Tagarchief: sport

Op de koffie bij Contador

Jendelo Paula en Alistair Monte hadden donderdag de ontmoeting van hun leven: de twee Curaçaose wielertalenten hadden ruim twintig minuten een exclusief gesprek met de tourwinnaar van 2007 en 2009 en de grote favoriet voor 2010: Alberto Contador.

In Rotterdam start zaterdag de belangrijkste wielerkoers van het jaar de Tour de France. In de Maasstad verkennen de coureurs het parcours, zoeken wielerfanaten een laatst overgebleven slaapplaats en zet de politie de route uit. Voor de hotels hangen hongerige fans en journalisten in de hoop een glimp op te vangen van grootheden als Contador, Armstrong of Geesink.

Wachten was niet nodig voor Paula en Monte. Als logés en speciale gasten van Leo van Vliet, de Nederlandse Bondscoach van de wegrenners en organisator van de Amstel Race op Curaçao, konden ze gewoon doorlopen. Niet veel later zaten ze tegenover hun held Contador. “We hebben zeker twintig minuten met hem gepraat over de route van de Ronde van Frankrijk en hoe hij zich voorbereidt,” vertelt Monte. “Het was een bijzondere ontmoeting.”

Prijs
Monte en Paula wonnen hun reisje naar Rotterdam door hard te fietsen. “Jendelo heeft tijdens de laatste Amstel Curaçaorace de jongerenprijs gewonnen,” vertelt Monte. “Ik had het geluk mee te mogen.”

Het duo is al enkele dagen in Nederland en maakte van de gelegenheid gebruik om te trainen met enkele ervaren vrienden van Leo van Vliet. De komende dagen zullen de jongens de proloog en de eerste etappe van De Ronde van Frankrijk volgen. Ooit hopen ze beiden zelf te schitteren in deze wereldberoemde wedstrijd. Tot die tijd prijkt op hun bureau in ieder geval een foto van henzelf en hun held Contador.

Op naar Sochi!

In Vancouver was tijdens de Olympische Spelen net geen Belgische schaatser te bewonderen. Onze held Kris Schildermans strandde op de meest lullige plek die je als sporter met Olympische droom maar kunt hebben: hij was eerste reserve op de 5000 meter. De Belg reisde wel af naar naar Salt Lake City om daar af te wachten of er iemand uitviel. Maar helaas, niemand werd ziek, zwak, misselijk of geblesseerd en dus moest Kris de resultaten van zijn noeste trainigsarbeid op het supersnelle ijs van Utah botvieren. ‘Nieuwe besttijd voor mij vandaag op 1 ronde… Goed bezig,’ zo twitterde hij. ‘Ik begin in vorm te komen en smijt met mijn energie vanaf nu. Sparen hoeft niet…’  Treurig om te lezen dat hij zijn goede vorm niet op het hoogste podium mocht laten zien. Het bleef niet bij een energie-explosie op het ijs. Op de dag van de tien kilometer twittert hij gefrustreerd over de reserve op 10 kilometer: ‘Vervanger voor Fabris mist telefoontje. Goed bezig Patrick Beckert en Duitse ploeg!!!’ De 10 kilometer is eigenlijk de favoriete afstand van Schildermans ook al mag hij hem zelden tot nooit rijden. Ik weet zeker dat hij het onderste uit de kan had geschaatst onze Kris.

Het valt ook niet mee om schaatser uit België te zijn. Kijk maar naar dit interview op TV Limburg waar Kris zelfs moet uitleggen wat voor sport dat is schaatsen:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=UV8igRxcD_M[/youtube]

Maar er is hoop. Kris is nu 25 jaar dus theoretisch kan hij nog door tot Sochi in 2014. Nog hoopvoller voor de Olympische toekomst is Quinten Van De Sande een junior van 13 die indrukwekkend hard schaatst voor een Belg. Tijdens de Vikingrace reed Quinten in een internationaal deelnemersveld vol snelle Ollanders steeds rond de 12e/13e plaats en liet daarmee velen junioren uit de schaatsnatie bij uitstek achter zich. Op dit filmpje (rond 7 minuut 34) en deze (5.14) kun je het talent in actie zien.

Nu maar hopen dat Quinten doorzet zowel op schaatsgebied als met drummen dat hij ook goed schijnt te kunnen. Stiekem hoop ik dat hij als zeventien jarige junior Sven Kramer kan bedreigen in Sochi. Dus: Beste Quinten stop niet en ga door! Geef niet op want je kunt mooie dingen bereiken, zeker op schaatsgebied.  Je weet zelf dat als je Nederlanders sportief echt te kakken wil zetten, winnen bij het schaatsen nog veel cooler dan winnen bij voetbal. Denk maar aan die keren dat een Ollander een belangrijke wedstrijd veldrijden won! Nog even en deze cartoon van mijn vriend KIM…

Kan veranderd worden in deze:

Onze Eerste Ronde

Tja, wie in België woont moet een fiets-gen ontwikkelen. Wij waagden ons er vorige zomer voor het eerst aan. En we moeten zeggen: fietsen in België is inderdaad een van de mooiste dingen die er is.  Maar toch wilden we de echte mannen en vrouwen ook eens aan het werk zien en dus togen wij zondag naar Vlaanderens Mooiste: De Ronde van Vlaanderen. Samen met Maurice Denis (jawel vernoemd naar de eerste winnaar van de Tour de France: Maurice Garin)  namen wij de auto en reden westwaarts. Langzaam maakt de Brusselse tweetaligheid plaats voor Nederlands. Wanneer we Ninove inrijden blijken we ineens tegen de renners in op het parcours te rijden, een zindering trekt door ons heen. Hier wordt straks de koers beslist. Behalve dranghekken en lokale bromsnorren is er nog niet veel te zien. Nadat we onder het poortje van de laatste kilometer gehad hebben, rijden we de fuik van de Ronde binnen. Na enkele kilometers is De Ronde ineens overal. We willen kasseien en een fijne helling zien. Naar Velzeke willen we, maar als we in de buurt komen blijken de renners daar al gepasseerd, Mater dan? Halen we niet. We besluiten richting Oudenaarde te gaan, maar waar precies? Doelloos rijden we rond totdat we op een groepje mensen stuitten. We parkeren de auto en stappen uit. Bingo! We blijken bij Eikenberg te zijn en krijgen wat we willen: kasseien en een helling.

“Over een minuut of tien passeren hier de vrouwen!” weet een oudere man. En inderdaad niet veel later racen de vrouwen aan ons voorbij. Zodra de laatste dame is gepasseerd stuiven de bezoekers uiteen, op zoek naar de volgende spot. Naast de wielrenners blijkt half Vlaanderen hier aan sport te doen. Doel: het peleton zo vaak mogelijk zien passeren. Ze vervoeren zich per motor (voor de handigen), fiets (voor de fanatiekelingen) en kwat (voor de stoere opgeschoten jonkies). “De auto is hopeloos,” vertelt een jonge fabrieksbeveiliger terwijl hij aan een shaggie lurkt. “Sta je alleen maar in de file. Ik heb de vrouwen nu al drie keer zien passeren. Maar ik ga, ik moet verder… De mannen komen hier later deze middag, tot dan.”

We hadden zo gehoopt dat wij ook op een plek of drie de snelheidsduivels konden toejuichen maar om dat te doen blijkt dat je de omgeving heel goed moet kennen. Op aanraden van de vriendelijke beveiliger lopen we naar de plaatselijke manege waar de lokale bevolking zich voor de TV heeft verschanst. We beginnen met koffie maar niet veel later geven we toe en laten het eerste pintje door onze slokdarm stromen, net als iedereen om ons heen. Het wordt steeds drukker en net terwijl wij ons tweede glaasje nemen, vertrekt iedereen. Haastig nemen wij de laatste slokken en volgen de Vlamingen. Na een wandelingetje over kasseien en een knollenland komen we aan op het hoogste punt van de Eikenberg. We blijken niet de enigen. Duizenden Vlamingen, Nederlanders en opvallend veel Britten vermaken zich.

Om ons heen wapperen de Vlaamse vlaggen. Ook wij krijgen een geel-zwart vlaggetje in handen gedrukt, van de Vlaamse Volksbeweging, een club die zich o.a. met dit soort “bevlaggingsacties” inzet voor een onafhankelijk Vlaanderen. Het vlaggetje voelt niet goed, veel te Nationalistisch voor ons Ollanders zonder H. We stoppen ons exemplaar veilig in een tas. De spanning stijgt en als we de helikopter horen aankomen. Het gejuich en koebellen op de berg zwellen aan. Even later zien we de renners, met hun tong op de trappers hun fiets in bedwang houden, de dunne wieltjes lijken vooral de richeltjes tussen de kinderkopjes op te willen zoeken. Je moet het kunnen, rijden over zo’n hobbelige ondergrond. Het is een Belgische specialiteit, vandaar dat we ook veel Vlamingen in het begin van de koers zien. Als de meeste renners gepasseerd zijn, ploeteren wat achtergebleven Raborenners en Colombianen de berg nog op. Ze worden aangemoedigd vooral door te gaan. De meesten nemen deze col nog mee, slecht twee renners van de Spaanse ploeg Euscartel geven op en rijden over de snelweg naar de meet in Meerbeke.

Een tweede plek om de wielercracks te zien, blijkt iets te hoog gegrepen. We besluiten terug te rijden naar het supporters-lokaal van Peter Van Petegem in Brakel. Onderweg zagen we de lokale bevolking daar al stevig indrinken.  De man die De Ronde in 1999 en 2003 won, hangt wat verlept aan het café. Van Petegem koerst niet meer maar toch de sfeer in het lokaal zit er goed in. Motormuizen, amateurfietsers en lokale gezelligheidsdieren doen zich te goed aan champagne en bier. Sommigen volgen de wedstrijd al niet meer, de meesten wel. Wij verdringen ons rond een klein scherm om te zien hoe de renners de beroemde Muur van Geraardsbergen beklimmen. Wij probeerden hem ook (link) maar leken toen halverwege stil te staan. Ook voor de profs lijkt het lastig. Weer is het een lokale held die op deze fameuze plek niet tot stilstand komt en juist een versnelling inzet. Stijn Devolder doet hetzelfde als hij vorig jaar deed en wint in zijn eentje de koers.

Applaus klinkt en de tap begint weer te stromen, een Belg op het hoogste schavot, een Vlaming nog wel. Dat is het mooiste wat er is, vinden ze. En zo werkt de Vlaming. Toen Tom Boonen vorig jaar geen enkele voorjaarsklassieker wist te winnen maar wel de internationaal vermaarde Groene Trui in de Ronde van Frankrijk mee naar huis nam, spraken sommigen toch van een matig seizoen. Een grote wielrenner in Vlaanderen dient thuis te winnen. Dat kleine denken van menig Vlaming is soms onbegrijpelijk maar op een dag als vandaag is het mooi, onbeschrijfelijk mooi en je zou zo een van hen willen zijn. In elk geval gaan we volgend jaar weer in de hoop op een wederom een Vlaamse winnaar.

één dagje schaatsgek…

Op de valreep, net voordat de dooi ook België bereikt, worden zelfs onze zuiderburen één dagje echt schaatsgek. Na het NK marathon vorige week was het zondag op de Kraenepoel te Aalter ook raak met het Open Vlaams/Belgisch Kampioenschap Marathonschaatsen. De wedstrijd ging niet over 100 kilometer zoals op de Oostvaarders plassen maar over 30 kilometer. Na een korte solo mocht Sven Mallezie zichzelf winnaar noemen. De Belgische TV was er ook bij, bekijk hier het Sporza-verslag.

De Vrt had de ijskriebels ineens zo erg te pakken dat we ook hier eindelijk het beeld zagen dat de afgelopen weken zo vaak op de Nederlandse buis was: een boor die een gaatje in het ijs maakt en mannen die de dikte meten. En daarna: een lachend gezicht. De bekendste schaatstoertocht die het land rijk is, de Zwinsstedentocht, kon doorgaan.

De Zwinstedentocht  gaat over de Damse vaart van Sluis in het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen naar Brugge. Twaalf jaar geleden werd de tocht voor het laatst geschaatst en daarom bonden duizenden Belgen vandaag de ijzers onder en passeerden de grens. Helaas kon ik hem zelf niet rijden want uw Leven op Pluto verslaggever en schaatsfanaat zit al een hele week thuis met een dikke enkel: jammer genoeg geen gevolg van ijspret maar het resultaat van een spekglad bergje in Brussel. Kijk hier naar IJspret op de Vrt:

Met al deze schaatspret in de buitenlucht zouden we bijna vergeten dat de Belg Kris Schildermans dit weekend binnen in Thialf, Heerenveen streed om Europese titel allround. Op zijn favoriete afstand de 5 kilometer werd hij vrijdag 15e maar een dag later werd Kris op de 1500 meter gediskwalificeerd door een foute wissel. Maar echt treuren hoeft hij niet want hij kwam, dankzij dit akkefietje, wel op de Nederlandse TV, kijk maar:

Giet it dan wel oan in Vlaanderen?

Bij elke editie van de Elfstedentocht doen er wel een paar Belgen mee. Zo ook de vierentachtig jarige Henri Jaecques. In 1997 reed hij de tocht nog uit. Hij heeft zelfs het idee heeft voor een elf gemeententocht door Vlaanderen, van Sluis naar Ieper in 215 kilometer! Het zal ook hier nog even moeten doorvriezen vrees ik. Wel vond ik een filmpje van deze sportheld met zijn dwaze, maar wonderschone plan:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=8SPiN2gGdsU[/youtube]

Henri maakt in de loop van dit filmpje een zeer terecht punt: Vlaamse sportbonden en politici zijn totaal ongeïnteresseerd in de schaatssport. Iemand die daar alles van weet is Kris Schildermans, de enige echte Belg die dit weekend weer uitkomt bij de Europese Kampioenschappen Allround in Heerenveen. De droom van Schildermans is deelname aan de Olympische Spelen volgend jaar in Vancouver.

Maar zo makkelijk gaat dat niet want de Belgische sportbonden stellen torenscherpe tijdslimieten aan de hard trainende man uit Lommel. Het belang van die ene Belg die daar volgend jaar kan starten zegt ze niks. Meedoen is niet belangrijk, hij moet bij de besten horen. Jammer, want het zou toch mooi zijn als Kris de nationale driekleur ten opzichten van de ‘Ollanders’ hoog zou kunnen houden.

Schildermans doet het bovendien niet eens heel slecht, over de hele wereld reden dit seizoen slechts 47 schaatsers harder op zijn favoriete afstand: de 5 kilometer. Nu maar hopen dat de bonden tot reden komen of beter, dat kris Schildermans de Nationale Records van Bart Veldkamp eindelijk uit de boeken rijdt. Zet hem op Kris en laat de Brabanconne zondag klinken in Heerenveen!

filmpje: Het Nieuwsblad

Belgen op het ijs

Zodra het kwik onder nul zakt krijg ik als ollander natuurlijk last van koorts, ijskoorts. Mijn schaatsen had ik uit voorzorg al meegonomen naar Brussel, nu moest ik nog een plek vinden waar ijs lag. Een beetje speurwerk op het net brachten mij naar de ijsverwachting site van Gert Coone. Ik mailde hem en hij kon mij vertellen dat er ijs lag op de Kraenepoel in Bellem bij Aalter.

Vol goede sprong ik zondag op de trein. De hunkering naar natuurijs maakt altijd een vreemde soort obsessie in mij los. Als een ijsmeester kijk ik uit het raam. Elk meertje, zelfs slootjes van enkele centimeters breed worden gekeurd. Of je er op kunt schaatsen of niet. Het is om zenuwachtig van te worden. Ik zie bijna nergens ijs. Zou ik dan helemaal voor niets naar Oost-Vlaanderen aan het treinen zijn?

Ik stap uit in station Belllem en loop het natuurgebied in op weg naar De Kraenepoel. Na een kilometer hoor ik eindelijk de verlossende klanken: ijzers die snerpend over het ijs gaan en mensen die plezier hebben. Ik doe mijn best de laatste honderden meters niet huppelend af te leggen.

Aan de kant van de poel doe ik mijn noren aan. ‘Ik zal die Belgen een een poepie laten ruiken,’ denk ik lichtelijk overmoedig. Tot ik een jaar of vijftien was schaatste ik met de Bredase schaatsvereniging Ballangrud elke week op de ijsbaan in Eindhoven en ik was vrij goed.

Ik sta op en worstel mij, mijn slag zoekend, door de eerste meters ijs. Er ligt zand op. Om mij heen staan ook veel mensen met schoenen op het ijs, iets waarover de Nederlander over het algemeen zeer intollerant is. Als ik de schoenenterroristen achter me gelaten heb wordt het ijs snel beter. Fantastisch zelfs. Mijn ijzers snerpen over de zwarte vloer bevroren water. Om mij heen kraakt het en zo nu en dan hoor ik de prachtige klank van een onder mij voorbij schietende luchtbel.

‘Ik kan het nog!’ denk ik terwijl ik mijn eerste bochtje afwerk. Trots zwier ik over de poel in de hoop dat de Belgen mij zullen herkennen als een Nederlandse crack. Dan hoor ik achter me ineens het tikken en klikken van klapmechanismen. Met een enorme vaart haalt een treintje snelheidduivels mij in op klapschaatsen. Henk Angenenent op Kraenepoel? Hoop ik heel even. Maar ik hoor de twee praten in dat o zo vreemde, maar soms bijkans onverstaanbare, West-Vlaams. Op hun pakken staat dat ze van de Lange Baan en Snelschaatsclub Gent zijn.

De heren halen me talloze malen in en ik zing in mijn hoofd al snel een toontje lager: er zijn heus wel Belgen die goed kunnen schaatsen. Het valt mij sowieso op dat veel mensen op de poel snelschaatsen (Vlaams voor Noren) hebben. Ik geef op de beste te willen zijn en geniet vooral terwijl ik de IJswals van Fien de la Mar neurie. Drie en een half uur houd ik het vol, dan wil mijn lichaam nog meer maar geven mijn enkels het op.

Hier een filmpje:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=WRXrjDvWrXc[/youtube]

Nooit meer tegen de Vlamingen


Ook Belgie kleurt dit weekend wit. Wij tuffen zondagmiddag in de oldtimer Mercedes (1972) van vriend Douwe (ook 1972) door de sneeuw. Over plattelandsweggetjes rijden (en glijden) we richting de hoofdstad van Wallonie: Namen.

Na een paar uur zijn we de weg kwijt en kloppen we aan bij een verlaten, houten sportkantine in het boerendorp Sart-Risbart. Binnen zitten een paar Walen aan de toog. We worden warm onthaald. Wij zijn de eerste Nederlandse gasten ooit! Ook al hebben deze mensen eigenlijk een hekel aan Nederlanders – we hebben geen manieren en kopen al hun huizen op – deze ontmoeting móet gevierd worden. Jupiler, Leffe of Orval?

Aan de bar begint direct een klaagzang over de toestand van het land. ‘De Vlamingen willen ons niet’, zegt Louis. Hij is triest want Belgie valt langzaam uit elkaar. Ook in deze kleine voetbalclub. Hier komen sinds kort geen Vlamingen meer spelen. Het Vlaamse en het Waalse amateurvoetbal gaan namelijk scheiden. Als het aan de Vlaamse minister van Sport en Cultuur Bert Anciaux ligt tenminste. Hij wil zijn subsidies alleen in Vlaanderen pompen.

Anciaux houdt niet van Belgische dingen. De Vlaamse nationalist wil het liefste alles in Vlaamse handen en zo min mogelijk Belgische instituten. De weinige Belgische instellingen die er nog zijn, mogen wat hem betreft splitsen. Onder hen de fameuze Belgische opera De Munt en de laatste federale sportbonden.

Gevolg: een verregaande segregatie van Belgie. De Waalse amateurvoetballers in Sart-Risbart kunnen nooit meer spelen tegen hun Vlaamse landgenoten. Waar en wanneer zullen zij de Vlamingen dan nog wel leren kennen? Misschien wel helemaal niet. Sport moet verbroederen, maar van de minister mag het niet meer.

Nathalie, de vrouw acher de bar, zucht diep….

‘Wij vonden het altijd erg leuk als Vlaamse teams hier kwamen spelen. Ik voel me Belg en zou het liefste zien dat niet alles uit elkaar gehaald wordt.’ Aan de bar valt een licht beschonken man haar boos bij: ‘Ik woon in Hoegaarden, vlak bij de taalgrens. Vroeger speelden wij Franstaligen en Nederlandstaligen in hetzelfde team, we vonden dat leuk en normaal. Maar nu? Geen Vlaming meer te zien. Die taalgrens wordt steeds meer een echte grens.’

Meneer Anciaux zal het allemaal wel prima vinden, hoe meer macht voor Vlaanderen hoe beter. Maar de keiharde sportcijfers van de laatste Olympische Spelen laten zien dat je met federale bonden misschien wel meer kans op medailles hebt. Het enige succes op de spelen werd behaald in de atletiek en het voetbal. Twee sporten waar de bonden nog niet gescheiden zijn.

UPDATE 27 NOVEMBER: Vandaag is de Vlaamse Voetballiga goedgekeurd. Minister Anciaux belooft subsidies aan het Vlaamse voetbal. Een Franstalige liga is er nog niet.

Foto: Douwe de Haan

Schildermans komt uit in de A-divisie

Tijdens de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen afgelopen weekend kwam de Belgische schaatser Kris Schildermans voor het eerst uit in de a-divisie op de 5 kilometer. Hij werd uiteindelijk 20ste in een tijd van 6.44,03. De Winst was voor Sven Kramer in 6.14,32… Kris zal dus nog even moeten oefenen maar toch hulde voor de echte schaatsbelg! Die hard zijn best doet zonder supersponsor en heldenstatus. Kijk hier naar zijn rit:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=KnqRWDVc_nM[/youtube]

Mister World is een Belg!

Behalve banken die dreigen om te vallen, stakingen en een regeringscrisis komt er gelukkig ook goed nieuws uit Belgie. Zondag won de 19-jarige Jochen Vertessen uit het Limburgse Houthallen de Mister World verkiezing in Peru.

Sophie is niet echt onder de indruk van deze ‘pukkelige’ student, maar oordeel vooral zelf en kijk hier voor Jochen met wat minder kleren aan.

Wij hadden (ook) nog nooit gehoord van een misterverkiezing. Het is wel typisch Belgisch om de meer kolderieke variant van grote wedstrijden wel te winnen en op het echte toneel niet veel te presteren, zo werden de Rode Duivels in 2007 nog wereldkampioen moddervoetbal! Wat is het toch heerlijk om hier te wonen…

De Muur

Beste Armand,

‘Ben je aan het fietsen door Belgie? Dan heb ik een opdracht voor je,’ zei jij*. ‘Fiets de muur van Geraardsbergen op!’ Dat zal ze leren, moet je gedacht hebben. Arrogante Ollanders die fietsen in Belgie.

Belgie heeft zijn eigen muur, geen stenen wal tussen strijdende bevolkingsgroepen zoals in Berlijn, Israel of China maar een fietsmuur. Oftewel een kleine berg in de Vlaamse Ardennen met een fietspad erop. Kom maar op! Dachten wij.

Na een fikse, geslaagde stijging om het centrum van Geraardsbergen te bereiken, drinken we ons moed in met een enkel biertje. Gesterkt en enigzins overmoedig rijden we richting de zo fameuze plek uit de Ronde van Vlaanderen. ‘De muur is een van de lastigste plekken uit de ronde,’ had jij ons verzekerd. ‘Wie daar als eerste bovenkomt heeft de koers meestal in zijn zak. De fikse afdaling daarna en de laatste Bosberg kan daar meestal geen verandering in brengen.’

De coureurs van Ronde van Vlaanderen hebben er al heel wat kilometers opzitten als ze de muur bereiken, wij zijn uitgerust en denken het aan te kunnen. Sophie probeert het eerst, maar op eenderde hangt de ketting al werkeloos naast het tandwiel. Schakelproblemen, waar ook Pieter-Bas mee kampt. Wat fietst zijn oude barrel ineens zwaar, zijn dunne bandjes willen steeds tussen de kasseien in plaats van erop. Hij besluit af te stappen en naar boven te lopen om het later zonder fietstassen te proberen.

Sophie zit inmiddels weer op de fiets. Langzaam pakken haar stevige mountainbikebanden het ene naar het andere kinderkopje. Dan plotseling, op tweederde van het rechte stuk, komt haar voorwiel ineens omhoog en niet veel later ligt ze roerloos op weg. Huh? Dit is dus De Muur: een ogenschijnlijk eenvoudig klimmetje dat rechtdoor omhoog gaat, maar dan wel met stijgingspercentage van 20%. Geen bochten, geen asfalt, geen ontsnapping mogelijk.

Pieter-Bas probeert het daarna nog twee keer zonder bepakking en zonder echt succes. De meest succesvolle poging standde percies op de plek waarop Sophie de berg afkukelde. Je staat gewoon stil. Na deze onderbreking lukt de rest wel.

Vol verbazing en respect zien we bovenop de berg de ene na de andere fietser arriveren. Kristof, een dertiger in strak wielerpakje, fietste de berg al talloze malen op. De eerste keer was hij elf. ‘In een keer erop!’laat hij trots weten. Kristof is speciaal voor De Muur in Geraadsbergen gaan wonen en vroeg zelfs zijn vrouw hier ten huwelijk. Hij geeft ons wat tips. ‘Allereerst moet je onderaan meteen in een hoge versnelling gaan rijden, zorg dat je iets dikkere banden hebt en tja, je zult toch een beetje moeten trainen…’ zegt de professionele amateur terwijl hij wat minachtend naar ons bijeengeraapt zooitje kleren kijkt.

We hebben alles fout gedaan. Maar mooi was het wel, we besluiten intensief te gaan trainen want we komen terug! Beste Armand, heb je nog meer goede ideeen? En: ben je zelf die muur ooit opgefietst?

Een hartelijke groet van twee Ollanders,

Sophie en Pieter-Bas

* Armand Schreurs is sportcolumnist en commentator voor o.a. de Vrt en NOS Langs de lijn.