Tagarchief: Wereldomroep

Levenslied van de ‘Zwarte Hazes’

Vijftien jaar lang leefde de in Amsterdam geboren Surinamer Herman Havertong op straat. In zijn leven vol ellende vond hij steun in zowel de Caribische reggae als het oer-Hollandse levenslied. Uiteindelijk kwamen die twee samen in de band Jah6. De overgang van een leven op straat naar een spotlight blijkt niet altijd even eenvoudig.

Herman Havertong werd net als volkszanger Andre Hazes geboren in De Pijp. Deze Amsterdamse wijk was in die jaren nog een echte volksbuurt. “We leefden als jeugd op straat,” vertelt Havertong. “En daar ging het er redelijk hard aan toe. Zeker als donkere jongen moest je uitkijken.”

Zwervend bestaan
Als jongen van de straat begon Havertong al jong de stad te verkennen. “Zo belandde ik al op negen jarige leeftijd op Wallen. Daar deed ik boodschappen voor de prostituees achter de ramen,” vertelt de zanger. “Dat klinkt heftig maar ik was daar veiliger dan in mijn eigen buurt. De mensen letten daar nog op elkaar.”

Ondanks oplettende dames van lichte zeden raakte Havertong toch op het verkeerde pad. Hij kreeg ‘verkeerde vriendjes’ en al snel begon hij zijn reis langs internaten, pleeggezinnen en opvangcentra door het hele land.

Het duurde lang voordat Havertong vaste grond onder de voeten kreeg. Pas sinds kort heeft hij een eigen woning in buurt van Amsterdam. “Daarvoor heb ik alle stadia doorgemaakt, van het leven op straat via begeleid wonen naar mij eigen hokkie nu.”

Zwarte Hazes
Het begon eigenlijk allemaal als een grapje. Jaren geleden zat Herman Havertong samen met zijn vriend Patrick Kuschel in Stichting Tai Hori in Deventer probeerde Amsterdamse levenliederen in reggaestijl te spelen.

“We zaten het gewoon uit te proberen en het bleek te werken,” vertelt Havertong. Jaren later belde Kuschel Havertong op voor een Bob Marley jamsessie met de in Nederland bekende reggaeband Beef. Havertong dacht aanvankelijk dat het een grap was, maar enige tijd later stond toch echt met die jongens op het podium.

Shanty-towns en Jordaan
“Aanvankelijk was Herman een beetje bescheiden,” herinnert zanger Pieter Both van Beef zich. “Hij stond ineens op het podium met ervaren muzikanten uit bandjes als Beef en Gotcha. Maar al snel bleek dat het goed zat. Aan het einde van de Marley-sessie zette iemand Zij gelooft in mij van Andre Hazes in en toen viel er iets enorm op zijn plek voor zowel Herman, als de band, als het publiek.”

Uit deze jamsessie is uiteindelijk de band Jah6 ontstaan. De band speelt levensliederen van Willy Alberti, Corry Konings en zelfs Ramses Shaffy. Maar centraal staat het repertoire van Andre Hazes. Door zijn eigenzinnige originele vertolking van Hazes’ repertoire kreeg Havertong al snel de naam ‘Zwarte Hazes’.”

“Het combineren van het levenslied en de reggae is eigenlijk als het combineren van de Jamaicaanse blues en de Nederlandse blues,” weet Both. “Het is muziek uit de shanty-towns op Jamaica en toenmalige de Jordaan in Amsterdam. Doordat het beide volkswijken zijn, hebben ze raakvlakken.”

Terugval
Ondanks het succes van Jah6 is de overgang voor Havertong niet altijd makkelijk. Hij speelt ineens met professionele muzikanten en raakte onlangs zijn stem kwijt waardoor de band een aantal optredens af moest zeggen. “Ik heb meteen zangles genomen en nu gaat het wel weer.”

Ook in zijn dagelijks leven loert het spook van terugval steeds opnieuw. “Als je tegenwoordig een keer vergeet je formulier op tijd in te leveren, raak je je uitkering al kwijt. Vroeger werd je nog gewaarschuwd…”

De overige bandleden proberen Havertong zoveel mogelijk te helpen. “Het is voor hem fantastisch dat hij erkenning krijgt en wij zijn ook gelukkig omdat het zo goed werkt. Jah6 draait om Herman”, zegt Both. “We zijn om hem na die ene jamsessie weer bij elkaar gekomen.”

Luister hieronder naar het radioportret van Herman Havertong:

Geen flash? download de reportage

Stromae: In Africa, I am considered white

My chat with the Belgo-Rwandan Stromae for Radio Netherlands Worldwide during Eurosonic Noorderslag 2011!

Stromae?
That’s « verlan » for maestro. Verlan is slang from Paris, but we use it in Brussels too. You take a word and flip it. Maestro becomes Stromae. I find it a bit more modest.

I don’t pretend I’m a maestro. I consider myself to be one just because I write songs behind my computer. My musicians are inside my computer. I’ll never compare myself to big composers like Mozart or Beethoven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=VHoT4N43jK8[/youtube]

Since you’re Belgo-Rwandan. Are you well known in Africa?
The song Alors on danse worked well in Africa. Or at least in the French-speaking countries. The European French-speaking culture is influenced a lot by the African French-speaking culture. I know my single worked very well in countries like DR Congo. Also in West-African countries and in the north: Morocco, Tunisia. A little bit in Egypt, even if they don’t speak French. South Africa too. I’ve seen Gabonese people on my Facebook page. My hat off to all the African people who support me.

Let’s say you’ve been elected president of Rwanda. What would be your number one priority?
For Rwanda – I think, I’m not sure – we’ll have to focus on forgiving. I believe the actual president Paul Kagame is doing a great effort. After all, big crimes have taken place there. We will have to evaluate this genocide.

And your priority in Belgium?
In Belgium… there was no genocide, luckily. But people in Belgium are busy with similar stupidities – language stupidities. I believe people should come closer to each other. We are talking about human problems. As a president, I think you should take a step back. You should not think about your own interest, but about the interest of the people. But that’s an easy thing to say if you are not in power. I don’t want to pass easy judgements.

What is your personal relationship with Africa?

When I am in Africa, they consider me as white. Even a Black African who grew up in Africa, is seen as white. I don’t want to falsely get closer to an origin or another, without really knowing it. I don’t know much about my African roots. In fact, I never knew my father. But we danced a lot on music by Kofi, Papa Wemba and others. In Europe we danced too! In music, I think there is no more borders.

Thinking about the Netherlands, what’s the biggest cliché you can think of?
When I think of the Netherlands, I think of Gouda cheese. We eat a lot of Dutch cheese in Belgium. I think of beer too, but Belgium has a better reputation for beers. Weed, you’re very well known for marihuana. The Netherlands is one of the few countries that legalises weed.

Do you smoke any yourself?
Me? No. Never. Seriously. Seriously!

Being a role model yourself, who’s your personal role model?
Ibrahim Ferrer! He’s one of the singers in the collective Buena Vista Social Club. I’ve been listening to them for a long time. My mother introduced me to his music. It’s a good mix of all the music in the world. He’s inspired by the Congolese rumba, he uses the same congas. There are also Spanish and oriental influences in his music.

The Buena Vista Social Club has melancholy. It is full of modesty and simplicity. It is simply wonderful! But I believe there is a lot of melancholy in electronic music as well. Even the New Beat was very much inspired by Cuban music. These are the same kind of melodies I have been using in my music.

En Afrique, on me prend pour un Blanc

J´ai rencontré Stromae lors de sa visite au festival Eurosonic-Noorderslag 2011 ! Une interview pour Radio Netherlands Worldwide.

Stromae ?
C’est du verlan pour maestro, du verlan parisien qu’on utilise aussi en Belgique. Cela consiste à utiliser un mot à l’envers. De Maestro on obtient Stromae. Je trouvais ça un peu plus modeste.
Je n’ai pas la prétention de me prendre pour un maestro. Je me considère un maestro au sens où je compose derrière un ordinateur et mes musiciens sont dans l’ordinateur. Je ne me situerai jamais au niveau d’un grand compositeur comme Mozart ou Beethoven.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=VHoT4N43jK8[/youtube]

Vous êtes Belgo-Rwandais. Etes-vous connu en Afrique ?
Le morceau a bien marché en Afrique. En tout cas dans les pays francophones, parce que la culture francophone européenne s’inspire beaucoup de la culture francophone africaine. Dans les pays comme le Congo, je sais que ça a beaucoup marché. Dans les pays d’Afrique de l’Ouest aussi. Dans le nord : le Maroc, la Tunisie. L’ Egypte un petit peu, même si ce n’ est pas francophone. L’ Afrique du Sud. J’ai vu des Gabonais sur ma page Facebook. Tous les Africains qui me soutiennent, merci beaucoup !

Quel est votre lien personnel avec l’Afrique ?
Quand je vais en Afrique, on me prend pour un blanc. Même un black-black qui a grandi en Afrique, on le prend pour un blanc. Je n’ai pas envie de me rapprocher faussement d’une origine ou d’une autre, sans les connaître réellement. Je ne connais pas très bien mes racines africaines. En fait, je n’ai jamais connu mon père. Pourtant on a beaucoup dansé sur Koffi, Papa Wemba etc. En Europe on a dansé aussi ! Surtout dans le milieu de la musique, je crois qu’il n’y a plus de frontières.

Vous venez d’être élu à la présidence du Rwanda. Quelle est votre priorité ?
Pour le Rwanda, je pense – je ne suis pas sûr – qu’il faut avancer sur le pardon. Je crois que le président Paul Kagame fait déjà un gros effort. Il y a eu de gros crimes quand même. Il faut évoluer, il faut parler de ce génocide.

Et votre priorité en Belgique ?
Pour la Belgique… on n’a pas eu de génocide, heureusement. Mais on est en train de se prendre la tête pour des bêtises du même genre, des bêtises de langue. Je pense qu’il faut se rapprocher des gens. Ce sont des problèmes d’humains. Je crois qu’il faut avoir assez de recul quand on est président pour ne pas penser à ses propres intérêts avant ceux des gens qu’on sert. Mais c’est facile à dire quand on n’est pas au pouvoir. Je ne veux pas poigner du doigt trop facilement.

Si vous pensez aux Pays-Bas, quel est le plus grand cliché qui vous vient à l’esprit?
Quand je pense aux Pays-Bas, je pense au fromage Gouda. On en mange beaucoup en Belgique. Un peu aussi à la bière, mais en Belgique on est plus réputé pour la bière. L’herbe vous êtes très connus pour cela. Les Pays-Bas est l’un des seuls pays où c’est autorisé.

Vous fumez de l’herbe ?
Moi ? Non. Jamais. Mais sérieusement. Sérieusement !

Etant vous-même un ”role model”, qui est votre ”role model” à vous ?
Ibrahim Ferrer ! L’un des chanteurs du collectif Buena Vista Social Club. J’écoute depuis longtemps. Ma mère me l’a fait découvrir. Un bon mélange de toutes les musiques du monde. Il s’inspire de la rumba congolaise, il utilise les mêmes congas que la musique congolaise, avec des influences espagnoles, avec des influences orientales.

Moi aussi je m’inspire de la salsa. Je crois que dans l’électronique il y a énormément de mélancolie. Même le New Beat s’inspirait énormément de la musique cubaine. Ce sont les mêmes genres de mélodie que j’ai repris aussi.

Buena Vista Social Club a une mélancolie ! Ils ont une simplicité, une modestie. C’est magnifique !

Geen flash? download de reportage

Qui est Stromae ?

Paul van Haver (1985, Bruxelles) est un auteur, compositeur et interprète connu dans le monde entier par son single Alors on danse (2010). Il combine la musique électronique, le hip-hop et la chanson française. Van Haver est de mère belge et de père rwandais.

Missie: historische diamant veiligstellen

The Historical Gem, de historische diamant, zo probeert Sint Eustatius zich op de markt te zetten. Maar wordt er wel genoeg gedaan aan het behoud van het erfgoed? En hoe gaat dat veranderen nu het eiland een bijzondere gemeente van Nederland is geworden?

Wie voor het eerst op Sint Eustatius is, wordt er echt even stil van: zoveel historisch erfgoed op zo weinig vierkante kilometers. Het eiland heeft de geschiedenis werkelijk in ieder hoekje zitten. Waar je ook om je heen kijkt oude gebouwen of overblijfselen daarvan. De meeste dateren uit de achttiende eeuw, de tijd dat Sint Eustatius dagelijks tientallen schepen zag afmeren en het eiland bewoond werd door 10.000 mensen, een veelvoud van de bevolking nu. Het eiland was toen zelfs een periode belangrijker dan Curaçao.24_fortoranje

Bakstenen
De roemruchte periode die het eiland toen meemaakte, is ook af te lezen aan het grote aantal monumentale panden van baksteen die er te vinden zijn. Al die stenen kwamen er als ballast van schepen. En werden gebruikt als bouwmaterialen. Zelfs in het water vlak voor de baai zie je de fundamenten van de pakhuizen nog.

Het grote aantal monumenten op het eiland biedt kansen, maar ze vormen ook een zorg. Sint Eustatius is klein en moest tot voor kort rekenen op de inzet van vrijwilligers in het monumentenbeheer. Een van de drijvende, onbetaalde, krachten is Gay Soetekouw. De pensionado uit de Verenigde Staten probeerde er de afgelopen jaren alles aan te doen om de grootste bedreiging van The Historical Gem tegen te gaan: de afbraak van enkele panden met historische waarde.

Officiële monumentenstatus
“Veel erfgoed is in particuliere handen en bijna geen van de panden heeft een officiële monumentenstatus,” vertelt Soetekouw. “Een eigenaar kan er dan mee doen wat hij of zij wil. De eilandsregering wil hier ooit wel wat aan doen, maar erg snel zijn ze niet en ze hebben moeite met het implementeren van de regels om zo’n status mogelijk te maken. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en ben ik uit de monument foundation gestapt.”7_ruinespakhuizen3_0

Soetekouw maakt zich terecht zorgen over de monumentenzorg op het eiland. Ze heeft de verantwoordelijken hier regelmatig op aangesproken. Zonder veel direct resultaat. Toch is het ook de politiek op het eiland menens en nu komt er na jaren eindelijk een professionele directeur monumentenzorg naar het Statia: Walter Hellebrand.

Kaartenverzameling
Hellebrand is geboren en getogen op het eiland en studeerde daarna geschiedenis in Nederland. “Maar het eiland is nooit bij mij weg geweest,” vertelt hij in zijn Amsterdamse woning vlak voor vertrek. “Ik heb het gevoel dat ik naar huis ga.” Dat Hellebrand met zijn gedachten nog vaak op het eiland te vinden is, blijkt duidelijk in zijn woning. Alle muren zijn behangen met een imposante historische kaartenverzameling van de Nederlandse aanwezigheid overzee. Met daarin centraal natuurlijk zijn eiland: Statia. Zijn liefde is zelfs zo sterk dat hij enkele jaren geleden het nieuwe wapen van het eiland ontwierp.

“Sint Eustatius heeft de meeste monumenten per vierkante kilometer van het hele Caribische gebied,” weet de historicus. “Maar het is voor zo’n klein eiland enorm moeilijk om alles goed te regelen. Niets ten nadelen van de enthousiaste vrijwilligers maar het is goed dat ik er nu heen ga. Het regelen van monumentenstatussen is enorm ingewikkeld en kost veel tijd. Dat is voor iemand die dagelijks werkt gewoon niet te doen.”21_ruinespakhuizeninbaai

Bijzonder erfgoed
In totaal kan Hellebrand wel driehonderd gebouwen op het eiland bedenken die wat hem betreft monument zouden kunnen worden. Te veel om werkelijk te realiseren. Daarom wil hij beginnen met de allerbelangrijkste. “Toch ga ik ook mijn best doen om ook de hele bevolking zich bewust te laten zijn van hun bijzondere erfgoed. Ik hoop daarmee te bereiken dat ook mensen die een bijzondere plek bezitten, die geen monument is, het pand niet afbreken. Monumenten zijn vaak ook geld waard en dat weet niet iedereen.”

Luister hier naar Pieter-Bas’ radioreportage voor de Wereldomroep


Geen flash? Download de reportage dan hier

Ben jij Belg? Dan zijn wij familie!

Wij van Leven op Pluto kenden David van Reybrouck al een beetje van ons verblijf in het wonderschone Brussel. Inmiddels heeft ook de rest van Nederland de Belg in de armen gesloten. Dit najaar won hij de AKO-literatuurprijs en de Libris Geschiedenisprijs voor zijn nieuwste boek Congo. Een geschiedenis. In opdracht van de Wereldomroep schoten wij de schrijver aan voor de deur van Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond te Amsterdam.



Hoezo een geschiedenis van Congo?
“Omdat ik hem wilde lezen. In 2003 reisde ik voor de eerste keer naar Congo. Ik was toen op zoek naar een toegankelijke en complete geschiedenis van het land, maar ik kon niets vinden. Toen zei ik tegen mijzelf: Als dit boek niet bestaat, zal ik hem zelf schrijven!
Dus schreef ik een geschiedenis van Congo tussen 1850 en 2010, ruim anderhalve eeuw. Ik sprak honderden Congolezen en dook ik documenten en verhalen op uit archieven. Het is een geschiedenis die wordt verteld door de Congolezen zelf.”

Hoe herinnert een Belg zich het – soms bloedige en racistische – Belgisch Congo?
“Dat hangt af van de leeftijd. Oudere mensen lijken een zekere koloniale trots te hebben. Maar de jongere generatie voelt zich schuldig, schaamt zich. Zij hebben behoefte aan bezinning. Ik denk dat het belangrijk is dat België een periode van reflectie doormaakt.
Tegelijkertijd moet je niet vast komen te zitten in reflectie. Je kunt ook te veel schuldgevoelens hebben. Schuldgevoelens hebben ook iets egocentrisch. De band tussen België en Congo is te belangrijk voor zulke gevoelens.”

Wat hebben Belgen en Congolezen nu nog met elkaar?
“Economisch gezien is de DRC veel minder belangrijk voor België dan vroeger. In de koloniale tijd was België zeer afhankelijk van Congo. Nu zijn de economische belangen minimaal.
Maar er is een symbolische, historische en emotionele band. Zeker bestaan er pijnlijke nostalgische manifestaties. Maar de jonge generatie toont nieuwe interesse voor Congo. Ze willen er heen. Ze willen de Congolezen ontmoeten.”

Zijn Belgen welkom? Begrijpen Congolezen wat jij daar zoekt?
“De eerste keer dat ik in DRC aankwam, schaamde ik mij. Ik durfde mensen nauwelijks te vertellen dat ik Belg ben. Ik was bang dat de Congolezen mij verantwoordelijk zouden houden voor alles wat gebeurd is in de koloniale tijd, ook al ben ik te laat geboren.
Maar dit gebeurde helemaal niet! Vreemd genoeg, waren de Congolezen die ik tegenkwam eerder blij. Ze zeiden: “Ben jij Belg? Jouw ouders en voorouders waren onze kolonisatoren. Dus wij zijn familie!” Dit laat zien hoe ontzettend genereus de Congolezen zijn.”

Je schreef Congo. Een geschiedenis. Hoe zit het met de toekomst?

“In 2000 was het land verwoest door de oorlog. Nog steeds is de DRC een zeer fragiele staat, maar dat is al een hele stap. Het land maakt nu een economisch herstel door. Tegelijkertijd zijn er veel negatieve ontwikkelingen. De democratische successen van de verkiezingen in 2006 lijken verdwenen. Er is minder publieke en democratische ruimte dan voorheen.
In 2011 zijn er nieuwe verkiezingen. Ik hoop dat deze verkiezingen het grote democratische avontuur van Congo nieuw leven zullen inblazen.”

Luister hieronder naar een interview met David van Reybrouck in het Frans (!) en naar enkele fragmenten uit zijn boek / Ecoutez un interview avec David van Reybrouck en francais & quelques fragments de son livre. 

O Sweet Sint Martins Land

Met het strijken van de de Antilliaanse vlag en hijsen van die van Sint Maarten was het gedaan. De Antillen bestaan niet meer en Sint Maarten is nu een zelfstandig land in het Koninkrijk der Nederlanden. Of het de meeste mensen die op dit eiland wonen echt bezig houdt is de vraag. Bij de officiële ceremonie voor het Courthouse zaterdagavond waren wel een slordige 800 mensen aanwezig maar dat is een schijntje van alle zielen die op het eiland wonen, schattingen daarover lopen uiteen van 35.000 tot 70.000.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo&list=UUD32tdvjtlGJ6gwLzpge6fA&index=5&feature=plcp[/youtube]

Wie is de Sint Maartenaar en wat is zijn identiteit? Die vraag blijft ons bezighouden. Slechts de helft van de inwoners heeft de Nederlandse nationaliteit en een nog kleiner deel (ca. 30%) is op het eiland geboren. Het was dus zoeken naar de echte Sint Maartenaar en om eerlijk te zijn waren wij er, in het wild, nog niet een tegen gekomen. Zaterdagavond toen ze eindelijk zelfstandig werden kropen ze uit hun holen. Zou de Sint Maartenaar dan toch bestaan? De ceremonie begon met het Wilhelmus waarvan opvallend veel mensen het eerste couplet kennen daarna horen we het volkslied van de Nederlandse Antillen instrumentaal want niemand kent de tekst. Op het moment dat de eigen driekleur naar boven gaat schalt het “o sweet sint martinsland” uit werkelijk waar alle kelen. Liever Sint Maarten dan de Nederlandse Antillen dus.

Wie een impressie wil horen van deze ceremonie luistert hier naar de speciale uitzending van de Wereldomroep. Of hieronder naar de reportage die ik maakte voor BNR Nieuwsradio, inclusief een interview met de officiële vertegenwoordiger van Nederland Demissionair minister Hirsch-Ballin:

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Sint Maarten is een land geworden

Onafhankelijk zijn ze nog niet, maar vannacht om 00.00 op 10-10-10 werd Sint Maarten een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Zie hier een kleine impressie:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Bu94NdhSCTo[/youtube]

Luister hieronder ook naar de reportage over de viering die Pieter-Bas maakte voor de Caribische redactie van de Wereldomroep:

Wachten op een helikopter

Een eindeloze reeks delegaties en bewindspersonen bezocht de afgelopen jaren Statia, Saba en Bonaire. Ze beloofden veel maar niet alles kwam op tijd. Het A.M. Edwards Medical Centre op Saba wacht nog steeds op een traumahelikopter. “Die is ons beloofd voor 10 oktober, maar we hebben nog niets gezien.”

Het is een operatie op zich om op Saba, Statia en Bonaire een goede gezondheidszorg uit de grond te stampen. De kleine eilanden liggen relatief geïsoleerd en zijn voor de meeste gespecialiseerde hulp aangewezen op de grotere eilanden in buurt. Voor Saba en Statia is dat vooral Sint Maarten, voor Bonaire Curaçao. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen toch op het eigen eiland kunnen worden behandeld, worden de medische centra op de eilanden stevig verbeterd.

“Iets dat we hier dus echt hard nodig hebben is spoedvervoer,” zegt Joke Blaauboer. De Nederlandse arts woont al vier jaar op Saba en is per 10 oktober de nieuwe directeur van het Sabaanse ziekenhuis. “Het vliegveld is ‘s nachts en bij slecht weer gesloten. Maar ook dan zijn er mensen die met spoed naar Sint Maarten moeten. Demissionair minister van Verkeer Eurlings heeft ons beloofd dat de helikopter er per 10 oktober zou zijn. We wachten nog steeds.”

De traumahelikopter staat boven aan het verlanglijstje van het ziekenhuis. Er wordt hard voor gelobbyd. Veel andere verbeteringen kunnen pas na 1 januari 2011 plaatsvinden. Op die datum wordt het Sabaanse ziekenhuis geprivatiseerd en kan het direct zaken doen met het Nederlandse ministerie van Volksgezondheid. Toch heeft de patiëntenadministratie al zijn eerste stappen op weg naar automatisering gezet. Ook is er een digitaal röntgenapparaat, een nieuwe, moderne tandartspraktijk en de ambulances zijn opnieuw ingericht.”

Nederlandse delegaties
De eerste stappen zijn dus gezet. Maar de talloze delegaties uit Nederland hadden wisselend succes. “Soms was het wel wat veel,” vertelt Blaauboer. “Je kwam dan nauwelijks aan je echte werk toe. Soms hadden ze goede ideeën, terwijl je ook weleens het gevoel kreeg dat ze het specifieke karakter van het eiland niet helemaal begrepen. We zitten hier natuurlijk wel in een heel andere cultuur waar veel al jaren op een andere manier gaat. Je kunt daar niet zomaar een Nederlands raamwerk op leggen en je moet de eilandcultuur respecteren.”

De Sabaanse hoofdzuster Noami Wilson is al dertig jaar werkzaam aan het ziekenhuis en heeft al zoveel veranderingen meegemaakt, dat het voor haar tot op dit moment wel meevalt. “Ik weet nog dat we niet eens röntgenapparaat hadden. Vroeger waren er maar vijf verpleegsters en draaide ik vaak alleen dienst. Je moest alles doen. Wassen, eten maken enzovoort. Nu zijn we altijd met twee man. In de toekomst zullen we ook meer aan huis gaan werken.”Van de veranderingen rond 10-10-10 heeft hoofdzuster Wilson nog niet veel gemerkt. Natuurlijk, er is een nieuw computersysteem en een nieuw röntgenapparaat. ” Maar we wachten bijvoorbeeld op nieuwe ziekenhuisbedden. Die zijn echt broodnodig. Ik weet dat we daarvoor geduld zullen moeten hebben. In ieder geval tot na 1 januari.”

Luister hier naar de reportage voor de Wereldomroep:

Studenten Sint Maarten ook in Nederland betrokken

De verkiezingen en de staatkundige vernieuwingen houden ook de bursalen van Sint Maarten in Nederland bezig. Donderdagavond 16 september kwam een aantal van hen bijeen bij de S4 foundation in Amsterdam. Ze discussieerden over de toekomst van het eiland en de verkiezingen. “Ik vind het jammer dat ik niet mag stemmen nu.”

“Is ons geboorte-eiland wel klaar om zelfstandig te worden?” Met die vraag zitten de meeste studenten duidelijk in hun maag. De criminaliteit baart ze zorgen, maar ook de afwezigheid van banen voor jongeren. “Ik ben niet zo’n voorstander van 10-10-’10. Sint Maarten moet veel veranderen om een beter eiland te worden. Er is veel criminaliteit, de overheid is niet georganiseerd. Die datum komt wat mij betreft te vroeg”, zegt Jacky. Veel van de studenten vragen zich af waarom Sint Maarten niet eerst de problemen aangepakt heeft alvorens land te worden, volgens hen was dat beter geweest.

Als Jacky vrijdag 17 september bij de verkiezingen van Sint Maarten wel zou mogen stemmen, zou haar stem naar de UP-Party gaan. “Ze zijn positief en ze hebben andere ideëen, bovendien zijn zij de enige partij die nog en paar jongeren op de lijst heeft.” Of Jacklin de dag van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen gaat vieren, weet ze nog niet. “Misschien roep ik wel even ‘Yeah Sint Maarten’ met een biertje in de hand. Maar echt enthousiast ben ik gewoon niet.”

Stimulans
De ervaring die ze opdoen in Nederland speelt daarbij een belangrijke rol. “Als je hier woont zie je gewoon hoe een land in elkaar moet zitten,” zegt Dayrohn. “In Nederland is alles goed georganiseerd vergeleken daarbij is Sint Maarten een chaos.” Niet iedereen is het daarmee eens. Sommigen vinden dat je het eiland niet met Nederland moet vergelijken, te anders. “Misschien dat de zelfstandige status juist een stimulans is voor de bestuurders om zaken op Sint Maarten aan te pakken,” roept Dayrohns opponent.

Ignald, een in een Afrikaans shirt gehulde student is de enige die voor de volle honderd procent achter 10-10-10 staat. “Het maakt onderdeel uit van ons bewustzijn, het is een stap dichter bij volledige onafhankelijkheid waar we uiteindelijk naar moeten streven. Daarbij zullen we onze blik moeten verleggen van Nederland en de Verenigde Staten naar andere eilanden in het gebied.”

Volwassen
“We zijn er wel mee bezig,” vertelt Mel Lake. “Ik zit regelmatig met vrienden van Sint Maarten bij elkaar om te praten over de toekomst van ons eiland. Maar ook hij betwijfelt of Sint Maarten er klaar voor is om land te worden. “Misschien wordt Sint Maarten er iets volwassener door want nu hangen teveel mensen op het eiland achterover en doen niets.” Een studente Bedrijfskunde vindt het jammer dat ze nu in Nederland is en dus niet kan stemmen. “De criminaliteit moet aangepakt worden. Het moet weer een Friendly Island worden. Ik ben soms ook bang om terug te keren, ik hoor zoveel slechte verhalen.”

Luister hier naar de Reportage voor de Wereldomroep:

Geen flash? Download de reportage dan hier.

Lekker sneren naar Nederland

(c) Pieter-Bas van Wiechen

Ademloos en vol spanning wachten zo’n 200 Surinamers en Surinaamse Nederlanders in Amsterdam Zuidoost het moment dat hun held Desi Delano Bouterse president is van Suriname. Het kost wat moeite om de videoverbinding met Paramaribo aan te leggen, maar de bezoekers wachten rustig af: No spang we zijn wel meer gewend. Gelukkig krijgen we net voor het grote moment beeld. We zien een staartje van de benoeming van Ameraali tot vicepresident van het land en dan is hij daar toch echt: hun Bouterse. Het wordt stil in de zaal.

Bouterse spreekt in Nederlands maar noemt het voormalige moederland niet. Hij laat het weg in opsommingen en bij het verwelkomen van buitenlandse gasten. Negatieve krachten van buiten Suriname zouden het land bedreigen, dat moest maar eens afgelopen zijn. Gejuich vanuit de zaal. Bij iedere sneer naar Nederland opnieuw.

Er heerst een euforische woede. De mensen in de zaal zijn boos. Boos op het land waar ze wonen, boos op het land dat hun geboortegrond blijkbaar iets aandoet.

Waar komt de woede vandaan? Komt het voort uit  persoonlijke frustratie? Is het woede tegen het systeem? Tegen een ‘elite’? Of is het niet meer dan sensatiezucht, de politiek als zinderende soap met alle gevolgen van dien.

Ik weet het niet. In de zaal weten ze in elk geval zeker dat alles nu zal veranderen in positieve zin. We zullen zien.

Luister hieronder naar een radioreportage die ik maakte voor de Wereldomroep