Tagarchief: Nederland

Democratie: nieuwe hoop of kiezersbedrog (debat)

Op 12 december 2017 is het exact honderd jaar geleden dat de strijd om het algemeen kiesrecht werd beslecht. Maar heeft de invoering van algemeen kiesrecht wel geleid tot meer democratie? Of wordt iedere verkiezing per definitie gedomineerd door verkiezingsretoriek en ‘fact free politics’? In dit publieke debat zullen historici Henk te Velde en Marnix Beyen debatteren met onder andere economisch publicist en voormalig GroenLinks-politica Mirjam de Rijk over verkiezingsbeloftes, campagneleugens en de democratie.

Op 12 december 1917 werd op het bordes van het oude stadhuis van Den Haag aan de Groenmarkt door de gemeentesecretaris het algemeen kiesrecht voor mannen en het passief kiesrecht voor vrouwen afgekondigd. Een achteraf gênante twee jaar later volgde het algemeen kiesrecht voor vrouwen. In België werd in 1921 het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd, en pas in 1948 voor vrouwen. In Amerika zijn de presidentsverkiezingen aan de gang, Nederland maakt zich op voor de Tweede Kamerverkiezingen. Vooruitlopend op het honderdjarige bestaan van het algemeen kiesrecht in Nederland organiseert de Werkgroep De Negentiende Eeuw een publiek debat ‘Democratie: nieuwe hoop of kiezersbedrog’. Historici en politici gaan met elkaar in debat over verkiezingsbeloftes en campagneleugens, waarin zowel het historische als het hedendaagse perspectief aan bod komt.

Over de sprekers

De historici Henk te Velde (Universiteit Leiden) en Marnix Beyen(Universiteit Antwerpen) gaan in debat met Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) en economisch publicist en voormalig GroenLinks-politica Mirjam de Rijk over de vraag of we in de loop van de geschiedenis vooruit zijn gegaan in termen van democratie. Het debat wordt geleid door journalist en radiomaker Pieter-Bas van Wiechen.

Aanmelden

Toegang tot de activiteiten van SPUI25 is gratis. Aanmelden is niet vrijblijvend. Wij rekenen op uw komst. Bent u verhinderd, dan graag doorgeven via spui25@uva.nl | T: 020 525 8142.

Documentaire: Sovjetmuzikanten op de vlucht

Toen de Russische cellist Dmitri Ferschtman van het Sovjet ministerie van cultuur openlijk afstand moest doen van zijn grote voorbeeld Roscht Dubinski besloot hij zelf ook te vluchten. Hij zocht contact met de Nederlandse zakenman Aart van Bochove die al meerdere Russische muzikanten had geholpen naar Nederland te komen. Nu, vijfentwintig jaar na de val van de Sovjet-Unie vertellen Ferschtman, zijn vrouw Mila Baslawskaja en Aart van Bochove hun verhaal in een Spoor Terug  van Pieter-Bas van Wiechen en Sophie van Leeuwen. Beluister hem hier.

 

 

Oeroldilemma: Chris of Paulien?

Pieter-Bas zit weer op Terschelling om voor het Oerolkrantje te schrijven. Lees hieronder een stukje over het dilemma van Bram van Dijk:

dilemmaDagelijks leggen we een festivalgast een onmogelijke keuze voor. Vandaag: Bram van Dijk, die – onbegrijpelijk – de dagkrantredactie verliet om op de Betonning de talkshow Vier Tellen Vooraf te presenteren. De concurrentie is niet mals: de Ochtendtalkshow van Paulien Cornelisse en Chris Bajema is inmiddels een beroemd Oerolfenomeen.

Stilte. Dat is, geconfronteerd met de keuze tussen zijn twee concurrenten, Van Dijks eerste reactie. ‘Chris en Paulien zijn absoluut voorbeelden op talkshow-gebied. Bij hen maakt het zelfs niet uit wie er te gast is, het is sowieso een succes. Dat zal bij mij als groentje wel anders zijn. Overigens krijgen mensen bij Vier Tellen Vooraf meer de kans zelf wat te doen. Wij zijn er ook voor de mensen die denken “Waar ben ik?”’

Keuzes, Bram. Keuzes.

‘Het zijn beiden lieve mensen,’ probeert Van Dijk nog diplomatiek. ‘Mag niet ik niet tussen ze in gaan zitten?’

Nee.

Opnieuw stilte en dan: ‘Ik denk dat ik dan toch voor Paulien ga. Zij kan vlijmscherp uit de hoek komen en Chris is meer de man die alles in goede banen leidt. Ik denk dat hij mijn keuze eerder van zich af zal laten glijden.’ Angst voor een genadeloze reactie van Cornelisse dus? ‘Nee zeker niet,’ haast van Dijk te zeggen. ‘Ik vind Chris de knapste!’

Ochtendtalkshow

Dagelijks 10.30, Westerkeyn, polsbandje

Vier Tellen Vooraf

Dagelijks 13.30, Betonning, vrij toegankelijk met entreebandje

Illustratie DoemijNina

Tentoonstellingsfilm in Het Nieuwe Instituut

De afgelopen maanden werkten Sophie en ik aan de tentoonstellingsfilm en de trailer voor de expositie ‘Wat is Nederland?’. In Het Nieuwe Inituut maakte curator Stephan Petermann (AMO)  over de 14 Nederlandse deelnames aan de wereldtentoonstelling. Bekijk hier de trailer en reis naar Rotterdam voor ons langere filmpje:

Verslag van mijn zoektocht naar de juiste basisschool in Het Parool

‘De kindertjes zijn wel erg wit en dat voelt voor een inwoner van de Indische Buurt toch wat vreemd’

Bijna iedere ouder zoekt een basisschool die bij buurt en levensstijl past. Is die wel te vinden met het nieuwe stedelijke toelatingsbeleid voor kleuters dat volgend schooljaar ingaat? Journalist Pieter-Bas van Wiechen tuimelde voor zijn zoon in Oost van het ene dilemma in het andere.

Bijna iedere ouder zoekt een basisschool die bij buurt en levensstijl past. Is die wel te vinden met het nieuwe stedelijke toelatingsbeleid voor kleuters dat volgend schooljaar ingaat? Journalist Pieter-Bas van Wiechen tuimelde voor zijn zoon in Oost van het ene dilemma in het andere.

Bijna vier! Het duurde een eeuwigheid, maar nu is het dan zo ver: de basisschool komt in zicht. Zoonlief krijgt antwoord op zijn trappelende gezeur over de grote school en wij worden als ouders eindelijk een beetje verlost van de bodemloze put die kinderopvang heet. Sinds ik vader ben, zie ik ze ineens overal: basisscholen. Ik rij er graag zo langzaam mogelijk langs en tuur door de ramen en over het plein. Hoe is de sfeer? Wat voor kinderen zitten erop? Hoe lijken de leraren te zijn? En ten slotte de hamvraag: zie ik mijn kind en mijzelf hier acht jaar heen fietsen?

Bijna vier! Het duurde een eeuwigheid, maar nu is het dan zo ver: de basisschool komt in zicht. Zoonlief krijgt antwoord op zijn trappelende gezeur over de grote school en wij worden als ouders eindelijk een beetje verlost van de bodemloze put die kinderopvang heet. Sinds ik vader ben, zie ik ze ineens overal: basisscholen. Ik rij er graag zo langzaam mogelijk langs en tuur door de ramen en over het plein. Hoe is de sfeer? Wat voor kinderen zitten erop? Hoe lijken de leraren te zijn? En ten slotte de hamvraag: zie ik mijn kind en mijzelf hier acht jaar heen fietsen?

Het is lastig in de Indische Buurt een passende school te vinden en toch wil ik mijn kind graag in de buurt op school doen. Gelukkig is dat ook het doel van het nieuwe stedelijke toelatingsbeleid. Niet de postcode, maar de loopafstand tot je huis is vanaf nu bepalend voor de acht scholen waarop je voorrang hebt.

Ik besluit op elfscholentocht te gaan in een straal van twee kilometer om ons huis. Stop één is logisch: bijna alle vriendjes op de crèche en uit de straat gaan naar de 8e Montessori. Enigszins gespannen loop ik die school binnen, ik ben als de dood dat mijn kind hier hopeloos zal doen waar hij zin in heeft zonder iets te leren. “Dat waren de jaren tachtig,” verzekert de directrice mij. “Wij zijn een moderne school met een leerlingvolgsysteem.”

Een beetje gerustgesteld en zie ik mijn zoon er al rondrennen. Maar als ik thuiskom en mijn adres invoer in de nieuwe schoolwijzer, is die onverbiddelijk: wij hebben geen voorrang meer op deze school. Wat voor ons als de buurtschool bij uitstek voelt, ligt te ver weg.

“Je kunt je er toch gewoon inschrijven,” zegt Hetty Lieftink, projectleider stedelijk toelatingsbeleid. “Maar je moet je realiseren dat als je een populaire school zonder voorrang op de eerste plaats zet, je door loting buiten de boot kunt vallen.”

Een paar dagen later zit overbuurvrouw Talitha Stijnman aan keukentafel voor een crisisoverleg. Ze baalt er ook van dat de 8e een lastig verhaal is geworden, maar vindt het ronduit onbegrijpelijk dat er helemaal geen montessorischool op onze lijst staat.

“Vreemd, binnen een straal van twee kilometer om mijn huis zijn er twee,” zegt Stijnman. “In het nieuwe systeem kunnen enkele meters het verschil maken. En waarom krijgt iedereen wel op een christelijke en openbare school voorrang, maar wordt er niet gekeken naar onderwijsmethodes?”

“Vreemd, binnen een straal van twee kilometer om mijn huis zijn er twee,” zegt Stijnman. “In het nieuwe systeem kunnen enkele meters het verschil maken. En waarom krijgt iedereen wel op een christelijke en openbare school voorrang, maar wordt er niet gekeken naar onderwijsmethodes?”

Lieftink geeft toe dat dat een punt is voor de evaluatie. “Onder hoogopgeleide ouders zijn methodescholen als montessori, dalton en de vrije school heel populair. Nu heeft bijna tachtig procent van de Amsterdammers op minstens één zo’n school voorrang. Daar zouden we in de toekomst honderd procent van kunnen maken.”

Stijnman ontdekt gelukkig een fout in onze selectie. Een school in de buurt staat ten onrechte met twee locaties op de lijst. Twee weken bellen en mailen later hebben wij recht op een montessori. Niet die van onze vrienden, maar de 5e Montessori in de Watergraafsmeer.

Stijnman ontdekt gelukkig een fout in onze selectie. Een school in de buurt staat ten onrechte met twee locaties op de lijst. Twee weken bellen en mailen later hebben wij recht op een montessori. Niet die van onze vrienden, maar de 5e Montessori in de Watergraafsmeer.

Ellendige bakfiets

Op naar de het chique stadsdeel dat zo ongeveer aan het einde van onze straat begint. De Watergraafsmeer was tot voor kort een onneembare onderwijsvesting achter een hoge, onzichtbare muur. Wij inwoners van de Indische Buurt voelde ons ossies in de DDR.

Door het nieuwe beleid is de muur gevallen en mogen wij ook rondneuzen op scholen in dit stadsdeel van ruime huizen en glimmende auto’s.

De 5e Montessori Watergraafsmeer heeft een prachtig gebouw. De directrice neemt nog meer twijfel over montessori weg en de school vertelt zelfs trots dat zij de meeste mannelijke leraren van de buurt hebben. Alleen: de kindertjes zijn hier wel heel erg wit en dat is voor een inwoner van de Indische Buurt toch een wat vreemd gevoel. “Wij verwachten dat onze populatie door het nieuwe beleid wel wat zal veranderen,” zegt ze tijdens de rondleiding. Ik beschouw het als een positieve opmerking, maar merk dat dit niet voor alle aanwezigen opgaat.

De 5e Montessori Watergraafsmeer heeft een prachtig gebouw. De directrice neemt nog meer twijfel over montessori weg en de school vertelt zelfs trots dat zij de meeste mannelijke leraren van de buurt hebben. Alleen: de kindertjes zijn hier wel heel erg wit en dat is voor een inwoner van de Indische Buurt toch een wat vreemd gevoel. “Wij verwachten dat onze populatie door het nieuwe beleid wel wat zal veranderen,” zegt ze tijdens de rondleiding. Ik beschouw het als een positieve opmerking, maar merk dat dit niet voor alle aanwezigen opgaat.

“Voor ons pakt het beleid minder goed uit,” vertelt Jørgen den Houting, die in Sciencepark woont, een paar dagen later op de stoep van de Lidwinaschool. “Wij hadden voorrang op alle scholen in de Watergraafsmeer. Daarvan zijn er nu nog maar drie over, waarvan twee enorm populair zijn. Wij hebben geen voorrang meer op de Lidwina, een school met veel plaatsen.” Door het nieuwe systeem heeft Den Houting ook voorrang op een aantal scholen rondom mijn huis in de Indische Buurt.

Bij de zes scholen die het dichtst bij mijn huis zijn, zie ik mij, hoogopgeleide vader met zo’n ellendige bakfiets, niet op het schoolplein staan. De reden: ze zijn niet of nauwelijks gemengd. Zonder twijfel zijn de leraren daar koningen in het wegwerken van taalachterstand, maar dat is niet wat mijn kinderen nodig hebben.

Bij de zes scholen die het dichtst bij mijn huis zijn, zie ik mij, hoogopgeleide vader met zo’n ellendige bakfiets, niet op het schoolplein staan. De reden: ze zijn niet of nauwelijks gemengd. Zonder twijfel zijn de leraren daar koningen in het wegwerken van taalachterstand, maar dat is niet wat mijn kinderen nodig hebben.

Bovendien stuurden mijn ouders mij in de jaren tachtig naar de vrije school, wat mij ruim drie jaar achterstand en talloze bijlessen opleverde. Experimenteren met onderwijs is dus niets voor mij.

De meeste ouders die ik in de buurt spreek, zijn een beetje ongelukkig met het stedelijke toelatingsbeleid, maar het is opvallend dat geen van hen echt verontwaardigd is. Eerder benadrukken ze dat het postcodebeleid hun beter uitkwam, omdat ze er meer grip op hadden.

“De oude situatie was heel ondoorzichtig,” licht Lieftink toe. “Ouders schreven zich vaak op meerdere scholen in en iedereen had zijn eigen toelatingsbeleid. Er werd druk gelobbyd voor een plekje en in sommige gevallen zelfs met geld geschoven. Geregeld was er voor mensen op een school om de hoek geen plaats, doordat ze de verkeerde postcode hadden. Dat is nu voorbij. We hebben veel onderzoek gedaan en vooral uit het perspectief van de ouders een nieuw systeem gemaakt. Voldoende keuzevrijheid en een school in de buurt is het streven.”

“Een voor iedereen optimaal systeem bestaat helaas niet; het voordeel voor de een blijft een nadeel voor de ander. Maar nog nooit was het zo eerlijk en ik verwacht dat meer mensen op de school van hun eerste keuze komen en dat er minder hoeft te worden geloot.”

Behalve de montessorischolen in de buurt heb ik uiteindelijk nog twee gemengde scholen gevonden. De Piet Hein is de winnaar,maar die is populair en ligt te ver van mijn huis. De andere, de Frankendaelschool, heeft onze sympathie, al is hij christelijk en hebben ze de woensdagmiddag afgeschaft.

Welke school ik op één zet? Geen idee.

Waarschijnlijk ben ik tot de deadline volgende week dinsdag hopeloos verstrikt in een strijd tussen tussen hart, rede en strategie.

Hoe werk het toelatingsbeleid?

Een ouder mag zijn kind nu voor elke school in Amsterdam aanmelden. Je krijgt echter maar op acht scholen in de buurt voorrang, waaronder tenminste twee bijzondere (lees: christelijke) en twee openbare scholen. In plaats van postcodes staat nu de loopafstand van huis tot school centraal.

Een ouder mag zijn kind nu voor elke school in Amsterdam aanmelden. Je krijgt echter maar op acht scholen in de buurt voorrang, waaronder tenminste twee bijzondere (lees: christelijke) en twee openbare scholen. In plaats van postcodes staat nu de loopafstand van huis tot school centraal.

Je levert een top tien van scholen in bij de school van je eerste voorkeur. Na de plaatsing van broertjes en zusjes, kroost van schoolmedewerkers en kinderen die al op de voorschool zitten die hoort bij de school, worden de kinderen geplaatst die voorrang hebben. Daarna volgen de kinderen die de school als tweede voorkeur hebben et cetera. Pas daarna komen kinderen in aanmerking die geen voorrang hebben.

Het stedelijke toelatingsbeleid begint volgend schooljaar. Op 10 maart is de eerste inschrijfdeadline voor ouders met kinderen die zijn geboren tussen 31 juli en 31 december 2011.

De vluchtelingenopvang

2014_7_VluchtelingenkampPieter-Bas van Wiechen runt samen met zijn vriendin Sophie, Dima (2,5) en Ramses (0) een Bee-zonder-Bee in Amsterdam-Oost. In de PS doet hij deze zomer verslag van de avonturen in en om hun huis. Aflevering 7: “De vluchtelingenopvang”

Twee kleine mannetjes met zonnebrillen in hun haar. “Italië?” wil ik van mijn nieuwe gasten weten. “Bijna goed, Portugal dat ligt ook in Zuid-Europa, maar dat is voor jullie toch allemaal hetzelfde…” sneert Angelo met een vriendelijke grijns op zijn gezicht. Even wil ik tegensputteren dat ik mijn topografie heus wel op orde heb maar mijn gast ontneemt me de ruimte. “Ik woon nu drie jaar in Noorwegen en vrijwel iedereen denkt dat ik een pizzabakker ben.”

Angelo is samen met Simao in Amsterdam. Angelo woont en werkt in Oslo terwijl Simao in Zurich zijn geld verdient. De twee Portugezen trekken al sinds de middelbare school met elkaar op maar ze zien elkaar tegenwoordig alleen in het buitenland. “Op neutraal terrein want thuis wil iedereen constant wat van ons,” zegt Simao

“Wij zijn fantastische probleem oplossers en zeer gewilde huwelijks partners,” vult Angelo aan in vlekkeloos Engels. Even denk ik te maken te hebben met een beroemd Portugees duo maar de waarheid blijkt minder spannend. “Wij zijn een van de weinigen uit onze stad met een geslaagde baan in Noord-Europa…”

Angelo en Simao maken deel uit van een groeiende stroom Zuid-Europeanen die hun kans schoon zien in het Noorden van Europa. Bij ons in de speeltuin klinkt steeds meer Frans, Spaans en Italiaans. Allemaal roepen ze hetzelfde: “Als ze maar niet denken dat ik ooit terug ga…” Onze gasten zijn ook hoog opgeleid maar zonder toekomst in eigen land. “Ik kan daar misschien wel een baan vinden maar belabberd betaald en niet op mijn niveau,” vertelt Simao en hij begint een klaagzang over het Portugese systeem dat muurvast zit in zijn eigen achterhaalde traditie. “Doe mij maar Scandinavië, ondanks het weer.”

Een week na het Portugese duo, staan twee Spaanse dames bij ons op de stoep. Ze hebben onze Bee-zonder-Bee voor tien dagen geboekt. Bij binnenkomst blijkt communiceren lastig maar met handen en voeten en het zo Spaans mogelijk uitgesproken Frans van Sophie komen we een eindje. Martina en Carla komen uit een dorp bij Barcelona en ze zijn rond 45 jaar oud. Martina schuift een briefje naar me toe. “We go here.” Er staat het adres van een taalschool in West op. “We learn English for work outside Spain.”

De hele week staan Martina en Carla vroeg op en komen ze laat thuis. Als ik vraag hoe de cursus vandaag was, gebaren ze met een glimlach dat ze moe zijn en verdwijnen ze naar boven met stapels huiswerk. Na tien dagen vertrekken ze. Sophie en ik zwaaien samen uit. De dames brabbelen ronduit en laten ons een certificaat zien. Enthousiast roepen we “yes!”, feliciteren ze en zeggen dat het zo leuk was om ze te gast te hebben. Als de deur dicht valt, kijken Sophie en ik elkaar aan. “Heb jij een woord verstaan van wat ze zeiden?”

Rintje op spitzen

Gisteren las ik het droevige bericht dat tekenaar Sieb Posthuma is overleden. In 2009 interviewde ik hem nog over zijn decorontwerp voor Coppelia. Hier, als in memoriam, het interview dat ik schreef voor een lesbrief van het Nationale Ballet:

Een decor ontwerpen voor een balletvoorstelling. Dat is al jaren een droom van tekenaar Sieb Posthuma. En dus ging hij met een stapeltje tekeningen langs bij Het Nationale Ballet. Nu, drie jaar later is zijn droom uitgekomen en kan Sieb naar zijn eigen tekeningen kijken, enorm uitvergroot en in 3D.

Coppelia_SiebEen blik op het decor van Coppélia zal bij veel bezoekers een bel doen rinkelen. Je herkent de tekenstijl maar waarvan? Het antwoord zou best de hond Rintje kunnen zijn. Al negen jaar tekent Sieb de avonturen van dit zwerfhondje voor NRC Handelsblad.

U maakt met Coppélia uw debuut als decorontwerper. Waarom was dat een wens?

“Ik ga al van jongs af aan naar theater en ballet. Ik wilde daar wat mee doen. Voorstellingen die veel weg hebben van een sprookje sluiten goed aan bij mijn stijl.”

Is het niet lastig om zo groot te moeten tekenen terwijl je gewend bent op een A4-tje te werken?

“Je moet niet denken dat ik zelf met een enorme kwast heb staan schilderen. Ik heb het ontwerp gemaakt en de decorbouwers van Het Muziektheater hebben die vergroot. Het was heel bijzonder om te zien dat deze mensen mijn tekenstijl zo precies konden namaken.”

Maar blijft je oorspronkelijke tekening dan wel overeind?

“Dat valt best mee, in een tekening zijn vooral de verhoudingen belangrijk. Als die kloppen, blijft wat je maakt overeind. Dat heb ik al gemerkt bij de verkleining voor de kinderpostzegels die ik ontwierp en dat zie ik nu met de vergroting in het theater.

Wat is het hoogtepunt van uw ontwerp?

“Er zijn vele hoogtepunten maar het leukste vond ik het tekenen van absurde machines die niet kloppen. Als Zwaantje en haar vriendinnen het laboratorium van dokter Coppelius doorzoeken, komen ze allerhande apparaten tegen. In het begin zijn die vrij braaf maar ze worden steeds grimmiger. Op een gegeven moment zie je losse ledematen en kom je erachter dat Coppelius ook een duistere kant heeft.”

Dan valt mijn oog op een hondenmand in de hoek van het atelier. Gebruik je die ter inspiratie wil ik weten. “Nee hoor, dat is de mand van Rintje,” zegt de striptekenaar lachend. “Hij bestaat echt en ik moet hem iedere dag uitlaten.” Sieb blijkt toch erg dol op zijn eigen hond want Rintje maakt in Coppélia zijn balletdebuut. “In de voorstelling dansen twee kinderen een klein verhaaltje over twee hondjes die elkaar eerst niet mogen en uiteindelijk toch vriendjes worden. Dat zijn eigenlijk Rintje en zijn vriendinnetje Henriëtte.”

 

Coming out van een orgelfetisjist

Toen ik een jaar of zeventien was pakte ik met een vriendin op mijn zolder een oude hobby op: radio-tje spelen. Zwaar onder invloed van een met Theo & Thea doordrenkte jeugd (en een fles rode wijn) waanden we ons een klef Avro-programma, een beetje ‘radio 2 na middernacht’. De jingles en achtergrondmuziek nam ik door dezelfde als microfoon dienstdoende hoofdtelefoon op.

2014_Orgelvreten PB_NG-1 kopiefoto: Nichon van Glerum

Het waren de jaren dat iedereen aan de CD’s was en platen overal voor een appel en en ei te krijgen waren. Een beetje vanuit mijn liefde voor kitsch was “Hammond-a-Gogo” van James Last in mijn collectie terecht gekomen. Deze bovengemiddeld ranzige vertolkingen van jazzstandards speelden een leidende rol in onze late-night show. We bedachten er zelfs een fictieve Hammondorganist bij.

We maakten plannen voor de radioshow en dus begon ik uit bakken allerhande Hammondplaatjes te verzamelen. Het gevarieerde, maar vrijwel altijd heftig dichtgesmeerde geluid van het orgel ging met de jaren steeds meer in mijn systeem zitten. Zoals die machtige machine kan smieren, ronken, gieren, brullen en proesten. Wauw!

Ik vond pikante Italiaanse filmmuziek en even later ook Hammondjazz van helden als John Big Patton, Jimmy Smith en Dr. Lonnie Smith. Heimelijk droomde ik steeds vaker van om mijn contrabas en basgitaar aan de wilgen te hangen om zo’n smerig monster te leren bedienen. Bovendien kun je op een Hammond ook buitengewoon goed bassen: met je – liefst blote – voeten. Had ik dan veel te laat mijn muzikale roeping gevonden?

Stiekem bekeek ik urenlang de huiskamerorgels in diverse kringloopcentra, in de hoop er ooit een echte Hammond te vinden. Ik liet mijn vingers over de toetsen glijden en hoorde van binnen zo’n typisch hakkelend glissando uiteindelijk eindigen in een loeiend hoogtepunt. Maar ik vond geen Hammond en zo’n ander orgel dat misschien een beetje op een Hammond lijkt? Die hoorde volgens mij naast het aquarium in woonkamers met bloemetjesgordijnen en zijn toch niet hetzelfde als een echte vleugel, een viool of een mooie spaanse gitaar? Nee, het gaat om het echte Hammondorgel, anders niet.

Wat is mooier dan een Hammondorgel? Twee Hammondorgels! Op naar Orgel Vreten dus. Tijdens de zinderende orgelmis beuken, raggen en beroeren Thijs Schrijnemakers en Darius Timmer hun orgels, er vliegen zelfs regelmatig toetsen door de lucht. Na afloop staar ik verslagen naar het toneel. Als ik ooit een Hammond wil proberen is dit het moment… Wijfelend vraag ik Thijs of ik een keer zo’n Hammond glissando mag maken. “Natuurlijk!,” zegt Schrijnemakers met een Brabants accent.

Even later zit ik op het bankje. Schrijnemakers legt uit dat ik mijn vingers over de toetsen moet laten glijden en dan op een punt stoppen. Ik doe het terwijl de meester zelf de register bediend. Wat? Ben ik dat? Breng ik dit zwanger gierende geluid voort? Ik voel een blos op mijn wangen komen en wil het uitschreeuwen. Ik voel hoe de Hammondgeest in mij komt, ik heb mijn Lesley gevonden en ben bekeerd. Maandag na het festival begint mijn orgeljacht!

Orgel Vreten – De wederopstanding
21 en 22 juni 11.00 en 14.00 uur, locatie 31 Cafe Groene Weide – Oost, €13
Orgel Vreten
21 juni 23.00 uur, Westerkeyn, vrij toegankelijk met polsbandje

Tekst Pieter-Bas van Wiechen
Foto Nichon Glerum