theater.

Wat is het hoogtepunt van uw ontwerp?

“Er zijn vele hoogtepunten maar het leukste vond ik het tekenen van absurde machines die niet kloppen. Als Zwaantje en haar vriendinnen het laboratorium van dokter Coppelius doorzoeken, komen ze allerhande apparaten tegen. In het begin zijn die vrij braaf maar ze worden steeds grimmiger. Op een gegeven moment zie je losse ledematen en kom je erachter dat Coppelius ook een duistere kant heeft.”

Dan valt mijn oog op een hondenmand in de hoek van het atelier. Gebruik je die ter inspiratie wil ik weten. “Nee hoor, dat is de mand van Rintje,” zegt de striptekenaar lachend. “Hij bestaat echt en ik moet hem iedere dag uitlaten.” Sieb blijkt toch erg dol op zijn eigen hond want Rintje maakt in Coppélia zijn balletdebuut. “In de voorstelling dansen twee kinderen een klein verhaaltje over twee hondjes die elkaar eerst niet mogen en uiteindelijk toch vriendjes worden. Dat zijn eigenlijk Rintje en zijn vriendinnetje Henriëtte.”

 

Coming out van een orgelfetisjist

Toen ik een jaar of zeventien was pakte ik met een vriendin op mijn zolder een oude hobby op: radio-tje spelen. Zwaar onder invloed van een met Theo & Thea doordrenkte jeugd (en een fles rode wijn) waanden we ons een klef Avro-programma, een beetje ‘radio 2 na middernacht’. De jingles en achtergrondmuziek nam ik door dezelfde als microfoon dienstdoende hoofdtelefoon op.

2014_Orgelvreten PB_NG-1 kopiefoto: Nichon van Glerum

Het waren de jaren dat iedereen aan de CD’s was en platen overal voor een appel en en ei te krijgen waren. Een beetje vanuit mijn liefde voor kitsch was “Hammond-a-Gogo” van James Last in mijn collectie terecht gekomen. Deze bovengemiddeld ranzige vertolkingen van jazzstandards speelden een leidende rol in onze late-night show. We bedachten er zelfs een fictieve Hammondorganist bij.

We maakten plannen voor de radioshow en dus begon ik uit bakken allerhande Hammondplaatjes te verzamelen. Het gevarieerde, maar vrijwel altijd heftig dichtgesmeerde geluid van het orgel ging met de jaren steeds meer in mijn systeem zitten. Zoals die machtige machine kan smieren, ronken, gieren, brullen en proesten. Wauw!

Ik vond pikante Italiaanse filmmuziek en even later ook Hammondjazz van helden als John Big Patton, Jimmy Smith en Dr. Lonnie Smith. Heimelijk droomde ik steeds vaker van om mijn contrabas en basgitaar aan de wilgen te hangen om zo’n smerig monster te leren bedienen. Bovendien kun je op een Hammond ook buitengewoon goed bassen: met je – liefst blote – voeten. Had ik dan veel te laat mijn muzikale roeping gevonden?

Stiekem bekeek ik urenlang de huiskamerorgels in diverse kringloopcentra, in de hoop er ooit een echte Hammond te vinden. Ik liet mijn vingers over de toetsen glijden en hoorde van binnen zo’n typisch hakkelend glissando uiteindelijk eindigen in een loeiend hoogtepunt. Maar ik vond geen Hammond en zo’n ander orgel dat misschien een beetje op een Hammond lijkt? Die hoorde volgens mij naast het aquarium in woonkamers met bloemetjesgordijnen en zijn toch niet hetzelfde als een echte vleugel, een viool of een mooie spaanse gitaar? Nee, het gaat om het echte Hammondorgel, anders niet.

Wat is mooier dan een Hammondorgel? Twee Hammondorgels! Op naar Orgel Vreten dus. Tijdens de zinderende orgelmis beuken, raggen en beroeren Thijs Schrijnemakers en Darius Timmer hun orgels, er vliegen zelfs regelmatig toetsen door de lucht. Na afloop staar ik verslagen naar het toneel. Als ik ooit een Hammond wil proberen is dit het moment… Wijfelend vraag ik Thijs of ik een keer zo’n Hammond glissando mag maken. “Natuurlijk!,” zegt Schrijnemakers met een Brabants accent.

Even later zit ik op het bankje. Schrijnemakers legt uit dat ik mijn vingers over de toetsen moet laten glijden en dan op een punt stoppen. Ik doe het terwijl de meester zelf de register bediend. Wat? Ben ik dat? Breng ik dit zwanger gierende geluid voort? Ik voel een blos op mijn wangen komen en wil het uitschreeuwen. Ik voel hoe de Hammondgeest in mij komt, ik heb mijn Lesley gevonden en ben bekeerd. Maandag na het festival begint mijn orgeljacht!

Orgel Vreten – De wederopstanding
21 en 22 juni 11.00 en 14.00 uur, locatie 31 Cafe Groene Weide – Oost, €13
Orgel Vreten
21 juni 23.00 uur, Westerkeyn, vrij toegankelijk met polsbandje

Tekst Pieter-Bas van Wiechen
Foto Nichon Glerum

Vegaterrorisme

In het buitenland heb ik meermaals met het schaamrood op de kaken proberen uit te leggen dat wij een “Party for the Animals” in ons parlement hebben zitten. Geen grap, nee echt. Ik ben geen dierenliefhebber en ook geen vegetariër. Hoog tijd om mezelf voor te stellen een koe te zijn.

Oerol voor PB_NG-2
foto: Nichon van Glerum

Op Oerol kom ik regelmatig een bezoeker of maker tegen die ik ervan verdenk een biologische kruidentheedrinkende geneeskrachtige stenen leggende vegetariër te zijn. Van die mensen die van top tot teen uitstralen dat zo in balans met de natuur, en zichzelf. Ik krijg er maar jeuk van. Maar ik maak het mijzelf graag moeilijk en dus probeer ik op Oerol altijd een lekker tegen de haren in strijkende voorstelling op te bezoeken. Dit jaar was het niet moeilijk want in oost wordt een pleidooi voor een leven zonder vlees gehouden. Ik besluit te gaan en mezelf na afloop te trakteren op een lekkere shoarma. Lekker puh.

In het Hoornse bos storten de actrices Lotte Dunselman en Anna Schoen een bak bloederige varkens en harde bio-industrie data over het publiek uit. Ik voel hoe het om mij heen steeds stiller wordt. Ze schetsen beelden van miniscule hokjes vol uitwerpselen en te kleine varkens die doodgeslagen worden. Ik slik, een-twee-drie keer, steeds vaker. Ik heb geen zin meer in shoarma.

Na afloop van de voorstelling voel ik frisse tegenzin om de twee actrices die mij een heerlijke shoarma hebben ontnomen te ontmoeten. Dus jullie vinden dat ik vegetarier met worden, mompel ik. “Nee hoor!” zeggen de twee dames in koor. “Wij zijn het zelf ook niet, al eten we door deze voorstelling wel een stuk minder vlees. Het is vooral de bedoeling dat mensen erover na gaan denken.”

Potjandrie wat een toptheater!

TgECHO – Stel je bent een koe. 18 t/m 21 juni 19.00 en 21.15 uur, lokatie 30 Cupido’s Plak – oost, E13