Tagarchief: radio

Alphonse en de Grote Oorlog

Dit is een portret van Alphonse Froidure, de overgrootvader van Sophie. Op zijn 34e sneuvelde deze Noord-Franse bierbrouwer in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Alphonse hield een dagboek bij over zijn leven als soldaat, tot op de dag van zijn dood.

Alphonse Froidure werd in 1914 opgeroepen voor het Franse leger. De reservist en vader van vijf diende na een korte training als soldaat in Lotharingen. Honderd jaar later reizen zijn achterkleindochter Sophie van Leeuwen en Pieter-Bas van Wiechen hem achterna en bewerken ze zijn dagboek tot een radiodocumentaire in twee delen en een twitterfeed (@alphonse1880).

Wie was hij? Stierf hij een heldendood? Of was hij deserteur?

Luister hier naar deel 1 (11 mei 2014, OVT Vpro Radio 1)

Luister hier naar deel 2 (18 mei 2014, OVT Vpro Radio 1)

download deel 1 of download deel 2

Au revoir Beatrix, au revoir…

En toen maakte Koningin Beatrix bekend dat zij de troon overdraagt aan Willem-Alexander. Het houdt onze zuiderburen ook bezig en dus ging Sophie in Amsterdam de straat op voor de RTBF. Luister hieronder vanaf 2 minuut 23 naar Sophie’s allereerste bijdrage voor de Waalse radio!

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20130128_2300_RTBF_premiere_nieuwsBea.mp3]

Geen Flash? download de audio

Levenslied van de ‘Zwarte Hazes’

Vijftien jaar lang leefde de in Amsterdam geboren Surinamer Herman Havertong op straat. In zijn leven vol ellende vond hij steun in zowel de Caribische reggae als het oer-Hollandse levenslied. Uiteindelijk kwamen die twee samen in de band Jah6. De overgang van een leven op straat naar een spotlight blijkt niet altijd even eenvoudig.

Herman Havertong werd net als volkszanger Andre Hazes geboren in De Pijp. Deze Amsterdamse wijk was in die jaren nog een echte volksbuurt. “We leefden als jeugd op straat,” vertelt Havertong. “En daar ging het er redelijk hard aan toe. Zeker als donkere jongen moest je uitkijken.”

Zwervend bestaan
Als jongen van de straat begon Havertong al jong de stad te verkennen. “Zo belandde ik al op negen jarige leeftijd op Wallen. Daar deed ik boodschappen voor de prostituees achter de ramen,” vertelt de zanger. “Dat klinkt heftig maar ik was daar veiliger dan in mijn eigen buurt. De mensen letten daar nog op elkaar.”

Ondanks oplettende dames van lichte zeden raakte Havertong toch op het verkeerde pad. Hij kreeg ‘verkeerde vriendjes’ en al snel begon hij zijn reis langs internaten, pleeggezinnen en opvangcentra door het hele land.

Het duurde lang voordat Havertong vaste grond onder de voeten kreeg. Pas sinds kort heeft hij een eigen woning in buurt van Amsterdam. “Daarvoor heb ik alle stadia doorgemaakt, van het leven op straat via begeleid wonen naar mij eigen hokkie nu.”

Zwarte Hazes
Het begon eigenlijk allemaal als een grapje. Jaren geleden zat Herman Havertong samen met zijn vriend Patrick Kuschel in Stichting Tai Hori in Deventer probeerde Amsterdamse levenliederen in reggaestijl te spelen.

“We zaten het gewoon uit te proberen en het bleek te werken,” vertelt Havertong. Jaren later belde Kuschel Havertong op voor een Bob Marley jamsessie met de in Nederland bekende reggaeband Beef. Havertong dacht aanvankelijk dat het een grap was, maar enige tijd later stond toch echt met die jongens op het podium.

Shanty-towns en Jordaan
“Aanvankelijk was Herman een beetje bescheiden,” herinnert zanger Pieter Both van Beef zich. “Hij stond ineens op het podium met ervaren muzikanten uit bandjes als Beef en Gotcha. Maar al snel bleek dat het goed zat. Aan het einde van de Marley-sessie zette iemand Zij gelooft in mij van Andre Hazes in en toen viel er iets enorm op zijn plek voor zowel Herman, als de band, als het publiek.”

Uit deze jamsessie is uiteindelijk de band Jah6 ontstaan. De band speelt levensliederen van Willy Alberti, Corry Konings en zelfs Ramses Shaffy. Maar centraal staat het repertoire van Andre Hazes. Door zijn eigenzinnige originele vertolking van Hazes’ repertoire kreeg Havertong al snel de naam ‘Zwarte Hazes’.”

“Het combineren van het levenslied en de reggae is eigenlijk als het combineren van de Jamaicaanse blues en de Nederlandse blues,” weet Both. “Het is muziek uit de shanty-towns op Jamaica en toenmalige de Jordaan in Amsterdam. Doordat het beide volkswijken zijn, hebben ze raakvlakken.”

Terugval
Ondanks het succes van Jah6 is de overgang voor Havertong niet altijd makkelijk. Hij speelt ineens met professionele muzikanten en raakte onlangs zijn stem kwijt waardoor de band een aantal optredens af moest zeggen. “Ik heb meteen zangles genomen en nu gaat het wel weer.”

Ook in zijn dagelijks leven loert het spook van terugval steeds opnieuw. “Als je tegenwoordig een keer vergeet je formulier op tijd in te leveren, raak je je uitkering al kwijt. Vroeger werd je nog gewaarschuwd…”

De overige bandleden proberen Havertong zoveel mogelijk te helpen. “Het is voor hem fantastisch dat hij erkenning krijgt en wij zijn ook gelukkig omdat het zo goed werkt. Jah6 draait om Herman”, zegt Both. “We zijn om hem na die ene jamsessie weer bij elkaar gekomen.”

Luister hieronder naar het radioportret van Herman Havertong:

Geen flash? download de reportage

De Klas van Coosje

Rosanne Phillipens, Jeroen van der Wel, Francine Schatborn en Janine Jansen. Een groot deel van de Nederlandse topviolisten en altviolisten begon met lessen bij muziekpedagoge Coosje Wijzenbeek. Vioolles van Coosje lijkt een garantie tot succes, maar dan moet je er ook wel wat voor over hebben. Wie bij haar aanklopt moet keihard werken. Ook als je maar vier of vijf jaar oud bent.

In de radiodocumentaire ‘De klas van Coosje’ portretteert Pieter-Bas van Wiechen de geliefde maar volgens sommigen ook Spartaanse vioollerares Coosje Wijzenbeek, die al vijftig jaar les geeft.

Voor mobiele luisteraars hier kun je de mp3 downloaden

Uitgezonden in het Vpro de Avonden (radio 6) op dinsdag 1 februari 2011.

Met dank aan: Coosje Wijzenbeek, Robin, Majoe, Alfred Koster, Lotje Ijzermans, Sophie van Leeuwen, Bas Wiegers en het Ricciotti Ensemble.

Missie: historische diamant veiligstellen

The Historical Gem, de historische diamant, zo probeert Sint Eustatius zich op de markt te zetten. Maar wordt er wel genoeg gedaan aan het behoud van het erfgoed? En hoe gaat dat veranderen nu het eiland een bijzondere gemeente van Nederland is geworden?

Wie voor het eerst op Sint Eustatius is, wordt er echt even stil van: zoveel historisch erfgoed op zo weinig vierkante kilometers. Het eiland heeft de geschiedenis werkelijk in ieder hoekje zitten. Waar je ook om je heen kijkt oude gebouwen of overblijfselen daarvan. De meeste dateren uit de achttiende eeuw, de tijd dat Sint Eustatius dagelijks tientallen schepen zag afmeren en het eiland bewoond werd door 10.000 mensen, een veelvoud van de bevolking nu. Het eiland was toen zelfs een periode belangrijker dan Curaçao.24_fortoranje

Bakstenen
De roemruchte periode die het eiland toen meemaakte, is ook af te lezen aan het grote aantal monumentale panden van baksteen die er te vinden zijn. Al die stenen kwamen er als ballast van schepen. En werden gebruikt als bouwmaterialen. Zelfs in het water vlak voor de baai zie je de fundamenten van de pakhuizen nog.

Het grote aantal monumenten op het eiland biedt kansen, maar ze vormen ook een zorg. Sint Eustatius is klein en moest tot voor kort rekenen op de inzet van vrijwilligers in het monumentenbeheer. Een van de drijvende, onbetaalde, krachten is Gay Soetekouw. De pensionado uit de Verenigde Staten probeerde er de afgelopen jaren alles aan te doen om de grootste bedreiging van The Historical Gem tegen te gaan: de afbraak van enkele panden met historische waarde.

Officiële monumentenstatus
“Veel erfgoed is in particuliere handen en bijna geen van de panden heeft een officiële monumentenstatus,” vertelt Soetekouw. “Een eigenaar kan er dan mee doen wat hij of zij wil. De eilandsregering wil hier ooit wel wat aan doen, maar erg snel zijn ze niet en ze hebben moeite met het implementeren van de regels om zo’n status mogelijk te maken. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en ben ik uit de monument foundation gestapt.”7_ruinespakhuizen3_0

Soetekouw maakt zich terecht zorgen over de monumentenzorg op het eiland. Ze heeft de verantwoordelijken hier regelmatig op aangesproken. Zonder veel direct resultaat. Toch is het ook de politiek op het eiland menens en nu komt er na jaren eindelijk een professionele directeur monumentenzorg naar het Statia: Walter Hellebrand.

Kaartenverzameling
Hellebrand is geboren en getogen op het eiland en studeerde daarna geschiedenis in Nederland. “Maar het eiland is nooit bij mij weg geweest,” vertelt hij in zijn Amsterdamse woning vlak voor vertrek. “Ik heb het gevoel dat ik naar huis ga.” Dat Hellebrand met zijn gedachten nog vaak op het eiland te vinden is, blijkt duidelijk in zijn woning. Alle muren zijn behangen met een imposante historische kaartenverzameling van de Nederlandse aanwezigheid overzee. Met daarin centraal natuurlijk zijn eiland: Statia. Zijn liefde is zelfs zo sterk dat hij enkele jaren geleden het nieuwe wapen van het eiland ontwierp.

“Sint Eustatius heeft de meeste monumenten per vierkante kilometer van het hele Caribische gebied,” weet de historicus. “Maar het is voor zo’n klein eiland enorm moeilijk om alles goed te regelen. Niets ten nadelen van de enthousiaste vrijwilligers maar het is goed dat ik er nu heen ga. Het regelen van monumentenstatussen is enorm ingewikkeld en kost veel tijd. Dat is voor iemand die dagelijks werkt gewoon niet te doen.”21_ruinespakhuizeninbaai

Bijzonder erfgoed
In totaal kan Hellebrand wel driehonderd gebouwen op het eiland bedenken die wat hem betreft monument zouden kunnen worden. Te veel om werkelijk te realiseren. Daarom wil hij beginnen met de allerbelangrijkste. “Toch ga ik ook mijn best doen om ook de hele bevolking zich bewust te laten zijn van hun bijzondere erfgoed. Ik hoop daarmee te bereiken dat ook mensen die een bijzondere plek bezitten, die geen monument is, het pand niet afbreken. Monumenten zijn vaak ook geld waard en dat weet niet iedereen.”

Luister hier naar Pieter-Bas’ radioreportage voor de Wereldomroep


Geen flash? Download de reportage dan hier

O Sweet Sint Martins Land

Met het strijken van de de Antilliaanse vlag en hijsen van die van Sint Maarten was het gedaan. De Antillen bestaan niet meer en Sint Maarten is nu een zelfstandig land in het Koninkrijk der Nederlanden. Of het de meeste mensen die op dit eiland wonen echt bezig houdt is de vraag. Bij de officiële ceremonie voor het Courthouse zaterdagavond waren wel een slordige 800 mensen aanwezig maar dat is een schijntje van alle zielen die op het eiland wonen, schattingen daarover lopen uiteen van 35.000 tot 70.000.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo&list=UUD32tdvjtlGJ6gwLzpge6fA&index=5&feature=plcp[/youtube]

Wie is de Sint Maartenaar en wat is zijn identiteit? Die vraag blijft ons bezighouden. Slechts de helft van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit en een nog kleiner deel (ca. 30%) is op het eiland geboren. Het was dus zoeken naar de echte Sint Maartenaar en om eerlijk te zijn waren wij er, in het wild, nog niet een tegen gekomen. Zaterdagavond toen ze eindelijk zelfstandig werden kropen ze uit hun holen. Zou de Sint Maartenaar dan toch bestaan? De ceremonie begon met het Wilhelmus waarvan opvallend veel mensen het eerste couplet kennen daarna horen we het volkslied van de Nederlandse Antillen instrumentaal want niemand kent de tekst. Op het moment dat de eigen driekleur naar boven gaat schalt het “o sweet sint martinsland” uit werkelijk waar alle kelen. Liever Sint Maarten dan de Nederlandse Antillen dus.

Wie een impressie wil horen van deze ceremonie luistert hier naar de speciale uitzending van de Wereldomroep. Of hieronder naar de reportage die ik maakte voor BNR Nieuwsradio, inclusief een interview met de officiële vertegenwoordiger van Nederland Demissionair minister Hirsch-Ballin:

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Oranje afwezigheid

Geen leden van de Koninklijke familie op de bovenwinden vandaag. Maxima en Willem-Alexander brengen deze dagen een bliksembezoek aan aan Curaçao en zeggen officieel geen tijd te hebben voor een rondje langs alle eilanden. Je kunt je afvragen wat er dan belangrijker was dan een bezoek aan de Caribische eilanden. Het Koningshuis is hier echt mateloos populair een kort bezoekje of het sturen van andere familieleden zou meer eer gedaan hebben aan dit voor de Antillen zo belangrijke moment.

Het is sowieso wat karig gesteld met de Nederlandse interesse in de eilanden. Al jaren vraag ik vrienden of ze de onze rijksdelen overzee op kunnen noemen, vaak met beschamend resultaat. Wat er op 10-10-10 ging gebeuren was al helemaal een vraag te ver. Curaçao zou onafhankelijk worden en alle eilanden werden deel van Nederland waren variaties die er met moeite uitkwamen. In de media is het niet veel anders. Bij de NOS kon er met moeite een uurtje televisie vanaf, niet live natuurlijk en vooral vanaf Curaçao want ‘dat kennen de mensen.’

Voor mijn reis probeerde ik aan diverse media verhalen te verkopen maar echt veel interesse was er niet. “Ik ben alleen geïnteresseerd in het aantal zonuren en de bierprijs op de eilanden,” was de reactie van een hoofdredacteur van een zichzelf kwaliteitskrant noemend medium. Toen 10-10-10 toch het nieuws leek te gaan halen, stond mijn telefoon even roodgloeiend. Het buitenland uur van de Vpro op radio 1, dat eerder voor mijn bijdrage had bedankt, kwam erop terug. “Eigenlijk weten we bizar weinig van de eilanden,” gaf een redacteur ruiterlijk toe. In allerijl, op het laatste moment werd het toch nog het onderwerp van de uitzending.

Beluister de reportage hier:


(geen flash? Download de reportage dan hier.)

Wie echt nieuwsgierig is kan hier ook nog naar de hele uitzending van Bureau Buitenland van de Vpro, luister dan hieronder. Hoofdgast is historicus Gert Oostindie, gebeld wordt er met mijzelf op Sint Maarten en mijn Wereldomroepcollega’s Belkis Osepa (Bonaire) en Rene Roodheuvel (Curaçao):


(Geen flash? Download de uitzending dan hier.)

Sint Maarten is een land geworden

Onafhankelijk zijn ze nog niet, maar vannacht om 00.00 op 10-10-10 werd Sint Maarten een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Zie hier een kleine impressie:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo[/youtube]

Luister hieronder ook naar de reportage over de viering die Pieter-Bas maakte voor de Caribische redactie van de Wereldomroep:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20101010_RNWcar_repo_sxm_feest.mp3]

Wachten op een helikopter

Een eindeloze reeks delegaties en bewindspersonen bezocht de afgelopen jaren Statia, Saba en Bonaire. Ze beloofden veel maar niet alles kwam op tijd. Het A.M. Edwards Medical Centre op Saba wacht nog steeds op een traumahelikopter. “Die is ons beloofd voor 10 oktober, maar we hebben nog niets gezien.”

Het is een operatie op zich om op Saba, Statia en Bonaire een goede gezondheidszorg uit de grond te stampen. De kleine eilanden liggen relatief geïsoleerd en zijn voor de meeste gespecialiseerde hulp aangewezen op de grotere eilanden in buurt. Voor Saba en Statia is dat vooral Sint Maarten, voor Bonaire Curaçao. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen toch op het eigen eiland kunnen worden behandeld, worden de medische centra op de eilanden stevig verbeterd.

“Iets dat we hier dus echt hard nodig hebben is spoedvervoer,” zegt Joke Blaauboer. De Nederlandse arts woont al vier jaar op Saba en is per 10 oktober de nieuwe directeur van het Sabaanse ziekenhuis. “Het vliegveld is ‘s nachts en bij slecht weer gesloten. Maar ook dan zijn er mensen die met spoed naar Sint Maarten moeten. Demissionair minister van Verkeer Eurlings heeft ons beloofd dat de helikopter er per 10 oktober zou zijn. We wachten nog steeds.”

De traumahelikopter staat boven aan het verlanglijstje van het ziekenhuis. Er wordt hard voor gelobbyd. Veel andere verbeteringen kunnen pas na 1 januari 2011 plaatsvinden. Op die datum wordt het Sabaanse ziekenhuis geprivatiseerd en kan het direct zaken doen met het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid. Toch heeft de patiëntenadministratie al zijn eerste stappen op weg naar automatisering gezet. Ook is er een digitaal röntgenapparaat, een nieuwe, moderne tandartspraktijk en de ambulances zijn opnieuw ingericht.”

Nederlandse delegaties
De eerste stappen zijn dus gezet. Maar de talloze delegaties uit Nederland hadden wisselend succes. “Soms was het wel wat veel,” vertelt Blaauboer. “Je kwam dan nauwelijks aan je echte werk toe. Soms hadden ze goede ideeën, terwijl je ook weleens het gevoel kreeg dat ze het specifieke karakter van het eiland niet helemaal begrepen. We zitten hier natuurlijk wel in een heel andere cultuur waar veel al jaren op een andere manier gaat. Je kunt daar niet zomaar een Nederlands raamwerk op leggen en je moet de eilandcultuur respecteren.”

De Sabaanse hoofdzuster Noami Wilson is al dertig jaar werkzaam aan het ziekenhuis en heeft al zoveel veranderingen meegemaakt, dat het voor haar tot op dit moment wel meevalt. “Ik weet nog dat we niet eens röntgenapparaat hadden. Vroeger waren er maar vijf verpleegsters en draaide ik vaak alleen dienst. Je moest alles doen. Wassen, eten maken enzovoort. Nu zijn we altijd met twee man. In de toekomst zullen we ook meer aan huis gaan werken.”Van de veranderingen rond 10-10-10 heeft hoofdzuster Wilson nog niet veel gemerkt. Natuurlijk, er is een nieuw computersysteem en een nieuw röntgenapparaat. ” Maar we wachten bijvoorbeeld op nieuwe ziekenhuisbedden. Die zijn echt broodnodig. Ik weet dat we daarvoor geduld zullen moeten hebben. In ieder geval tot na 1 januari.”

Luister hier naar de reportage voor de Wereldomroep:

[audio:http://www.levenoppluto.nl/audio/20100109_gezondheidszorg_saba.mp3]