Tagarchief: Suriname

Levenslied van de ‘Zwarte Hazes’

Vijftien jaar lang leefde de in Amsterdam geboren Surinamer Herman Havertong op straat. In zijn leven vol ellende vond hij steun in zowel de Caribische reggae als het oer-Hollandse levenslied. Uiteindelijk kwamen die twee samen in de band Jah6. De overgang van een leven op straat naar een spotlight blijkt niet altijd even eenvoudig.

Herman Havertong werd net als volkszanger Andre Hazes geboren in De Pijp. Deze Amsterdamse wijk was in die jaren nog een echte volksbuurt. “We leefden als jeugd op straat,” vertelt Havertong. “En daar ging het er redelijk hard aan toe. Zeker als donkere jongen moest je uitkijken.”

Zwervend bestaan
Als jongen van de straat begon Havertong al jong de stad te verkennen. “Zo belandde ik al op negen jarige leeftijd op Wallen. Daar deed ik boodschappen voor de prostituees achter de ramen,” vertelt de zanger. “Dat klinkt heftig maar ik was daar veiliger dan in mijn eigen buurt. De mensen letten daar nog op elkaar.”

Ondanks oplettende dames van lichte zeden raakte Havertong toch op het verkeerde pad. Hij kreeg ‘verkeerde vriendjes’ en al snel begon hij zijn reis langs internaten, pleeggezinnen en opvangcentra door het hele land.

Het duurde lang voordat Havertong vaste grond onder de voeten kreeg. Pas sinds kort heeft hij een eigen woning in buurt van Amsterdam. “Daarvoor heb ik alle stadia doorgemaakt, van het leven op straat via begeleid wonen naar mij eigen hokkie nu.”

Zwarte Hazes
Het begon eigenlijk allemaal als een grapje. Jaren geleden zat Herman Havertong samen met zijn vriend Patrick Kuschel in Stichting Tai Hori in Deventer probeerde Amsterdamse levenliederen in reggaestijl te spelen.

“We zaten het gewoon uit te proberen en het bleek te werken,” vertelt Havertong. Jaren later belde Kuschel Havertong op voor een Bob Marley jamsessie met de in Nederland bekende reggaeband Beef. Havertong dacht aanvankelijk dat het een grap was, maar enige tijd later stond toch echt met die jongens op het podium.

Shanty-towns en Jordaan
“Aanvankelijk was Herman een beetje bescheiden,” herinnert zanger Pieter Both van Beef zich. “Hij stond ineens op het podium met ervaren muzikanten uit bandjes als Beef en Gotcha. Maar al snel bleek dat het goed zat. Aan het einde van de Marley-sessie zette iemand Zij gelooft in mij van Andre Hazes in en toen viel er iets enorm op zijn plek voor zowel Herman, als de band, als het publiek.”

Uit deze jamsessie is uiteindelijk de band Jah6 ontstaan. De band speelt levensliederen van Willy Alberti, Corry Konings en zelfs Ramses Shaffy. Maar centraal staat het repertoire van Andre Hazes. Door zijn eigenzinnige originele vertolking van Hazes’ repertoire kreeg Havertong al snel de naam ‘Zwarte Hazes’.”

“Het combineren van het levenslied en de reggae is eigenlijk als het combineren van de Jamaicaanse blues en de Nederlandse blues,” weet Both. “Het is muziek uit de shanty-towns op Jamaica en toenmalige de Jordaan in Amsterdam. Doordat het beide volkswijken zijn, hebben ze raakvlakken.”

Terugval
Ondanks het succes van Jah6 is de overgang voor Havertong niet altijd makkelijk. Hij speelt ineens met professionele muzikanten en raakte onlangs zijn stem kwijt waardoor de band een aantal optredens af moest zeggen. “Ik heb meteen zangles genomen en nu gaat het wel weer.”

Ook in zijn dagelijks leven loert het spook van terugval steeds opnieuw. “Als je tegenwoordig een keer vergeet je formulier op tijd in te leveren, raak je je uitkering al kwijt. Vroeger werd je nog gewaarschuwd…”

De overige bandleden proberen Havertong zoveel mogelijk te helpen. “Het is voor hem fantastisch dat hij erkenning krijgt en wij zijn ook gelukkig omdat het zo goed werkt. Jah6 draait om Herman”, zegt Both. “We zijn om hem na die ene jamsessie weer bij elkaar gekomen.”

Luister hieronder naar het radioportret van Herman Havertong:

Geen flash? download de reportage

Lekker sneren naar Nederland

(c) Pieter-Bas van Wiechen

Ademloos en vol spanning wachten zo’n 200 Surinamers en Surinaamse Nederlanders in Amsterdam Zuidoost het moment dat hun held Desi Delano Bouterse president is van Suriname. Het kost wat moeite om de videoverbinding met Paramaribo aan te leggen, maar de bezoekers wachten rustig af: No spang we zijn wel meer gewend. Gelukkig krijgen we net voor het grote moment beeld. We zien een staartje van de benoeming van Ameraali tot vicepresident van het land en dan is hij daar toch echt: hun Bouterse. Het wordt stil in de zaal.

Bouterse spreekt in Nederlands maar noemt het voormalige moederland niet. Hij laat het weg in opsommingen en bij het verwelkomen van buitenlandse gasten. Negatieve krachten van buiten Suriname zouden het land bedreigen, dat moest maar eens afgelopen zijn. Gejuich vanuit de zaal. Bij iedere sneer naar Nederland opnieuw.

Er heerst een euforische woede. De mensen in de zaal zijn boos. Boos op het land waar ze wonen, boos op het land dat hun geboortegrond blijkbaar iets aandoet.

Waar komt de woede vandaan? Komt het voort uit  persoonlijke frustratie? Is het woede tegen het systeem? Tegen een ‘elite’? Of is het niet meer dan sensatiezucht, de politiek als zinderende soap met alle gevolgen van dien.

Ik weet het niet. In de zaal weten ze in elk geval zeker dat alles nu zal veranderen in positieve zin. We zullen zien.

Luister hieronder naar een radioreportage die ik maakte voor de Wereldomroep

Jongeren zien heil in voormalig legerleider

Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, zal vandaag waarschijnlijk het toneel zijn van de feestelijke inauguratie van Desi Bouterse (64) tot nieuwe president van het land. Toch zijn de meningen over het democratisch gekozen staatshoofd sterk verdeeld. Dezelfde man die nu door velen als vernieuwer wordt gezien is voor anderen de man die in de jaren tachtig een staatsgreep pleegde, tegenstanders uit de weg ruimde en veroordeeld is wegens drugshandel.

Het mag voor de buitenwereld misschien verbazingwekkend lijken dat een man met een dergelijke achtergrond aan de macht komt. Te verklaren is het wel. Tijdens de verkiezingen op 25 mei jl. heeft de jonge Surinaamse kiezer gesproken. De helft van de bevolking in het land is jonger dan 35 jaar en zij zagen in Bouterse en zijn Nationale Democratische Partij (NDP) hun leeftijd en levenswijze beter vertegenwoordigd dan bij de oude partijen.

De afgelopen tien jaar werd het land bestuurd door de Nieuw Front regering met Ronald Venetiaan als president. De scheidend president, op dit moment 74 jaar oud, en zijn niet al te jeugdige ministersploeg zijn voor de jonge kiezers niet alleen letterlijk oud, ook hun manier van politiek bedrijven is dat. De regering Venetiaan bestond uit een aantal partijen die allemaal een duidelijke etnische achtergrond hadden. Suriname heeft met zijn diverse bevolking van Hindoestanen, Creolen, Javanen, Bosnegers en Indianen een lange traditie waarin iedere bevolkingsgroep zijn eigen politieke partij heeft.

Bouterse, zelf van gemengde afkomst, heeft in zijn carrière altijd benadrukt dat Surinamers er samen voor moeten gaan ongeacht hun etnische achtergrond. Zijn partij de NDP is de enige partij in het land die overduidelijk afstand wist te nemen van de etnische politiek. Ook zette de partij veel jonge mensen op de lijst. Jong en voor een niet langs etnische scheidslijnen verdeeld Suriname. Op deze thema’s, en een minder afhankelijke relatie met Nederland heeft de NDP de verkiezingen gewonnen. Het verleden van partijleider Bouterse speelde voor de jeugd nauwelijks een rol, het was iets van ver voor hun tijd. Zij zien Bouterse als iemand met duidelijke taal die een nieuwe wind door Suriname kan laten waaien.

Dubieus verleden

Het was, zeker in Nederland, even schrikken toen een stel sergeanten onder leiding Desi Bouterse in februari 1980 de macht grepen. Nog geen vijf jaar eerder had Nederland zijn voormalige kolonie onafhankelijk laten worden en al snel hing de  democratie aan een zijden draadje. Toch gaf het voormalige moederland de jonge republiek en zijn nieuwe leider het voordeel van de twijfel. Ook al was hij niet democratisch gekozen.

Bouterse maakte als leider van het leger niet echt aanstalten om het land snel terug te laten keren naar democratie. Toen op 8 december 1982 vijftien tegenstanders van het regime omgebracht werden, raakte het land internationaal en economisch in een isolement. Niet in de laatste plaats vanwege het stopzetten van de ontwikkelingshulp uit Nederland waar de economie voor een groot deel op draaide.

In de loop van de jaren tachtig deden steeds meer verhalen de ronde dat Suriname een groot deel van zijn inkomsten haalde uit de cocaïnehandel. In 1986 kwam een voormalig lijfwacht van Bouterse, Ronnie Brunswijk, gewapend in opstand tegen zijn regime en waarschijnlijk ook tegen zijn macht in de drugshandel. Het conflict, de Binnenlandse Oorlog, duurde tot 1992. Een jaar paar jaar eerder, in 1987 had het land al de eerste stappen richting democratie gezet.

De groeistuipen van de jonge republiek en roerige jaren tachtig hadden inmiddels grote gevolgen. Niet alleen de wankele economische positie en het internationale isolement van de jaren tachtig hadden hun tol geëist ook had het land sinds 1970 1/3 van zijn bevolking naar Nederland zien vertrekken.

Begin jaren negentig keerde de democratie definitief terug en daarmee ook de voor het land zo belangrijke Nederlandse ontwikkelingshulp.

Moeizame relatie met Nederland

De ontwikkelingshulp die Suriname van Nederland kreeg, was voor de republiek lang van enorme waarde. Het voormalige moederland had het land bij zijn onafhankelijkheid in 1975 dan ook 3,5 miljard gulden (ongeveer 1,6 miljard euro) toegezegd. Een enorm bedrag voor een bevolking van nog geen 400.000 zielen. Maar aan de hulp was wel een lastige voorwaarde verbonden: gever Nederland wilde inspraak op de besteding ervan. Het gevolg was een eindeloos ambtelijk gesteggel over waar het geld heen moest.

Het constante onderhandelingen op regeringsniveau bracht met zich mee dat de relatie tussen Suriname en Nederland regelmatig onder druk kwam te staan. Nederland dreigde regelmatig met stopzetting van de ontwikkelingsgelden als iets hen niet zinde en ging daar halverwege de jaren negentig opnieuw toe over toen Jules Wijdenbosch namens Bouterse’s NDP de verkiezingen won.

In de tien jaar Venetiaan vanaf 2000 verbeterde de relatie met Nederland en werden alle ontwikkelingsgelden besteed, maar nog steeds speelt het Nederlandse bedrijfsleven en de omvangrijke trans-Atlantische gemeenschap in het land een grote rol. Bovendien koos het land met Bouterse een man die in eigen land berecht voor de moorden die hij in 1982 pleegde, is hij in Nederland veroordeeld tot 16 jaar cel wegens drugshandel en loopt er om die reden een internationaal opsporingsbevel tegen hem.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen liet meteen na de verkiezingen weten dat Bouterse in Nederland niet welkom is, tenzij hij zijn straf komt uitzitten. Deze opmerking leidde aan Surinaamse kant natuurlijk ook weer tot diplomatieke spierballentaal. De relatie tussen Nederland en Suriname driegt opnieuw in lastig vaarwater te komen. Bouterse zelf wil meer relaties aangaan met andere landen zoals Brazilië, China en Venezuela.

Of dat gaat lukken is de vraag. Op Venezuela na, stuurde geen van deze landen een minister of president naar de inauguratie. Nu ook Chavez verstek laat gaan zullen naast Surinamers alleen diplomaten aanwezig zijn. Of de Nederlandse ambassadeur komt is de vraag. Hij is door Venetiaan uitgenodigd maar aankomend minister van Buitenlandse Zaken Lackin heeft al aangegeven dat hij niet welkom is. Of de ambassadeur gaat, hij dan binnen gelaten wordt en of hij, eenmaal binnen, Bouterse ook een hand zal geven moeten we afwachten.

Nederland is sinds de onafhankelijkheid steeds een belangrijke gids voor het beleid van andere landen ten opzichten van Suriname geweest. Of deze landen de bezwaren van Nederland makkelijk naast zich neerleggen en makkelijk in zee gaan met iemand die Chavez duidelijk als voorbeeld heeft, moet de toekomst uitwijzen. In Suriname laten tegenstanders zelf duidelijk hun positie zien, Venetiaan voorop. Zo weigert hij vandaag, tegen de traditie in, de ambtsketting bij zijn opvolger om te doen. Toch krijgt Bouterse ondertussen van redelijk veel mensen aan beide kanten van de oceaan opnieuw een licht voordeel van de twijfel omdat zijn ministersploeg een redelijke afspiegeling van de samenleving lijkt te zijn.

beeld: nicholaslaughlin Flickr Creative Commons Licence

De Dansende Kok

Remy Tilburg, het Surinaamse danstalent uit Amsterdam Zuidoost, is deze dagen op een zeer bijzondere manier te zien. Niet als hip-hop danser maar als gastdanser bij het Nationale Ballet.

Een avond naar klassiek ballet is in veel landen een ware kersttraditie. Ook in Nederland weten velen de weg naar theater te vinden voor romantisch avond vol tutu’s en hoge sprongen. Dit jaar danst het gezelschap het beroemde ballet Coppelia.

Remy Tilburg leerde zijn eerste danspassen in Amsterdam Zuidoost voor de deur van zijn huis. Al snel bleek dat hij een groot talent was. Hip Hop was helemaal zijn ding. Hoe Remy Tilburg bij dit gezelschap terecht kwam en hoe het hem daar vergaat hoort u in het portret “De Dansende Kok” onderaan dit stuk.
Remy deed in 2006 mee met het eerste de eerste versie van ZwanenMeerBijlmermeer waarin klassieke danser van het Nationale Ballet samen danste met jonge hip-hop en urban dansers uit Amsterdam Zuid-Ooost. Met de tweede versie in 2008 toerde Remy zelfs door het hele land. Een jaar later deed hij met goed gevolg auditie voor de Nederlands-Vlaamse versie van het beroemde TV-programma So You Think You Can Dance. In dit programma strijden dansers in verschillende genres tegen elkaar strijden en worden beoordeeld door een jury en de kijkers.

Terug naar Coppelia. Deze Russische balletklassieker vertelt het verhaal van de geheimzinnige dokter Copelius. In het dorp waar hij woont maakt hij, zonder dat de bewoners het weten, levensechte poppen. Zijn meesterwerk is de beeldschone Coppelia. Zodra deze pop op het balkon gezet wordt, valt Frans een jongen uit het dorp als een blok voor deze dame. Zijn eerdere geliefde Zwaantje is hier natuurlijk niet blij mee en gaat op onderzoek uit. Ze komt erachter dat Coppelia slechts een pop is. De rest van het ballet gaat over de de pogingen die Zwaantje onderneemt om Frans terug te krijgen, wat natuurlijk lukt.

Afscheid van een kist

Ze staan wat onwennig bij elkaar in een kantoortje op een industrieterrein onder de rook van hun natuurlijke habitat Schiphol: de zeven oud-bemanningsleden van de SLM. Een drankje in hand, dit was het dan. De laatste vluchten van Boeing 747 waren ook hun laatste vluchten, nu zijn ze echt met pensioen.

De meeste van hen waren dat voor KLM vijf jaar geleden ook al, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Vliegen, het zorgen voor een kist. En dus belandden ze bij de SLM. “Een kleine maatschappij die daardoor soms wat rommelig was maar aan de andere kant ook dingen veel beter doet dan de reus KLM. De bediening van de passagiers bijvoorbeeld en de betrokkenheid bij het bedrijf”, vertelt een oud-bemanningslid.

Voor de microfoon vertellen over hun ervaringen mogen ze niet van de SLM maar op de borrel dinsdagavond 1 december vertellen ze zonder schroom over hun ervaringen. De piloten en boordwerktuigkundigen gingen bijna allemaal vijf jaar geleden voor de SLM werken toen de maatschappij de Boeing 747 kocht. Bij alles waren ze betrokken. De trainingen, het testen en het voorbereiden op de eerste vluchten.

Overbodig
Maar nu is het echt voorbij. De SLM heeft een Airbus gekocht en dus is een deel van het personeel overbodig geworden. “Het beroep van een groot deel van ons sterft zelfs uit”, vertelt een boordwerktuigkundige (BKW). “Wij, de derde mannen van de cockpit, kenden ieder schroefje van het vliegtuig uit ons hoofd. Wij zijn overbodig geworden want moderne vliegtuigen zoals de airbus kun je met zijn tweeën besturen.”

Heimwee naar de ouwe kist? Nee, de meesten hebben dat niet. Maar iets met Suriname hebben ze na talloze keren vliegen wel. “Tijdens de laatste vlucht dacht ik steeds aan alles wat ik zou gaan missen. Het is nogal een lijstje geworden”, vertelt een BKW-er. “Als wij als laatsten de luchthaven verlieten kregen we van een vrouwtje naast de luchthaven altijd een paar flessen parbobier. Dan was het op weg naar Paramaribo al heel gezellig.”

Paramaribo als uitvalsbasis
Suriname zit voor altijd in het hart van de bemanningsleden. De meesten plannen al een reis naar het land. “Op bezoek bij vrienden enzo…”, klinkt het. Een stoere man laat me zelfs weten dat hij een stuk grond heeft gekocht in Suriname. “Ik ga daar een huis op bouwen en dan wordt Paramaribo mijn uitvalsbasis voor zeiltripjes in de Caribische zee.”

Tegen zevenen wordt het diner en de borrel afgesloten. Vluchtig maken ze afspraken om elkaar weer te zien. “Het aantal mensen dat voor de SLM vloog was niet zo groot. Daardoor hebben we veel met elkaar gewerkt en hebben we elkaar goed leren kennen.” Een piloot loopt met een enorme kartonnen doos onder zijn arm richting de uitgang. “Wat hierin zit? Een model schaal 1/10 van de Boeing 747 in de kleuren van de SLM. Ik heb hem gekregen van mijn vrouw als pensioenscadeu. Ik zet hem op een prominente plek in mijn huis in Frankrijk dan kan ik nog wat nagenieten.”

En de echte Boeing? Die gaat naar Mojave, een grote oplucht showroom in de woestijn vol tweedehands vliegtuigen. Voor wie altijd al een Boeing had willen hebben: hij is te koop bij de SLM.

De Latente Nederlanders

De zogenaamde Latente Nederlanders, mensen die voor 1985 geboren werden uit een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader, wachten al jaren op hun Nederlandse nationaliteit. In 2006 leek er eindelijk een einde gekomen te zijn aan een jarenlang gesteggel over deze groep. Wij spraken toen met Ishta en Dinja Sanchit, twee latente Nederlanders met een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader.

Wat is het probleem? Voor 1985 kreeg je als kind alleen de Nederlandse nationaliteit als je vader een Nederlander was. Was je moeder een Nederlander en je vader buitenlands? Jammer, geen kans. Deze wetgeving werd in 1985 discriminerend gevonden, daarom kregen kinderen vanaf toen de Nederlandse nationaliteit als één van de ouders Nederlands was, het maakte dus niet meer uit of dat de vader of de moeder was.

In 1985 werd er slechts tijdelijk iets geregeld voor mensen die voor die datum geboren waren of toen leeftijd van 21 nog niet hadden bereikt. Een lange strijd voor de rechten van deze zogenaamde ‘Latente Nederlanders’ volgde. In 2006 kwam toenmalig minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk met een wetsvoorstel dat deze groep eindelijk het Nederlanderschap zou geven.

Nieuwe wetsvoorstel
“Met Verdonk leek het de goede kant op te gaan,” vertelt advocate Hermie de Voer. Namens de Stichting Ne(e)derlanderschap Ja! vertegenwoordigt de Voer ongeveer vijfhonderd latente Nederlanders. “Maar toen viel het kabinet Balkenende III. Het wetsvoorstel werd ingetrokken door de volgende minister van Justitie, Hirsch Ballin. Hij kwam in december 2008 met een nieuw voorstel om de Rijkswet tot het Nederlanderschap te wijzigen.”

De latente Nederlanders zijn een onderdeel van de nieuwe Rijkswet Nederlanderschap. In deze wet worden verder ook een aantal zaken rondom de dubbele nationaliteit geregeld, een onderwerp dat doorgaans veel stof op doet waaien.

Optierecht
Een belangrijke wijziging ten opzichte van het voorstel van Verdonk is het optierecht voor de latente Nederlanders. Dit houdt in dat alle latente Nederlanders, ongeacht leeftijd, alsnog de optie hebben om het Nederlanderschap te verkrijgen. Verder hoeven zij geen afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit.

Behandeling wetsvoorstel
Binnenkort wordt het wetsvoorstel in de tweede kamer behandeld. En de steun voor het onderdeel “Latente Nederlanders” is groot. Parlementair geweld is wellicht te verwachten in de onderdelen die gaan over de dubbele nationaliteit. “Maar we hebben één en ander al behandeld in de commissie, dus ik verwacht geen grote problemen,” meent Mirjam Sterk, CDA-parlementariër. Toch blijft de vraag waarom kamer en regering de latente Nederlanders zo lang hebben laten wachten. Sterk heeft geen idee waarom er zo lang weinig gebeurde. “Hirsch Ballin wilde waarschijnlijk een aantal zaken in een keer wijzigen,” zegt het Tweede Kamerlid.

Sterk verwacht dat het probleem van de latente Nederlanders rond de zomer van 2010 is opgelost. Ishta Sanchit die al jaren wacht op het Nederlanderschap heeft er weinig vertouwen in. Terwijl ze in 2006 nog uitgelaten reageerde toen ze hoorde dat het bijna opgelost was.

Suriname profiteren te weinig van diaspora

Suriname zou een voorbeeld moeten nemen aan India. En dan vooral aan de manier waarop India met zijn diaspora omgaat. Suriname zou er economisch veel aan kunnen hebben als het land meer gebruik zou maken van ondernemende Surinamers in Nederland. Dat was de algemene teneur van de Surinaamse Hindostanen op de Pravisi Bharatiya Divas in Den Haag afgelopen zaterdag.

Deze jaarlijkse dag van de Indiase diaspora wordt elk jaar in een ander continent gehouden. Na de Verenigde Staten (New York) en Azië (Singapore) was het dit jaar de beurt aan Europa. De keuze viel daarbij opmerkelijk genoeg op Den Haag en niet op Londen met zijn veel grotere Indiase gemeenschap. “Dat de bijeenkomst naar Den Haag kwam, is het resultaat van actief lobbywerk,” vertelt zakenman en mede-organisator Rajendre Tewarie.

Grootste gemeenschap
“Wij hebben de Indiase regering duidelijk gemaakt dat Nederland in Europa de grootste gemeenschap heeft van mensen met een culturele achtergrond in India. Bovendien krijg je in Londen vaak het gevoel in een soort tweede Bombay te zijn. Dat hier in Nederland naast Indiërs vooral Hindostanen van Surinaamse komaf wonen, maakt het meer een diasporaland.”
Tijdens de dag, die vroeg begon, waren verschillende hoogwaardigheidsbekleders aanwezig, zoals de beide ambassadeurs, de Haagse burgemeester (en oud-minister van Buitenlandse Zaken) Jozias van Aartsen en de Indiase minister Vayalar Ravi van Overzeese Zaken. Er waren zo’n zeshonderd belangstellenden.

Verschillende sprekers namen de ontwikkeling van de diaspora en de culturele verschillen en overeenkomsten van de diverse gemeenschappen onder de loep. Toch was het belangrijkste deel van de middag ingeruimd voor de economische mogelijkheden die de diaspora biedt.

Eerder India dan Suriname
De grootste groep bezoekers van de dag was van Surinaams-Hindostaanse afkomst. De leeftijd valt ook op. Het grootste deel is jonger dan 35 en hun kleedstijl – strak in pak – verraad een functie in het bedrijfsleven. “Waarom zou ik hier in Nederland zitten wachten terwijl de economie hier krimpt? India groeit nog met 5 procent”, klinkt het. En: “Waarom zou ik niet optimaal gebruik maken van mijn roots? Ik ken Nederland en ken India. Volgens mij ben ik daarom zelfs aangenomen.”
Opmerkelijk genoeg speelde Suriname tijdens de dag nauwelijks een rol. Desgevraagd geven veel bezoekers aan op dit moment vooral handel te drijven met India en niet met Suriname. “Ik zou best wat met Suriname willen doen”, vertelt Avindre Ramnath. “Maar Suriname is veel minder open dan India. In India luisteren mensen naar mij en maken dan zelf de keuze of ze met mij in zee willen. In Suriname wordt je vaak uitgemaakt voor betweterige Nederlander; niet echt een stimulerend.”

Woud van regels
Soortgelijke verhalen passeren vaak de revue. Mensen hebben plannen om iets in het land te doen maar stuiten behalve openheid ook op een woud van regels. “Je bent maanden bezig voor de meest simpele dingen…”, verzucht een oudere man, die zijn droom terug te gaan inmiddels heeft laten varen.
“Suriname zou een voorbeeld moeten nemen aan de manier waarop India met zijn gemeenschap overzee omgaat”, legt Rajendre Tawerie uit. “India heeft zelfs een ministerie opgericht voor hun diaspora, die het maximale uit de gemeenschap wereldwijd wil halen. Ik kreeg in India bijvoorbeeld moeiteloos het speciale People of Indian Origin paspoort en een sofi-nummer en kon meteen aan de slag. Doordat India het makkelijk maakt voor de gemeenschap om daar bezig te zijn, stromen er jaarlijks miljarden terug naar het land. Zoiets zou Suriname ook moeten doen, want er zit geld in Surinaamse gemeenschap in Nederland.”

Oude foto’s uit Suriname in het Rijks

 Het Rijksmuseum in Amsterdam stelt de vroegste bekende foto’s uit Suriname en de Antillen tentoon. Prya Bishambar maakte voor de Caribische redactie van de Wereldomroep een reportage en ik maakte er een slideshow met die foto’s van:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=SMmP0orJrBI[/youtube]

Raymond in het Regenwoud

Soms ben je enorm jaloers omdat je ergens anders wilt zijn dan waar je bent, zo zou ik nu in een vliegtuig van Zaventem naar Zanderij willen zitten om het eerste optreden van Raymond van het Groenewoud in Suriname mee te maken. Samen met uitgever en singleverzamelaar Vic van de Reijt, de Surivlaamse actrice Alida Neslo en Edgar ‘Lik maar aan mijn Lolly’ Burgos staat de Belgische held zaterdagavond in Theater Thalia in Paramaribo voor een Surivlaamse avond met tientallen tophits uit beide oorden.

De Surivlaamse connectie kreeg de afgelopen decennia vorm door actrice Alida Neslo. Zij koos voor Vlaanderen in plaats van Nederland voor haar Europese cariere. Neslo kreeg door deze keuze een zeer uniek, zacht tropisch accent en noemde zich voortaan Surivlaamse.

Van de Reijt stelde vorig jaar na twee Nederlandstalige, een Duitstalige en een Franstalige verzamel CD’s ook een Surivlaamse collectie samen. Reden voor deze obscure combinatie waren de vele overeenkomsten die de twee landen en hun liedjes volgens van de Reijt hadden.

Nu was ik anderhalf jaar geleden in de Amsterdamse poptempel Paradiso bij de Nederlandse editie van Surivlaams. Een zeer vermakelijke avond al moet ik toegeven: de combinatie die van de Reijt maakt is geestig maar kan volgens sommigen eigenlijk niet.

De scheve combinatie heeft absurd resultaat en dat is juist de reden waarom ik alle Surinamers en iedereen die in Paramaribo is aanraad zaterdag naar Thalia te gaan. Lekker hossen op het wasmasjien en huiveren bij het schone werk van van het Groenewoud.

Wie net als ik thuis zit moet het doen met de caraibische afdeling van de Wereldomroep, die al aandacht besteedde aan de Surivlaamse invasie.

UPDATE: De NOS maakte voor het journaal ook een item over dit bezoek:

De Javaan van België

De Javaan van BelgiëDe zich anderhalf jaar voortslepende Belgische regeringscrisis is weer in volle hevigheid losgebarsten en inmiddels buitelen ook de Vlaamse en Waalse partijen intern over elkaar heen. Ik word er een beetje moe van, ik ben aan vakantie toe. Weg uit Brussel, niet naar Wallonië en ook niet naar Vlaanderen. Nee, ik ga mijn licht maar eens opsteken bij de Duitstalige Belgen, want die zijn opvallend stil. Zelfs Karl-Heinz Lambertz hield als onderhandelaar vooral zijn mond, op één moment na. Wat denken die Duitsers en zouden zij niet juist een rol van betekenis kunnen spelen?

De Duitse stad Eupen ligt ver weg van Brussel, dus gooi ik de fiets achterin de auto en neem de E40 naar het oosten. Een vreemde weg toch die E40 naar Luik, om de haverklap staan er borden in de berm ‘Bienvenue en Wallonie’, ‘Welkom in Vlaams-Brabant’ en ‘Bienvenue en Wallonie.’ ik bestudeer de kaart en kom tot de conclusie dat, mocht België uiteenvallen, deze weg alleen al zes grensovergangen heeft. Zou Bart De Wever zich dit dit realiseren?

In Eupen word ik omgeven door bloemperken, cafés in donker eikenhout en Eupener bier. Ben ik te ver doorgereden en in Duitsland? Na enig zoeken vallen overgebleven Belgische sporen op: de Belgische modderige wielerheld Sven Nijs prijst ook hier bankrekeningen aan maar dan wel in het Duits. Ook het postkantoor en de politie zijn Belgisch en ook de vlaggen in het straatbeeld hebben het zwart-geel-rood nog in Belgische volgorde staan. Eupen ligt officieel in Wallonië maar heeft niks te maken met Charleroi of Luik; alles is hier met een Duitse grundlichkeit aangeharkt. Er schuifelen opmerkelijk veel ouderen door de straten, ook op de terrassen weinig mensen beneden de veertig. Gebeurt hier dan helemaal niks? Een zekere angst bekruipt me. Ik besluit op zoek te gaan naar een plaatselijke krant om te kijken wat hier zoal gebeurt. In een tabakswinkel vind ik inderdaad de Grenz-Echo. Gebroederlijk ligt de gazet naast De Morgen, La Libre Belgique en Die Zeit. Ik probeer in mijn steenkolenduits af te rekenen maar krijg antwoord in het Nederlands, jammer, want ik wil vandaag graag wat aan mijn Duits doen.

Het belangrijkste nieuws in de Grenz-Echo is dat er vandaag een vierentwintiguursmars voor het goede doel wordt gelopen. Teams uit Duitsland, Nederland, Hong Kong en vooral heel België hebben euro’s ingezameld voor Oxfam en om dat te vieren gaan ze honderd kilometer lopen. In Eupen lijkt verder niet veel te gebeuren, dus ga ik naar dit internationale treffen. Even buiten de stad, op het terrein van de lokale atletiekvereniging, hebben de wandelaars zich verzameld.

Gebroederlijk zitten teams uit West-Vlaanderen aan een lange Duitse tafel met Luikenaars. Een stoet hoogwaardigheidsbekleders trekt aan het katheder voorbij om de wandelaars moed in te spreken. Hoogtepunt van deze formaliteiten is het moment waarop Bernd Gentges en Isabelle Wykmans het podium bestijgen. ‘Voor u staat de helft van de regering van het Duitstalige gebied,’ laat Gentges met een gezonde glimlach weten. ‘Ik ben minister van gezondheid en toerisme terwijl mijn collega Wykmans verantwoordelijk is voor cultuur en sport; daarom zijn we maar samen gekomen. Ik ben trots dat deze wandeling hier in ons prachtige gebied plaatsvindt. De Duitse gemeenschap staat eindelijk op de kaart.’ Gentges en Wykmans zijn overduidelijk in hun element en spreken de menigte toe in een mengelmoes van Duits, Nederlands, Frans en Engels. Ook bij de bar is het zoeken naar de communicatietaal: de muntjes haal je in het Duits terwijl je een pintje weer het beste in het Vlaams kunt bestellen. Dit is leuk, voor heel even lijkt België echt te bestaan.

Het wordt geen lange avond, de start is al om half zeven dus gaan de kippen vroeg op stok. De volgende middag bezoek ik als supporter een van de stempelposten. Het is warm en de wandelaars hebben er pas twintig kilometer opzitten. Toch zien verschillenden er al uit alsof ze zojuist de marathon van New York voltooid hebben. Er worden blaren verzorgd, het water wordt bijgevuld en zweet gedept. In de drukte kom ik de verzorgers van het team van Elmar Keutgen, de burgemeester van Eupen, tegen. De vier lopers zijn net opgelapt en vertrokken voor de tweede etappe. Matthias, een student van achttien, en mevrouw Keutgen ruimen de boel op om naar de volgende stempelpost te gaan. Mevrouw Keutgen is apetrots op haar man die met zijn zestig jaren meeloopt. Nog mooier vindt ze het dat zoveel mensen uit heel België meedoen. ‘Ik voel me ook een echte Belg,’ verzekert ze mij. ‘Als je ons vergelijkt met Duitsers, hebben wij zuiderlijk temperament dat lijkt op die van de Walen, met een werklust die meer weg heeft van de Vlaming. Door de lage huizenprijzen komen  hier steeds meer Duitsers wonen, maar dan merk je het verschil direct. Wij hebben ook minder contact met ze.’

Toch is de deze regio vooral op Aken gericht en niet op België. Bijna iedereen werkt, studeert over de grens en ook menige geliefde wordt daar gevonden. ‘Helaas ben ik niet uitgeloot voor de studie geneeskunde in Aken,’ laat Matthias weten. Hij studeert nu tegen zijn zin aan een Franstalige Universiteit en hoopt straks toch in Duitsland te gaan werken. ‘Er is hier gewoon niet zoveel te doen, Aken leeft meer en heeft een veel leuker uitgaansleven,’ laat hij met een ondeugende glimlach weten. ‘Het is maar wat je wilt,’ vult mevrouw Keutgen hem aan. ‘We hebben hier een prachtig natuurgebied, fiets er maar eens doorheen.’

Ik volg de raad van mevrouw Keutgen op. Het is inderdaad een prachtig, bosrijk landschap. Midden in deze schoonheid stuit ik ineens op een stuwdam.  Het betonnen geval doet haast futuristisch aan. Zwemmen! denk ik, maar helaas: een bord aan de zijkant van het meer laat onbelgisch weten wat allemaal niet mag: geen motorboten, kajaks en surfplanken. Ook zwemmen is verboden. De enigen die het meer wel mogen betreden zijn zeilboten. Ik zit aan de rand van het meer en heb ter verkoeling stiekem mijn voeten in het water gedaan. Tegen een decor van groene heuvels slamommen zeilboten om boeien heen. In deze rustgevende omgeving laat ik mijn gedachten de vrije loop. Ik mag die Duitsers wel, die degelijkheid heeft iets schoons en ook het pacifisme dat na 1945 zo in zwang kwam, is prettig. Geen volk dat in de twintigste eeuw een grotere draai heeft gemaakt: van Nazi tot vredesduif. Eigenlijk is het jammer dat er in België zo weinig Duitsers zijn, want ze hadden in het conflict een mooie rol kunnen spelen als derde partij. Als er geen zeventigduizend maar een miljoen Duitstaligen in België waren geweest hadden ze het land kunnen redden, zoals de Javanen een grote clash in Suriname altijd voorkwamen.

Suriname en België lijken meer op elkaar dan je op het eerste gezicht zou denken. Die kleine tropische postzegel aan de andere kant van de oceaan is ook een ratjetoe van volkeren en talen. Het land is het enige waar, naast Nederland en België, Nederlands de officiële voertaal is maar dat wil niet zeggen dat dit de enige taal is. In de drie eeuwen dat het een Nederlandse kolonie was, werden uit alle hoeken van de wereld mensen gehaald om de plantage-economie vlot te trekken. Nadat de lokale Indiaanse bevolking massaal bleek te bezwijken aan Europese ziektes gingen de Hollanders en Zeeuwen over op slaven die in West-Afrika gekocht werden. Na de afschaffing van de slavernij werden er contractarbeiders geïmporteerd uit India en na een diplomatieke rel met de Britten uit ‘ons eigen’ Indonesië: de Javanen. Al deze groepen namen hun eigen taal mee die vervolgens vaak weer een Surinaamse variant kreeg. Tegenwoordig worden er door een slordige vierhonderdduizend Surinamers elf talen gesproken.

Suriname is dus net als België een meertalig land. En zoals Vlamingen op Vlamingen stemmen en Walen op Walen, zo stemt bijna iedereen in Suriname volgens etnische lijnen. Een nazaat van de slaven kiest meestal een creool terwijl een Hindostaan* op iemand met Indiaase roots stemt. De Hindostanen en Creolen zijn de twee grootste groepen die elk ongeveer dertig procent van de bevolking uitmaken. Ze worden gevolgd door de Javanen met tien procent. Regeren zonder de Javanen was lang onmogelijk waardoor die groep een soort pacificerende rol kreeg. In buurland Guyana waar naast Creolen en Hindostanen enkel een handjevol Indianen wonen ging bijna elke verkiezingsstrijd gepaard met rassenrellen. In Suriname kwam het dankzij de vriendelijke, immer diplomatieke Javanen nooit zo ver.

Ik moet denken aan Karl-Heinz Lambertz, de Duitstalige minister-president. Hij werd door koning Albert voor de zomer het veld ingestuurd om de crisis in België op te lossen. Ik was enigszins verbaasd dat deze optie zo laat pas bedacht werd. Karl-Heinz werkte in stilte en liet zich een keer ontvallen dat het eigenlijk een illusie was om staatshervormingen voor de regionale verkiezingen van volgend jaar te realiseren. Na deze uitspraak kreeg Karl Heinz meteen een draai om zijn oren van Yves Leterme. ‘Een bemiddelaar moet vooral bemiddelen, op deze manier helpt hij de zaak niet vooruit’, was het credo van de Belgische premier. Toch riep Lambertz wat velen al dachten, en bovendien kon hij het als relatief onpartijdige weten. Ach, waren er maar een miljoen Duitstaligen in België dan konden ze meer gewicht in de schaal leggen, waarschijnlijk net genoeg om België te redden. Vriendelijk, diplomatiek en belangrijk zoals de Javanen in Suriname.

* In Suriname is een Hindostaan is iets anders dan een Hindoestaan; Hindoestaan verwijst naar de religie terwijl onder de hindostanen zowel Islamitische als Hindoestaanse mensen met voorouder uit India worden verstaan.