Tagarchief: theater

Vegaterrorisme

In het buitenland heb ik meermaals met het schaamrood op de kaken proberen uit te leggen dat wij een “Party for the Animals” in ons parlement hebben zitten. Geen grap, nee echt. Ik ben geen dierenliefhebber en ook geen vegetariër. Hoog tijd om mezelf voor te stellen een koe te zijn.

Oerol voor PB_NG-2
foto: Nichon van Glerum

Op Oerol kom ik regelmatig een bezoeker of maker tegen die ik ervan verdenk een biologische kruidentheedrinkende geneeskrachtige stenen leggende vegetariër te zijn. Van die mensen die van top tot teen uitstralen dat zo in balans met de natuur, en zichzelf. Ik krijg er maar jeuk van. Maar ik maak het mijzelf graag moeilijk en dus probeer ik op Oerol altijd een lekker tegen de haren in strijkende voorstelling op te bezoeken. Dit jaar was het niet moeilijk want in oost wordt een pleidooi voor een leven zonder vlees gehouden. Ik besluit te gaan en mezelf na afloop te trakteren op een lekkere shoarma. Lekker puh.

In het Hoornse bos storten de actrices Lotte Dunselman en Anna Schoen een bak bloederige varkens en harde bio-industrie data over het publiek uit. Ik voel hoe het om mij heen steeds stiller wordt. Ze schetsen beelden van miniscule hokjes vol uitwerpselen en te kleine varkens die doodgeslagen worden. Ik slik, een-twee-drie keer, steeds vaker. Ik heb geen zin meer in shoarma.

Na afloop van de voorstelling voel ik frisse tegenzin om de twee actrices die mij een heerlijke shoarma hebben ontnomen te ontmoeten. Dus jullie vinden dat ik vegetarier met worden, mompel ik. “Nee hoor!” zeggen de twee dames in koor. “Wij zijn het zelf ook niet, al eten we door deze voorstelling wel een stuk minder vlees. Het is vooral de bedoeling dat mensen erover na gaan denken.”

Potjandrie wat een toptheater!

TgECHO – Stel je bent een koe. 18 t/m 21 juni 19.00 en 21.15 uur, lokatie 30 Cupido’s Plak – oost, E13

Zit even aan je oor en haal je neus op

T.I.C.S. van Klemens Patijn kun je met recht de voorstelling van zijn leven kunt noemen, omdat hij gaat over iets dat Patijns leven lang heeft bepaald. “Makkelijk is het niet om iets dat je altijd hebt weg gestopt zo naar boven te halen. Maar uiteindelijk is het een bevrijding.” Zit even aan je oor en haal je neus op.

Klemens Patijn (foto: Geerte Snoeijer)Foto: Geert Snoeijer

“Op de toneelschool, in 2002 lukte het mij voor het eerst om een voorstelling te maken over mijn probleem,” vertelt Klemens met opvallend ontspannen lach. “Het was nog een etude en toen wist ik dat ik het ooit verder uit zou werken en dat heb ik nu gedaan.” Zit even aan je oor en haal je neus op.

Van even aan je oor zitten en haal je neus ophalen, het alleen lopen over de witte strepen van het zebrapad, een grimmas trekken, kraak je nek tot heel hard “neuken” roepen midden in een zin. “Iedereen heeft wel een tik,” vertelt Patijn. “Als het er veel worden en het dwangmatig is dan heb je Gilles de la Tourette en dat heb ik in lichte vorm.”

Zit even aan je oor en haal je neus op. “De meeste mensen denken bij Tourette aan mensen die heel hard beginnen te schelden midden in een zin, maar het is veel breder, het gaat ook om repeterende gedachten en andere drang en dwang neigingen, ik kreeg het als kind en moest het altijd wegstoppen en had er alleen geen last van als ik muziek maakte en of op het podium stond.”

“Dat het met muziek maken verdwijnt is bekend, dat ik er ook geen last van heb als ik acteer is vrij uniek, juist omdat Tourette juist gevoed wordt door te veel prikkels, stress en vermoeidheid. Allemaal zaken die vaak voorkomen als je theater maakt.”

“In ieder geval kan ik blij zijn dat ik een vrij theatrale aandoening heb en dat muziek er een logische plaats in krijgt. Met drummer Arend Niks krijgt de voorstelling ritme en kunnen we mooi laten zien hoe de aandoening en je persoonlijkheid met elkaar verstrikt raken. Het vreemde is alleen dat ik op de vloer juist geen last heb van die tics en dat ik ze dus allemaal opnieuw moet opwekken.” Zit even aan je oor en haal je neus op.

Klemens Patijn / Tg Goed Gezelschap – T.I.C.S. Tourette’s Impulsive Coprs Symphony. 17 t/m 21 juni. 10.45 en 13.30 uur, lokatie 19 Dobe Formerum – midden, E13

Een eerste keer voor een oude oerol tijger

Spinvis en Saartje van Camp, het inmiddels onafscheidelijke duo, stonden al vaak op Oerol maar nog nooit met een lokatievoorstelling. “Goud speelt in onze voorstelling een belangrijke rol en zeker als onze lichtman de zon meewerkt is het echt fantastisch!”

Spinvis en Saartje van Camp met Kintsukuroi tijdens Oerol 2014,
foto: Anke Teunissen

Voor zijn eerste echte lokatietheatervoorstelling op Oerol kozen Spinvis en Saartje van Camp meteen het grootste podium van Oerol: de Noordsvaarder. “De wind maakt het de microfoons, de cello en de koto behoorlijk lastig, maar kijk eens naar het uitzicht: die diepte…” zegt Erik de Jong (Spinvis). “Je voelt hier permanent een onheilspellende spanning alsof er ieder moment iets vreselijks kan gebeuren, alsof er daadwerkelijk een tsunami op ons af kan komen, ” vult Saartje hem aan.

Met Kintsukuroi ging een lang gekoesterde wens van het duo in vervulling: echt een voorstelling maken met een langere voorbereidingstijd. Een echte voorstelling maken, betekende ook dat ze voor het eerst met een regisseur werkten. “Dat was best wel een stap,” zegt Erik. “Normaal zijn wij baas in eigen huis en nu moeten we iemand het vertrouwen geven maar het werkt. Regisseuse Ria Marks luistert goed naar wat wij willen en heeft het verhaal stukken beter gemaakt.”

De Tsunami van tweede kerstdag tien jaar geleden vormt de belangrijke eerste inspiratie voor Kintsukuroi. “Ik zat toen werkelijk aan de tv gekluisterd. De filmpjes waarin mensen zo machteloos zijn ten opzichtte van de natuur bleven enorm hangen. Vervolgens is het voorstellingsidee tijdens de eindeloze autoritten die we maken op weg naar optredens gaan groeien.”

Het idee van een seismoloog die zijn liefde verliest door de Tsunami en dat weigert te accepteren dat ze misschien wel omgekomen is, bracht ook het idee om met twee verschillende leeftijden te werken. In de voorstelling danst de jonge Karin Lambrechtse samen met zeventiger Francis Sinceretti. “Choreograaf Adriaan Luteijn kwam op ons pad en hij is net als wij veel bezig met imperfectie van het lichaam.”

De tsunami van 2004 trof vooral Japan en zo sloop er steeds meer elementen van dat er steeds meer Japanse beelden en muziek in het concept. “Ik speel in de voorstelling een Koto, een soort Japanse harp,” vertelt Erik. “Kintsukuroi, een manier om gebroken porselein met goudkleurige lak te restaureren, speelt een belangrijke rol in het toneelbeeld terwijl de Japanse traditie om in plaats van penissen een octopus af te beelden ons weer prachtige inspiratie was voor de dans.”

Spinvis en Saartje van Camp – Kintsukuroi. 16 t/m 22 (behalve 19 juni) 17.00 en 19.30 uur, locatie 1 Noordsvaarder – West E13

Een horde jazzhonden in het bos

Het gloednieuwe gezelschap Lars Doberman wekt in de kom in Hoorn jazzlegende Chet Baker tot leven. Het tragische leven van de trompetist en het gedrag van honden inspireerde de vier jonge makers voor hun Oeroldebuut.

Regelrecht uit de jaren vijftig komen vier jongens komen door het bos aanlopen, op en top jazzvogels. Toch zijn Matthijs van Sande Bakhuyzen, Reinout Scholten van Aschat, Mattias Van de Vijver en Jip van den Dool heel erg 2013. Nauwelijks afgestudeerd aan de Toneelacademie in Maastricht komt nu al een driedubbele droom voor ze uit: samen een voorstelling maken, met het thema jazz, én op Oerol.

Even na de voorstelling mag ik op hun decor plaatsnemen, met de vier vrienden als een nest puppies aan mijn voeten op de grond. Ze hebben de voorstelling samen gemaakt, en willen dus ook samen geïnterviewd worden. Het is alsof ik echt Lars Doberman aan het interviewen ben. “Het idee voor deze voorstelling is een aantal jaar geleden ontstaan toen we nog op school zaten,” vertellen Doberman. “We delen een passie voor muziek en jazz in het bijzonder.”

“De voorstelling is ook op een jazzy manier ontstaan”, vullen Doberman aan. “We zijn snel de vloer op gegaan en daar gaan experimenteren en improviseren. We hebben veel gediscussieerd over de naoorlogse vrijheidsdrang en het absurdisme. Een onderwerp dat steeds terug kwam waren honden…” Honden? Wat hebben die nu weer met jazz te maken? “Meer dan je denkt!”, verzekeren Doberman ons. “Die beesten zijn heel impulsief en improviseren voortdurend en zo werkt jazz ook.”

Orkater/De Nieuwkomers, Lars Doberman – Een Bebop verhaal. 18 t/m 22 juni, 17.00 en 22.30, locatie 53 Kom Hoorn – Oost, €11

Foto’s: Diewke van den Heuvel

Het vieze boekje van Pieter Groen

Een jaartje naar India, Zuid-Amerika of Australië: veel scholieren gaan na hun examen even op avontuur. Ook in de achttiende eeuw vertrokken jonge avonturiers al naar de koloniën en enkelen hielden daarover een dagboek bij. Prachtig materiaal voor een voorstelling, bedachten Jaime Ibanez en Jornt Duyx.

‘Die jeugd van tegenwoordig!’ hoor je ouderen regelmatig verzuchten, alsof zij zelf nooit jong zijn geweest. Ze leven met de illusie dat zij braaf waren en jongeren nu totaal losgeslagen zijn. Helaas: wie de geschiedenis bestudeert, ziet dat jonge mensen altijd al experimenteerden en op avontuur gingen – en dat ouderen dat altijd veroordeelden.

Neem de negentienjarige Pieter Groen. Hij vertrok in 1792 naar de Nederlandse kolonie Berbice, naast Suriname. Hij hield er twee verslagen van bij: een technisch reisverslag, en een verhandeling over de dames die hij op zijn reis veroverde. “Hij had er een apart boekje voor”, vertelt Jaime Ibanez. “Daarin nummerde hij de dames en beschreef hij zijn affaires heel nauwkeurig in gelaagde verhaaltjes met hemzelf als held. We hebben die verslagen tot een dubbele one man show bewerkt. Ik vertel het verhaal en heb er primitieve animatie-installaties bij gemaakt, terwijl Jornt een muzikale reis maakt van Europa naar Amerika en de Cariben.”

Na de voorstelling blijft er één vraag over: hoe liep het verder af met Pieter Groen? Ibanez laat weten dat het na zijn avonturen in de ‘West’ bergafwaarts ging. Terug in Nederland trouwde Groen met zijn nicht. De zaken gingen slecht en hij moest steeds kleiner gaan wonen. Daar is hij vast een klagende oude man geworden: die jeugd van tegenwoordig, rücksichtslos!

Jaime Ibanez & Jornt Duyx – Pieter Groen gaat naar de Barbiesjes. 19 t/m 22 juni, 16.00 en 23.00 uur; 23 juni 12.30 en 16.00 uur, locatie 39 Teunis Plak – Midden, €11

De shockerende Sacre in brave tijden

Roger Bernat en Pierre Sauvageot brengen beiden een eigen interpretatie van Le Sacre du Printemps, de wereldberoemde compositie van Igor Stravinsky die precies honderd jaar geleden zijn première beleefde in Parijs. Dat moment staat te boek als een van de meest roerige uit de theatergeschiedenis. Kunnen we op Oerol nog wat opschudding verwachten?

Uit de grond gerukte pollen helmgras die door de lucht vliegen, publiek dat elkaar woedend met Nordic Walking-stokken en zwiepende Gaastra-jassen te lijf gaat, en een cordon ME-ers dat in moet grijpen om gemoederen te bedaren. Het had zomaar een tafereel kunnen zijn in de duinen van Terschelling, als Oerol honderd jaar geleden al had bestaan. Een schril contrast met het brave festivalritueel nu: het publiek kijkt een voorstelling meestal helemaal uit, applaudisseert (vaker met staande ovatie dan zonder) en laat zijn eventuele afkeer hooguit na afloop blijken, in keurige bewoordingen.

Kan kunst nog wel shockeren? Componist Pierre Sauvageot, die in de haven zijn nieuwe Sacre du Printemps laat horen, denkt inderdaad dat het voor de kunsten tegenwoordig lastig is de wereld op zijn grondvesten te laten trillen: “Ik zou het wel willen, maar kunst heeft een minder belangrijke positie in de samenleving dan honderd jaar geleden. Veel kunst is op elkaar gaan lijken, en dat geldt vooral voor de klassieke en populaire muziek. Het publiek weet precies wat het kan verwachten als het naar een concert gaat. Zeker de klassieke muziek is eigenlijk helemaal klaar. Ik vraag me dan steeds af: waar is de krachtige ervaring die muziek kan hebben? In een tijd waarin muziek altijd en overal om ons heen is, ga ik daarnaar op zoek. Het gaat om echt luisteren en samen iets meemaken. Soms moet het juist om hele kleine geluiden gaan, zoals bij Harmonic Fields in 2011. Nu probeer ik door de locatie en mijn bewerking een portret te maken van onze samenleving.”

De Sacre du Printemps is inmiddels van schandaalstuk verworden tot standaardrepertoire. “Het is een soort heiligdom geworden dat niemand durft te veranderen… behalve ik,” zegt Sauvageot met een ondeugende blik. “Puristen zullen het vreselijk vinden, maar ik heb voor mijn Sacre de partituur van het stuk genomen en alle westerse instrumenten eruit gegooid en ze vervangen door andere geluiden die heel ver van het origineel staan. Ik gebruik veel omgevingsgeluiden die met reizen te maken hebben, maar ook radiofrequenties, dieren en instrumenten uit Azië en Afrika. Ik heb het stuk eigenlijk bewerkt zoals Andy Warhol Monroe in een nieuw daglicht zette. Ik geef een ode aan Stravinsky’s werk juist door het te veranderen.”

Sauvageot liet het verhaal van het ballet Le Sacre du Printemps buiten beschouwing. “Ik vind het verhaal niet zo interessant, het is voor mij te links-rechts.” Bij The Rite of Spring van Spanjaard Roger Bernat speelt het verhaal juist een grote rol en staat de muziek minder centraal. Bernat baseert zijn voorstelling op de balletversie van Pina Bausch, die in 1975 een revolutionaire nieuwe choreografie op het stuk maakte. “In het verhaal wordt een maagd geofferd aan een zonnegod. Haar bloed is nodig om het land weer vruchtbaar te maken. De Sacre gaat eigenlijk over de relatie van onszelf met de mensen om ons heen. Het oncomfortabele gevoel iemand in een groep te moeten offeren, dat fascineert mij enorm.”

(Roger Bernard & Pierre Sauvageot. foto: Geert Snoeijer)

In zijn Sacre speelt Bernat met de conventies in het theater en de kunst. “Het mag allemaal niet te makkelijk worden”, zegt de Catalaan stellig. “Mensen zijn zo gewend om eendimensionaal naar voorstellingen te kijken. Relaxed zittend op een stoel en dan een voorstelling over je heen laten komen. Ik vind het vreemd dat het vrijwel altijd zo gaat. Het lijkt wel of de bezoekers hun lichaam zijn vergeten. Dat zie je eigenlijk overal in onze samenleving: je zit op kantoor achter je scherm of je laat je lichaam gedachteloos handelingen uitvoeren. Ik wil dat doorbreken door de ruimte, het publiek en hun lichaam anders te benaderen.”

De Sacre van Bernat zal bij sommige bezoekers misschien licht ongemakkelijke gevoelens oproepen, maar het lijkt er niet op dat mensen van zijn werk zo ondersteboven zullen zijn als bij die beroemde première van honderd jaar geleden. “Theater is als kunstvorm misschien niet meer zo belangrijk als toen, maar op kleinere schaal is het nog altijd mogelijk zaken ter discussie te stellen. Een paar jaar geleden maakte ik bijvoorbeeld een voorstelling waarin naakte mannen dansten. Dat leverde bij de kranten een discussie op of je naakte mannen wel af kon beelden. Terwijl een ontklede vrouw meteen geplaatst werd.”

“Echt shockeren is tegenwoordig meer iets voor de massamedia, maar het is goed om te zien dat het nog altijd kan”, weet Bernat. “Kwesties rond religie roepen nog altijd felle reacties op en datzelfde geldt voor zaken als homoseksualiteit, zoals we onlangs in Frankrijk hebben kunnen zien. Natuurlijk, het werkt nu anders dan honderd jaar geleden. Toen zat de hele Parijse elite in dezelfde theaterzaal terwijl de mensen die er nu toe doen veel meer versnipperd zijn. We moeten ook niet vergeten dat we het verhaal van de première in 1913 misschien ook wel een beetje romantiseren. Wellicht werden in die tijd veel vaker premières verstoord, maar kennen we die verhalen nu niet meer omdat het minder indrukwekkende kunstenaars waren. Maar het is duidelijk dat we nu veel meer discipline hebben. Niet alleen in het theater maar overal, dat zie je heel goed in mijn thuisland Spanje. Zelfs nu meer dan de helft van de jongeren werkeloos thuis zit zijn alle demonstraties, als ze er al zijn, braaf vergeleken met die uit de jaren zestig of tachtig.”

Roger Bernat – The Rite of Spring. 14 t/m 22 juni, 22.00 en 23.10 uur, Locatie 11 Voetbalveld West – West, € 13

Pierre Sauvageot / Lieux Publics & Cie – Igor Hagard, a Railway Rite. 15 t/m 23 juni, 11.00, 12.00, 13.00, 14.00, 15.00 en 16.00 uur, Locatie 2 Strekdam – West, met entreeband.

Eigenlijk kan Cirkus Treurdier niet op Oerol staan

Met de straattheatervoorstelling ‘iedereen te koop’ denderde Circus Treurdier vorig jaar over het eiland. Wie wilde dat het collectief een scene speelde of liedje zong moest betalen. Ondertussen liepen de acteurs rond in kleding met merknamen erop. “Die voorstelling is een beetje uit nood ontstaan we warenals gezelschap nog onbekend en moesten ons in kijker spelen daarnaast hadden we geen budget. En door zo openlijk op zoek te gaan naar geld hadden we ook nog een maatschappelijk thema beet.”

De markt speelt in hun nachtcafe op Terschelling een minder grote rol al is het niet helemaal afwezig. Circus Treurdier beschouwt het zoeken naar nieuwe manieren van financieren als substantieel onderdeel van het gezelschap. “De afgelopen decennia gaven we kunstenaar subsidie zodat ze in alle rust hun werk konden doen. Maar door dat systeem is er een afstand ontstaan tot de maatschappij. Doordat wij zo actief naar geld zoeken hebben doorlopen echt contact met mensen in alle uithoeken van de maatschappij. Het mooie is dat die contacten inspirerend zijn en energie geven.”

De revue achtige voorstelling Nachtcafe speelt Circus Treurdier ook in Amsterdam waar ze ook het horecadeel zelf doen. “De financiering van Circus Treurdier rust op vijf pijlers: sponsoren, traandeelhouders, horeca-inkomsten, een beetje subsidie en kaartverkoop,” legt Spijkerman uit. “Door de inkomsten te spreiden zijn wij minder kwetsbaar.”

Hoewel Spijkerman het een eer vindt om op Oerol te mogen spelen, is hij wel krtitisch op de organisatie. “We staan in Heartbreak Hotel die tijdens onze voorstelling een mooie baromzet draaien. Onze enige inkomsten komen uit de kaarteverkoop waarvan 25% voor oerol is. We hebben dus geen eigen horeca inkomsten, mogen onze sponsoren niet meenemen en eigenlijk mochten we van Oerol ook geen traandeelhouders werven. Daarvoor heb ik echt moeten vechten.”

De regelmatig in konijnenpak rondhuppelende Spijkerman is ineens bloedserieus. “Als ons de mogelijkheid niet eens wordt geboden kiet te spelen, kunnen wij, gezelschappen uit het middensegment, hier niet meer staan,” legt Spijkerman uit. “Bijhandel als verkoop van t-shirts en CD’s mag niet, je mag zelf geen drank verkopen en kaartopbrengst is laag. Kortom: op Oerol staan is duur. Dus kunnen straks alleen jonge makers die het zien als investering hier staan en gesubsidieerde gezelschappen die geld zat hebben op het festival staan.”

“Oerol zou wat oude principes overboord moeten zetten en ons de mogelijkheid moeten geven om creatief te zijn, ook op ondernemersvlak. Want wat is er op tegen als ik erin slaag om zelf mijn voorstelling te financieren?” Spijkerman is ondanks zijn kritiek dol op het festival. “De sfeer op het eiland en het publiek hier zijn geweldig en ook de samenwerking met Heartbreakhotel is fantastisch. Oerol is mijn lievelingsfestival en ik hoop gewoon dat ik hier in de toekomst ook nog kan staan.”

Circus Treurdier – Het eeuwige nachtcafe IV. 22 en 23 juni, 20.30, locatie 52 Heartbreak Hotel – oost

Dansen na de dood

‘Waar gaan wij naartoe na onze dood, wie legt dit mysterie voor ons bloot…’ op deze manier bezong NederZweed Cornelis Vreeswijk jaren geleden een, of misschien wel de, universele vraag. Vreeswijk deed dat op zijn gebruikelijke, olijke wijze en het nummer kwam spontaan bij mij op na het zien van Le Sous Sol, de dansmuziektheatervooorstelling van Peeping Tom.

Jammer voor eenieder die droomt van een heerlijk leven in een hemel met bloemetjes en talloze maagden. Als Peeping Tom gelijk blijkt te hebben, is het hiernamaals niet veel meer dan een vochtige kelder met een vloer vol aarde.

Le Sous Sol maakt deel uit van een trilogie die de opkomst en neergang van een familie vertelt. In dit laatste luik zijn alle leden van de familie dood en ontmoeten ze elkaar onder de grond. Bij Peeping Tom, bestaande uit oud-leden van Les Ballets C. de la B. en de Needcompany, is dans het voornaamste middel om een verhaal te vertellen, maar het gezelschap deinst er niet voor terug andere elementen als theater en muziek te gebruiken.

Het resultaat is prachtig. Lijven rollen over en door het zand. Wat we zien is macaber en geestig tegelijk. Een hoofdrol in dit stuk is weggelegd voor Maria Otal, een danseres van 80 jaar oud. De ijzeren wet dat dansers altijd jong en strak moeten zijn, wordt door haar op waanzinnige wijze omver geworpen. Ze komt op, net overleden met de kransen van de begrafenis in haar hand en wordt iedere minuut dat het stuk duurt bijna letterlijk een jaar jonger.

Peeping Tom kan Vreeswijk niet aan een antwoord helpen. Want ze spelen alsof het niets is met alles waar we wel eens aan denken bij een leven na de dood: witte maagden, vagevuur, dolende geesten, hel, reincarnatie en het ontmoeten van je overleden idolen.

Gaat dat zien! Voor wie echt niet kan, hier een lange trailer:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=NwACVrZIuVg[/youtube]

Collectief op de helling

Schaars geklede lichamen in een smetteloos wit decor. We krijgen een inkijkje in de kleedkamer van de Needcompany, het gezelschap dat Hertenhuis speelt, deel drie van Jan Lauwers trilogie Sad Face / Happy Face over menselijkheid. Het gaat er aan toe zoals vaak: de spelers actreutelen en friemelen aan elkaar. Ondertussen heeft iedereen last van zijn of haar eigen vorm van exhibitionisme. De een in woorden, de ander door een van zijn typetjes tevoorschijn te halen en de derde door met zo min mogelijk kleren aan te lopen. Dan ineens komt het nieuws dat de hele voorstelling zal bepalen: fotojournalist Tijen Lawton de broer van danseres Kerem Lawton blijkt te zijn omgekomen in Kosovo.

Hertenhuis van de Needcompany en Jan Lauwers zoog ons journalisten op twee manieren het stuk in. De dood van een vakgenoot grijpt je natuurlijk altijd aan. Elke verslaggever heeft wel eens nagedacht over het fenomeen oorlogsjournalistiek. Niet alleen of je dat durft maar ook over de vraag of een verhaal waar is en wat dat dan is. Juist in conflictgebieden speelt deze vraag alleen maar meer op. Over de maakbaarheid van verhalen ging het tweede deel. Als een beter theatermaakproces uit de late jaren zestig nam de cast voor ons de verschillende verlopen van het verhaal door. Hertenhuis werd een collectieve voorstelling. Zelfs de doden kwamen tot leven voor een snelle reactie op verhaal en hun visie.

In het derde luik zijn we eindelijk bij de voorstelling aanbeland. De spelers zijn eruit en hebben hun eigen, haast sinistere, waarheid gecreëerd. Ondanks de vele moorden die tijdens de tweede helft gepleegd werden ontstaat er een bijna sektarische eenheid. Vol vreugde worden de acteurs nog betere dansers en de dansers nog beter spelers. Ze verleiden je om mee te gaan in hun vreugde. Maar kun je hierin meegaan? Of kies je dan voor een te makkelijk eenduidig verhaal? Hertenhuis zette ons voor de spiegel in een prachtige vertelling, het deed ons weer eens denken aan het ‘net menselijke dilemma’ van Joris Luyendijk.

Wij zagen Hertenhuis in het Kaaitheater te Brussel en wie de voorstelling nog wil zien moet (helaas) naar Antwerpen of Zürich.