Tagarchief: Nederland-België

“Je kunt geen wegen tot de oneindigheid aanleggen.”

Vlaams minister van Verkeer Hilde Crevits heeft het niet makkelijk. Wie in haar gebied even echt flink op het gaspedaal drukt, rijdt binnen onafzienbare tijd over andermans grondgebied. Wallonie, Brussel en Nederland zijn nooit ver weg. Dus gaat Crevits er prat op goede relaties te hebben met haar collega’s. Duidelijk goed gemutst laat ze weten: “Ik ervaar dat elke dag.”

210 kilometer. Dat is de afstand die minister Hilde Crevits (1967) elke dag weer aflegt om van haar huis naar haar kabinet (Vlaams voor ministerie) in Brussel te komen. 105 kilometer werken en bellen heen, 105 kilometer werken en bellen terug, want christen-democratische politica woont nog altijd in haar geboorteplaats Torhout.

Elke dag op en neer, en Crevits doet dat niet om als minister de staat van de wegen te controleren. Nee, als een een echte Vlaamse politica is ze stevig verankerd in haar eigen regio. Ze is er geboren en getogen en begon er haar politieke carriere. Nog altijd is ze naast minister ook gemeenteraadslid in de kleine gemeente onder de rook van Brugge.

De Vlaming en de kerktoren van de plek waar ze ter wereld kwamen, het blijft een onverslaanbaar duo. Over de vraag welke weg de minister zelf het meest koestert, hoeft ze niet lang na te denken: “De E403 van Kortrijk naar Brugge met afrit Torhout, dat is mijn afrit naar huis,” klinkt het resoluut. “Ik heb deze afrit al op alle mogelijke uren van de dag gezien, in het donker, in de opgaande of ondergaande zon en ook al in de regen en de mist. Het is hetzelfde maar toch telkens anders… en het is ook wel telkens thuiskomen.”

(foto: www.hildecrevits.be)

In de volksmond mag Crevits dan minister van verkeer genoemd worden, officieel prijkt er ‘mobiliteit en openbare werken’ op haar visitekaartje. Behalve van snelwegen, op- en afritten en strooizout is ze ook minister van “Busje komt zo” zoals ze het zelf typeert. Openbaar vervoer dus. Om alles ingewikkeld te houden is ze niet de enige met een dergelijk ambt in Belgie. De federale regring van het land, Brussel en Wallonie hebben ieder hun eigen mobiliteitsminister.

Een Vlaams minister van verkeer. Het zal vooral onze Nederlandse lezers wat vreemd in de oren klinken. Heeft een klein land als België niet genoeg aan een Belgische minister van verkeer?
“Mijn bevoegdheden mobiliteit en openbare werken zijn ruimer dan de investeringen in wegen alleen. Tot mijn pakket behoort ook het openbaar vervoer, havens, regionale luchthavens, bruggen, waterwegen, verkeerseducatie, kustverdediging… Vlaanderen staat voor grote uitdagingen door zijn specifieke situatie: heel veel lintbewoning, veel verstedelijkte gebieden die kort op elkaar liggen, enkele grote economische poorten met een invloed op de mobiliteit… Deze specifieke (grondgebonden) situatie vraagt ook een gerichte aanpak en die doen we via het Vlaamse mobiliteitsbeleid.”

Toch kunnen bussen, wegen en stranden niet praten en hebben dus weinig met taal te maken. Bovendien: zowel Wallonië als Vlaanderen hebben toch belang bij een goed en op elkaar aangesloten wegennet. Levert dat echt geen (verkeers)opstoppingen op?
“Er zijn gemeentewegen en gewestwegen. En tot voor kort waren er ook nog provinciewegen. Net zoals in andere federale staten zoals Duitsland en Zwitserland zijn er in België een aantal bevoegdheden overgeheveld van de federale staat naar de gewesten. Maar wees gerust, onze wegen en ons openbaar vervoernetwerk sluiten op elkaar aan. Dat ervaar ik zelf elke dag.”

Hoe liggen de verhoudingen tussen de Belgische staatssecretaris van mobiliteit en u als Vlaams minister?
“Mijn relatie met mijn federale collega, staatsecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe, is uitstekend! We hebben ook regelmatig overleg. Ook met mijn andere collega’s van het Brussels en Waals gewest heb ik contact.”

De grootste uitdaging van iedere minister van verkeer is om iets te doen aan de grootste frustratie van de automobilist: de files. U heeft er vast wel eens over nagedacht, enig idee hoe dit probleem op te lossen zou zijn?
“Er is geen simpele oplossing voor de files. Het vereist een integrale aanpak. Uit een recent verplaatsingsonderzoek blijkt dat alle Vlamingen samen zo’n 21 miljoen verplaatsingen per dag doen. We nemen de auto voor ruim tweederde van alle verplaatsingen. Opmerkelijk is dat bij de helft van de mensen die op maximaal 5 km van hun werk wonen, toch de auto gebruiken. Hier is nog een groot potentieel voor de fiets. De huidige cijfers geven stof tot nadenken over hoe we in de toekomst gaan verplaatsen. De bevolkingsgroei, de vergrijzing en de daling van het aantal mensen per gezin zullen er enkel voor zorgen dat we ons nog meer gaan verplaatsen. We kunnen geen wegen tot in de oneindigheid aanleggen.

“In beleid zet ik nu in op verschillende sporen: investeren in fietspaden om meer mensen op de fiets te krijgen, net zoals in Nederland, waar er een echte fietscultuur is. Verder wil ik het openbaar vervoer meer vraaggestuurd maken en om de doorstroming op de weg te verbeteren wil ik zogenaamde slimme wegen aanleggen. Dat kan met dynamische borden zodat de weggebruikers over accurate info beschikken en hun traject kunnen aanpassen.

“Ook wil ik een aantal missende verbindingen aanleggen. Tegen het einde van mijn legislatuur moeten er zes in uitvoering zijn: Noord Zuid Kempen, Noord Zuid Limburg, derde scheldekruising in Antwerpen, de A11 naar Zeebrugge, N60 rondweg in Ronse, vervollediging van de zuidelijke tak van de R4 in Merelbeke.”

Waar liggen in de nabije toekomst de andere grote uitdagingen in het Vlaamse verkeer?
“Infrastructuur moet sterk, veilig en slim zijn. Ik ben gestart met een grote inhaaloperatie om de onderhoudsachterstand in te lopen. De autosnelwegen wil ik weer in goede staat hebben tegen 2015, de gewestwegen tegen 2020. Gevaarlijke kruispunten worden systematisch aangepakt, zodat ongevallen dalen. Verder streef ik naar een juiste verhouding tussen fiscaliteit en prijs. Rond 2013 willen we een kilometerheffing voor vrachtwagens invoeren. Voor personenwagens willen we een vergroening van de autofiscaliteit op basis van milieucomponenten van de auto’s.

“Tot slot wil ik inzetten op multimodaliteit. Als we ons verplaatsen moeten we niet exclusief kiezen voor het ene of het andere vervoersmiddel, maar voor een combinatie. Daarom moeten er naadloze overstappunten voor personenvervoer komen, van fiets naar trein, bus en/of auto.”

(foto: www.hildecrevits.be)

Nederland
Spannender dan de interne Belgische mobiliteitsverhoudingen is wellicht de relatie met Nederland. De Vlaamse en Nederlandse regeringen steggelen wat af. Nederland doet moeilijk over ontpolderen in Zeeland en Vlaanderen jaagt de Nederlandse automobilist op kosten door een wegenvignet in te voeren. Hoog tijd de Vlaamse minister te vragen naar de verhoudingen met het buurland.

Heeft u regelmatig contact met uw Nederlandse collega?
“Sinds de vorming van de nieuwe Nederlandse regering heb ik al een paar keer minister Melanie Schultz van Haegen ontmoet onder andere over de nieuwe sluis van Terneuzen. De gesprekken zijn zeer constructief.”

Ik begrijp dat u hier een diplomatiek antwoord geeft maar toch zijn er nogal wat zaken die niet helemaal soepel lopen. Denk maar eens aan de ijzeren rijn, de Hedwigepolder en het wegenvignet. Waarom zitten de twee buurlanden elkaar op dit gebied eerder dwars dan dat ze elkaar sterker te maken?
“Kijk, ieder heeft in elk dossier zijn eigen aandachtspunten. En daarover moeten we samen tot een vergelijk komen. En dat proberen we te doen door constructief met elkaar te overleggen.”

CV Hilde Crevits

1967 geboren te Torhout

1985-1990 studie rechten in Gent

2000-2004 provinciaal raadslid CD&V, West-Vlaanderen

2001-2007 eerste schepen (wethouder, red.) in Torhout

2004-2007 Parlementarier Vlaams parlement

2007-2009 Vlaams minister van openbare werken, energie, leefmilieu en en Natuur

2001-heden gemeenteraadslid Torhout

2009-heden Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken

Hilde Crevits is getrouwd met architect Kris Devolder. Het stel heeft twee kinderen.

Allez Congo in de polder

In België werd uitgebreid stilgestaan bij de vijftigjarige onafhankelijkheid van Congo, het Afrikaanse land dat van 1885 tot 1908 privébezit was van de Belgische koning Leopold en dat daarna nog 52 jaar een officiële Belgische kolonie was. De Brakke Grond stelde tijdens het festival Allez Congo! ‘zijn’ oud-kolonie voor aan de Nederlanders.

De Brakke Grond was begin september even het Kinshasa van het Noorden. In het café klonk Afrikaanse muziek, er werd bananenbier in plaats van trappist geschonken en op het menu maakte stoofvlees plaats voor kip met rijst, pindasaus en gebakken banaan. Niets bijzonders zou je zeggen; het Vlaams Cultuurhuis vierde de vijftigjarige onafhankelijkheid van kolonie Congo in stijl, met cultuur én eten.

Toch is die pindakip unieker dan op het eerste gezicht lijkt. De van oorsprong Indische nasi goreng wist het in Nederland te schoppen tot nationaal gerecht en is in elk Hollands gezin van Den Helder tot Vaals bekende kost. Maar een oer-Vlaamse moeder in Gattegem? Die serveert geen Congolese maaltijd alsof het de normaalste zaak van de wereld is, want ‘den Congo’ is in de Belgische samenleving veel verder weg dan de (voormalige) overzeese gebiedsdelen dat in Nederland zijn.

Vijftig jaar onafhankelijk Congo wordt in Vlaanderen gevierd met een dozijn nieuwe boeken. ‘Toch heeft de herdenking veel weg van een vorm van exotisme en lijkt ze ook een soort herdenking van de staat België te zijn’, meent David Van Reybrouck tijdens het boekenprogramma op zondagmiddag. Met deze opmerking zette de schrijver van het lijvige werk Congo, een geschiedenis de toon van het debat, dat vooral ging over verschillen in koloniale geschiedenis tussen Nederland en België. Congo-kenners Van Reybrouck en journalist Koen Vidal vonden in Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, een waardige deskundige van Nederland overzee. ‘Nederland had zijn koloniën langer en investeerde meer in het land en de mensen’, weet Oostindie. ‘België deed dat veel minder.’ Van Reybrouck beaamt dit; bij de onafhankelijkheid van Congo waren er slechts zestien Congolezen met een universitair diploma.

Ook anno 2010 zijn de historische verschillen tussen beide landen nog zichtbaar. In Nederland zijn de oud-koloniën overal in de samenleving aanwezig. Al is het maar omdat je op elke straathoek een Surinamer kunt tegenkomen. Natuurlijk, in Tervuren staat het Afrika Museum en in Brussel heb je de wijk Matongé, waar traditioneel veel Afrikanen wonen. Maar het is geen vergelijk. Waar de meeste Congolezen pas tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig naar België vluchtten, zag Suriname een derde van zijn bevolking al bij de onafhankelijkheid in 1975 naar Nederland trekken.

Toch is het koloniaal historisch besef van de Belg aan de beterende hand, zo viel te merken tijdens Allez Congo!. In de voorstelling A l’attentente du Livre d’Or van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en Campo zappen Congolese en Vlaamse acteurs in razend tempo tussen Congo en België, tussen het Frans en het Nederlands. De makers roepen Congolezen op niet meer te roepen dat alles wat nog functioneert Belgisch is, laten wrange teksten van Leopold II de revue passeren en laten vooral voelen dat je zelf ook een sleutel tot het succes van je land kunt zijn. Het complexe verhaal Congo-België gaat er bij de Nederlanders iets makkelijker in met het optreden van S.W.A.N., de bigband die het festival afsloot. Dansend genieten ze in de polder van deze stevige Vlaamse elektropop met Congolese invloeden.

De Nederlandse politiek als absurd fenomeen

Dat politiek in België en Nederland verschillen als dag en nacht heb ik in anderhalf jaar Brussel meer dan eens mogen ervaren. In Nederland werd vaak wat smalend naar België gekeken. Met puur leedvermaak werd er gesproken over het succes van het Vlaams Belang, de taalstrijd, de vallende regeringen, de vriendjespolitiek met zijn dienstbetoon en al die politici die in meerdere volksvertegenwoordigingen zitten en dat doodleuk combineren met  burgemeesterschap.

Groot was in Vlaanderen dan ook het plezier toen Balkenende aantrad als premier. Wat een dankbaar satire-object was deze stijve hark? Ik ben bij onze zuiderbuur niemand tegen gekomen die onze premier charismatisch vond. Balkenende zou in België al heel blij mogen zijn met een plekje op de achterbanken van een gemeenteraad.

De laatste tijd valt er voor de Vlaming en de Waal nog meer te smullen als het om de Nederlandse politiek gaat. Inmiddels hebben wij de PVV die het Vlaams Belang rechts inhaalt en blijkt Balkenende net zo min als Leterme in staat een regering bij elkaar te houden. ‘Ha ha!’ is de ondertoon. ‘ Eindelijk hebben wij ook ons leedvermaak over het noorden!’

Prutsende politici zijn altijd leuk maar deze week werden onze zuiderburen getrakteerd op een fenomeen dat in hun ogen wel heel goed past bij de soort humor waar ze van houden: het absurdisme. Vooral in Vlaanderen was het opstappen van Camiel Eurlings en Wouter Bos totaal onbegrijpelijk en bizar. Een politicus die opstapt voor zijn gezin? Een politicus die een andere (maatschappelijke) carrière kiest? Hoe is het mogelijk? Ze braken er hun hoofd over. Hoe combineren de eigen ‘polititiekers’ als Bart De Wever hun werk met gezin?

Een echt goede analyse kwam, hoe kan het ook anders, van Steven De Foer die als laatste Vlaamse correspondent van 1997 tot 2000 in Nederland woonde. De journalist van De Standaard schreef een scherpe analyse van het verschil tussen de Nederlandse politicus en Belgische. In België ben je politicus voor het leven, zo meent De Foer. Het is je beroep en als je een carrière-switch maakt, was er vast iets mis met je kennis en kunde. Wij Nederlanders zijn ook meer avonturiers en sneller geneigd een wild plan uit te voeren, zien we politiek als een tijdelijke baan en is het willen zorgen van je gezin niet klef.

Lees hier in De Standaard ‘Lekker met de kindjes spelen’ van Steven De Foer.

‘Leuven op Pluto’ met een Antilliaans tintje

Tja, vaste lezers van deze weblog vragen zich wellicht af waarom het de laatste tijd zo verschrikkelijk stil is… De reden hiervoor is simpel en een beetje dramatisch: sinds een maand wonen wij namelijk niet meer in Brussel maar hebben we onze ‘residentie’ weer in Amsterdam. Deze site blijft bestaan en wij denken na over de vorm die hij in toekomst gaat hebben.

Gelukkig blijven we België vanuit ‘Olland’ natuurlijk wel volgen. Dit weekend waren we in bijvoorbeeld in Hoogstraten. Dit anders zo rustieke Vlaamse stadje verandert eens per jaar voor twee dagen in een swingende Caribische stad tijdens de Antilliaanse Feesten. Luister hier naar een reportage die Pieter-Bas maakte voor de Surinaamse en Antilliaanse uitzendingen van de Wereldomroep en bekijk hier een aantal foto’s.

Toen we in de vroege ochtend uitgewerkt waren en terugkeerden naar de camping werden we warm toegezongen door een gezelschap uit Leuven. We pinkten een traantje weg en realiseerden ons meteen dat wij dan fysiek wel weg zijn uit het land maar in ons hart blijven we een beetje reserve Belg.

Exclusief voor Leven op Pluto de nieuwste sensatie uit Vlaanderen: de boyband Leuven op Pluto!

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=WvrcNghnthE&feature=channel_page[/youtube]

Nederlanders in Brussel

Normaal bericht Leven op Pluto alleen over België. Maar er zijn van die grensgevallen… In de aanloop naar de Europese verkiezingen maken wij namelijk reportages over de EU. Die verhalen spelen zich voor een deel af in Brussel.

Beluister hieronder een radioreportage die ik maakte voor het Vpro programma Visie Versa (Radio 1). Onderwerp: de vraag waarom jonge, ambitieuze Nederlanders vaak hun carrière beginnen in Brussel om daarna zodra ze kunnen voor Den Haag te kiezen. Luister hier:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=WMAKRPlqUNk&feature=channel_page[/youtube]

Leven op Pluto is op campagne

Leven op Pluto is deze dagen op campagne, in Nederland en Belgie. Onze eerste stop was Maastricht. Met groot materieel aan personen streek GroenLinks neer in de Limburgse hoofdstad. Partijleider Femke Halsema, scheidend europarlementariër Kathalijne Buitenweg en nieuwe lijstrekker Judith Sargentini. Na Helmond en Sittard waren ze zichtbaar een beetje uitgeblust in Maastricht. Ook de opkomst viel tegen. Vooral lokaal actieve GroenLinksers waren op de kopstukken afgekomen.


Toine Manders, VVD-kandidaat, doet het heel anders. Hij houdt een passercampagne met zichzelf in de hoofdrol. Hij begint in zijn eigen dorp Heusden en trekt van daaruit Brabant in, steeds een dorpje verder. Wie in Oost-Brabant van de snelweg gaat ziet overal het hoofd van Manders of je dat nu wil of niet. Ondertussen is de VVD-er zelf vooral op kroegentocht, overal spreekt hij mensen aan. Manders speelt man van het volk: aardig praatje hier, voorzichtige belofte daar. Hier zien we hem voor de Shoarma-tent in Someren met zijn ‘goede’ vriend’ de eigenaar.

In België wordt ook gestemd voor de gewesten. Veel politieke kopstukken staan op lijst, maar velen van hen zullen niet gaan zetelen als ze verkozen worden. Dat is in Belgie de normaalste zaak van de wereld. Ook hier stuiten we op een ego-campagne. Bert Anciaux, de huidige Vlaamse minister van cultuur, probeert inmiddels in een derde partij carriere te maken. Na de VolksUnie en Spirit/Vla Pro is hij nu sociaal democraat. In tegenstelling tot zijn partijgenoten staat het logo van de partij wel heel klein op het postertje. Waarschijnlijk zijn eigen idee maar misschien ook wel die van de partij. Als Bert Anciaux namelijk belangrijk wordt binnen de partij dan is het einde in zicht. Zowel de VolksUnie als Spirit/Vla Pro vielen uiteen toen Anciaux aan het roer stond.

Natuurlijk is ook het rechts populistische Vlaams Belang weer van de partij. Voor Vlamingen en tegen alles wat geen blanke Vlomse pit heeft (buitenlanders, Walen etc etc). Ze zijn nog steeds niet van hun bruine imago af. In Brasschaat hadden tegenstanders kleine snorretjes op de posters getekend, waar doen die ons toch aan denken?

Verhofstadt: Marijnissen moet op geschiedenisles

Guy Verhofstadt windt zich op

Guy Verhofstadt presenteerde dinsdag zijn nieuwe boek ‘De uitweg uit de crisis’ in het Europees Parlement. Erop af dus. Ik vroeg hem te reageren op recente kritiek van SP-er Jan Marijnissen. Die maakt Verhofstadt op zijn blog uit voor Godfather. Marijnissen vindt het onbegrijpelijk dat de ex-premier Europa wil veroveren terwijl hij in Belgie een zooitje achterlaat. Verhofstadt reageerde een beetje boos. Luister hier naar het fragment uit de persconferentie:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20090512_Guy1.mp3]