Tagarchief: economie

De Dollar verovert de Antilliaanse eilanden

Vandaag in het Financieële Dagblad (FD):

De nieuwe bijzondere Nederlandse gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba krijgen op 1 januari de dollar. Curaçao en Sint Maarten, nieuwe landen binnen het Koninkrijk, zijn er nog niet uit. Wordt het ook de dollar of toch de Caribische gulden?

Is dit werkelijk een deel van het Koninkrijk der Nederlanden? Een rondje over het eiland Sint Maarten geeft je eerder het gevoel in de Verenigde Staten te zijn beland. Casino’s met felle lichtreclames, vette voedselketens en dikke auto’s.

Eenmaal in het centrum van hoofdstad Philipsburg wordt het alleen maar erger, want elke dag weer spuwen enorme cruiseschepen ladingen Amerikaanse toeristen uit. Kauwgom kauwend en met vakantiehoed op laten ze in de vele Taxfree shops hun dollars rollen om niet veel later met tassen vol sterke drank, horloges en souvenirs tevreden naar hun boot terug te keren.

De dollar is alles op Sint Maarten. Net als in de rest van het met witte stranden en palmbomen bedeelde Caribische gebied. Nu de Nederlandse Antillen (sinds 10-10-10) niet meer bestaan, moet ook de Antilliaanse gulden (NAf), sinds 1940 de officiële munteenheid op Antillen, verdwijnen. Op naar de dollar zou je denken, maar Sint Maarten en Curaçao zijn er nog niet uit.

Dollarisatie

Op 1 januari 2011 stappen de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba wel over van de NAf naar de dollar. Willy Dassen van De Nederlandsche Bank (DNB) is druk in weer met voorlichting, geldtransporten en het overleggen met banken en ondernemers. Gesneden koek voor Dassen want hij begeleidde ook de invoering van de euro in Nederland.

De afgelopen anderhalf jaar zorgde Dassen in overleg met de banken voor aangepaste betalingssystemen. Nu regelt hij cash vanuit zijn gehuurde kantoortje even buiten Kralendijk, de Bonairiaanse hoofdstad. “We hebben dollars nodig”, zegt Dassen. “Die komen natuurlijk uit de Verenigde Staten, van de Amerikaanse centrale bank (Fed). Maar ook koninkrijksgenoot Aruba helpt ons in de toekomst. Dat land heeft door zijn vele Amerikaanse bezoekers een overschot aan dollars.”

“Voor de mensen is dit een logische keuze. De eilanden hebben er zelf voor gekozen”, zegt Dassen. “De dollar is de leidende munt in het gebied en de NAf is gekoppeld aan de dollar. Met de dollarisatie verandert er het minste. De euro zou ongunstig zijn voor de mensen hier omdat de euro-dollar koers nogal fluctueert.”

Angstig

Toch maken veel Bonairianen zich zorgen. Zullen de prijzen niet net zo stijgen als bij de invoering van euro in Nederland? En hoe zit het met vele goederen die binnen komen vanaf Curaçao, een eiland dat voorlopig de NAf houdt en in 2012 mogelijk over gaat op de Caribische gulden?

Dassen zegt geleerd te hebben van de invoering van de euro. “Een grote groep ondernemers heeft een ‘fair pricing code’ afgesproken. Zij beloven de prijzen niet onnodig te verhogen en zich te houden aan de officiële wisselkoers van NAf 1,790 = $ 1,00. Wat betreft de handel met Curaçao, uiteraard betaal je de door de Centrale Bank in Willemstad bepaalde in- en verkoopprijs van de NAf.”

Oude bekende

Ongeveer 900 kilometer noordelijker, maken ook de kleine eilandjes Sint Eustatius en Saba de overstap. “No problem!” klinkt het daar aan de toog van eetcafe Saba’s Treasure. De Sabanen betalen hun Heineken biertjes en Verkade koekjes al jaren in dollars. Wie er voor de grap guldens pint, ziet tot zijn verbazing de cassière in de supermarkt toch echt even hoofdrekenen.

De dollar is op Saba en Sint Eustatius al jaren gemeengoed. Niet vanwege hordes Amerikaanse toeristen, want die bezoeken deze eilanden aanmerkelijk minder vaak wegens een gebrek aan hagelwitte stranden. De dollar kennen de Sabanen en Statianen vooral van Sint Maarten, het eiland waar ze voor veel goederen en diensten op zijn aangewezen.

Caribische gulden

Opmerkelijk genoeg denkt het veramerikaniseerde Sint Maarten erover om, net als Curaçao, in 2012 de Caribische Gulden in te voeren. Een van de redenen is dat de gulden een bron van inkomsten is voor de overheid.

Oud-gezaghebber van Sint Maarten Dennis Richardson, als projectdirecteur betrokken bij de opheffing van de Nederlandse Antillen, legt uit: “Het bedrag dat je betaalt voor het wisselen van geld, gaat naar de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten. Als de Centrale Bank winst maakt, wordt die winst in de vorm van dividend uitgekeerd aan de overheden van de eilanden.”

Deze extra bron van inkomen komt het belastingparadijs Sint Maarten natuurlijk goed uit maar er is nog een reden voor een eigen munt. “Wij liggen hier midden in een orkaangebied,” legt Richardson uit. “Als er weer eens een stevige storm over raast, blijven toeristen thuis en komen er geen dollars binnen. Als je een eigen centrale bank hebt, kunt je in uiterste noodsituatie tijdelijk de geldpers laten draaien.”

Dure operatie

Het drukken van nieuwe bankbiljetten en nieuwe munten is natuurlijk een kostbare operatie. Mede daarom zijn er op Curaçao en Sint Maarten ook twijfels over de Caribische gulden. Zelfs de president van de Centrale Bank in Willemstad, Emsley Tromp, sprak zich onlangs openlijk uit voor de dollar.

“Ik heb begrepen dat Curaçao de invoering van de dollar op dit moment overweegt”, zegt Sint Maartenaar Richardson. Ook hijzelf geeft toe: “Als de bezwaren tegen dollarisering op een verantwoordelijke manier opgevangen worden, kunnen we het geld dat gemoeid is bij de invoering van de Caribische gulden ook voor andere, meer nuttige doeleinden, gebruiken.”

En die doelen zijn er genoeg, weet de man die onlangs is voorgedragen als eerste lid van de Nederlandse Raad van Staten namens het nieuwe land Sint Maarten. Een nieuw land met gaten in de wegen en een structureel begrotingstekort. Richardson: “We zijn pas twee maanden een zelfstandig land binnen het Koninkrijk en er moet nog heel veel gebeuren. We zijn er nog lang niet.”

De Tijd

Dikke stapels kranten en overwerkte journalisten troffen wij vorige week aan op de redactie van De Tijd – het Belgische Financieele Dagblad. Twee journalistieke meesterbreinen die maandenlang de Fortis-top aan de schandpaal nagelden, bleken onverwacht twee lieve, bijna bedeese mannen. Schijn bedriegt. Hun boek ‘Bankroet’ ligt nu in de winkel. Smeuige materie, zo lazen wij al stiekum onder embargo. We maakten een paar filmpjes op de redactievloer voor onze Nederlandse collega’s van RTL Z:

Game Over

Adieu Fortis, het is voorbij. De Parel van Belgie is niet meer! Eerst kwamen de Ollanders ABN Amro en Fortis Nederland inpikken. Deze week kwamen de Fransen de rest ophalen.

Dinsdag stonden wij tussen wanhopig huilende Fortis-hooligans. Ze scheeuwden revolutie en bekogelden het Fortis-bestuur met schoenen en andere objecten. Nog nooit zoiets meegemaakt als deze aandeelhoudersvergadering in Gent. Het klonk ongeveer zo:

Rood, roder, roodst

Verkiezingskoorts verlamt de politiek in België. Vlamingen, Walen en Brusselaars kiezen in juni een nieuw regionaal parlement. En stemmers strekken terwijl je hard aan het bezuinigen bent, is natuurlijk wat lastig. Dus gebeurt er voorlopig helemaal niets in België.

Niet dat het land geen problemen heeft. Sterker, de problemen zijn in België groter dan in Nederland. De federale regering schiet dit jaar meer dan 11 miljard euro in het rood. De staatschuld giert omhoog richting de 330 miljard, bijna 95 procent van het bruto binnenlands product. Het begrotingstekort loopt volgend jaar op tot 4,5 procent van het bruto binnenlands product, zo schetst de Hoge Raad van Financiën (HRF) in een waar doemscenario.

Terwijl overal in Europa de zeilen worden bijgezet, heeft de kersverse premier Herman Van Rompuy aangekondigd pas in het najaar – na de verkiezingen – in actie te komen. Dan krijgen de Belgen het zwaar te verduren. En mogelijk ook het ambtenarenapparaat.

De Belgische overheid staat bekend als een logge en ondoorzichtige machine waar onnodig veel mensen werken. Tot voor kort wist niemand hoeveel ambtenaren er in België rondliepen. Tot onlangs naar buiten kwam dat één op de drie werkende Belgen ambtenaar is. De Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) adviseert nu forse bezuinigingen en een grondige hervorming. “We hebben structureel te veel geld uitgegeven”, zegt adviseur Peter van Humbeeck van de SERV. “Ondanks een vacaturestop kwamen er de afgelopen jaren duizenden ambtenaren bij.”

De groei van het ambtenarenapparaat zit hem voor een deel in de zogenaamde kabinetten die iedere minister hier heeft. Dit fenomeen kennen wij niet in Nederland. Het kabinet van de minister is eigenlijk een soort adviesgroep die tussen de minister en zijn ministerie hangt. Deze ‘beste vrienden van de minister’ hebben veel macht en opereren vaak op eigen titel. Iedere minister stelt nieuwe mensen aan in zijn kabinet omdat hij die van zijn voorganger niet helemaal vertrouwt. Resultaat: iedere minister heeft een kabinet van circa zestig tot tachtig duur betaalde mensen.

Maar die kabinetten zijn niet de enige plaats waar het apparaat als kool groeide. “Er ontstond de afgelopen jaren ook nog een soort nieuwe bestuurslaag,” weet van Humbeeck. “Er zijn steeds meer ambtenaren die als taak de bemiddeling tussen verschillende gemeentes hebben.  En dan heb ik heb het nog niet eens over de provincies…”

Kortom: Belgie komt om in zijn bestuurslagen. Raadselachtig. Maar vooral alarmerend. Intussen blijft de Belgische regering ruzie maken. Deze impasse tussen Franstaligen en Nederlandstaligen is inmiddels al twee jaar aan de gang. Het is dus de vraag of er ooit belangrijke knopen zullen worden doorgehakt. Eerst maar eens naar de stembus.

Ruhrgebied in verval

EssenVoorbij Hasselt en Genk de grens over, een klein stukje door Nederlands Limburg en dan volgen ze elkaar in hoog tempo op. Duisburg, Oberhausen, Essen. Snelwegen, fabriekspijpen en grote grijze gebouwen. We zijn in het Ruhrgebied: de vieze grote broer van Belgie.

 Deze enorme machine, deze metropool van aaneengegroeide industrie, vormt het directe achterland van Nederland en Belgie. Ruim vijf miljoen inwoners – ze noemen zich Rijnlanders – hebben binnenkort iets te vieren. In 2010 worden ze ‘culturele hoofstad van Europa’.

 Wij laten ons rondleiden door de organisatie van RUHR.2010. Een Duitser met snor vertelt enthousiast over zijn land, over het Wirtschaftswunder dat zichzelf steeds opnieuw uitvindt. Eerst kolen en staal, dan electronica en later musea en natuurgebied! Hij neemt ons mee naar het toppunt van deze ondernemingsdrift: CentrO in Oberhausen.

 Fonteinen en palmbomen, Replay en Body Shop in een Coca-Cola Oase. Op deze plek lag vroeger een kolenmijn. CentrO claimt de grootste shoppingmall van Europa te zijn. 23 miljoen mensen komen hier per jaar op af. Hordes Nederlanders vermaken zich elk weekend in SeaLife en König-Pilsener-Arena.

 Even verderop ligt dé toeristische attractie van Oberhausen: de Gasometer. Een oude gasopslagtank, 115 meter hoog, die dienst doet als industriele gedenkplaats. Een nogal slonzige rondleider brengt ons naar de top van het gevaarte. In de druipende regen staan wij bovenop de Gasometer en kijken uit over het Ruhrgebied, treurig en grauw.

 ‘Vroeger was het Ruhrgebied een land van arbeid. Vandaag hebben we hier alleen diensten en werklozen’, zegt Rüdiger Oppers, hoofdredacteur van NRZ (Neuen Rhein Zeitung/Neuen Ruhr Zeitung) in Essen. Hij slurpt van zijn koffie. Oppers is somber, ook hij ontslaat een derde van zijn personeel.

De werkloosheid loopt steeds verder op. Essen: bijna 14 procent. Duisburg en Dortmund: boven de 14 procent. Gelsenkirchen: ver boven 15 procent. Het komende jaar zal de situatie alleen maar verergeren.

De oude reus is kwetsbaar. Hij piept en kreunt.  Het wonder van het modernisme lijdt. Het Ruhrgebied raakt verder in verval. Zou deze stinkende massa zichzelf wéér opnieuw kunnen uitvinden? www.ruhr2010.de

Drama bij Opel Antwerpen

De fabriek van Opel in de Antwerpse haven lijkt ten dode opgeschreven. Het Amerikaanse moederbedrijf General Motors overweegt de tent te sluiten. 10.000 banen staan op de tocht. Maar de Vlaamse regering probeert te redden wat er te redden valt. Wij reden naar Antwerpen en maakten dit verslag:[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Kgv3Yj1-EU8[/youtube]

Petit fours met rode wijn

Wat mij opviel toen ik woensdag – vlak na de lunch – de aandeelhoudersvergadering van Fortis binnenliep, was de enorme dranklucht. Boze en wanhopige Fortis-aandeelhouders hadden een bachanaal aangericht, op rekening van de Fortis Bank. Op het menu: rode en witte wijn, broodjes krabsalade, petit fours en mokka-bavarois met een vleugje sinaasappel. Om je vingers bij af te likken. Ach ja, Fortis is de beroerdste niet.

Nu we toch al ons geld kwijt zijn, kunnen we de rest van de Fortis Holding maar beter opdrinken. Zoiets moeten de aandeelhouders gedacht hebben. Aangeschoten verlieten ze het petit four-slagveld (Fortis verbood er te filmen, maar het was echt een bende). Om vervolgens te gaan stemmen over de toekomst van hun bank.

NEE, riepen de emotionele boehoe-roepers. Wij willen niet gered worden! Wij willen onze bank terug! Als kamikazepiloten stortten zij zich in een nieuwe Fortis-afgrond. Een onmogelijk scenario: want de bijna failliete Holding kán niet overleven zonder de Belgische staat. Wij Nederlanders kijken weer eens hoofdschuddend toe. Kan iemand ons uitleggen waar die arme Belgen mee bezig zijn???

Treuren om Fortis

Het was een treurige en regenachtige dag. Ik voegde mij dinsdagmiddag tussen boze en teleurgestelde aandeelhouders van Fortis bij de Rechtbank van Koophandel in Brussel. Zij verloren een kort geding: de verkoop van het Belgische Fortis aan BNP Paribas wordt niet teruggedraaid. Hun Fortis-aandelen blijven waardeloos.  

Eén van de gedupeerden die ik sprak heeft gelukkig genoeg geld over om te eten én op vakantie te gaan. Klik hieronder en luister: